Ik hou van de zon, maar het regenseizoen heeft ook zo zijn charme. Vooral als ik net gebaad, met een warme kop thee en sweater aan in de zetel kan kruipen om een column te schrijven. Al enkele weken tintelen mijn vingers om wat op papier te zetten. Maar de zinnen lopen nooit zoals ik wil. Mijn blog is altijd een plaats geweest waar ik tegen de lucht in kan schrijven. Met mijn woorden schreeuw ik mijn gevoelens van het dak, wetende dat ze verloren gaan in de wind – in dit geval de cloud. Maar ze zijn daar, en het is gezegd. Dat was altijd mijn grote geruststelling, in goede en in slechte tijden.
Ik kan me nog goed herinneren dat ik tien jaar geleden, tijdens mijn eerste job in Suriname, werd aangesproken door een collega. Die vond het mooi hoe openhartig en gevoelig ik durfde te zijn. ‘Dat kom je hier niet vaak tegen’, waren haar woorden (van gelijke strekking). Inmiddels weet ik waarom.
Tegenslagen en onzekerheden
Mijn woorden worden door meer mensen gelezen dan ik lief heb. Ook door mensen die het niet goed met me voor hebben. Die floreren op de zwakte van anderen. Alles wat ik schrijf is altijd hier, terug te vinden voor iedereen die ze tegen me wil gebruiken. Aan de andere kant doen mijn woorden ook pijn bij zij die ik lief heb. Door eerlijk te zijn met mezelf, sleur ik de rest met me mee. En dat op een platform waar iedereen kan meelezen. Dus ik word voorzichtig, aarzelend, onzeker. Schrijf ik het wel, of schrijf ik het niet?
Natuurlijk is er nog mijn dagboek, maar om de een of andere reden voel ik me ook verbonden aan deze blog. Het is een account van mijn leven, met name mijn migratie. Als ik oude columns teruglees moet ik blozen om de stunteligheid van de zinnen, de naïviteit in de woorden. Maar ook dat was ik.
Als hoofdredacteur van Parbode staat er plots veel meer op het spel. Ik vertegenwoordig niet alleen mezelf, maar ook het magazine en al zijn freelancers. Die twee zijn niet van elkaar los te maken in een kleine samenleving als Suriname. Kan ik alle tegenslagen en onzekerheden de ether in gooien? Niet meer.
Jarenlang heb ik in Suriname mijn zin gedaan. Voor Parbode kon ik schrijven waarover ik wilde, wanneer ik wilde. Mijn voorganger was al lang blij met alle kopij die hij kon hebben. Het moest niet eens goed zijn, zolang het blad maar gevuld was. Ik kijk er toch iets anders tegenaan. Sinds mijn aantreden probeer ik de boel te structureren. Er is nu een redactiestatuut, uitgesproken verantwoordelijkheden en schriftelijke verwachtingen. Met de freelancers werken we gezamenlijk aan een gedragscode die bij het kritische karakter van ons blad past. Dat betekent dat we ook kritisch moeten zijn naar onszelf.
Maar hoe meer structuur ik aanbreng, hoe minder schrijvers ik over hou. Omdat ze niet mee kunnen, of willen, met de nieuwe eisen die worden gesteld.
My way
‘Ik wil geen leiding geven waarbij het my way or the highway is’, zei ik gisteren nog op onze wekelijkse redactievergadering. ‘Daarvan heb je er al genoeg in Suriname.’ Mijn collega wees me terecht. ‘Dan loopt iedereen over je heen. Jij bent hoofdredacteur. Jij moet beslissingen nemen.’ En dus moet ik meer mensen laten gaan, terwijl we al met een tekort zitten. Het alternatief is Parbode, en alles waar de journalistiek voor staat, verloochenen.
‘Veel te jong’, antwoord ik als mensen opmerken dat ik, op 31 jarige leeftijd, wel erg jong ben om al hoofdredacteur te zijn. ‘Te lief’, zegt mijn andere collega ook wel eens. ‘Te gevoelig’, vind ik zelf. Onzeker, misschien ook. Maar ik moet het doen met wie ik ben.
Terwijl ik het kaf van het koren scheid, bots ik tegen de grenzen van mezelf. Confrontaties zijn nooit mijn ding geweest. Ik vind het soms makkelijker om over mezelf te laten lopen dan om tegenspraak te geven. Ben ik sneller klaar en achteraf denk ik er toch wel het mijne van. Mijn moeder heeft me ook altijd geleerd om confrontaties uit de weg te gaan. Door te zwijgen sta je erboven, was haar opvoeding. Geen aandacht besteden aan dwarsliggers want dat zuigt alleen maar energie. Allemaal goed en wel, maar niet handig in een leidinggevende functie, waar je dwarsliggers de baas moet zijn. Dat doe je niet door te zwijgen. Dus ik leer. En zoals dat gaat, doen de beste lessen het meeste pijn.
Misschien word ik op een dag toch nog de manager die ik niet in me zag.
Foto gemaakt door Stefanie Parisius–Sewotaroeno tijdens een presentatie voor de Schrijversgroep, 24 oktober 2025