We zijn ondertussen al twee maanden in België. Elke dag sta ik op met dezelfde, eerste gedachte: misschien vandaag, misschien ook niet. Steeds wachtende op de juiste papieren om terug het vliegtuig te mogen instappen, richting Suriname. Het is frustrerend en vervelend, want het westerse leven heeft me snel weer in zijn greep.
Toen ik op een zonnige dag mijn plantjes water stond te geven, werd ik daarbij omringd door twee springende buurjongens en een ietwat-timider buurmeisje. Met grote ogen keken ze toe hoe ik mijn nieuwe, voor mijn verjaardag gekregen gieter vulde met koud water. Toen ik rustig mijn plantjes de verfrissing gaf waar ze kreunend onder de zon naar verlangden, voelden ik hun altijd-lachende ogen op mijn rug priemen. Tot de oudste dicht bij me kwam staan en nieuwsgierig naar me opkeek. ‘Waarom woon je niet in jouw land?’
Wat volgde was een aanééngeregen gebrabbel als antwoord, die de gezichten van mijn twee buurjongens (en meisje) verstomd deden staan. Met gefronste wenkbrauwen en twee vraagtekens in hun ogen keken ze toe hoe hun buurvrouw met de – nu lege – gieter in haar hand probeerde uit te leggen dat het leven niet altijd beter is omdat er meer geld is, dat je niet verplicht bent te sterven op de plaats waar je geboren bent en dat je je op een andere plaats soms meer jezelf kan voelen dan in je eigen geboorteland. Waarschijnlijk ging ik te psychologisch, gebruikte ik te moeilijke woorden, of misschien dachten ze gewoon dat ik gek was.
Alleszins, mijn uitleg werd al snel vergeten toen ‘Meneer Pad’ besliste zijn kans te grijpen, en hij met snelle sprongen uit zijn veilige haven (mij bloembak) in de goot verdween. Na opgewonden geschreeuw van de jongens, lieten ze teleurgesteld hun hoofden zakken (al dagenlang wachtten ze op de kans om ‘Meneer Pad’ in hun zelfgemaakt ‘zoo’ op te sluiten). Ik keek ze na hoe ze druk overleggend terug naar hun huis liepen, de lege gieter nog steeds in mijn handen. Toen het meisje zich nog even omdraaide om naar me te zwaaien, bedacht ik dat het misschien maar goed was dat ‘Meneer Pad’ de aandacht had opgeëist. Want hoe leg je aan kinderen uit dat ‘het fantastische Europa’ niet mijn beloofde land is?
Het is verraderlijk aantrekkelijk, die westerse wereld. Het zuigt je mee in de opwinding van de koopjes en de socialiteit van de massa. Het wekt de illusie dat we er niet alleen voor staan, en dat is misschien nog wel het verleidelijkste van allemaal.
Tijdens mijn wereldreis, ondertussen al twee jaar geleden, heb ik me talloze keren ongemakkelijk gevoeld. Op alle werelddelen van de aarde en tot op het diepst van mijn botten. Soms was het ‘maar’ miscommunicatie, soms omdat ik van een trapje viel op een druk stadsplein. Maar het is de verwondering, die het ongemak voor gaat en de miscommunicatie na komt, die me houdt in het land dat niet van mij is. In Suriname, waar ik geen geschiedenis mee deel en waar ik mijn weg niet ken.

Terug in België, is het alsof ik nooit ben weg geweest. Ik fiets de straten waarop ik al mijn hele leven fiets. Ik loop de paden die ik al mijn hele leven beloop. Ik rij met de auto aan 120 km/uur over de verlichte snelwegen alsof ik nooit iets anders in mijn leven heb gedaan. Ik spring op en van treinen alsof ik het nog mijn hele leven zal doen.
En hoe meer ik die handelingen herhaal, hoe vreemder de gedachte wordt aan mijn eigen huis. Met mijn eigen was, mijn eigen plas. Met mijn verantwoordelijkheden als collega en werknemer, als journalist en lief, als schoonzus, als vriendin, als eenzaat. Daar, aan de overkant van de oceaan.
