Het stelt me gerust, het feit dat jij kan lezen dat ik besta

Deze week was ik op de boekenbeurs in Antwerpen. Geen paniek, ik ga niet schrijven over de auteurs die hun kookboeken lieten signeren, of welke boeken u zeker moet kopen als u gek genoeg bent de beurs een moment van uw kostbare tijd te gunnen. Ik bekommer me niet over de nieuw, snel reizende auteurs en flashy boekenrekken. Ik heb amper een blik geworpen op de veel te drukke boekenrekken, en de spreektijd die de auteurs kregen werd meer dan eens misbruikt met schaamteloze zelfpromotie.

In tegenstelling tot mijn herinneringen uit mijn jeugd, was de boekenbeurs simpelweg een levensechte tentoonstelling van covers. Gepakt en op elkaar gedrukt in een strak modern interieur dat weinig ruimte laat voor creativiteit. Het ene boek sprong niet uit het andere, want ze werden allemaal op een hoop gegooid. Ik kan alleen maar hopen dat mijn naam daar nooit tussenligt. Natuurlijk werd er ook aan jou, de bezoeker, gedacht. Je kreeg toch zeker enkele centimeters om je in de gangen van het boekendoolhof te wanen. Eerlijk?

Liever ga ik op een rustige dag naar De Slegte. En koop ik dat ene beloofde boek waarvan ik de naam niet weet (want ik volg geen trends). Maar als ik het toch doe, is dat tegen een goedkopere prijs. Versta me niet verkeerd: het is niet dat boeken geen geld waard zijn. Het is alleen dat de goede boeken op de achtergrond verdwijnen op een event zoals de boekenbeurs, en pas op de achtergrond, zoals tijdens een bezoek aan De Slegte, weer tot zijn oorspronkelijke recht komen. Want kookboeken lijken de dag vandaag nu eenmaal meer waard dan een sterke roman.

Het lijkt wel alsof iedereen kan schrijven. Maar dat is een leugen

Liever dan dat nog, ga ik op internet tweedehandsboeken kopen voor twee of drie euro (zie awesomebooks.com). Daar heb ik nu eenmaal meer aan, en mijn portefeuille ook.

Een goed boek is voor mij pas een goed boek als het verscheurde pagina’s heeft, waarvan een paginanummer nog moeilijk te lezen is door de besmeurde koffievlek. Afzien moet een goed boek doen. En de tands des tijds overleven. Het moet ruiken naar zwetende handen en versgemaaid graan, naar zeezout en rot vlees. Geen witte pagina’s, maar liefst van al zie ik ze geel gebleekt door het felle zonlicht, gescheurd door een dikke sneeuwvlok. De rug van een goed boek is te herkennen aan harde plooilijnen, alsof de vorige eigenaar ze met opzet voor jouw gemak heeft voorgeplooid.

Maar niets daarvan op de boekenbeurs, waar boeken niet tot leven mogen komen, maar gedoemd worden in de stilheid van hun bestaan. Op het rek tentoongesteld, alsof ze iets te bewijzen hebben. De boekenbeurs heeft zijn beste jaren gekend en stelt nu niet meer voor dan de realistische weergave van het overaanbod slechte boeken, met de uitzonderlijke krachtige klassieker ertussen. Als je het mij vraagt.

De boekenbeurs van Antwerpen heeft zijn beste jaren gehad

En zo bevind ik me enkele uren later in De Markten in Brussel. In één van die hippe plaatsen waar je alleen met bankcontact kunt betalen. Alleen dan weet je dat je goed zit. Met een Duvel naast mijn laptop, het bier dat tegen mijn verwachtingen in – en uit het niets – is gebombardeerd tot mijn lievelings bier (als ik Belgisch bier in Suriname, vaak ongevraagd, vertegenwoordig, komt de Duvel als uit een doosje naar boven, alsof er geen andere Belgische bieren bestaan). Maar genoeg uitgewijd: ik kom van de boekenbeurs in Antwerpen.

Ik was daar niet om een boek te kopen, want zonder een euro op zak was ik snel uitgekeken, maar voor een schrijfworkshop ‘De juiste taal voor jouw blog’ van Creatief Schrijven. Met gemengde gevoelens aan de workshop begonnen, maar achteraf geen foute beslissing om hieraan deel te nemen. Want dan zou ik nu niet aan het denken zijn wat ik denk. Ik heb best wat opgestoken. Met name hoe ik een groter bereik voor mijn blog kan bekomen, één van mijn persoonlijke hoofdzorgen die ik zonder schroom heb laten doorschijnen.

Maar ik besluit hierbij bewust om de tips voor een groter bereik naast me neer te leggen. Wil ik meer mensen bereiken met mijn teksten? Ja. Maar heb ik het er voor over om daarbij rubrieken in mijn blog op te stellen, mensen te interviewen en ontbelbare lijstjes op te stellen, allemaal en alleen maar zodat meer mensen mijn teksten zullen lezen? Nee. De prijs die ik moet betalen voor een hogere populariteit ligt me te hoog. Want het gaat ten koste van mijn eigenzinnigheid.

Ik heb mijn stijl. En ik ga daar koppig aan vasthouden, ondanks alle tips en trics voor een groter bereik. Ik ga me oprecht niet bezighouden met het creeëren van meerdere ‘poortjes’ naar mijn site. Ik ga mijn energie niet steken in het bedenken van tien survivaltips in Suriname, of hoe je het best een interculturele relatie in stand houdt.

Want weet ik veel,
ik doe ook maar wat.

Zo ook hier. Ik schrijf hier ook maar wat. Niet voor jou. Maar voor mezelf, hoe gek dat ook mag klinken. Het is een goed gevoel wetende dat mijn hart hier te lezen valt, voor jouw ogen en oren. Voor jouw hersenen om te onthouden, en te vergeten. Het stelt me gerust, het feit dat jij kan lezen dat ik besta. En kom je niet achter mijn bestaan omdat ik verstopt zit onder zoveel anderen? Wel, zo is het leven toch ook? Ik ga op in de massa van Brussel en Gent, Paramaribo en Bali, dus waarom niet in de massa van het internet?

Het is geruststellend om te beseffen dat mijn persoonlijke geheimen verscholen liggen onder een grotere interesse voor de geel flashy regenjassen, hip in dit seizoen (als ik me niet vergis). Want zo is het in werkelijkheid ook. Mijn aanwezigheid in De Markten van Brussel is morgen vergeten. En dat is een geruststelling. Zo verwacht ik het ook.

Wil ik met mijn blog een level hoger? Ja, ik wil dat meer mensen mijn teksten lezen. Maar niet als dat betekent dat ik anders moet gaan schrijven. Dit is oprecht, dit komt uit mijn hart. Een blog heeft geen regels, en dat is de reden waarom ik van bloggen hou. Ik zie dan ook geen reden waarom ik de regels plots zou gaan volgen? Het maakt me dan niet anders dan de rest. En ik hou van anders, ik hou van tegendraads.

Een vriendin zei me dit jaar nog dat niemand mijn teksten leest, omdat je als lezer merkt dat ik schrijf voor mezelf. Mensen die me dus niet kennen, zijn ook niet geïnteresseerd in die ene meid die daar aan de andere kant van de oceaan is gaan wonen. Waarom zouden ze. Dat was volgens haar, en ik volg haar wel in die redenering, de reden waarom niemand anders dan mijn mama en beste vriend mijn teksten lezen.

Meer dan ooit, sta ik achter eerlijkheid. Zal ik nog paniekaanvallen krijgen omdat niemand mijn blog leest? Ongetwijfeld. Zal ik de handdoek in de ring gooien en opgeven omdat niemand leest? Nooit. Want zoals gezegd: ik schrijf in de eerste plaats voor mezelf. En ik ben anders, ik ben tegendraads. Dus geen regels, geen templates, geen interviews. Dat doe ik al genoeg voor mijn werk als freelance journalist. Deze blog is geen werk voor mij, en dat mag het ook nooit worden. Dit is vrij zijn.

De workshop vandaag heeft me dus wel wat bijgeleerd, al is het dan misschien niet wat begeleidster Barbara De Munnynck verwachtte. Maar ik ben er vrij zeker van dat ze er niet teveel om maalt. Tenslotte houden we allemaal van het bloggen omdat we scheijven naar onze eigen regels.

Geld bracht ons onder 1 dak

Er waren verschillende reden die samen de oorzaak vormden waardoor Quin en ik meteen zijn gaan samenwonen. Maar de belangrijkste waren de financiën. Want ja, ja, Suriname allemaal wel goedkoop en gemakkelijk, dat is als je euro’s verdient. Met een  maandloon dat je in België gemakkelijk in een week verdient, spreek je al snel andere taal. Omrekenen is hier dan ook iets wat ik niet doe. Veel Surinamers die ik leer kennen vragen zich af waarom ik niet terug ga. Want in Suriname is het toch moeilijk leven en verdien je toch niets?

Mijn antwoord is voor iedereen hetzelfde: je hebt gelijk, maar geld mag mijn geluk niet domineren. Ik vertik het om geld de belangrijkste rol in mijn leven te laten spelen.

Mooi gezegd Zoë, maar ernaar toeleven is een andere uitdaging natuurlijk. Want ik kan het wel zo koppig stellen; ik weet ook dat als puntje bij paaltje komt geld alles dicteert. In België of Peru of Senegal of Canada of Nieuw-Zeeland of Korea of de USA. Overal ter wereld. En dat stoort me. Daarom mag het mijn emoties niet domineren. Niet mijn liefde voor iemand, of mijn jaloezie voor een ander. Niet mijn haat voor iets of mijn verlangen naar iets anders. Daar werk ik aan. Toegegeven, ik ben al eens gefrustreerd of paniekerig wanneer ik mijn laatste SRD’s bijeen moet schrapen voor de huur en daarbij niets anders kan doen. Maar het mag niet bepalen waar ik wil zijn. Geld bepaalt al genoeg miserie. Het mag niet bepalen waar ik wil leven. Een uitdaging waar ik nog steeds aan werk.

Suriname stelt mij in staat om afstand te nemen van materialisme, het feit dat ik al maanden zonder smartphone en televisie leef, maar ook zonder enkele andere luxespullen (zoals een waterkoker), bewijst dat ik het kan. Ook hier speelt geld de grootste rol, op dezelfde manier als het dat in België doet, uitgedrukt in glanzende auto’s, mooie kleren en hippe telefoons. Maar ik dwaal af.

Mijn punt dat ik wil maken is het volgende: ik ben koppig aan het stellen dat geld mijn leven niet mag domineren. Maar alleen door geld kom ik hier te wonen in hetzelfde huis als Quin. Dat is: financieel is het gewoon makkelijk om samen te wonen. Ik had hier geen plaats voor mezelf alleen en hij ook nog niet. We zagen geen enkele reden om elk te gaan betalen voor onze eigen plaats, als we toch alleen maar bij elkaar wouden zijn.

Geld bracht ons samen onder 1 dak. En terugkijkend op de eerste maanden (ja, ik weet het, het zijn nog maar maanden maar een mens moet ergens beginnen toch) heb ik daar helemaal geen spijt van. In tegendeel, het brengt heel wat voordelen met zich mee.

Ik leer geen ‘andere kant’ van Quincy kennen, want ik kende hem nog niet goed voor we gingen samen wonen (dat is als je drie intense droomweken, 6+ lange-afstand maanden, 1 slecht week en nog eens 4 lange-afstand maanden niet meerekent). Maar hij stelt me niet zoveel teleur, omdat ik geen verwachtingen had – buiten dan degene die je in je hoofd steekt ‘als je gaat samenwonen’. Die verwachtingen heb ik met harde lessen snel afgeleerd, aangezien cultuur hierin voor veel verschillen zorgde, naast de algemeen man-vrouw miscommunicatie.

We kwamen en komen elkaar tegemoet in het leerproces waarbij we op de eerste plaats elkaar leren kennen. Ondertussen namen we de gemeenschappelijke omgeving er maar bij. Pas later, wanneer de eerste kennismaking met ons nieuwe leven was gemaakt, lukte het om van dit kleine huisje een thuisje te maken. We speelden en spelen snel in op elkaar, omdat we ons in de eerste plaats aanpasten aan de ander, en niet aan de nieuwe situatie waarin we ons bevonden. Met als gevolg dat we nu wel kunnen zeggen dat we elkaar graag zien, in alle comfortabele en ongemakkelijke situaties die het samenwonen met zich mee kan brengen.

Je kiest niet voor wie je valt, maar je kiest bij wie je blijft plakken. Dat maakt van liefde een bewuste keuze. Ja, ik heb hier al met mijn valies aan de deur gestaan, maar ik heb bewust die deur niet opengedaan. Ja, ik heb hier al dingen niet kunnen doen omdat ik het geld niet heb, maar ook dat is een bewuste keuze. We hebben elkaar snel, intens en startend met een schone lei leren kennen. Nu is die lei beklad en beschreven, doorstreept en herhaald, maar er is nog plaats genoeg voor een toekomst, onder ditzelfde dak.

En ik ben gelukkig hier, ook sta ik niet elke dag te springen om naar het werk te gaan, kan ik af en toe wel een goed gesprek met een vriend gebruiken, wordt ik nog te vaak lastiggevallen op straat en schreeuwt onze buurvrouw nog veel te veel op kleine Allesandro. Ik ben gelukkig hier. Geld heeft ons hier dan wel samengebracht, het is de liefde die ons samen houdt.

Ik wil niet zijn zoals alle anderen

Enkele dagen geleden scrolde ik door mijn Facebooktijdlijn, uit verveling. Ik wou zien hoe mijn leven eruit ziet voor dat van een ander. Want ik wil niet zijn zoals alle anderen. Ik heb het nooit willen zijn en verwacht niet dat dit in de toekomst ooit verandert. Maar toen ik scrolde, kon ik de waarheid ook niet ontkennen. Mijn leven ziet er net hetzelfde uit als… dat van alle andere. Gefrustreert scrolde ik verder, niet oplettend. Tot enkele woorden me deden pauzeren. Woorden van een man die niet meer is. Woorden van een man die niet meer zijn.

22219424_1664049480312987_980818549_o
Cake op het werk voor mijn verjaardag

‘Niet vergeten Zoe, de zingever ben je steeds zelf…’ was zijn comment op een blogpost van me, waarin ik duidelijk gefrustreert was over de verwachtingen die het leven ongevraagd met zich meebrengt, of het tekort daaraan. Op 27 mei, om 18u18, heb ik daar weinig aandacht aan besteed. Ik ‘like’te en scrolde verder, die oom toch, altijd aan het fylosoferen.

