Polarisatie en de rol van de media
Slechte journalistiek versterkt het wij-zij denken in de samenleving
Slechte journalistiek versterkt het wij-zij denken in de samenleving
Na mijn publicatie over de wantoestanden in de Surinaamse goudexport was ik plots zelf onderwerp van het nationaal nieuws.
Ik ben dertig jaar, eindelijk! Om de een of andere reden keek ik hier heel erg naar uit. Mijn twintiger jaren zijn voorbij. Wat ‘de schoonste tijd van mijn leven’ hoorde te zijn, was voor mij toch vooral een decennium van verwarring. Hoe meer ik mijn plaats opeiste in de ‘volwassen’ wereld, hoe moeilijker het werd. Terugblikkend op mijn twintigerjaren, vond ik het dan ook vooral vermoeiend.
In ‘een van de grootste klimaatevenementen’ ter wereld wilde ik proeven van de ‘gap’ tussen de ontwikkelde en ontwikkelingslanden: hoe uit die zich face to face? Welke gespreksonderwerpen gaan we (niet) uit de weg? Wat is de sfeer tijdens de discussies? Terug in Suriname, kom ik van een koude kermis thuis.
New York City is alles wat ze zeiden dat het zou zijn: duur, druk, snel en luid. De stad is op zowat alle vlakken het tegenovergestelde van Paramaribo. En juist omdat ik zoveel waarde hecht aan de kleinschaligheid, de rust, stilte en traagheid van Suriname, had ik niet verwacht dat ik New York City mooi zou vinden – laat staan leuk.
Soms moet je even weg gaan om te weten wat je achterlaat
‘Er is een vrouwtje daar ergens bij Parbode die een soort hobby heeft om continue kletsverhalen te schrijven’, zei de minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur gisteren over mij op een persconferentie waar ik niet aanwezig was. Mijn hoofdredacteur bij Parbode wees me vandaag op de uitspraak.
Een overzicht van mijn meest voorkomende misverstanden in het Surinaams-Nederlands
Ik moet eigenlijk een boek schrijven, maar ik zit hier achter mijn computer te dralen. Deze ochtend heb ik in de tuin gewerkt, met het voornemen om daarna écht te gaan schrijven. Maar het lukt me maar niet. En dus zit ik hier, op mijn vertrouwde plekje van het internet.
Surinamers weten wat belangrijk is
Duizenden demonstranten gingen vandaag de straat op in Paramaribo om te protesteren tegen het beleid van de regering. Dat komt er – kort samengevat – op neer dat de overheid geen geld heeft, maar het weinige dat het wel heeft niet deelt met het volk. Terwijl subsidies worden afgeschaft, bedient de regeringstop zich van extra uitgaven. De rijken worden rijker, de armen armer.
Het gaat in de berichtgeving niet om wat je schrijft, maar om wat je niet schrijft.
In de aula van de hogeschool leerde ik dat journalisten een merk moeten zijn. Maar al wat dat ons bracht is een overaanbod aan columnisten. De journalistiek moet terug naar waar het begon.
Vroeger had ik 100 procent vertrouwen in de persoon die ik voor het eerst de hand schudde. Nu staat de teller gedwongen op nul. Vertrouwen is in Suriname iets waar je voor moet werken. Op zich niet slecht, maar de balans is zoek.
Nu ik niet terug naar België kan, besef ik dat ik me nooit thuis zal voelen in Suriname.
Los van een gestructureerd en verantwoord, leef ik vooral een eenzaam leven.
Als journalist hoor ik ‘het’ te weten: de oorzaak van het gevolg, het antwoord op de lezersvraag, de reden waarom. Maar hoe meer ik lees, en hoe meer ik leer, hoe meer ik besef dat mensen die beweren het te weten, niet genoeg lezen – en nog minder leren.
Een mislukte samenwerking met The New York Times heeft geleerd dat niets voor zijn tijd komt, maar dat het soms ook tijd is om niets te doen, niets te zeggen – ofwel te zwijgen.
De wereld moet meer op het Westen lijken, vindt het Westen.
In Suriname heb ik geleerd om niet te werken voor mijn oude dag, maar om te werken voor vandaag.