Alles wat ik daar heb opgebouwd, bestaat hier niet, alleen in mijn hoofd. Alles waarvoor ik daar gezweet en gezwoegd heb, lijkt hier een verre droom.
Alsof ik nooit zelfstandig ben geweest.
Alsof ik een boek lees en het na enkele hoofdstukken open op mijn nachtkastje laat liggen, met de rug naar boven. Wachtende op het moment dat ik het weer zal oppakken, verder zal bladeren. Ik kan hier niets opbouwen, want ik ga weg. En ik kan daar niets ondernemen, want ik ben hier. Een verhaal op pauze.
Maar eentje die veel liefde kent. Het is een hoofdstuk apart, en niemand weet wanneer het eindigt.
Misschien morgen.






Familie en vrienden zijn en blijven de voornaamste redenen waarom ik België al eens durf te missen. Maar het is ook de reden waarom ik Suriname zal missen. Naast het feit dat ik Suriname zal missen omdat ik ontspannen en blootsvoets de auto rij, overal met teenslippers ga, dat ik bepaalde dingen van dit land weet die ik niet eens in België weet – bv welke boter het lekkerste is op de boterham en welke de lekkerste in de pan.
Geen buurtbus waar ik ondertussen iedereen ken – en weet wonen. Geen gekke buschauffeur die je leven waagt op de al even chaotische wegen. Geen verkeer waar niet de verkeersborden, maar de wet van de sterkste dicteert. Geen vrolijke felgekleurde daken en geen enkel huis is hetzelfde. Geen dichtbebouwde wegen en verbondenheid op straat wegens tekort aan fiets- en wandelpaden. Geen fysiek verstikkend gevoel in het altijd open ademende Suriname. Geen (dode) slangen die me verassen op weg naar de bus. Geen felblauwe, open hemel meer en geen zon die het leven opfleurt op de dagen waarop ik het allemaal even niet voel. Suriname kent meer creativiteit omdat er minder voor handen is.
Maar naast dat wat Suriname mooi en verleidelijk maakt, is het land niets zonder de mensen erin. Ok, toegegeven, ik heb geen tien vrienden in Suriname, maar ik heb er wel een grote, mooie familie bij gekregen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik vroeger altijd klaagde bij mijn moeder. Waarom had ik twee broers gekregen? Ik wilde ook een zus, het liefst van al een tweelingszus. Niets aan te veranderen, zei de moeder, je hebt twee broers en daarmee moet je het doen. Nu ben ik heel dankbaar voor deze – ondertussen – mannen in mijn leven. En ik heb geen reden tot klagen meer. Want nu heb ik er zomaar even vier mooie schoonzussen, een schoonnichtje (zeg je dat zo?), een schoonbroer en twee lieve schoonouders bij. Zij zijn me dierbaar geworden.











Mijn familie is weer een hart rijker, met de geboorte van mijn kleine neefje. Ik wens hem en zijn ouders heel veel liefde, gezondheid en vreugde. Aan de ene kant veel geluk, aan de andere kant heb ik ook al veel familieverdriet moeten verwerken. Mijn nonkel is niet meer, maar is en blijft heel aanwezig in hart en hoofd. Het was een heel emotionele en zware periode om zo ver van mijn familie te zitten terwijl ik niets anders wou dan de handen van mijn nichtjes vasthouden. Het is en blijft een gek gegeven dat ik mijn nonkel nooit meer zal zien, maar ik hou zijn herinnering levend aan de hand van foto’s en herinneringen die hier in ons huis aanwezig zijn. Toujours en route…
Ik voel me meer verbonden met mijn ouders dan ooit tevoren. Vooral met mijn vader heb ik een band weten scheppen die ik voordien niet voor mogelijk hield, maar waar ik wel heel dankbaar voor ben. We zijn verbonden ook al zijn we niet bij elkaar, en dat voelt heel sterk aan en is vaak ook een hele oprikker voor mij (geweest). Ook merk ik dat ik soms wel heel erg op mijn moeder lijk, alles heeft zijn plaatsje in het huis en als jij het niet doet, dan doe ik het wel. Ook als ik een dagje weg ga, moet alles tot in de puntjes voorbereid zijn, met lekkere salades, fris drinken en zorgen dat niemand iets tekort komt. Die lieve moeder van me toch, ze heeft me goed geleerd.