 

Nu is die oom niet meer, maar zijn woorden blijven bestaan. En zijn advies blijft in mijn hoofd hangen, alsof hij de woorden zegt terwijl hij achter me staat. Ik frons mijn wenkbrauwen en geraak niet verlost van dit vervelende vraagstuk. Het draait altijd om hetzelfde, of het nu gaat over een historisch drama, een fyctieve toekomst of een uitgevonden romantisch zon-zee-strand-verhaal. Overal, zowel in film en boek, wordt deze vraag gestelt, soms letterlijk en soms figuurlijk. ‘Misschien zijn we hier voor een reden’, ‘maybe this all has a reason’. Je doel definieren en het behalen ervan. We zuigen een reden uit onze duim en werken ernaar toe alsof we zijn uitverkozen voor het ontwikkelen van dit levenswerk. We praten onszelf goed met die woorden omdat het zoeken naar een antwoord alleen maar meer hoofdpijn en vraagtekens oplevert. Tot de vraag weer komt oppoppen: ‘Is dit het?’

benn
Nonkel Benn (RIP)

Onze lijst van dingen die het niet moeten zijn, is lang. Onze lijst van dingen die het zouden moeten zijn, is langer. Dat wat je nu hebt, dat wat je nu doet, is het. Maar we zijn niet snel tevreden gesteld met dit antwoord. Het was genoeg. Ooit, op een dag, toen er nog niet zoveel kennis was maar al het noodzakelijke al geweten was. Toen slapen, eten, drinken en seks nog genoeg was. Toen er nog maar 1 doel bestond. Overleven. Kinderen achterlaten voor wanneer we zelf niet meer verder konden. Maar vandaag is het is niet meer genoeg. We willen meer.

We kijken naar romantische verhalen waarin liefde de grenzen van de natuur overschrijdt, we luisteren naar muziek die ons doet geloven in het bovennatuurlijke, we zitten met ons hoofd in de wolken wanneer we lezen over een twintiger die miljoenen per week casht. We krijgen de illusie dat we iets meer met ons leven moeten doen. Of het antwoord nu liefde, macht, geld of materie mag zijn, beslist iedereen voor zichzelf. Maar ook ik, de president, de rijke olie-sjeikh, de man die in de wildernis woont, de vrouw in  oorlogsgebied of de oma in het rusthuis. De basis van ons bestaan blijft voor iedereen dezelfde, welke titel je ook op jezelf plakt, of op jou geplakt krijgt. Maar dat alleen is niet genoeg.

Mijn oom geloofde dat liefde alles kon overwinnen.’Toen dat niet zo bleek, kwetste je dat enorm. Ben je dat ooit wel teboven gekomen?’ Was de vraag die mijn vader hem stelde op de begrafenis van zijn broer. Ik heb duidelijk besloten dat liefde de zingeving van mijn leven is. Dat bewijst mijn aanwezigheid hier in Suriname. Maar de woorden van mijn nonkel zetten me ook aan het denken.

22217714_1616791355047019_1319039600_o
Ik en mijn schoonzus Tiffy, klaar voor een Hindoestaans huwelijk

Ik ben bang. Bang om te worden zoals de rest. Al die blabla en weinig dada. Ik ga dit en ik ga dat en uiteindelijk moet je je doelen steeds bijstellen, je grenzen niet zo hoog leggen. Want doe je dat niet, moet je goed kunnen omgaan met teleurstelling. Iets waar ik (jammer genoeg?) niet goed in ben.

Ik las over Reiner Maria Rilke, ‘een compagnon de route’ zoals mijn oom hem verwoordde (een Duitse lyrische dichter in +/- 1900). Rilke geloofde dat hij alleen in de eenzaamheid tot zijn recht kwam, en wou zich niet verliezen in de armen van iemand anders, want dan zou hij niet zijn pure zelf meer zijn. Dus telkens wanneer hij heel close met een vrouw kwam, nam hij afscheid. Op elke treinstation dat hij stopte stuurde hij een bos bloemen naar die vrouw. Hoe verder hij ging hoe meer bloemen zij ontving. Niet dat hij niet in staat was lief te hebben, maar hij liet zichzelf niet toe zich aan te passen aan iemand anders. Je kan je leven niet delen zonder te veranderen.

Dat heb ik laatste maanden ook mogen ondervinden. Maar ik wil niet alleen zijn, ik kies ervoor om mezelf te verliezen in een ander. Omdat ik voel dat dat is wat het leven van me vraagt. Hij is mijn zin van bestaan. Maar de band tussen hij en ik overtreft niet de wetten van de natuur, ondanks wat alle romantische films en boeken me doen geloven. Zo een liefde bestaat niet in de realiteit. Daarom vind ik het belangrijk om in de eerste plaats onze liefde te delen met de moeder van ons allemaal. De natuur beslist. De natuur heeft de kracht. En is liefde een natuurlijke kracht?

22192814_178110076096639_1089186382_n
Collega’s en cake 

Dus als liefde mijn zingeving is, dan heb ik mijn persoonlijke doel in het leven al bereikt. Toch? Ik hou van een man met een liefde die al mijn persoonlijke grenzen verlegt, hetgeen wat Rilke wou vermijden. Ik pas me aan, (of ik doe mijn best) terwijl ik mezelf blijf. Maar ik geloof, net zoals mijn oom, dat liefde alles overwint. Misschien omdat ik teveel fantasieboeken lees en teveel romantische drama’s heb gekeken, misschien omdat het het juiste antwoord is of misschien omdat ik me iets in mijn hoofd haal. Maar ik doe het. Zal ik, net zoals mijn oom, hierin teleurgesteld geraken? Zal ik ondervinden dat liefde zijn grenzen kent, en zal ik dat kunnen accepteren?

 

En wat doe ik daarnaast? Want liefhebben kan je elke minuut van de dag, maar in de zetel blijven zitten en liefhebben gaat na een tijdje ook vervelen, zoals alles. Want we worden gedwongen meer te willen, we worden verleid in het meer hebben, we worden verwacht in het meer doen. Omdat jij en hij en zij het van me vragen. Net zoals ik het (onbewust?) van jou vraag. Want een liefdevolle film alleen is niet genoeg om onze aandacht te houden. We moeten gevoed worden met sensatie en drama. Al is het maar uit verveling van het gewone. We willen de grootste dingen, maar kunnen we ook accepteren dat we de kleinste zijn?

Mijn 20 favoriete uitspraken in het Sranan Tongo

Ik moet toegeven dat ik niet vaak Sranan spreek, omdat ik me er niet comfortabel in voel. Ik weet wel hier en daar een woordje, maar deze dan ook gaan gebruiken op straat ligt (nog niet?) in mijn comfortzone. Het is wel altijd handig om te weten natuurlijk. Gewoon omdat ik bijleer, maar ook omdat ik me dichter verbonden voel met het land en zijn inwoners, ik kan al eens opscheppen in een taxirit en indruk maken op mijn collega’s. Hier en daar durf ik een woordje op te vangen in de supermarkt. Maar echt serieus gaan gebruiken doe ik alleen als ik geen andere optie heb, wanneer de winkelier geen Nederlands spreekt bijvoorbeeld – iets wat hier vaker voorkomt dan je zou denken. Alleszins, dankzij de ondervraging van mijn schoonfamilie gisteren vond ik het wel eens tijd worden voor een klein overzicht. Hier mijn mijn favoriete uitspraken in Sranan Tongo (als ik eerlijk moet zijn, zijn dit ook de enige woorden die tot nog toe op mijn woordenschatlijstje staan, op enkele na). Hier zijn ze dan, niet op volgorde van leukheid:

  1. Switie‘ betekent ‘lekker’, ‘heerlijk’, ‘leuk’. Quincy durft mijn kookkunsten al eens te omschrijven als ‘switie’, wanneer ik heel erg mijn best heb gedaan, maar dit woordje kent ook zijn gebruik buiten de grenzen van de keuken. ‘Switie Sranan’ betekent namelijk ‘prettig Suriname’.
  2. Bère spang‘ In het Surinaams-Nederlands vertaalt als ‘ik heb me bekomst’. In het Vlaams zeggen we simpelweg ‘ik zit vol’ (met eten weliswaar)
  3. Kon hesi baka‘ = ‘Kom snel terug’
  4. Mi lobi joe‘, ‘Ik hou van jou’. Gebruik ik regelmatig, wanneer ‘ik hou van jou’, ‘I love you’ en ‘love you’ al teveel de revue gepasseerd zijn op een dag. Beetje afwisseling kan al eens deugd doen, niet?
  5. Wassi, mo go wassi‘. ‘Ik ga een ‘wassi’ doen’. In het Surinaams-Nederlands: ik ga baden. In het Vlaams: ik ga douchen. Persoonlijk vind ik dit een heel schattige. Maar het kan ook gebruikt worden om aan te duiden dat je de kleren wast, de auto wast of de afwas doet. Dat is natuurlijk al minder schattig.
  6. A no de/a no kan‘. Krijg je veel te horen hier in Suriname, en dan vooral wanneer het over geld of financiën gaat. ‘A no de’ betekent ‘het is er niet’. ‘A no kan’ staat dan weer voor ‘het kan niet’. Sranan is nog zo moeilijk niet, toch?
  7. Peh ie deh‘, de eerste maanden in Suriname heb ik me nooit afgevraagd wat dit betekende, ik dacht het wel te weten. Quincy zei het veel over de telefoon, en altijd wanneer het woordje viel kon ik aan niets anders dan goed nieuws denken. Je spreekt ‘peh ie deh’ namelijk uit als ‘payday’. In mijn oren hoorde ik het geld dus al rollen, maar niet dus. Wanneer Quin aan de telefoon ‘peh ie deh’ zegt, vraagt hij alleen maar waar de ander is.
  8. Joe ab?‘, ‘Heb je?’ Eigenlijk is het ‘joe abi’, maar als de Surinamer de gelegenheid krijgt om woorden samen te voegen, zal hij of zij niet vaak aan die gelegenheid voorbijgaan. Vaak worden alle woorden die kunnen samengetrokken worden, dan ook met veel gemak en zonder twijfel aan elkaar geregen. ‘Joe abi’ wordt vaak een snelle ‘jaap’, en is een vraag die je veel hoort in de supermarkt, gevolgd door het gezochte item. ‘Jaap …?’, ‘Heb je …?’ Ik weet niet of dit als een merkwaardigheid overkomt, maar hier in de supermarkt kan je niet elke week hetzelfde aanbod verwachten. Dan is er wel sla en geen groenten, de week erop is het brood nog niet geleverd en twee dagen later is de boterhammenworst verdwenen. Daarbij laat de tomatenpurree (import) al maanden op zich wachten.
  9. Langa bère‘ Hier zijn we dan weer met de bère, geen ‘bère spang’ deze keer, maar ‘langa bère’, wat in dit geval ‘langdradig’ betekent. Wanneer je er bijvoorbeeld een lange vergadering op hebt zitten, of je gesprekspartner komt maar niet tot aan het punt van haar verhaal – iets waar ik me vaak schuldig aan maak.  Ik hoor deze uitspraak nog het vaakst in journalistieke kringen, wanneer er gesproken wordt over een ‘langa bère’ interview of een ‘langa bère’ artikel.
  10. Ofa!‘ Hoor je misschien nog wel het meest van alle Surinaamse woorden, en dan vooral over straat. En aangezien iedereen iedereen kent, en het leven zich voornamelijk op straat afspeelt – dit dankzij het lekkere weer, wordt je elke dag om het hoofd geslagen met ‘ofa’s’. Het was dan ook één van de woordjes die voor het eerst in mijn hoofd bleven hangen. ‘Ofa’ is een afkorting van ‘Fawakka’, wat ‘hoe gaat het?’ betekent.
  11. Aigo‘, krijg je vaak als antwoord op de ‘ofa’ of ‘fawakka’ om twee redenen: het lijkt met elke Surinamer altijd wel goed te gaan, en als het niet goed gaat zal dat ook niet snel in het openbaar worden toegeven. Dus het is een gepingpong op straat tussen de ‘ofa’s’ en de ‘aigo’s’.
  12. Sang!‘ Een uitroep die je gebruikt wanneer het leven niet loopt zoals je wil, en je dus een tegenslag ondervindt. Dit woord wordt ook vaak verlengd, waardoor het een klagerig toontje krijgt: ‘Sàààààààng’, en kan je bijvoorbeeld  gebruiken wanneer je net de bus hebt gemist, of er valt een mes vol boter op de grond en maakt plekken op de net gekuiste vloer, iets wat me deze ochtend voorviel (wij Vlamingen durven hier ook al eens ‘shit’ te zeggen)
  13. Mi sabi‘. ‘Ik weet het’. Wordt veel gebruikt als je gesprekspartner aan het klagen is over het een of het ander – vaker over geld dan wat anders. Dan knik je meelevend en moppert: ‘Mi sabi, mi sabi’. Net als dat Vlamingen ‘ik weet het, ik weet het’ zeggen wanneer we denken alles te weten over de ander zijn miserie, maar eigenlijk niet echt aan het luisteren zijn, want je bent met je eigen gedachten bij je eigen problemen.
  14. Omu‘. Spreek je uit als ‘omoe’, en zo wordt het ook soms geschreven. De uitbater van de supermarkten zijn hier 9 op 10 Chinezen, open van 7 uur in de ochtend tot 10-11 uur in de avond, alsook op zondag. Er valt hier dus niet te klagen over onze ‘omu’s’, de roepnaam voor elke mannelijke Chinees die in de supermarkt werkt. ‘Omu, omeng a san?’, vrij vertaalt: ‘Oom, hoeveel kost het?’
  15. Kranti‘. Krant. ‘Omu, jaap kranti?’ Wat was ik fier toen ik mijn eerste volledige zin in Sranan kon zeggen, ik stond (stiekem) te glunderen in de supermarkt. De omu in kwestie, trok grote ogen maar lachte aanmoedigend. Moeite wordt geaprecieerd. Alleen jammer dat het daar voor mij ook stopt met de social talk. Gelukkig bestond zijn antwoord uit een eenvoudig knikje met het hoofd.
  16. Hoe tel je geld? ‘Tjawa‘, kwartje. ‘Lotto‘, vijf. ‘Donie‘, tien. ‘Blauw‘, twintig (de Srananman hebben het zichzelf niet te moeilijk gemaakt, aangezien een briefje van twintig blauw is), ‘Bankoe‘, vijftig en ‘Barkie‘, honderd. Als je dus veel ‘barkie’s’ kan tellen, zit je goed.
  17. Bigi ede‘. Groot hoofd. Waarom deze tussen het lijstje staat is voor mij een weet, voor jou een vraag 🙂
  18. A Sitie‘. ‘Geregeld, in orde’. Wordt vaak gebruikt na het maken van een afspraak en is daarom vrij vertaald: ‘komt in orde’. ‘A boeng’ betekent dan weer ‘is goed’, vaak gebruikt om een afspraak te bevestigen, maar hoor je ook al eens als afscheid voor twee mensen elk hun eigen weg gaan of als vraag. ‘A boeng?’ ‘Aaaai, nanga joe?’ (Ja hoor, met jou?)
  19. Tamara‘. Vind ik persoonlijk een hele mooie. ‘Tamara’ betekent ‘morgen’.
  20. En last but not least: ‘osso‘ betekent ‘huis’. ‘Peh ie deh? – Osso.’

