Kolokupai

Ik sta met tranen in mijn ogen aan de kassa. Op de toonbank: een taartprikker met de letter ‘1’, snoepzakjes en ronde tafelkleedjes in verschillende kleuren. De dame achter de kassa vult een ballon met helium. Op de ballon staan dansende dieren met hoedjes en ballonnen. Het is feest want Baby is vandaag 1 jaar. Onwerkelijk.

Ik knipper met mijn ogen om de tranen te bedwingen. Het lukt nog maar net. Ik moet om mezelf lachen, maar niet te hard. Ik ben gewoon zo ontzettend blij. Baby is vandaag 365 dagen bij ons. Het zijn tranen van geluk.

Het grootste deel van het afgelopen jaar bracht ik thuis door. Mama zijn, dat is toch vooral veel in de keuken staan. Elk vrij moment dat ik heb, breng ik door op de mat. De mat bestaat uit letters van het alfabet die in elkaar passen als een puzzel in verschillende kleuren. Op de mat liggen zijn speeltjes en twee kussens, op de plek waar eigenlijk de TV zou moeten staan. Baby is er weg van. Ik nog meer. Uren liggen we op de mat. Ik kijk hoe hij fronst, kirt, klaagt, speelt en beweegt. Ik bouw torens die hij weer breekt, lees voor uit boekjes die hij niet begrijpt of bespied hoe hij minutenlang conversaties houdt met zichzelf. Bij elk onverwacht geluid – een auto over de weg, een hond die blaft – kijkt hij aandacht op.

Ik marvel.

Soms vang ik een glimp op van de man die hij zal worden. Sterke dijen om mee te sporten, een verbeten trek om zijn mond als hij iets niet kan vinden en ronde, grote ogen die altijd net dat beetje kleiner worden als hij zich concentreert. Een blik die zowel kwetsbaarheid als kracht uitstraalt en een oneindige dosis nieuwsgierigheid. Aan zijn gebrabbel te horen wordt hij een groot verteller. Zijn beentjes zijn pezig en sterk. Zijn handjes snel en gretig. Onder lange zwarte wimpers blinken zijn donkere ogen van nieuwsgierigheid. Als hij lacht, glinsteren zijn ogen.

365 dagen oud en Baby rent, bouwt torens, zegt bal, pap en papa en speelt met een bal die twee keer zo groot is als zijn eigen hoofd. Hij houdt van lachen, maar kan even goed ondeugend zijn. Om in de kast te gaan, wacht hij geduldig zijn moment af. Hij werpt zich op de grond als iets niet mag. Hij schatert het uit als ‘mmammmaaaaaa’ achter hem aan komt. Het is nauwelijks te geloven dat hij nog maar een jaar op de wereld rondloopt.

365 dagen geleden lagen we in het ziekenhuis. Uitgeput, voldaan, weg van de wereld. Tante Asje, die in hetzelfde ziekenhuis werkt, kwam ons als eerste bezoeken. Ze nam Baby in haar armen en noemde hem ‘Kolokupai’; geluksvogel. Ik vroeg haar waarom. ‘Omdat hij zo’n lieve ouders heeft.’

365 dagen later is het mij wel duidelijk. De kolokupai, dat ben ik.

Op de foto: knuffeltjes en beertjes hebben zich opgemaakt voor het feest van Baby

Plaats een reactie