Na een paar (slappe) Parbo biertjes kun je me tegenwoordig al terugvinden in de wolken. (Is het de zon? Of het feit dat ik weinig tot nooit meer drink?)
Ik heb meer zelfperspectief en geduld gekregen. Moet wel, wanneer je vriend soms zomaar durft te zeggen dat je dramatisch doet of dat je vervelend bent. Ah, de liefde kan toch soms zo mooi zijn! Maar ook het nieuw leven opbouwen en de groene omgeving waarin ik dat doe, doet me heel hard beseffen wie ik ben, wat ik kan en ik word beter in het respecteren van mijn grenzen. Soms is dat wel met het gevolg dat ik wat brutaler kan worden, oftewel in de lokale woordenschat: vrijpostig.
Ik heb nu twee handtekeningen waarmee ik door het leven ga, en ik ben niet zeker welke ik het liefste zie. Ik vind de combinatie namelijk helemaal perfect!
Mijn eerste artikel in het maandelijks magazine van Suriname (Parbode) is een feit. Ok toegegeven, het is een zacht onderwerp maar om even gewend te worden met het magazine start ik rustig aan… Ondertussen heb ik al veel meer artikelen geschreven, maar aangezien het magazine enkele maanden op voorhand werkt moet ikzelf ook nog even geduld hebben voor het gepubliceerd wordt. Ik ben er wel achter gekomen dat schrijven voor het magazine helemaal mijn ding is. Ik kan er niet precies de vinger op leggen waarom, maar ik voel me heel vrij en op mijn plaats in de schrijfstijl van het magazine. Ook krijg ik hier de mogelijkheid om opiniestukken te schrijven, en geven ze me de ruimte om te experimenteren en te proberen. Ik kan er helemaal mijn persoonlijke schrijfstijl in leggen, en het wordt daarbij nog eens goed ontvangen door de redactie.
Ik leefzonder tv en zonder smartphone. Ik merk op hoeveel ik voor me kijk, terwijl anderen naar beneden kijken. Tijdens het wachten op de bus kan het soms wel heel vervelend zijn, want het is altijd wachten tot de bus vol is (en dat kan al eens veertig minuten duren) maar toch laat ik mijn telefoon nog niet zo snel herstellen. De aloude Snake op mijn nog oudere Nokia gaat na al die maanden wel wat vervelen, maar toch. Ik voel me meer vrij en rustiger. En wanneer ik dan eindelijk achter Facebook op de computer kruip, heb ik ook werkelijk iets te zien.
Ik loop een aflevering achter op mijn favoriete serie Game of Thrones, wat voor mij aantoont dat ik helemaal geen scherm nodig heb! Al moet ik wel stiekem toegeven dat ik sta te popelen om deze schade in te halen, maar het is niet zo dat ik niet kan gaan slapen zonder te kijken, iets wat ik in het verleden wel heel veel last van had met tien verschillende series tegelijkertijd! Ik slaap wel veel beter nudat ik zo weinig voor het beeldscherm hang.
De buurt zegt eindelijk goedemorgen tegen mij, ja, dat heeft zes maanden geduurd. Maar ondertussen komt de buurvrouw mijn advies vragen over aardappelen in de oven, heb ik een goede speelse band met mijn buurjongens en -meisje en doen de mannen niet al te lastig meer. Soms. Aangezien ik al enkele maanden elke dag op dezelfde ‘buurtbus’ zit, voel ik me niet alleen meer deel van de buurt, maar ook meer geaccepteerd. En dat is echt een groot onderdeel van het feit dat ik me zo thuis begin te voelen!