Voor degene die zich willen gaan verdiepen in het Sranan Tongo is er alvast 1 zorg minder: er bestaan geen vaste regels in het schrijven van Sranan, aangezien het echt een spreektaal is, en geen schrijftaal. Iedereen schrijft de woorden anders. Er geldt maar 1 schrijfregel: schrijf het woord zoals je het uitspreekt, of dat nu met 1 ‘s’ is of twee ‘ss’en’, daar maakt niemand er een punt van. Bij deze staat deze ‘langa bère’-blogpost vol schrijffouten, en het mag.

Voor altijd in tweestrijd

Binnen minder dan een maand sta ik terug op Belgische bodem. En dat is goed nieuws. Er zijn namelijk honderd en 1 dingen waar ik naar uit kijk. Ik wil – ingeduffeld in dikke jas en sjaal – op de fiets springen en het vanbinnen lekker warm krijgen, terwijl de wind me om de oren snijd. Ik wil door de drukke straten van Gent centrum lopen en opgaan in de massa zonder dat ik licht uitstraal, en daarmee onwillige aandacht van het mannelijke geslacht krijgen. Ik wil samen met mijn moeder een warme chocolademelk drinken op de kerstmarkt terwijl honderden kleine lichtjes om ons heen dansen.

_MG_1366 _MG_1145

 

 

 

 

Ik wil het nog eens koud hebben. Ik wil samen met een vriendin onder een dekentje kruipen en naar een romantische film kijken. Ik wil samen met mijn ouders nog een uur napraten aan tafel onder gezellig kaarslicht. Ik wil mijn vader en kleine broer horen plagen en mijn moeder horen lachen. Ik wil op bezoek gaan bij mijn grote broer en onder een gezellige brunch mijn ongevraagde mening over zijn liefdesleven geven. Ik wil op cafe zitten en eindelijk nog eens degelijk bier drinken (sorry Parbo, maar je bent het gewoon niet voor mij).

_MG_1375 _MG_1370

 

 

 

 

Ik wil discussiëren met een vriend tot in de donkerste uren van de nacht. Ik wil me geen ongeluk verschieten omdat er een stiekeme kakkerlak ons huis binnenvliegt (ja, kakkerlakken vliegen!). Ik wil lekkere winsterse stoemp eten, klaargemaakt door de mama. Ik wil onuitgenodigd aankloppen op de deur van mijn beste vriend, vragend om advies. Ik wil mijn voetjes onder tafel schuiven na een lange, koude dag thuiskomen in de geur van verse pompoensoep. Ja, ik mis heel wat dingen aan België.

22069067_1865882087074903_111919417_oFamilie en vrienden zijn en blijven de voornaamste redenen waarom ik België al eens durf te missen. Maar het is ook de reden waarom ik Suriname zal missen. Naast het feit dat ik Suriname zal missen omdat ik ontspannen en blootsvoets de auto rij, overal met teenslippers ga, dat ik bepaalde dingen van dit land weet die ik niet eens in België weet – bv welke boter het lekkerste is op de boterham en welke de lekkerste in de pan.

Naast het feit dat ik niet meer zal thuiskomen om als eerste al mijn kleren uit te trekken van warmte, ons eigen creatieve thuis niet meer zal helpen evolueren en de geiten van de buurt me niet meer komen verrassen in het licht van mijn fietslamp. Geen groene wildgroei meer overal waar je kijkt, geen leguanen die van onder het gras schieten bij je aankomst, geen tomatenplantjes die ik help groeien en al zeker geen hoge kokosbomen die me nog steeds het gevoel geven dat ik op een of ander paradijs woon, ongeacht de – soms ook – lelijke dingen die onder diezelfde bomen plaatsvinden.

_MG_1067Geen buurtbus waar ik ondertussen iedereen ken – en weet wonen. Geen gekke buschauffeur die je leven waagt op de al even chaotische wegen. Geen verkeer waar niet de verkeersborden, maar de wet van de sterkste dicteert. Geen vrolijke felgekleurde daken en geen enkel huis is hetzelfde. Geen dichtbebouwde wegen en verbondenheid op straat wegens tekort aan fiets- en wandelpaden. Geen fysiek verstikkend gevoel in het altijd open ademende Suriname. Geen (dode) slangen die me verassen op weg naar de bus. Geen felblauwe, open hemel meer en geen zon die het leven opfleurt op de dagen waarop ik het allemaal even niet voel. Suriname kent meer creativiteit omdat er minder voor handen is.

_MG_1057Maar naast dat wat Suriname mooi en verleidelijk maakt, is het land niets zonder de mensen erin. Ok, toegegeven, ik heb geen tien vrienden in Suriname, maar ik heb er wel een grote, mooie familie bij gekregen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik vroeger altijd klaagde bij mijn moeder. Waarom had ik twee broers gekregen? Ik wilde ook een zus, het liefst van al een tweelingszus. Niets aan te veranderen, zei de moeder, je hebt twee broers en daarmee moet je het doen. Nu ben ik heel dankbaar voor deze – ondertussen – mannen in mijn leven. En ik heb geen reden tot klagen meer. Want nu heb ik er zomaar even vier mooie schoonzussen, een schoonnichtje (zeg je dat zo?), een schoonbroer en twee lieve schoonouders bij. Zij zijn me dierbaar geworden.

_MG_1359 _MG_1309 kopie

 

 

 

 

Thuis bij familie Westenburg is het altijd levendig en gezellig. Er valt altijd wat te beleven en er is zelden een stil moment. Ik ben dankbaar voor deze warme thuis die ik er bij heb gekregen, voor de open armen waarmee ik ontvangen ben. Het is dankzij hen, dat ik me thuisvoel in Suriname. Dat ik een plek ken waar ik voel dat ik behoor. Ik neem een ieder van ze mee in mijn hart terug naar België.

_MG_1278

Bijna negen maanden geleden kwam ik naar Suriname om mijn ogen uit te kijken en mijn voeten te laten ontdekken. Of ik hier werkelijk zou blijven, was nog maar de vraag. Quincy en ik, we zouden het proberen. Suriname en ik, we zouden het een kans geven. Dat gedaan te hebben, heeft het land geen seconde getwijfeld mijn hart te stelen. Nu, bijna negen maanden later, kijk ik trots naar mezelf in de spiegel. Want het is me toch maar mooi gelukt om in de afgelopen maanden een nog onbekende plek tot mijn thuis te maken. Het heeft me genoeg bloed, zweet en tranen gekost, lege momenten van verveeldheid en eenzaamheid, dagen van verdriet en verlies, weken van gemis en frustratie. Maar vandaag de dag ben ik dat kleine stipje op de aardbol dat precies is waar het wil zijn. Dit is dan ook geen afscheid, maar slechts het begin.

_MG_1075

 

 

 

 

Verhuisd voor de liefde

Stoer vertelde ik over mijn verhuis naar Suriname, nu alweer meer dan een half jaar geleden. Over hoe ik NIET alleen voor mijn vriend naar Suriname verhuisde, maar vooral en in de eerste plaats voor mezelf. Want in Suriname was het leven leuker, makkelijker, zonniger en warmer. Liefdevoller.

In geuren en kleuren vertelde ik over het schrijven van artikels bij de krant, en hopelijk ook bij Parbode, het Surinaams magazine. Over hoe ik correspondent wil worden van Suriname voor Belgiё en alle hoekjes van het politiek-maatschappelijke leven in Suriname zou ontdekken. Meer nog, ik zou er kritisch, onderzocht en vol passie over schrijven. Dat was de werkelijke reden van mijn verhuis. Ik kon mijn liefde kwijt op papier en zou uren achter mijn bureau zitten zwoegen en zweten over de komma’s en de punten. Wat een mooi leven zou ik hebben. Misschien zou ik in de tussentijd, zo even tussendoor, ook wel een boek schrijven. Over wat? Die inspiratie zou me wel te binnen schieten in het altijd kleurrijke en vrolijke Suriname.

Aangekomen in een land zonder koopkracht, in crisis en in een onstabiel politiek-maatschappelijke landschap is het toch even slikken. Dit was niet mijn eerste kennismaking met Suriname, maar ongetwijfeld een nieuwe. Alsof ik hier nooit eerder was geweest. Toch besloop me al snel een gevoel van huiselijkheid en gezelligheid. Ik begon te schrijven. En ik ben nooit gestopt, zoals ik ook nooit echt begonnen ben. Zonder een boek met begin en eind, heb ik genoeg vellen verscheurd om een boek te schrijven.

Schrijven doe ik altijd met liefde, al is het om twee over twaalf in de nacht met halve ogen of even snel tussendoor op de bus onder alle schokken van de oneffen weg. Wanneer ik die pen in mijn hand heb bekruipt me altijd dat aangename, warme gevoel dat het wel allemaal goedkomt, zolang ik mijn handen heb om te schrijven. Want schrijven was de reden voor mijn verhuis naar Suriname, dat is wat ik tenslotte beschouw als mijn persoonlijke toekomst.

Nu zit ik deze maanden wel te schrijven, allemaal goed en wel. Maar ik moet na meer dan een half jaar toch toegeven: ik ben die meid die alles achterliet voor een man en de oceaan overstak. Die meid die ik vroeger wel eens durfde te beschouwen als een zeilige meid, eentje zonder eigenwaarde. Want geen enkele zelf-respecterende persoon zou toch naar de andere kant van de wereldbol verhuizen, enkel en alleen voor een man?

Palmentuin 2016
Palmentuin maart 2016

Nu kijk ik naar mijn reflectie in de spiegel en zie ik diezelfde meid. Maar tegen alle verwachtingen in zie ik eentje met zelfvertrouwen, met sprankelende ogen en een meid die zichzelf mooi beschouwd. Want ik weet wie ik ben – tot op de dag van vandaag – en ik weet wat ik wil – tot op de dag van vandaag. Ik heb het daarom nog niet allemaal, maar het leven zou niet spannend meer zijn als dat wel zo was. Maar goed, die meid die naar me teruglacht in de reflectie van de spiegel is diezelfde meid die meer dan zes maanden geleden de oceaan overstak. Voor een man.

_MG_0903
Palmentuin augustus 2017

Want hoe het ook draait of keert, hoe kleurrijk, zonnig, warm, leuker, makkelijker of moeilijker het leven in Suriname hier ook mag zijn: het was niet genoeg geweest zonder de aanwezigheid van Quincy. En ik vind het niet erg om dat toe te geven en ik schaam me er ook niet voor. Het is niet zielig of respectloos, ik zie het als moedig.

Want net zoals ik andere mensen veel vragen stel, stel ik mezelf ook veel in vraag. Waar draait dit allemaal om? De ene vindt zijn plaats in een niemandsdal in Wallonie en de andere in het Zuiden van Frankrijk, zij is dan weer helemaal gelukkig in haar studio in Wetteren en hij is nog steeds goed onder het vernieuwde dak van zijn ouders. Hij moet dan weer zonodig in Australie wonen en zij vindt haar hart terug in Suriname.

Dat is niet anders dan moedig te noemen. Ook al is het voor een man, het is een even goede reden als elke andere. We doen het toch maar. En ik kruip lekker elke avond in bed met de enige persoon die mijn hart compleet maakt. Nooit heb ik een dag spijt van mijn beslissing, want het is dankzij die ‘onnozele, zelf-respectloze en zielige’ beslissing dat ik nu kan lachen tot ik mijn buikspieren voel samentrekken, kan huilen in zijn sterke armen en elke dag thuis kan komen bij mijn beste vriend.

Dus tot zover het ‘ik ga echt wel voor mezelf hoor, niet alleen voor hem’. Ik geef trots toe: ik ben gekomen voor hem. Omdat hij mij tot mezelf maakt. Dus ik ben gekomen voor ons. Ik ben verhuisd voor de liefde. En daar is niets mis mee. In tegendeel: liefde is het enige wat ons nog kan redden uit die verdoemenis die we de aardbol durven noemen.

_MG_0008

 

 

6 maanden Suriname: hoe het mijn leven veranderde

6 maanden, 214 dagen, 5136 uren en 308160 minuten aan de andere kant van de oceaan. Tijd om eens stil te staan bij de veranderingen die mijn leven heeft ondergaan. Na zes maanden durf ik stellen dat ik eindelijk wat stabiliteit in mijn leven heb ontwikkeld, toch wat structuur. Al kan ik niet over heel veel structuur spreken als het openbaar vervoer geen tijden kent, en mijn vriend geen vaste uren op het werk.

Maar over het algemeen kan ik wel stellen dat ik mezelf snel aanpas aan een nieuwe situatie. Dat is, als je het hebt over nieuwe vrienden maken op de Gentse Feesten of een weekendje weg naar de Ardennen. Bij het verhuizen naar de overkant van de oceaan, is dat wel een heel ander verhaal. Het is nog steeds niet elke dag even prettig, maar waar op de wereldbol is dat het wel?

Prettig of niet zo prettig, er zijn al heel wat dingen gebeurd in de afgelopen 18 489 600 seconden. Ik spring niet elke dag uit mijn bed als het frisse hoentje omdat de zon schijnt, ik zit niet meer elke dag vol verbazing rond me te kijken op weg naar het werk en soms heb ik het helemaal gehad met die warme temperaturen waardoor ik de hele dag aanvoel als een aangebranden kip. En over kip gesproken, ik zou eigenlijk eens moeten nagaan hoeveel kilo kip Quin en ik hier per week eten, want het is een serieuze hoeveelheid. Gelukkig ben ik wel fan van kippenvlees en raar maar waar ik ben het nog steeds niet beu gegeten. Kan ook aan onze kookkunsten liggen natuurlijk.

