Een jaar!
Als ik mijn boek nu in mijn handen heb, denk ik niet aan de appels of de gordijnen die ik er mee gekocht heb.
Als ik mijn boek nu in mijn handen heb, denk ik niet aan de appels of de gordijnen die ik er mee gekocht heb.
‘Veel te jong’, antwoord ik als mensen opmerken dat ik, op 31 jarige leeftijd, wel erg jong ben om al hoofdredacteur te zijn. ‘Te lief’, zegt mijn andere collega ook wel eens. ‘Te gevoelig’, vind ik zelf. Onzeker, misschien ook. Maar ik moet het doen met wie ik ben.
Het is de laatste dag van het jaar, en terwijl de pagara in de straten van Paramaribo – en ver daarbuiten – uit elkaar spat zit ik uitgeput achter mijn computer.
Ik ben een journalist, geen manager. Met die overtuiging heb ik de vacature voor een nieuwe hoofdredacteur van Parbode Magazine maandenlang aan me voorbij laten gaan. Tot nu.
Ik hield me krampachtig vast aan mijn werk om te voorkomen dat ik er minder van ging houden. Het werd een self fulfilling prophecy.
Ik sip alsof morgen niet bestaat.
“Je gaat veel meer van de wereld begrijpen”, zei mijn moeder toen ik zwanger was. Destijds leek me dat nog een leuk idee. Het is niet voor niets mijn passie (en beroep) om de grote vragen (des levens) te onderzoeken. Nu Baby zijn eerste prikjes heeft gehad, begin ik te begrijpen wat ze bedoelde.
De eerste weken na de bevalling zijn zwaar, héél zwaar
Hoe sneller de samenwerking beklonken wordt, hoe groter mijn zorgen
Mijn hart is een kamer groter, het licht schijnt feller dan ooit.
Moge mijn woorden het leven in je aanwakkeren
Slechte journalistiek versterkt het wij-zij denken in de samenleving
Na mijn publicatie over de wantoestanden in de Surinaamse goudexport was ik plots zelf onderwerp van het nationaal nieuws.
Ik ben dertig jaar, eindelijk! Om de een of andere reden keek ik hier heel erg naar uit. Mijn twintiger jaren zijn voorbij. Wat ‘de schoonste tijd van mijn leven’ hoorde te zijn, was voor mij toch vooral een decennium van verwarring. Hoe meer ik mijn plaats opeiste in de ‘volwassen’ wereld, hoe moeilijker het werd. Terugblikkend op mijn twintigerjaren, vond ik het dan ook vooral vermoeiend.
In ‘een van de grootste klimaatevenementen’ ter wereld wilde ik proeven van de ‘gap’ tussen de ontwikkelde en ontwikkelingslanden: hoe uit die zich face to face? Welke gespreksonderwerpen gaan we (niet) uit de weg? Wat is de sfeer tijdens de discussies? Terug in Suriname, kom ik van een koude kermis thuis.
New York City is alles wat ze zeiden dat het zou zijn: duur, druk, snel en luid. De stad is op zowat alle vlakken het tegenovergestelde van Paramaribo. En juist omdat ik zoveel waarde hecht aan de kleinschaligheid, de rust, stilte en traagheid van Suriname, had ik niet verwacht dat ik New York City mooi zou vinden – laat staan leuk.
Soms moet je even weg gaan om te weten wat je achterlaat
‘Er is een vrouwtje daar ergens bij Parbode die een soort hobby heeft om continue kletsverhalen te schrijven’, zei de minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur gisteren over mij op een persconferentie waar ik niet aanwezig was. Mijn hoofdredacteur bij Parbode wees me vandaag op de uitspraak.
Een overzicht van mijn meest voorkomende misverstanden in het Surinaams-Nederlands
Ik moet eigenlijk een boek schrijven, maar ik zit hier achter mijn computer te dralen. Deze ochtend heb ik in de tuin gewerkt, met het voornemen om daarna écht te gaan schrijven. Maar het lukt me maar niet. En dus zit ik hier, op mijn vertrouwde plekje van het internet.