Luxe krijgt een heel andere invulling als je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken! Het regenseizoen is nu bijna voorbij, maar wonend in een zandweg en in een land dat wereldwijd een van de dichtste bij de zeespiegel ligt, kan het al eens gebeuren dat je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken. Ook in de avond is er weinig tot geen verlichting, en is mijn zaklamp nodig om naar huis te wandelen/fietsen. Doet me altijd heel erg aan het scoutskamp denken! Wanneer ik dan droge kleren kan aantrekken, voel ik toch alle luxe die een mens nodig heeft!






t ik niet moet aftellen, rekening houden, uitkijken of tegen een volgend vertrek moet opzien. Eén maand in Suriname en ik moet nergens heen, want ik ben al thuis.
doet het me goed dat ik hier kan doen waarvan ik hou: schrijven. En niet alleen in mijn dagboek of op het internet, maar voor een kwaliteitsvolle krant! Ik wil het dan ook niet over koetjes en kalfjes hebben in mijn artikels, maar sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen aan het licht brengen. Er valt in Suriname nog zoveel te ontdekken, zowel voor mij als voor de Surinamer zelf.
De economische crisis komt ook bij ons thuis hard aan. Eén euro is momenteel bijna acht keer meer waard dan de Surinaamse Dollar. En aangezien ik hier niet ben om mijn gespaarde euro’s te gebruiken, voel ik zelf hoe hard Surinamers het hebben met het loon dat ze krijgen. Dat is klein als je kijkt naar de levensduurte en prijzen in de winkels. Quin werkt in de scheepvaart. Vorige week heeft hij vier dagen niet moeten werken, omdat er gewoon geen schepen waren die in of uit het land varen. Dit zegt iets over de status van het land, dat niet genoeg produceert om te verkopen en geen geld heeft om te importeren. Gelukkig heeft hij zijn tweede job als buschauffeur zodat we ons momenteel geen al te grote zorgen moeten maken.
Maar ze leven in de illusie dat in Europa iedereen voor elkaar zorgt. En als ze in het begin geen werk vinden, ze wel een uitkering zullen krijgen, en die uitkering is vaak veel meer dan wat ze in Suriname kennen. Maar ze vergeten dat in Europa een heel egoïstische mentaliteit leeft, en dat je niet zomaar even alles in je schoot geworpen krijgt, maar dat je er hard voor moet werken, zeker met de achterstand aan kennis die je automatisch hebt wanneer je een nieuw land binnenstapt, want je weet gewoon niet hoe het werkt, en dat valt je niet kwalijk te nemen, maar in Europa doen ze dat wel. Nu, mijn moeder denkt dat mensen hun leven alleen maar moeilijker maken als ze verhuizen of immigreren, en dat ze meer kans hebben op een gelukkig bestaan als ze blijven waar ze geboren zijn, zonder daarbij enige vorm van racisme te hebben, want mijn moeder wilt alleen maar het beste voor de mensen. Ik vind het een mooie theorie, die best wel eens zou kunnen werken. Maar ik denk net het tegenovergestelde.