Ik word graag wakker in het weekend, dan kijk ik door de open deur van de slaapkamer naar de keuken, hoe de zon zijn schaduwen werpt op onze ijskast, tafel en stoelen. Op ons huis. In de week is daar geen tijd voor, want voor ons huis de zon ziet, zit ik al ergens op de bus, ‘pet pet’ (= geplet) tussen een zwaardere, maar heel lieve, buurvrouw en haar kinderen. In het weekend daarentegen, bak ik rustig een eitje en geniet meer dan ooit van het feit dat ik hier ben. Blootsvoets op de koele stenen, genietend van de warme, maar niet hete, temperaturen en de groene bomen naast ons huis. In de ochtendstralen van de zon kom ik tot rust en besef ik elk weekend weer hoe blij ik ben om hier te zijn. Bij deze probeer ik het kort te houden: de 15 grootste veranderingen van mijn leven, in de afgelopen 6 maanden:

  1. Gestopt met roken

    38346266_l
    Ik ben al vier maanden gestopt met roken. Het heeft lang geduurd maar dan uiteindelijk viel bij mij het kwartje: als ik ze niet meer koop in de winkel, kan ik ze ook niet gebruiken. Dan moet ik ook niet meer zagen, want ik heb ze niet. Het helpt ook dat hier veel minder verleidingen zijn, ik ken (bijna) geen mensen die roken, het is vaak te warm om te roken, ik voel me fitter en ik stink niet meer.
  2. Een thuis vol warmte, trots en vertrouwen19893907_10213160270430756_1711067777_o
    Ons huis is gezellig en persoonlijk gemaakt, het voelt nu echt aan als een Thuis. Het is de plaats waar ik creatief kan zijn, maar nog belangrijker: het is de enige plaats in Suriname waar ik helemaal en honderd procent mezelf kan zijn. Geen filters, geen valse uitspraken, gewoon puurheid en ook een stukje soberheid. Als ik aan ons huis denk, komen de volgende drie woorden spontaan in mijn hoofd poppen: warmte, trots en vertrouwen.
  3. Vlinders en palmbomen19876166_10213141534962381_1323574638_o
    En liefde natuurlijk. Het zou erg zijn, maar het kon natuurlijk ook gebeuren: dat de liefde er niet meer was. Zomaar plots, van elkaar alleen kunnen bellen tot elke dag op elkaars lip zitten, zijn we gaan samenwonen. En dat terwijl we elkaar slechts enkele weken kenden voor onze LAT-relatie begon. Dat brengt ongetwijfeld een risico met zich mee, maar na zes maanden ben ik toch blij te melden dat de vlinders nog niet verdwenen zijn. Ruzies zijn er ook, maar met elke frustratie lijken we dichter bij elkaar te komen.
  4. Lang haar20615078_10213357509601612_353133178_o
    Mijn haar is serieus gegroeid. Het liefst steek ik het nu op in ‘een bol’ zoals ze dat hier zeggen. Al moet ik wel echt eens naar de kapper, want nu kom ik erachter dat lang haar ook wel wat nadelen met zich meebrengt, zoveel haar dat uitvalt!
  5. Binnen sportenIMG_0224
    Ik heb een fitnessabonnement waar ik me echt aan hou, en een fitness waarvan ik hou. Dat moet hier misschien ook wel, want als ik niet oplet komen de kilo’s er toch snel aan, vooral met de grote hoeveelheden olie waarmee ze hier koken. Niet zo gezond, maar wel heel lekker. Dus dan maar naar de fitness!
  6. Verdriet en verlies, maar ook geluk

    _MG_0787Mijn familie is weer een hart rijker, met de geboorte van mijn kleine neefje. Ik wens hem en zijn ouders heel veel liefde, gezondheid en vreugde. Aan de ene kant veel geluk, aan de andere kant heb ik ook al veel familieverdriet moeten verwerken. Mijn nonkel is niet meer, maar is en blijft heel aanwezig in hart en hoofd. Het was een heel emotionele en zware periode om zo ver van mijn familie te zitten terwijl ik niets anders wou dan de handen van mijn nichtjes vasthouden. Het is en blijft een gek gegeven dat ik mijn nonkel nooit meer zal zien, maar ik hou zijn herinnering levend aan de hand van foto’s en herinneringen die hier in ons huis aanwezig zijn. Toujours en route…
  7. Mes parents_MG_0898Ik voel me meer verbonden met mijn ouders dan ooit tevoren. Vooral met mijn vader heb ik een band weten scheppen die ik voordien niet voor mogelijk hield, maar waar ik wel heel dankbaar voor ben. We zijn verbonden ook al zijn we niet bij elkaar, en dat voelt heel sterk aan en is vaak ook een hele oprikker voor mij (geweest). Ook merk ik dat ik soms wel heel erg op mijn moeder lijk, alles heeft zijn plaatsje in het huis en als jij het niet doet, dan doe ik het wel. Ook als ik een dagje weg ga, moet alles tot in de puntjes voorbereid zijn, met lekkere salades, fris drinken en zorgen dat niemand iets tekort komt. Die lieve moeder van me toch, ze heeft me goed geleerd.
  8. Parbo Biri dat n’a biri! _MG_0792Na een paar (slappe) Parbo biertjes kun je me tegenwoordig al terugvinden in de wolken. (Is het de zon? Of het feit dat ik weinig tot nooit meer drink?)
  9. Zelfperspectief en geduld_MG_0158Ik heb meer zelfperspectief en geduld gekregen. Moet wel, wanneer je vriend soms zomaar durft te zeggen dat je dramatisch doet of dat je vervelend bent. Ah, de liefde kan toch soms zo mooi zijn! Maar ook het nieuw leven opbouwen en de groene omgeving waarin ik dat doe, doet me heel hard beseffen wie ik ben, wat ik kan en ik word beter in het respecteren van mijn grenzen. Soms is dat wel met het gevolg dat ik wat brutaler kan worden, oftewel in de lokale woordenschat: vrijpostig.
  10. Mijn handtekening(en)handtekeninghandtekening2Ik heb nu twee handtekeningen waarmee ik door het leven ga, en ik ben niet zeker welke ik het liefste zie. Ik vind de combinatie namelijk helemaal perfect!
  11. ParbodekinderobesitasMijn eerste artikel in het maandelijks magazine van Suriname (Parbode) is een feit. Ok toegegeven, het is een zacht onderwerp maar om even gewend te worden met het magazine start ik rustig aan… Ondertussen heb ik al veel meer artikelen geschreven, maar aangezien het magazine enkele maanden op voorhand werkt moet ikzelf ook nog even geduld hebben voor het gepubliceerd wordt. Ik ben er wel achter gekomen dat schrijven voor het magazine helemaal mijn ding is. Ik kan er niet precies de vinger op leggen waarom, maar ik voel me heel vrij en op mijn plaats in de schrijfstijl van het magazine. Ook krijg ik hier de mogelijkheid om opiniestukken te schrijven, en geven ze me de ruimte om te experimenteren en te proberen. Ik kan er helemaal mijn persoonlijke schrijfstijl in leggen, en het wordt daarbij nog eens goed ontvangen door de redactie.
  12. Digitaalsoberdisney-characters-today-tom-ward-studios-59671efb8be62__880 (1)Ik leefzonder tv en zonder smartphone. Ik merk op hoeveel ik voor me kijk, terwijl anderen naar beneden kijken. Tijdens het wachten op de bus kan het soms wel heel vervelend zijn, want het is altijd wachten tot de bus vol is (en dat kan al eens veertig minuten duren) maar toch laat ik mijn telefoon nog niet zo snel herstellen. De aloude Snake op mijn nog oudere Nokia gaat na al die maanden wel wat vervelen, maar toch. Ik voel me meer vrij en rustiger. En wanneer ik dan eindelijk achter Facebook op de computer kruip, heb ik ook werkelijk iets te zien.
  13. Serie kijken

    gotIk loop een aflevering achter op mijn favoriete serie Game of Thrones, wat voor mij aantoont dat ik helemaal geen scherm nodig heb! Al moet ik wel stiekem toegeven dat ik sta te popelen om deze schade in te halen, maar het is niet zo dat ik niet kan gaan slapen zonder te kijken, iets wat ik in het verleden wel heel veel last van had met tien verschillende series tegelijkertijd! Ik slaap wel veel beter nudat ik zo weinig voor het beeldscherm hang.
  14. Deel van de buurt

    _MG_0851De buurt zegt eindelijk goedemorgen tegen mij, ja, dat heeft zes maanden geduurd. Maar ondertussen komt de buurvrouw mijn advies vragen over aardappelen in de oven, heb ik een goede speelse band met mijn buurjongens en -meisje en doen de mannen niet al te lastig meer. Soms. Aangezien ik al enkele maanden elke dag op dezelfde ‘buurtbus’ zit, voel ik me niet alleen meer deel van de buurt, maar ook meer geaccepteerd. En dat is echt een groot onderdeel van het feit dat ik me zo thuis begin te voelen!
  15. Luxe_MG_0270Luxe krijgt een heel andere invulling als je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken! Het regenseizoen is nu bijna voorbij, maar wonend in een zandweg en in een land dat wereldwijd een van de dichtste bij de zeespiegel ligt, kan het al eens gebeuren dat je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken. Ook in de avond is er weinig tot geen verlichting, en is mijn zaklamp nodig om naar huis te wandelen/fietsen. Doet me altijd heel erg aan het scoutskamp denken! Wanneer ik dan droge kleren kan aantrekken, voel ik toch alle luxe die een mens nodig heeft!

Een land zonder zoekmachine

Google en al zijn gelijkaardige concurrenten zijn een journalist zijn beste vriend. Wanneer we de dag van vandaag nog iets zoeken maakt het internet het ons zo gemakkelijk, dat het bijna saai is geworden. We hoeven alleen maar iets in te typen, tegenwoordig kan dat ook mondeling, enkele fracties van een seconde geduld te hebben en ziedaar: zoveel pagina’s aan resultaten dat je vaak niet verder kijkt dan de eerste. Want je vindt wel altijd iets om op te klikken, en vanaf dan klik je alleen maar verder weg, maar je blijft op Google, de zoekmachine waar we niet meer zonder kunnen.

_MG_0883In een onderontwikkeld land als Suriname, heb je helemaal niets aan Google. Nu, Google doet eigenlijk nog steeds gewoon wat die moet doen: resultaten weergeven. Het zit hem in de inhoud van deze resultaten, die te wensen overlaat. Althans, hier ik spreek over mijn eigen persoonlijke verwachtingspatroon van ‘het internet’. Het internet dat al altijd mijn redder in nood is geweest. Tijdens mijn studie, tijdens mijn hobby en zelfs tijdens mijn sport. Want ook mijn sportresultaten die ik behaalde op de Beker van Vlaanderen kadetten/scholieren meisjes op zaterdag 3 mei 2008, kan ik nog steeds online terugvinden. Voor de nieuwsgierigen: ik werd elfde in het hoogspringen (slechts 1 iemand deed het nog slechter als ik), zesde in het speerwerpen en samen met mijn drie collega’s behaalden we de eerste plaats in de 4×100 meter estafette.

_MG_0898

Google.sr geeft net zoveel nuttige resultaten als de Belgische regering in 2010. Het heeft een naam en daar blijft het bij. Net zoals het toen 541 dagen duurde voordat de regering gevormd kon worden, heeft Google in Suriname ook weinig invulling. Als journalist in Suriname duurde het dan ook niet lang voor ik besefte dat ik mijn tijd niet hoef te verspillen aan ‘dingen opzoeken’. Grote kans dat je ze nooit gaat vinden. Veel groter is de kans op resultaten als je je zoektermen overlegt met collega’s, buren, passagiers op de bus, familie en vrienden. Dankzij de kleine gemeenschap kent iedereen wel altijd iemand die dit doet, dat kan of er zo kan zijn. De informatie wordt alleen niet neergeschreven, verzameld en op een gouden plateau voorgeschoteld, met name Google.

Dus je wilt iets weten in Suriname. Het helpt niet om over je computer gebogen op zoek te gaan naar een antwoord of stiekem op je smartphone even het juiste adres te ‘surfen’. Grote kans dat je er morgen nog zit of gek wordt van frustratie. De informatie van, in en over Suriname staat over het algemeen niet samengevat in woorden in de cloud. Als je echt wat interessant wilt lezen, moet je nog steeds naar de boekenhandel. Als je een telefoonnummer wilt opzoeken, moet je nog steeds die telefoongids openen. En als je voorbij alle clichés en voor de hand liggende onderwerpen wilt, moet je je mond opendoen en vragen. Pak die telefoon op, vraag het. Ga de straat op, vraag het._MG_0894

Je vrienden, collega’s, familie en onbekenden vormen jouw antwoord. Mensen zijn jouw antwoord, geen machines. Wie hier verwacht alle antwoorden te vinden in hun broekzak, kan wel eens diep teleurgesteld naar huis gaan. Wanneer een omgeving als Suriname je verplicht rond te kijken, verplicht je mond open te doen, verplicht je hersenen te kraken, besef je hoe fijn het kan zijn om niet alles te weten aan de hand van een muisklik. Het maakt de dag op zijn minst interessanter, intenser en meer menselijk.

Waarom ik mezelf betitel tot schrijfster

Ik ben een schrijfster. Zonder bestsellers weliswaar, maar even goed een schrijfster. Een schrijfster die schrijffouten maakt en waarvan haar naam op geen enkel boek in de winkel of cloud te vinden valt. Maar dat maakt me geen mindere schrijfster. Schrijven gaat niet om je naam op de kaft terugvinden, of het aantal likes op je quote van de dag.

_MG_0133

Wat ik schrijf hier op mijn blogs en in mijn dagboek (ja ik ben 22 jaar en heb nog steeds een dagboek) is zijn geen onderbouwde analyses of betrouwbare artikelen die je in de krant terugvindt. Mijn woorden zijn niet sociaal bewezen of  wetenschappelijk bevestigd. Ik moet niet diep graven achter mijn zinnen of lang wachten op de punt, al moet u dat soms wel. Mijn woorden zijn mijn waarheid, dat wil niet zeggen dezelfde als die van u, helemaal niet. U mag mijn waarheid flauwekul vinden, of er toch ergens wel wat in zien. Het is uw recht te stoppen met lezen wanneer je dat ook wil.

Mijn blogs zijn geen leuke lijstjes die je naar hartelust deelt op Twitter, of diepgravende geheimen die voor het maar al gekende wow-effect zorgen op je Facebooktijdlijn. En als je het mij vraagt; is dat maar goed ook. Ok, toegegeven, iedereen ziet liever 100 likes op zijn post dan 10, maar schrijven gaat niet en zal voor mij nooit gaan om cijfers, maar om woorden en komma’s, met hier en daar een punt.

Alleen een schrijfster kent dat brandende gevoel in de vingertoppen, de nood om je pen in je hand te voelen of je vingers over het toetsenbord van de computer te laten vliegen. Schrijven gaat om de relatie tussen je pen en papier, zonder dat daar al te veel gedachten bij te pas komen, want die zijn er altijd al geweest. Het moet eruit; wat ‘het’ is, dat zien we dan wel weer als je die pen in je handen hebt. Ik kom tot rust als ik schrijf, in mijn hoofd en in mijn hart. Het gaat niet om overzicht, structuur of therapie. Het gaat om een gevoel van vrijheid. Want woorden zijn altijd terecht, het is hoe de zin gevormd wordt, dat een mening betwistbaar wordt. Maar een woord op zichzelf is nooit de vijand.

_MG_0048

Dus daar loop ik dan, aan de rand van de autoweg de plassen te vermijden terwijl de auto’s dicht langs me scheren. Geen voetpaden in Suriname, jammer genoeg. Met mijn paraplu in mijn handen en mijn handtas over mijn schouder. Klaar van een dagje werk achter de computer. Ik kan niet snel genoeg thuis zijn, ik voel de zwaarte in mijn vingertoppen en de kriebels in mijn hand. Ik moet iets kwijt, al kan ik er nog niet meteen de vinger opleggen wat. En dan vliegen mijn vingers over de letters, en vormt de ene letter na de andere de woorden, die zich vormen tot zinnen waarna deze tekst op korte tijd is verschenen.

