In het oog van de storm

Daar bevond ik me dan: in het oog van de storm. Na mijn publicatie over de wantoestanden in de Surinaamse goudexport was ik plots zelf onderwerp van het nationaal nieuws. Ik heb de afgelopen weken meer interviews afgestaan dan dat ik er zelf heb afgenomen. Mijn telefoon stond roodgloeiend. Ik kreeg leuke en minder leuke berichten binnen. Sommige staken me een hart onder de riem, anderen waarschuwden voor mijn veiligheid of speculeerden in het wilde weg over de gevolgen.

‘Iemand zei dat Kaloti een rechtszaak zal beginnen’, schreef een collega. ‘Be safe. Ik dacht direct aan het vermiste personeelslid van J.Chee’, schreef een vriend. ‘A no ala lafu na trutru lafu’, zei een ex-collega. (Vrij vertaald: niet elke lach is oprecht). ‘Pas op waar en wat je eet en drinkt’, waarschuwde een onbekende via Facebook. ‘Het is in Suriname al mis gegaan voor minder.’ Leden van mijn atletiekvereniging grapten over een drive-by shooting. ‘De mensen zijn niet blij met wat je hebt geschreven’, zei een minister. Ook mijn vriend kreeg het te verduren. ‘Straks ga je asiel moeten zoeken’, zei een collega tegen hem.

En mijn vriend zelf droomde dat er een bom onder mijn auto lag.

Die berichten gaan – willen of niet – een eigen leven leiden in mijn hoofd. Ze vreten aan mijn durf en energie. Niet omdat wat ik heb geschreven niet waar is. Maar omdat het gevoelige informatie is die machtige mensen niet openbaar willen zien.

Ik wil er meteen aan toevoegen: die mensen zelf hebben mij op geen enkele manier geïntimideerd, noch gecontacteerd. Ze reageren ook niet op mijn vragen die ik ze – nog steeds – stel in het kader van mijn vervolgonderzoek. Ze hebben alleen mij en mijn onderzoek zwart gemaakt via (betaalde) advertenties in de media – niets wat ik niet had verwacht. Bij de ene collega sloeg hun strategie aan, bij de andere niet.

Het bedrijf dat besproken wordt in mijn artikel heeft geprobeerd mijn reputatie te kraken en geloofwaardigheid te ondermijnen. Wat mij betreft is dat niet gelukt, maar er zullen mensen zijn die daar anders over denken. Het zij zo. Het is niet mijn taak om het publiek te overtuigen van de feiten, ik kan ze hooguit toelichten en verspreiden.

Er zullen altijd spindocters zijn, mensen die recht praten wat krom is en daar bovendien verbazend gemakkelijk mee wegkomen. Het is een kunst op zich, en het is eentje die ik niet wens te masteren. Zo geraak je gevaarlijk snel verstrikt in een welles-nietes verhaal, en over feiten valt nu eenmaal niet te discussiëren. Die zijn er gewoon.

Het zijn diezelfde feiten die me (zullen) beschermen van juridische vervolging – of erger. Daarom vrees ik niet. Ik geloof in de persvrijheid van Suriname, in de steun en het werk van collega’s. Noem me gerust naïef, maar het is precies wat me de moed geeft om door te gaan. Suriname is een goudmijn aan verhalen, en ik ben nog lang niet uitgeput.

3 gedachtes over “In het oog van de storm

  1. Vrouw met ballen en ruggengraat. Hou je rug recht. 2024 is het jaar van openbaringen, gerechtigheid, schoonschip, dark to the light. Exposen wat het licht moet zien.

  2. Je bent moedig, zorg dat je niet alleen staat. En schrijf het betreffende artikel opnieuw eenvoudig en toegankelijk, zoals het nu geschreven is begrijpt bijna niemand het.

Geef een reactie op F. Bijster Reactie annuleren