Echte verandering

En dan heb ik plots een tiener in huis. Dat merk ik meteen aan de ijskast, de was, de portemonnee en de badkamer. Y, de tienjarige zoon van Quincy, is vorige week gestart in zijn nieuwe, particuliere school – na jaren van verwaarlozing op zijn oude, openbare school. Ik ben opgelucht.

De start van het openbaar onderwijs gaat weer gepaard met enorme chaos. De bond riep de ouders op om hun kinderen thuis te houden, nadat de minister hun verzoek had genegeerd om de eerste schooldag met twee dagen uit te stellen.

Nu de school dan toch echt begonnen is, blijken leerlingen, leerkrachten en klaslokalen niet op elkaar afgestemd. Op verschillende openbare scholen, waaronder de oude school van Y, zijn de klassen gesplitst en gaan kinderen om de ene dag naar school. Om 12 uur gaat de school alweer dicht vanwege de hete temperaturen.

Ondertussen zit Y in een klas met maar 11 leerlingen en heeft hij voor het eerst in zijn leven een lessenrooster. Hij gaat met een trui naar school (de airco draait) en krijgt binnenkort les op een digibord. Het zijn twee totaal verschillende werelden.

Ik ben opgelucht dat Y eindelijk de scholing krijgt die elk kind verdient. Maar ik schaam me ook voor mijn opluchting. Toen Y nog naar de openbare school ging kon ik erg boos worden over de situatie. Boosheid maakt me strijdbaar. Strijd zet me aan het schrijven. Wanneer ik de krantenkop nu lees word ik niet boos, maar moedeloos. Hoe is het toch mogelijk? denk ik. Vervolgens sla ik de krant om.

Het is niet dat Y naar de openbare school moet alleen maar zodat ik strijdbaar kan blijven. Maar het zegt wel veel over mijzelf. Ik moet voelen om te handelen. Als het me niet raakt, blijf ik aan de zijlijn staan. Commentaar leveren? Ja. Maar ook echt de handen uit de mouwen steken? Nee.

Ik lijk zowaar op een politicus. Wat confronterend allemaal.

Eerder schreef ik al over de zorgvuldige bubbel die ik voor mezelf heb opgebouwd. Ik denk dat veel migranten, wereldwijd, zich daarin kunnen terugvinden. Afgelopen week mailde ik nog met mijn tante, die Surinaamse buren heeft in Antwerpen. Ze komen niet overeen. Tante vindt dat ze steeds minder en minder aan integratie doen, en bij mooi weer op straat leven. Ik mailde terug dat ik ze begrijp, zonder ze ooit te hebben ontmoet.

Ik ben meer dan ooit verbonden met Suriname, schreef ik haar. Ik rol in het onderwijs- en gezondheidssysteem als ouder en voogd, hou een redactie draaiende als hoofdredacteur, spreek de informele taal, wordt vaak uitgenodigd in radioprogramma’s (tegenwoordig ook panelgesprekken) en heb een agenda vol verantwoordelijkheden.

En toch: terwijl ik meer integreer, kruip ik dieper in mijn schulp. We zijn verhuisd van een volkswijk naar een buitenwijk, van veel naar nauwelijks buren, van rumoer naar vogelzang. Het huis dat we hebben gebouwd is ingericht naar mijn (westerse) wensen. Het is ruim, modern en (bijna) afgewerkt. Ik heb mijn eigen bureau, grote badkamers en een op-maat-gemaakte keuken. Het enige wat ontbreekt is airco en een vaatwasmachine.

In dit nieuwe huis kan ik mij terugtrekken. Lezend in mijn zetel, een familiestuk van diezelfde tante, vergeet ik dat ik in Suriname ben. Het huishouden draai ik grotendeels alleen, en dus op mijn manier. Ook in mijn werk heb ik een leidinggevende functie, wat betekent dat ik dingen naar mijn hand kan zetten. In de opvoeding is er veel wrijving met Quincy, maar ook dat komt omdat ik westers ben, en dus andere ideeën heb. Soms draait dat goed uit, en soms ook helemaal niet.

In mijn bubbel, die bestaat uit mijn boeken, mijn kleding, mijn interieur, mijn bureau, mijn motivatie, mijn ideeën en overtuiging, is het comfortabel. Het is verleidelijk en gemakkelijk om me er in terug te trekken. Het vraagt geen extra energie.

Dat allemaal – hetzij iets korter – mailde ik naar mijn tante. Ik ben nog in afwachting van haar antwoord. Het punt dat ik alvast wil maken, is dat we allemaal op zoek zijn naar comfort. We blijven erin hangen als we het (denken te) hebben gevonden: zij het nu in ons thuisland of op straat. Maar comfort komt met een prijs.

Echte verandering, daar is frictie voor nodig. De bubbel moet af en toe eens barsten om boven jezelf te kunnen stijgen. Y ervaart dat nu aan eerste hand. Ik ben benieuwd wat hij ervan maakt.

Geef een reactie