_MG_0671

Zomaar uit het niets, zou je kunnen denken. Maar zo werkt het nu eenmaal in een hoofd van een schrijfster. Woorden vormen zich voor mij op het scherm nog voor ik er zelf aan gedacht heb ze te vormen. Dan zit ik rustig in de auto naar de palmbomen buiten te kijken, en worden de woorden in mijn hoofd gevormd. Dan begint het weer te kriebelen; eerst in mijn vingertoppen en daarna in mijn buik. En als ik het schrijven te lang uitstel, weet ik niet meer wat ik toch zo graag wou schrijven, maar ik panikeer nooit. Want er zijn oneindig veel combinaties van woorden te maken voor het vormen van nieuwe zinnen. Het is een onuitputbare bron van creativiteit: het geschreven woord heeft me in zijn ban.

Wat ik zie is dat weinig mensen mijn page bezoeken (ja werkelijk, ik kijk naar mijn statistieken van mijn site). Wat ik schrijf in mijn dagboek, schrijf ik niet hier. En wat ik hier schrijf, staat ook niet in mijn dagboek vermeld. Wat ik hier schrijf wil ik delen. Wat ik niet wil delen schrijf ik op. Schrijven gaat niet om cijfers of likes, maar delen gaat daar wel over. Ik heb er een tijdje over nagedacht om ook leuke lijstjes met lange lokkende titels te schrijven, ik heb er zelfs over nagedacht in het Engels te gaan schrijven om ‘mijn publiek’ groter te maken. Om eerlijk te zijn ben ik begonnen met een Facebookpage, ik noemde het Longwords, omdat ik grote woorden en lange zinnen wel aantrekkelijk vind. Ik dacht een platform te maken waarbij mensen die wél nog de tijd willen maken om te lezen kunnen samenkomen, schrijven, delen en discussiëren over lange woorden.

IMG_0224Nog voor de pagina goed en wel vorm kreeg, heb ik hem verwijderd. Het begon al bij de beschrijving van mijn pagina: ik kreeg maar 155 woorden om te beschrijven wat ik met de pagina wou bereiken. Wel, net het tegenovergestelde dus. Geen limiet op het aantal woorden. Een tekst laten draaien om letters, en niet om cijfers. Maar Facebook is hiervoor niet de juiste plek, want daar gaat het allemaal om weinig woorden, veel beeld. Iets waar ik niet tegen ben, maar ook iets waar ik me niet thuis in voel.

Ik schrijf niet omdat jullie dan leuke lijstjes kunnen liken en delen. Ik wil geen beknopte punten samenvatten over het leven, want het leven is veel complexer dan dat. Ik schrijf in de eerste plaats voor mezelf, en dat is misschien precies de reden waarom het niet veel wordt gelezen. Maar de mensen die mijn blogs lezen, zijn de mensen die net als ik al eens een lange interwettekst kunnen appreciëren, en als jullie lezen tot het einde, ben ik misschien nog niet zo slecht als dat ik soms durf denken. Dus ik blijf schrijven, niet omdat ik gelezen en gedeeld word, niet omdat jullie tijd hebben voor lange lappen online tekst. Maar omdat ik geloof in het geschreven woord, en omdat ik nu eenmaal niet zonder kan. Omdat ik geloof in vrijheid.

_MG_0667

Met andere woorden: in het Surinaams

Het Surinaams Nederlands is geen Vlaams, dat is een feit. Als ik Skype met vrienden of familie, krijg ik vaak de opmerking dat ik ‘op een hollander begin te lijken’ of krijg ik de vraag waarom ik ‘zo hollands’ praat. Nu, ik ben geen kenner van de straattaal of taalgewoontes van Nederland, maar kan ondertussen wel al een heel eind op weg in het Surinaams Nederlands. Hieronder de 10 – in mijn ogen – meest opvallende taalgewoontes van Suriname:

    1. Goedemorgen‘, ‘goedemiddag‘ en ‘goedenavond‘ zijn drie verschillende momenten op een dag, en daar wordt hier strak rekening mee gehouden. De woorden zijn dan ook strikt verbonden aan de uren van de dag. Ik zeg dus niet ‘goedemiddag’ om 11u55 want dan is het nog steeds ‘goedemorgen’. Hetzelfde geldt voor de avond, ik zeg niet ‘goedenavond’ om 17u35, want dan is het nog steeds middag. Vanaf 00.01 is het ochtend, en spreken we hier niet over de nacht. Dus de eerste keer dat Quincy moest werken in de ochtend, keek ik vreemd op toen hij om 2 uur in de nacht zich begon klaar te maken voor het werk.

      _MG_0081
      De vlieger oplaten in Nieuw-Amsterdam
    2. Even, later en zo zijn wel drie heel populaire woorden in Suriname. Ze worden je langs alle kanten om de oren geslaan. Onlangs belde ik mijn schoonheidsspecialiste (ja, die heb ik hier) op voor een afspraak. Woensdagmiddag (17u30) kon ze niet, want dan was ze ‘even weg’. Of ze donderdag dan kon? ‘Nee, ik vertelde je toch, ik ben even weg’. Bleek dat ze pas een week later terug in het land was. Nu, als iemand je zegt: ‘even hoor’, moet je ook niet gaan weglopen. Want ‘even’ in combinatie met ‘hoor’ betekent dan wel weer ‘wacht enkele seconden’. Tot zover ‘even’. Daarbij ‘ik kom zo‘ wil niet meteen zeggen dat hij of zij binnen de tien minuten aan uw deur staat te kloppen. Als iemand ‘zo komt’ heb je gerust nog de tijd om je rustig te douchen, te koken en de was in te steken. Met een beetje geluk is die persoon er na enkele uurtjes. En dan nog als laatste ‘later‘. Later is niet straks, want straks is straks en daar kan je van op aan. Bij het gebruik van ‘straks’ heb je een duidelijke afspraak. ‘Later’ is onbepaald in tijd en plaats. Wanneer je afscheid van iemand neemt, roep je gewoon ‘later!’, als in: tot de volgende keer dat ik u zie. Als iemand je dus ‘later’ toeroept in Suriname, moet je niet zitten wachten op ‘later’, want dat kan ook binnen enkele jaren pas zijn, of morgen of straks, je weet het nooit.
    3. Baden‘, is makkelijk gezegd: douchen. Maar ook al ga je niet in bad; en sta je dus letterlijk onder de douchekop, er wordt gezegd: ‘Ik ga baden’. Met andere woorden: ‘Ik ga douchen’.
    4. Ai‘, vaker uitgesproken als ‘aaaaaiii’ is misschien wel het meest voorkomende woord op straat. Het is de ‘uhu’ van Suriname en gaat al snel in je mond liggen, al kijkt iedereen nog steeds vreemd op als er een oprechte ‘ai’ uit mijn mond verdwijnt.
    5. Chef‘ is de afkorting voor ‘chauffeur’ en wordt dus gebruikt op de bus. ‘chef, stoppen hoor’, ‘chef, halte hoor’ mag je ten alle tijden roepen, of je nu een halte nadert, net voorbij gereden bent of er geen halte in de verste kilometer te zien valt. De bus stopt wanneer je dat vraagt. Er is ook altijd een belletje in de bus, eentje die ik verkies te gebruiken, maar soms doen die het niet en dan is het wel nog een geluk dat je je stem kan gebruiken. Mijn vriend is dus eigenlijk een ‘chef’ 🙂

      Quin-in-bus
      Quincy de chef
    6. Iedereen is familie, oudere mannen op straat worden aangesproken met ‘papa‘. Dus als ‘papa’ op straat loopt te klagen over het feit dat de brandstof weer onaangekondigd en zomaar uit het niets is gestegen, dan is het niet verwonderlijk dat een voor ‘papa’ vreemde voetganger antwoordt met een oprechte ‘ai papa’. Twee straten verder van mij woont een hele oude vrouw, maar best
      ma
      Mijn schoonmoeder en ik

      nog kwiek want ze neemt elke dag nog de bus naar de stad. Altijd in het blauw gekleed, met de wandelstok. De bus kan al eens heel vol zitten, maar er is altijd nog plaats voor ‘oma‘. En als de bus dan toch voorbij ‘oma’ rijdt, klinkt er veel protest van mijn medereizigers, dan roepen ze allemaal door elkaar: ‘oma’, ‘oma’, ‘oma’ tot de bus stopt en er plaats kan worden gemaakt zodat ‘oma’ kan gaan zitten.

7. Onder de luide en vrolijke ‘hiep iep iep iep iep iep iep iep hoereeee‘-kreet rij ik ’s ochtends naar het werk. Niet mijn persoonlijke keuze, maar de zender op de radio heeft nu eenmaal beslist dat 7:30 het felicitatieprogramma speelt. En Meneer Grandi; de vaste chef van mijn lijn heeft beslist dat hij het een fijn programma vindt. Mensen kunnen bellen en iemand persoonlijk een gelukkige verjaardag toewensen. In plaats van het zingen van happy birthday of de maar al gekende ‘hiep hiep hiep? hoeraaaa!’ gaat het hier een beetje uitbundiger aan toe met ‘iep iep iep iep iep (de lengte kiest iedereen voor zichzelf) hoereeeeeeee’. En chef zingt maar al te graag mee

19893907_10213160270430756_1711067777_o
Verjaardagsdiner voor Quincy bij ons thuis 

8. ‘Whitney‘ is mijn bijnaam op straat. Het doet me vaak denken aan een vissoort hier bekend onder de naam ‘wittie wittie’. Omdat ik wit ben, omdat ze vinden dat ik mooi kan zingen, of omdat ze gokken naar mijn naam. ‘Susan’, ‘Julie’, ‘Sofie’ zijn namelijk ook allemaal namen die ik naar moe toegeroepen krijg in de hoop dat ik op eentje van ze zal reageren. Hierbij bedank ik mijn ouders voor het kiezen van geen alledaagse naam bij mijn geboorte. Top!

whitney
Whitney Houston

9. Ik ben niet zeker of het volgende werkwoord in Nederland ook wordt gebruikt, maar ik associeer het alleszins met het Surinaams Nederlands: ‘jokken‘. Ik jok, jij jokt, wij jokken. Moet je eigenlijk zeggen als je aan het liegen bent, maar aangezien ik dat hier nog nooit gedaan heb, echt waar, ik jok niet ik heb nog geen woord gelogen in dit land – wel tijdens het plagen maar dat tel ik niet mee. Ik gebruik het woord ‘jokken’ – tegen mijn zin om eerlijk te zijn – vaak zonder het te beseffen, voornamelijk als ik iemand aan het plagen ben. Dan zeg ik iets wat niet waar is, of iets waarvan ik weet dat ik geen gelijk heb, gevolgd door ‘Nee, ik jok’. Of soms uit verbazing roep ik het uit: ‘Je jokt!’

19402582_1828739427143039_2066141180_o
In Menimi, boven Suriname

10. ‘Hoor‘ kan je overal en altijd achter alles plakken, en is nog zo een woordje dat de oorzaak kan zijn van mijn ‘hollands accent’ dat ik heb ontwikkeld. ‘Hoor’ maakt wat je zegt 100% Surinaams, als je het mij vraagt. ‘Even baden hoor’, ‘ik jok hoor’, ‘chef, halte hoor’, ‘ja hoor’, ‘even hoor’,

En om af te sluiten nog eentje waarvan ik zeker weet dat ik nooit zelf zal gebruiken:

(11.) Praat in de gebiedende wijs. Ze maken het hier allemaal niet te moeilijk, en al zeker niet te lang. ‘Wil je eens hier komen kijken?’ wordt hier gewoon: ‘Kom hier’. ‘Mag ik het zout alsjeblieft?’ wordt hier: ‘Geef aan’. Of nog eentje waar ik het moeilijk mee had: ‘Kun je de deur achter je dicht doen?’ wordt hier: ‘Doe dicht’. Dus na een paar weken rondgecommandeerd te worden met ‘doe dit’, ‘doe dat’, ‘kom hier, ‘ga daar’, ‘loop zo’, ‘loop daar’, ‘doe dicht’, ‘laat staan’ was ik het beu. Het heeft voor heel wat frustraties gezorgd op het thuisfront, want geen enkele vrouw wil gecommandeerd worden door haar man, maar gelukkig kan ik zeggen dat we na zes maanden wel aangepast zijn op elkaar, tot zover. Ook op het werk heb ik deze miscommunicatie openlijk besproken, waarop ik in mijn dichte omgeving hier geen last meer van ondervind. Wel wordt ik in het algemeen sociale leven nog steeds rondgecommandeerd, iets waarvan ik niet weet of ik er ooit aan zal kunnen aanpassen.

Een open en eerlijke brief aan mijn stervende nonkel

Wat valt er nog te zeggen?Als het einde nabij is? Niet veel, maar ik ga niet wachten tot het te laat is;

Je bent niet mijn boezemvriend en ik zal je niet missen omdat we elke zaterdagavond op cafe een pint pakken. Ik zal je nooit meer zien, of je hand kunnen schudden op kerst, je een gelukkig nieuwjaar toewensen en aanhoren hoe je mij een gezond jaar toewenst. Ik zal niet meer binnenwandelen en in de zetel tussen je dochters ploffen, met het haardvuur dat voor ons brandt.

Hoe je uit de keuken komt lopen, met je blauwe short om je middel en witte hemd aan. Klaar voor een avond familie en gezelligheid. Je bent mijn symbool van kerst, op de hoek van de tafel zit je, met een fiere stem die het hoofdgerecht aankondigt. Alles was tot in de puntjes verzorgd. Het was chique, maar bleef huiselijk. Wat moet een mens meer op kerst?

En nu zit ik hier aan de andere kant van de wereld en misschien is mijn volgende kerst wel in de snikkende hitte. Zonder de chique huiselijke sfeer die alleen jij zo kan neerzetten. Maar vergeet niet, ik zal aan je denken. Je blijft mijn symbool van kerst.

Maar je bent veel meer dan kerst, je bent de stem die me aanmoedigde te reizen. Nog voor ik je vertelde van mijn plannen, raadde je me aan om de wereld te ontdekken. Ik was met mijn vader bij jou in de tuin, we aten een frisse salade in de zachte zon. Ik zou bijna afstuderen. Je sprak met glinsterende ogen over jouw ervaringen, en ik werd alleen maar warmer van de plannen. Nu heeft al het reizen me hier in Suriname gebracht, en ben ik zo ver weg van onze familie, die hier samen doorheen moet.

Maar je bent veel meer dan kerst en warme plannen. Enkele jaren geleden leegden we samen jouw zolder en kreeg ik zoveel waardevol fotomateriaal mee voor mijn eigen donkere kamer. Je bent een inspiratie in mijn fotografie, en het gerief dat ik van je kreeg zal altijd bij ons blijven. Er zal alleen maar meer beeld uitvloeien en beter foto’s gemaakt worden. Elk resultaat is er dankzij jou.

En je bent veel meer dan kerst, warme plannen en inspiratie, je bent een vader en een liefde, een broer en een vriend, mijn nonkel. En dat zal je altijd blijven. Ik wil er zijn voor jou maar ook voor je kinderen, die ik zo dierbaar in mijn hart heb gesloten. Ik wil er zijn voor jou en voor mijn vader, die ik wil ondersteunen en dragen in deze moeilijke tijden. Ik wil er zijn voor jou en onze familie. Want je bent een familieman, en dat zal je altijd blijven.