Wel, het is moeilijk, daar heeft mijn moeder alvast gelijk in. Het is alles in één, nieuwe structuren van maatschappij moet je leren, er zijn andere gedragingen die je wel en niet kan doen, er is een andere taal die je moet spreken. Want er mag hier dan wel dezelfde taal worden gesproken, er worden andere woorden gebruikt en je moet weten wat wel en niet te zeggen om geen verkeerde indruk op te wekken. Alle comfort die je je hele leven lang kende, valt onder je voeten weg en je weet niet meer waar je op kan staan. Normen en waarden zijn anders, maar je kan er zo precies niet de vinger op leggen hoe anders die dan zijn. (Voor alle duidelijkheid: dit is niet Quin op de foto)
Dat ik erin geloof, wil daarmee nog niet zeggen dat het gemakkelijk is, of mogelijk. Ik ben het levende bewijs van een immigrant die ‘vlucht’ van het zogezegde ‘beloofde land’. Ik geloof niet in één beloofde land, ik geloof in je eigen kunnen om een land te accepteren hoe het is, en op je eigen manier te veranderen zodat je je comfortabel voelt in het land dat je niet kent, zonder daarbij politieke ambities te hebben of maatschappelijke problemen te verhelpen. Dat veranderen gaat niet zonder slag of stoot, want je moet jezelf veranderen, je moet je aanpassen naar die omgeving die je hebt ‘gekozen’. En daar komt dan het dierlijk instinct dat diep in jou wakker wordt en kom je erachter dat je misschien helemaal niet wilt veranderen, want je hebt hard gewerkt voor de persoon die je tot op vandaag bent geworden. (Nog eens voor de duidelijkheid: dit is wél Quin op de foto)


Dat alles leidt tot goede gesprekken, en ik mag van geluk spreken dat hij goed luistert, begrip heeft en wel degelijk iets doet als ik het hem, ook al moet ik het veel vragen, blijf vragen. Ik heb geen omgeving waar ik even kan uitblazen en kan zagen tegen de Westerse mensen over de verschillen tussen onze culturen, die van de Surinaamse cultuur en die van het Westen. Ik heb geen vriendinnen die tegen mij zeggen dat we ‘nu’ weg gaan en dat ik mij maar even moet haasten. Nee, als de motor van de auto al draait en ik laat ben voor mijn afspraak, begint mijn vriend plots te dweilen. Mag ik dan zagen? Want hij dweilt toch maar. En hij kookt, en hij helpt en hij doet het wel allemaal, maar alles op zijn eigen tempo. Zodoende doe ik hier even mijn beklag over de Surinaamse cultuur, want tegen hem zagen geeft niet de voldoening waar ik op hoop.
Oker, klaroen, tajerblad, guave, papaya, manja, kousenband, awara’s, mopé, en ga zo maar even door. Of ik leer nieuwe benamingen voor dezelfde groente, zoals aubergine die hier boulanger heet (op zijn Frans uitgesproken). Zo leer ik ook koken met andere kruiden, zoals dijera en massala, om er zo maar even twee te noemen. En een maaltijd is niet af zonder een pepertje en enkele maggi-blokjes (kippenbouillon). Je mag ook niet ruiken aan de kookpotten, iets wat ik thuis vaak deed. Of kip moet je kluiven, iets wat ik thuis nooit deed. Mijn vriend is gek van kluiven: kraakbeen, pezen, botten, het gaat allemaal naar binnen. En daar zit ik dan, verlangend naar mijn kipfilet. Wat we elke dag zullen eten en hoe het moet klaargemaakt worden is dus een groot vraagstuk voor mij, en één van de grootste uitdagingen tot nog toe.

Maar hij vertrekt alleen als die vol zit, dus is het wachten op genoeg passagiers voor deze vertrekt. ‘Even’ naar de stad is dus niet zomaar ‘even’, maar neemt al snel twee uur in beslag, en dan ben je er nog maar en moet je nog terug. Het is dus nog even zoeken. Ik leer autorijden, maar aangezien er geen wegmarkeringen zijn, is het eerst de taak om de wegen te leren. Dus heb ik een wegenkaart gekocht die ik nu aandachtig aan het bestuderen ben, maar ondertussen zijn er wel interviews die gedaan moeten worden en inkopen die gekocht moeten worden.
onder de palmbomen in de warme avondlucht. Het is fantastisch om bij hem te zijn, en zelf het feit dat we kunnen discussiëren tegen elkaar vind ik een luxe, want we zijn tenminste bij elkaar. Het is een opeenschakeling van uitdagingen en avontuur, met veel liefde en passie in het spel. Dit is de plek waar ik wil zijn.