Hier in Suriname gaat jouw aanwezigheid in mijn hart niet verloren. Mijn schoonfamilie, Quincy en ik leven allemaal met je mee. In hoofd en hart, in onze tuin, je bent bij ons. Elke keer ik jouw bloem water geef, denk ik aan jou. Ik wens je heel veel sterkte tegen de pijn, en ik hoop met heel mijn hart dat je de schoonheid ziet in wat je nu rond jou verzamelt: familieliefde. Want liefde en familie, daar draait het tenslotte allemaal om.

Met alle reizigers die ik afgelopen jaar leerde kennen, nam ik geen afscheid. Afscheid is niet permanent. Afscheid is een is gemis, tot we elkaar weerzien. Dus ik neem nu ook stellig geen afscheid van jou, misschien omdat ik het niet wil, misschien omdat ik het niet kan, misschien omdat het niet is.

Ik hoop dat je me het niet kwalijk neemt dat ik dit op internet deel. Schrijven is mijn therapie, en ik deel zodat iedereen die het maar lezen wil, beseft hoe kostbaar familie is. Want liefde, is waar het allemaal om draait. En dankzij jou, heeft de wereld een stukje meer van dat.

Danku, voor alles. Veel sterkte, aan jou maar ook onze familie. Een kus voor de kinderen en een knuffel voor mijn vader. Maar vooral;

Heel veel liefde voor jou,

Tot ziens

De wereld draait door

Zij gaat trouwen en hij heeft kanker. Zij gaat studeren in een ander land en hij blijft nog een jaar bij zijn moeder wonen. Hij zoekt zijn weg in de theaterwereld die niet goed betaalt en zij vindt geen job met haar hoog diploma dat teveel vraagt. Haar behandeling is goed aangeslaan en zij opent haar eigen bedrijf bij haar thuis. Zij is in verwachting en hij wordt al bijna 1 jaar. Hij heeft nog steeds te weinig uren in een dag en zij voert strijd tegen haar ziekte. Zij is nog steeds op zoek naar rust en structuur en zij gaat samenwonen. Hij is op reis in Berlijn en zij plant een rondreis door China. Je kan jezelf hierin herkennen want ik spreek over jou. Verandering, ontwikkeling, verwerking, het is overal.

Op weg naar Natural Pool, een niet-te-onderschatten wandeling die we hadden onderschat.

In de tussentijd zit ik hier maar, met in mijn hoofd mijn eigen problemen van alle dag. Van klein (we hebben nog geen vlees ontdooit, wat gaan we eten vandaag?) naar groot (ik kan even niet op een groot – persoonlijk – probleem komen, oef!). Nieuws stroomt binnen, van de na-twee-maand-ontslagen-minister-van-justitie-en-politie tot een babyfoto van Cas op Facebook. En ik like misschien niet alles, en ik zie zeker niet alles (dankzij Facebook die denkt te weten wat ik allemaal wel en niet wil zien), maar wat ik zie komt wel binnen.

Ontwikkeling en verandering gebeurt elke dag. Soms voel ik me aan de zijlijn staan. Zo, hierzo, ja, ik ben hier nog, zie je me?, hoor je mij?, ja, hallo, hey, wat gebeurt daar allemaal? Wacht eens even hoor, ik ben niet mee. Hoezo je gaat trouwen? Sinds wanneer ben je zwanger? He, je bent op reis! Waar ben je? Nee toch, ziek? Waarom! Help, even, wacht, ik ben niet mee. Wat gebeurt daar allemaal?

De schaduw alleen was niet genoeg :-).

Zo, Zoe verhuist en het land valt uiteen? Zou ik kunnen denken, maar is niet waar. Het leven gaat gewoon door, voor iedereen op zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en rekening houdend met de veranderingen en ontwikkelingen van zijn eigen leven. Want dat is leven. Bezig zijn met jezelf, kiezen voor wat jij wilt, wat jij denkt dat het beste is, waar jij zin in hebt. Ik heb gemerkt, ik kom pas echt tot leven wanneer ik doe wat ik wil, zonder daarbij veel rekening te houden met anderen. Dan pas, leef ik.

Zo egoistisch maar zo waar. We zijn allemaal egoistische wezens diep vanbinnen, of iemand dat nu kan toegeven of niet. En dat hele mooie kaartenhuis valt met een zucht uiteen, als je niet langer meer alleen verantwoordelijk bent voor jezelf. Wanneer kinderen in je leven komen, is het gedaan met egoistisch zijn. Het kan, en het gebeurd, maar het is niet wat velen beschouwen onder ‘goed ouderschap’ als mama zin heeft in een namiddagje voor haarzelf aan het zwembad terwijl kindlief op de schoot van de oppas zit te huilen, lang na sluitingstijd van de creche.

Nooit gedacht dat we elkaar nog eens gingen zien. Ziedaar.

Maar ik loop op zaken vooruit. Het gaat erom dat egoistisch zijn ook iets goed kan zijn, beter nog: het is heerlijk. Het kan niet altijd en zeker niet op elk uur van de dag, want er zijn dingen zoals de samenleving en de maatschappij die in de weg staan van volledig egoisme. Maar als we het doen, spreken velen van een ‘quilty pleasure’. Maar niemand hoeft zich schuldig te voelen omdat ze eens iets doen VOOR ZICHZELF. Waarom moet je je gaan verantwoorden, als je eens iets doet VOOR JEZELF. Lezen jullie ook hoe onlogisch dat klinkt? Jij leeft, dus jij beslist, toch?

Het ondrobon van Aruba

De wereld draait door, of we nu in de straten van Gent lopen of er niet meer zijn, of we nu verhuizen naar de noordpool of ons opsluiten in het Zuiden van Frankrijk. We zouden allemaal graag willen dat we zo belangrijk zijn, dat we zo een diepe indruk hebben achtergelaten op de wereld, dat deze niet meer dezelfde zal zijn zonder ons. Maar niets is minder waar: het kan de wereld niet schelen waar je bent en voor hoelang je er nog bent. Zo belangrijk zijn we niet als individu. Jammer, maar helaas. Het gaat dus niet om wat je bereikt, want hoe groot het ook mag lijken, het vervalt in het niets. We zijn nog geen stipje op de aardbol, en voor mensen die reizen wordt dat gevoel meer tastbaar. Maar niemand kan het echt vatten: dat mijn leven op zich, eigenlijk niets waard is.

Het is niet allemaal zon zee strand, ook cactussen en dorens en levenloze bomen.

Want of ik nu hier ben of daar, je trouwt, je wordt ziek, je verhuist, je wordt groter, je wordt zwaarder, je bevalt, je verjaart, je solliciteert, je werkt teveel, de zon komt op en de zon gaat onder. Ik zie dezelfde zon als jij, en dat is het enige wat ons verbindt. En liefde, onvoorwaardelijke liefde die niet kan gemeten worden in woorden, daden of beelden. Het is een gevoel, een verbintenis tussen jou en ik en op welke afstand dan ook, ik voel je hier in mijn hart, ik draag je hier mee in mijn hoofd, ik steun je keuze om te verhuizen, ik huil om jouw pijn, ik lach mee met jouw geluk en droom mee met jouw gedachten, ik wordt warm van jouw foto’s op Facebook zonder ze te liken. Want een gevoel als liefde is niet te meten met een like, maar met de glimlach die ik je geef, onderweg naar huis in de bus, samengeplet tussen een heleboel dikke en andere dunne mensen, terwijl een man me lastig valt, een oudere vrouw zit te zingen mee met de radio die veel te luid staat en de bus bijna uit elkaar valt als hij een drempel over gaat. Ik lach voor jou, ik huil samen met jou. Ik deel je verdriet, je dromen, je pijn, je geluk. Want ik ben met jou, ik leef mee, met jou. Dat is liefde.

In verwachting

Opgegroeid tussen de verwachtingen, op de verwachtingen en met verwachtingen, heb ik ook hier verwachtingen. Ik wil weten wat mijn buren, vriend, familie vrienden en collega’s van mij verwachten. Ik moet het weten, anders weet ik niet wat ik moet leveren.  Waar ik het heel, heel moeilijk mee heb, is dat in mijn leven plots geen verwachtingen meer kent. Er wordt zelfs niet verwacht dat ik op tijd kom, en dat is nog maar het begin.

Naar wat moet ik toewerken? Naar wie moet ik opkijken? Wat moet ik doen? Hoe hoog liggen uw verwachtingen van mij? Hoe snel moet ik leveren? Het is ons allemaal heel duidelijk. Het wordt ons duidelijk gemaakt door familie, tijdstabellen, vrienden, buren, straatnamen, wegwijzers, collega’s, je lief, reclameborden, ouders van vrienden, scoutsleiding en ga zo maar door. Onze omgeving maakt het ons duidelijk, elke dag opnieuw. En voor twijfels en vragen, weet u precies waar u terecht kan, want ze verwachten je. Een gestructureerde maatschappij maakt dingen duidelijk voor wie er is geboren.

_MG_0692

Ik ben opgegroeid met verwachtingen. Thuis, op school, in de klas, tussen de vrienden en vriendinnen, in de jeugdbeweging, op het werk, in het openbaar vervoer. Dat moet dan klaar staan, dit moet op dat uur ingeleverd worden, die taak moet op die dag verbeterd zijn en ga zo maar door. Ik weet wat ik moet doen, waar ik moet gaan, hoe snel ik moet werken, hoe lang ik kan slapen, waar ik hebt afgesproken en wanneer ik me moet verantwoorden. Het is me allemaal duidelijk gemaakt op mijn geboortedag bij wijze van. Ik kon op de verwachtingen vertrouwen, ik kon er op bouwen, ik kon me gaan aanpassen.

Nu. Ik ben verdwaald in een wereld zonder verwachtingen. Ze zijn er ongetwijfeld, maar ik zie ze niet. U toont mij niet: het moet zo en zo en zo. Omdat het ook anders kan. Dit is heel fijn. Het geeft tijd en ruimte voor mijn eigen ontwikkeling en gedachtengang. Ik zie iets nieuws en doe iets anders, of net niet. Maar dit is ook verschrikkelijk. Er is niemand die echt iets van mij verwacht. Just get it done. Wanneer, hoe, waar, en met wie is me niet duidelijk. Geen verwachtingen moeten inlossen klinkt ongetwijfeld heerlijk, zo klinkt het ook nog steeds voor mij. Maar opgegroeid met niets anders dan verwachtingen, is het in mijn hoofd een recept voor pure chaos. Wat moet ik dan doen? Wat is goed? Wat is niet goed? Ik weet het niet meer!

Ik kan eerlijk waar geen onderscheid maken tussen dingen die ik goed doe, en niet goed doe. Er wordt me meer dan eens verteld dat ik ‘het’ niet goed doe. Maar waarvoor ‘het’ dan wel mag staan, weet ik niet. Wordt me ook niet verteld, want ze weten het vaak zelf niet. Gewoon, ik doe het niet goed, maar hoe moet het dan wel? Daar krijg ik ook geen een antwoord op. _MG_0288Verschrikkelijk, toch?

Klinkt het heerlijk of verschrikkelijk, is het geen van beide. Al weegt mijn weegschaal laatste tijd wel zwaar door naar de kant van verschrikkelijk. Ik ben moe. Want ik leef in een wereld zonder verwachtingen, maar die verwacht ik wel te krijgen, elke dag op nieuw. Naïviteit, maar ook gewoon omdat ik het zo ken. Dus wat doet Zoë? Ze gaat haar eigen verwachtingen creëren. Ik vul uw verwachtingen wel voor u in. U, die geen verwachtingen heeft.

Dus ik maak verwachtingen voor u, geen zorgen, u hoeft ze zelfs niet te bedenken. Ik maak ze voor u, en dat doe ik niet alleen. Nee, ik ga ze ook nog eens gaan invullen, voor u. Zomaar, zonder dat u daarom vraagt of nood aan heeft. Ik heb het ongevraagd toch maar gedaan. Want ik kan toch niet geen verwachtingen gaan invullen? Wat moet ik dan met mijn tijd? Deze verwachtingen, die ik voor u maak en die ik voor u invul, liggen hoog. Oh ja, ik leg de lat hoog, want ik ben nu eenmaal een veeleisend persoon. Van mezelf, maar ook van u. Dus ik werk hard, en ik steek veel energie in het inlossen van uw verwachtingen, die ik zelf heb verzonnen. Klinkt allemaal zo vermoeiend, niet?

_MG_0144Nog niet vermoeiend genoeg blijkbaar, want ik ga nog eens verwachtingen gaan creëren, maar van u. Verwachtingen waarover ik niet moet nadenken maar die zo natuurlijk in mij opkomen als dat ik elke ochtend mijn veters strik. Ik communiceer deze verwachtingen niet, of moeilijk, want het zijn toch alleen maar voor de hand liggende dingen? …

Niet dus.

Ik communiceer ze zelden, maar ik zaag als u ze niet invult. Hoe kun je nu niet weten dat…? Is toch normaal dat…? En ik zaag en ik zaag en ik zaag want u komt tekort in mijn ogen. U voldoet niet aan mijn verwachtingen, ik blijf zitten met mijn verwachtingen, jij zegt ‘de pot op’ tegen mijn verwachtingen. En heeft u geen gelijk, want ik heb ze tenslotte zelf verzonnen.

Ik werk hard aan het invullen van uw verwachtingen, die u niet heeft. Ik neem het u kwalijk dat u mijn inzet niet apprecieert. Maar u merkt mijn inzet niet, want ik heb u niet op de hoogte gesteld van mijn verwachtingen. U denkt gewoon dat ik veel energie heb. U heeft geen idee dat ik schreeuw uit onmacht. Ik moet bekennen: Suriname, u past niet in mijn plaatje van verwachtingen. U bent niet van wat ik als tienermeisje heb gedroomd, maar de realiteit die u mij voorschotelt, is zoveel mooier. Is zoveel harder dan dat ik ooit had gevreesd, en zoveel zachter dan dat ik ooit had gedroomd.

Liefste Suriname,
Pas ik in uw wereld, die geen verwachtingen kent?

_MG_0584

 

La Dame Blanche

Terwijl ik dit schrijf heb ik net een ijsje op. Dame blanche, het doet me denken aan mezelf, ‘witte dame’. Of is dat niet de juiste vertaling? Alleszins, ik schuil momenteel achter mijn toetsenbord en geef er nog eens een flinke lap op. Want ik ben niet verlegen achter mijn computerscherm, in tegenstelling tot op straat. Vrienden en familie die me kennen zullen nu misschien eens fronsen. Zoë verlegen?

Jawel hoor. Als ‘dame blanche’ in Suriname voel ik me niet honderd procent overal op mijn gemak. Er zijn de goede dagen vol plezier en geluk. En er zijn de slechte dagen van gehuil en geruzie. Die goede dagen van veel plezier en geluk, deel ik met u. Niet allemaal, want ik wil u ook niet gek van jaloezie maken op die maar al gekende tijdlijn. Maar het is als een soort automatisme, een onderliggende drang in mij die met u wilt delen hoe mooi het hier is, hoe lekker het hier smaakt, hoe gezellig het hier hoort.

Het valt me op dat ik dit doe, omdat ik niet de enige ben. Ik weet van vrienden die zich niet goed voelen, en dan zie ik een schitterende foto op Facebook alsof ze de tijd van hun leven hebben. Onlangs reageerde een ex-collega op een foto van me. ‘De tijd van uw leven daar precies?’ En toen ben ik gaan nadenken. Ja, daar lijkt het wel op, hé? Met al mijn zonnige foto’s vol intense kleuren en – voor een Belg zoals ik – niet-alledaagse onderwerpen. Er bestaat ook wel zoiets als een filter (mama: dat is een effect dat je op een foto kan zetten zodat deze een bepaalde sfeer krijgt), maar ik heb besloten om die niet meer te gebruiken. Omdat ik de werkelijkheid niet meer wil verbloemen.

Ook mijn smartphone is nu al een dikke maand kapot. Na enkele dagen zonder merkte ik dat ik geen nieuwe nodig heb. Ik heb hier een oude Nokia met een Surinaams nummer en die doet het helemaal prima. Bellen en sms’en en dat is het. En oh ja, de originele versie van Snake staat er ook op voor het geval ik me verveel. Het is gedaan met de kiekjes op de telefoon, die tegenwoordig al een goede beeldkwaliteit hebben maar die ook de oorzaak zijn dat mijn tijdlijn vol staat met allemaal rotzooi. Daar staat u dan, met duizenden foto’s in uw broekzak. Klaar om op elk moment van de dag een nieuwe foto aan uw verzameling toe te voegen. Maar wat doet u met al die foto’s? Kijkt u nog naar een foto die u vorig jaar in oktober maakte zonder dat iemand er naar vraagt?

Hetzelfde met Facebook. Niemand kijkt naar de 40+ beelden die u met een post de cloud instuurt, want mensen hebben de tijd niet. Het moeten al hele goede vrienden zijn, of dichte familieleden. Met mijn fototoestel hang ik misschien de echte toerist uit, maar mijn beelden zijn wel goed. Of dat probeer ik toch. Ze hebben geen filter meer nodig, want dat is weer helemaal niet vergelijkbaar met de realiteit. Het is al ‘erg’ genoeg dat ik alleen maar positieve dingen plaats. Want niet elke dag is positief. Dus ik ben mezelf beginnen afvragen: waarom durf ik geen negatieve dingen op Facebook plaatsen?

Is het omdat de wereld al genoeg miserie heeft, en het alleen maar aantrekkelijk is om op Facebook het feel-good-news te melden? Of is het omdat ik niet alleen ben, en ik stiekem toch wil concurreren met al mijn vrienden hun aantrekkelijke levensstijl? Of wil ik uitzonderlijk zijn en gewoon zoveel mogelijk ‘likes’ binnenhalen, want dat staat stoer als ik mijn tijdlijn overloop. Maar niemand houdt zich bezig met mijn tijdlijn te overlopen en te tellen hoeveel likes ik heb. Ik belast mezelf met de druk om populair te zijn op sociale media. Ik post maximum één keer per dag, want als ik meer post komen mijn updates niet meer op alle tijdlijnen van mijn vrienden te staan (heb ik gehoord). Ik probeer te posten net voor de middag, want dat is bij jullie vijf uur later en om vier uur zouden er – naar het schijnt – de meeste mensen op Facebook zitten.

Zo, alles op een rijtje lijkt net of ik ontzettend verslaafd ben. Terwijl ik zeker weten niet zoveel op Facebook zit in vergelijking met anderen, die wel een smartphone hebben en internet overal. Waarom deel ik al het leuks?

Is het omdat mijn moeder me niet graag zou zien op een foto waar ik niet gelukkig lijk?
Of is het omdat het nu eenmaal meer likes geeft?
Of is het omdat ik aan u wil tonen dat ik hier de tijd van mijn leven heb?
Want daar lijkt het op. Maar het is niet dé tijd van mijn leven. Het is leven, het is geen zin hebben om te koken, het is lachen om een grap, het is ruzie maken om het nutteloze, genieten van de zon en klagen op de warmte. Het is mopperen in de regen en vloeken op de overstroomde zandwegen. Het is te laat komen door de file en te vroeg zijn zonder reden. Het is leven en de tijd wordt gevuld, met al het goeds en kwaads dat er bestaat in elk land van de wereld. Het is hetzelfde leven voor u als voor mij. Opstaan, werken, eten en slapen. En als het kan ook nog liefhebben.

Dus ik deel met u het goede, het mooie, omdat het onderdeel is van het leven. Ik ben er mij van bewust dat ik het slechte niet genoeg aan de grote klok hang. Omdat ik niet alleen ben in het slechte, in het lelijke. Er zijn onbeschreven regels zoals privacy en dat moet gerespecteerd worden in het leven van familie, vriendschap en liefde. Ik ga u niet beladen met foto’s van het lelijke. Omdat u – als u eerlijk bent – daar ook geen nood aan heeft. Denk ik.

Wat ik wel ga doen, is deze post delen net voor de middag. Zodat u het zeker leest. Indien u tijd heeft natuurlijk.

Allesandro

Je krijsen gaat de hele dag door. ‘Altijd, elke dag, je verpest elke dag!’ ‘Klets’, ‘klets’, ‘klets’. Je schreeuwt, je huilt. ‘Allesandro!’ Je krijst. ‘Klets’. Het is stil, eindelijk rust. Rust? Mijn maag vormt zich tot een steen. Allesandro, je bent misschien vier jaar. Je kleine beentjes hobbelen achter je aan wanneer je achter je bal aanloopt. Je bent geen mooie jongen, het is niet erg, je hebt zo van die kinderen die gewoon niet mooi zijn. Maar ze zeggen altijd dat zij later de mooiste jongens van de klas worden. Ik vraag me af of je ooit naar je klassen zal gaan. Je praat niet, zegt alleen ‘dada’, ‘dada’. Je zegt het zoveel dat het na een tijdje ook gaat vervelen. Allesandro lacht niet, je ogen lachen nooit. Je bent niet speels zoals het hoort. Wat verwacht je ook, met zo een moeder? Een moeder met blond vals haar en een dikke kont. En je vader? Ja, die is er wel. Je vader groet me nooit, als ik geluk hebt kijkt hij me even aan. Maar ik heb liever dat hij me niet aankijkt. Zijn blik zorgt voor kippenvel in de warme zon. Ijzig, zo ijzig zijn de ogen. Ik heb hem nog nooit zien lachen, en vraag me stiekem toch af of hij al zijn tanden nog heeft. En hoe die tanden er dan uitzien. Zwart of geel? Of mooi wit, zoals je bijna bij elke donkere man hier ziet. Misschien zit er wat goud tussen, want een gouden tand geeft nu eenmaal aanzien. Dat heb ik van horen zeggen, ik vind het helemaal niets. Goud hoort niet in je mond, is mijn bescheiden mening.

Je vader kijkt voetbal. Het geluid van de Engelse commentator overstemt je ‘dada’. Ik hoor het tot in mijn zetel, maar toch af en toe vang ik een kreetje van je op. Kijk je mee Allesandro? Waar ben je? Ligt je vader languit in de zetel, met een frisse Parbo in zijn hand, of drinkt hij liever wat sterker? Begrijp je het spel, al die mannen die zomaar achter die bal aanlopen. Net zo een bal als jij hebt, maar dan iets groter. En harder, maar dat zul je nog niet begrijpen. Hoeft ook niet, dat komt nog wel. Ben je bij je vader Allesandro? Kijk je naar het scherm, waarop al die mannetjes lopen op het groene gras. Of kijk je naar je moeder, wat doet je moeder Allesandro? Ruimt ze op na een dag met jou in huis, of is het allemaal vuil op de grond. Zit je wel lekker, zo ver van je vader? Je vader, die reageert wel op je kreetjes. Hij is bijna even goed in het woordje ‘dada’ als jij, maar maak je geen zorgen hoor. Niemand kan het zo zeggen zoals jij, met je irritant hoog stemmetje. Je doet iets, Allesandro, wat doe je? Je moeder vindt het niet leuk. Ze wil dat je stopt. Ik hoor haar roepen, ze klinkt niet aardig. Waarom stop je niet Allesandro? Is het zo leuk wat je aan het doen bent, of wil je haar aandacht. Vind je het leuk dat ze op je roept, want dan kijkt ze tenminste naar wat je aan het doen bent. Of misschien vind je haar stem sussend, ook al roept ze. Ik voel me eenzaam Allesandro, ik heb geen vrienden hier, net als jij. Wie moet ik over jou vertellen, de politie? Of zal ik met je ouders praten. Begrijp je het, dat ik het niet kan? Want wat zal met mij gebeuren, als je ouders boos worden? Ik wil me niet moeien, ik mag me niet moeien. Iedereen moeit zich hier alleen met zijn eigen huishouden, het is al moeilijk genoeg. Ik begrijp het wel hoor, waarom zou ik me moeien, ik heb toch niets met jou. Wie ben jij van mij? Je maakt bromgeluidjes, je bent aan het spelen. Met een autootje zit je op de grond, de koude stenen voelen fris aan je beentjes, die geen broekje hebben vanavond. Gewoon een pamper, dat is genoeg in zo warm weer. Wordt je genoeg gewassen? Want het leven is al moeilijk genoeg als lelijk kind, je moet niet nog gaan stinken ook. Maar eerst mag je nog wat spelen, doe maar. Je kan spelen tot je je moeder helemaal gek maakt en zij weer begint te roepen. Waarom hou je geen rekening met je moeder, kind. Zij wil gewoon een rustige avond, net als ik. Maar jij wilt aandacht. Ik snap het wel hoor. Doet ze haar haar, maakt ze zich mooi voor jou, of misschien wel voor je vader. Is er liefde in je huis, voel je het hangen? Het is warm en dik, en hangt onzichtbaar in de lucht, het doet je zo licht voelen dat je de illusie krijgt dat je kan zweven. Je moet eens kijken naar de blikken tussen je moeder en je vader. Kijk goed, blikken van passie en geluk. Ogen die stralen als ze elkaar aankijken, je merkt het meteen wanneer het gebeurd.

Maar ik heb zo een gevoel dat jij het niet kan zien, omdat ze niet bestaan. Je moeder is druk bezig met jou, en je vader te druk met de televisie. Kun je hem vragen het geluid wat zachter te stellen? En terwijl je dat doet, haal je eigen stemniveau ook naar beneden. ‘Mama’, dat kan je ook al. Ik hoor het, je zegt ‘mama’. Je stem kraakt op de tweede klemtoon, alsof je al veertig jaar rookt en vijfendertig jaar drinkt. Herken je de geur van alcohol al, die zure scherpe lucht die uit je vaders mond komt terwijl hij naar de voetbal kijkt. Probeer maar even te ruiken, je kan wel bij hem kruipen hoor. Maar ik waarschuw je op voorhand, het is geen prettige geur. Betreden op eigen risico. Waarom roep je mama Allesandro? Je weet dat ze het niet fijn vindt, je zaagt. Je maakt haar hoofd moe, ze heeft net een hele dag met jou thuis gezeten. Nu moet je niet nog eens gaan zagen, zo laat op de avond. Wees maar stil, ja, goed zo. Stilte kan fijn zijn toch? Zo rustgevend als iedereen je met rust laat, als je genegeerd wordt tot je stopt met zagen. Dan is de stilte zo welkom. Maar lieve Allesandro, je mag van mij de hele avond huilen. Liever dat, dan dat je wordt stilgezwegen met een klap.

Eén maand Suriname

Eén maand in Suriname, dat moet gevierd wordenQuin en ik zijn nog nooit zo lang bij elkaar geweest, maar gaan ondertussen wel al een jaar met elkaar. Hoe gek dat ook mag klinken, we voelen ons super goed en dat is toch hetgeen wat telt!

Wat ook heel goed voelt, is het feit daZoë-kaa gent-paramaribot ik niet moet aftellen, rekening houden, uitkijken of tegen een volgend vertrek moet opzien. Eén maand in Suriname en ik moet nergens heen, want ik ben al thuis.

Ons plan – ja, we hebben wel degelijk durven plannen! – was om vandaag een dagje voor onszelf te nemen. Bootje nemen over de Suriname rivier en lekker slenteren door Nieuw-Amsterdam, een rustige groene streek aan de overkant van Paramaribo met veel oude plantages uit de slavernij om te bezoeken. Maar tropische regenbuien, waarin zelfs fietsen geen aanrader is, brachten ons op een ander idee. Het was wel eens tijd voor een grote schoonmaak. En zo stonden we de hele dag te schrobben, dweilen en kuisen. Het hoort er ook allemaal bij. Ik denk dat ik de badkamer schoner heb gemaakt dan dat we in eerste instantie aangetroffen!

Maar waarmee ik deze dag echt gevierd heb, is de inzending van mijn eerste artikel voor de Ware Tijd. Drie weken was ik druk in de weer met het onderzoek, waarvoor ik tientallen mensen interviewde. Naast het feit dat ik me hier heel prettig voel in Suriname,Werk-stagiairegemeenschap-keuken doet het me goed dat ik hier kan doen waarvan ik hou: schrijven. En niet alleen in mijn dagboek of op het internet, maar voor een kwaliteitsvolle krant! Ik wil het dan ook niet over koetjes en kalfjes hebben in mijn artikels, maar sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen aan het licht brengen. Er valt in Suriname nog zoveel te ontdekken, zowel voor mij als voor de Surinamer zelf.

Met trots kan ik mededelen dat ik als eerste de ontdekking van de stage-industrie heb onderzocht, met nadruk op de Belgische stagiairs. Er is hier in Suriname nog geen eerder onderzoek naar gedaan. Dit brengt een voordeel voor mij als journalist met zich mee qua originaliteit, maar ook een nadeel aangezien er nog heel weinig bekend over is. De laatste weken ben ik dus druk bezig geweest met dit onderwerp uit te spitten. And man, do I LOVE my job! Ik moest mezelf er soms aan herinneren om te eten, omdat ik zo geconcentreerd in mijn werk verdiept zat.

Het artikel was, naast een interessante ontdekking en uitdagend onderzoek, een relatief gemakkelijke start van mijn carrière als journalist in Suriname. Aangezien ik vorig jaar als vrijwilliger in een stagiairehuis zat, en met veel stagiairs op stap ging wist ik al zo een beetje waar ik kon beginnen.

Quin-bus-voor-huis2De economische crisis komt ook bij ons thuis hard aan. Eén euro is momenteel bijna acht keer meer waard dan de Surinaamse Dollar. En aangezien ik hier niet ben om mijn gespaarde euro’s te gebruiken, voel ik zelf hoe hard Surinamers het hebben met het loon dat ze krijgen. Dat is klein als je kijkt naar de levensduurte en prijzen in de winkels. Quin werkt in de scheepvaart. Vorige week heeft hij vier dagen niet moeten werken, omdat er gewoon geen schepen waren die in of uit het land varen. Dit zegt iets over de status van het land, dat niet genoeg produceert om te verkopen en geen geld heeft om te importeren. Gelukkig heeft hij zijn tweede job als buschauffeur zodat we ons momenteel geen al te grote zorgen moeten maken.

2 culturen, 1 dak

Ik heb zo een theorie in mijn hoofd, die tegenstrijdig is met die van mijn moeder. Mijn moeder gelooft namelijk dat elke mens geboren is op een plaats, en dat dit voor een reden is. Als je leven niet zo moest zijn, dan was je wel ergens anders geboren. Waarom wordt anders de ene geboren in Australië, en de andere in China? Er is een doel – vraag me niet welk – dat je kan vervullen op die plaats waar je geboren bent. Dat doel moet ieder voor zichzelf bepalen. Het is goed voor de wereld als iedereen werkt aan zijn eigen stukje grond, de grond waarop die geboren is. Als we allemaal zouden werken aan ons eigen, bij ons eigen en in ons eigen buurt, zou de wereld er heel wat mooier uitzien.

Vluchtelingen komen naar het westen, dat zo opgehemeld wordt. Alsof de hemel op aarde bestaat. Ook in Suriname leeft de European dream. Vroeger wouden de mensen allemaal naar Amerika, het beloofde land waar je kon werken en gelukkig worden. Nu nog steeds denken veel mensen hun geluk te vinden in Amerika, hun droom waar te kunnen maken. Maar eens je buiten Europa stapt, omdat je bijvoorbeeld Europa niet goed meer vindt, of je bent niet akkoord met de mentaliteit of de beleidsvoering, merk je dat de mensen juist naar daar willen gaan. In Suriname leeft de gedachte dat het in Nederland of België allemaal veel gemakkelijk gaat. Het feit dat het geld acht keer zoveel meer waard is dan in Suriname doet hier waarschijnlijk ook wel wat aan.

Phaqua-Zoë-pleinMaar ze leven in de illusie dat in Europa iedereen voor elkaar zorgt. En als ze in het begin geen werk vinden, ze wel een uitkering zullen krijgen, en die uitkering is vaak veel meer dan wat ze in Suriname kennen. Maar ze vergeten dat in Europa een heel egoïstische mentaliteit leeft, en dat je niet zomaar even alles in je schoot geworpen krijgt, maar dat je er hard voor moet werken, zeker met de achterstand aan kennis die je automatisch hebt wanneer je een nieuw land binnenstapt, want je weet gewoon niet hoe het werkt, en dat valt je niet kwalijk te nemen, maar in Europa doen ze dat wel. Nu, mijn moeder denkt dat mensen hun leven alleen maar moeilijker maken als ze verhuizen of immigreren, en dat ze meer kans hebben op een gelukkig bestaan als ze blijven waar ze geboren zijn, zonder daarbij enige vorm van racisme te hebben, want mijn moeder wilt alleen maar het beste voor de mensen. Ik vind het een mooie theorie, die best wel eens zou kunnen werken. Maar ik denk net het tegenovergestelde.
Nu ik hier zo ben, sta ik aan de andere kant van het verhaal. Ik ben de immigrant, ik ben hier niet even op stage of op vakantie, maar woon hier en wil hier een leven opbouwen. Dit maakt van mij een immigrant, toch?
Phaqua-Zoë-Gary-pleinWel, het is moeilijk, daar heeft mijn moeder alvast gelijk in. Het is alles in één, nieuwe structuren van maatschappij moet je leren, er zijn andere gedragingen die je wel en niet kan doen, er is een andere taal die je moet spreken. Want er mag hier dan wel dezelfde taal worden gesproken, er worden andere woorden gebruikt en je moet weten wat wel en niet te zeggen om geen verkeerde indruk op te wekken. Alle comfort die je je hele leven lang kende, valt onder je voeten weg en je weet niet meer waar je op kan staan. Normen en waarden zijn anders, maar je kan er zo precies niet de vinger op leggen hoe anders die dan zijn. (Voor alle duidelijkheid: dit is niet Quin op de foto)

Maar ik geloof in een samensmelting van culturen. Luister even goed: als je overgrootopa van Canada is, je overgrootoma van Kenia, je opa van Japan, je oma van Zwitserland, je moeder van Turkije en je vader van Argentinië, maar jij bent geboren in Frankrijk en gaat daar naar school, welke nationaliteit draag je dan? Als je wordt opgevoed tussen al deze culturen, met al zijn normen en waarden, met alle onbeschreven regels en talen, wie ben je dan? Je bent uniek, en je bent bijzonder, en dat in de positieve zin van het woord. Als mensen uitwijken van het continent of land dat wordt gezien als het ‘beloofde land’, zullen de dromen van degene die willen komen snel aan diggelen worden geslaan. Als er een mengelmoes van culturen ontstaat, waar godsdienst en geloof je eigen beslissing is, en waar mensen geen één nationaliteit dragen of geen één waarden en normenpatroon volgen, kunnen we alleen maar openstaan voor de ander, want je bent niet anders gewend in je persoonlijke verleden. Zo, dat is mijn theorie, die je waarschijnlijk met vier, vijf argumenten aan diggelen kunt slaan. Maar ik geloof in deze samensmelting, die natuurlijk niet voor binnen vijf jaar is.

Phaqua-Zoë-Quin-thuis4Dat ik erin geloof, wil daarmee nog niet zeggen dat het gemakkelijk is, of mogelijk. Ik ben het levende bewijs van een immigrant die ‘vlucht’ van het zogezegde ‘beloofde land’. Ik geloof niet in één beloofde land, ik geloof in je eigen kunnen om een land te accepteren hoe het is, en op je eigen manier te veranderen zodat je je comfortabel voelt in het land dat je niet kent, zonder daarbij politieke ambities te hebben of maatschappelijke problemen te verhelpen. Dat veranderen gaat niet zonder slag of stoot, want je moet jezelf veranderen, je moet je aanpassen naar die omgeving die je hebt ‘gekozen’. En daar komt dan het dierlijk instinct dat diep in jou wakker wordt en kom je erachter dat je misschien helemaal niet wilt veranderen, want je hebt hard gewerkt voor de persoon die je tot op vandaag bent geworden. (Nog eens voor de duidelijkheid: dit is wél Quin op de foto)

Maar bij een verhuis naar een ander land of werelddeel, moet je je medemens, met andere geloofsovertuiging, met een ander beeld van goed en fout, met andere doelen en andere inzichten, met andere normen en andere waarden, met andere perspectieven en gedachten, tegemoet komen. En jij moet het meeste werk verrichten, want jij bent de nieuwe, jij bent de immigrant. ‘Als je naar hier bent gekomen, moet je je ook aanpassen, anders blijf je maar lekker in je eigen land’, zijn woorden die in België vaak gezegd worden. Je moet je aanpassen, in de zin dat je mensen tegemoet moet komen, maar degene die er al altijd heeft gewoond, moet zich ook aanpassen. Gewoon omdat het dan een veel gezelligere wereld zou zijn. Geef de immigranten wat ruimte, geef ze wat vertrouwen, geef ze een compliment in plaats van ze te staan corrigeren, ik kan het ook gebruiken. Het helpt niet om alleen maar te staan bekritiseren en/of corrigeren.

Phaqua-Zoë-Sophie-plein

Niet te vergelijken

De ervaringen die ik vorig jaar heb opgedaan, zijn dag en nacht verschil met wat ik nu allemaal ontdek. Nu ik hier werk en woon, zie ik anders, proef ik anders en ruik ik anders. Van een lange-afstandsrelatie de ene dag naar samenwonend de volgende. Van trips plannen naar het buitenland tot SRD’s tellen voor de huur. Het is elke dag een vraagstuk wat we nu weer zullen eten en ik moet mijn eigen was doen. Ik ben de enige blanke in mijn buurt en waan me met voorzichtige stapjes in het leven van de Surinamer.

17269054_10211955744758367_1861587068_o

En dat leven bevalt me wel. De traagheid van de zaken ergeren me minder, omdat ik niet meer in een groep zit van Westerse mentaliteit. Het is op een bepaalde manier gemakkelijker om me aan te passen aan het leven van alledag, omdat ik samenwoon met Quin en niet kan ontsnappen aan de onvermijdelijke frustraties die deze cultuur met zich meebrengt. De impulsieve levensstijl, het ‘we zien wel’, de plannen die je niet moet maken, want ze lopen toch niet zoals verwacht. Om teleurstelling te voorkomen, maak ik niet veel afspraken en probeer ik mijn geest zo open te zetten dat ik niet meer verbaasd ben wanneer mijn vriend zich plots herinnert dat we toch even dit moeten doen, of dat een interview-afspraak wordt uitgesteld met twee uur.

17237102_10211954943258330_1876352781_o

Er wordt altijd gesproken over een clash van culturen, de zogenaamde cultuurshock. Wel, wie zich nog steeds vragen stelt over hoe dat verloopt, zo een cultuurshock, moet maar eens een weekendje bij ons komen logeren. Alles is een uitdaging, want mijn vriend die ziet het werk wel liggen, maar zal pas beginnen met de afwas als hij voelt dat hij er klaar voor is. Als het even kan. Ook al is de was al gedraaid en schijnt de zon buiten, hij stelt zich pas recht als het hem uitkomt. Tot dat moment blijft hij rustig Facebook-scrollend in de zetel hangen. En dat terwijl het bed nog niet opgemaakt is. Dan zit ik in de zetel en hang ik even lekker met hem mee, maar in mijn achterhoofd blijft het werk me uitdagen. Want de zon schijnt, en de afwasberg stoort me, en het bed ziet er niet uit. Dan is het luieren voor hem gedaan, en begint hij actie te ondernemen. Is het plots ik die  lig te luieren, en ‘we moeten toch de was ophangen, straks is de zon weg’.

17200441_10211955764518861_273298658_oDat alles leidt tot goede gesprekken, en ik mag van geluk spreken dat hij goed luistert, begrip heeft en wel degelijk iets doet als ik het hem, ook al moet ik het veel vragen, blijf vragen. Ik heb geen omgeving waar ik even kan uitblazen en kan zagen tegen de Westerse mensen over de verschillen tussen onze culturen, die van de Surinaamse cultuur en die van het Westen. Ik heb geen vriendinnen die tegen mij zeggen dat we ‘nu’ weg gaan en dat ik mij maar even moet haasten. Nee, als de motor van de auto al draait en ik laat ben voor mijn afspraak, begint mijn vriend plots te dweilen. Mag ik dan zagen? Want hij dweilt toch maar. En hij kookt, en hij helpt en hij doet het wel allemaal, maar alles op zijn eigen tempo. Zodoende doe ik hier even mijn beklag over de Surinaamse cultuur, want tegen hem zagen geeft niet de voldoening waar ik op hoop.

Maar de Surinaamse cultuur is meer dan traagheid, wat ook wel met de temperatuur te maken heeft, het feit dat de bussen geen tijden hebben en misschien ook wel omdat opjagen gewoon niet goed is voor je hart. Zo leer ik nieuwe smaken, groenten waarvan ik de naam nog nooit van heb gehoord en waarvan de smaak een totale verrassing is voor mijn mond. 17269286_10211955742958322_1440908157_oOker, klaroen, tajerblad, guave, papaya, manja, kousenband, awara’s, mopé, en ga zo maar even door. Of ik leer nieuwe benamingen voor dezelfde groente, zoals aubergine die hier boulanger heet (op zijn Frans uitgesproken). Zo leer ik ook koken met andere kruiden, zoals dijera en massala, om er zo maar even twee te noemen. En een maaltijd is niet af zonder een pepertje en enkele maggi-blokjes (kippenbouillon). Je mag ook niet ruiken aan de kookpotten, iets wat ik thuis vaak deed. Of kip moet je kluiven, iets wat ik thuis nooit deed. Mijn vriend is gek van kluiven: kraakbeen, pezen, botten, het gaat allemaal naar binnen. En daar zit ik dan, verlangend naar mijn kipfilet. Wat we elke dag zullen eten en hoe het moet klaargemaakt worden is dus een groot vraagstuk voor mij, en één van de grootste uitdagingen tot nog toe.

17237079_10211955693237079_694762902_o.jpg17230288_10211955693877095_1920660535_o.jpg

Nog een uitdaging is het transport. We wonen toch een eindje van de stad en veertig minuten fietsen is geen optie in de blakende zon, of in het pijpenstelen regenen. Auto rijden dan maar, of de bus pakken. Maar de bus pakken is niet zomaar even om de hoek lopen. Het is eerst een dikke twintig minuten wandelen naar de eerste weg waar een bus passeert. Dan is het wachten, en je weet nooit voor hoelang aangezien er geen uurroosters zijn, tot een bus passeert. Moet je geluk hebben dat deze niet vol zit, anders rijdt die gewoon door en moet je weer voor onbepaalde tijd wachten. Eenmaal op de bus kan het lang duren, aangezien passagiers op- en af stappen wanneer het hun uitkomt, en de bus soms wel erg veel kan stoppen op deze manier. Er zijn routes, maar niet om te zeggen zoveel dus eenmaal aangekomen in de stad, is het soms een kwartier wandelen naar de volgende bus, waar je dan gaat opzitten. 17200660_10211954942138302_2076803693_oMaar hij vertrekt alleen als die vol zit, dus is het wachten op genoeg passagiers voor deze vertrekt. ‘Even’ naar de stad is dus niet zomaar ‘even’, maar neemt al snel twee uur in beslag, en dan ben je er nog maar en moet je nog terug. Het is dus nog even zoeken. Ik leer autorijden, maar aangezien er geen wegmarkeringen zijn, is het eerst de taak om de wegen te leren. Dus heb ik een wegenkaart gekocht die ik nu aandachtig aan het bestuderen ben, maar ondertussen zijn er wel interviews die gedaan moeten worden en inkopen die gekocht moeten worden.

Omdat elke dag anders is en het zo een avontuur blijft, vind ik het helemaal fantastisch. Voor de eerste keer woon ik samen en heb ik iets op te bouwen, wat me een enorm gevoel van trots geeft. Alles wat we doen in ons huisje, is voor ons. We delen een verantwoordelijkheid en we werken aan ons  zelfstandig bestaan. Doordat we beiden onregelmatige werkuren hebben (ik als journalist en hij als loods op de boot) zien we elkaar niet veel. Maar we maken tijd en gaan dan eens een wijntje drinken aan het water 17200858_10211955693037074_217452328_oonder de palmbomen in de warme avondlucht. Het is fantastisch om bij hem te zijn, en zelf het feit dat we kunnen discussiëren tegen elkaar vind ik een luxe, want we zijn tenminste bij elkaar. Het is een opeenschakeling van uitdagingen en avontuur, met veel liefde en passie in het spel. Dit is de plek waar ik wil zijn.
Ik kan mijn passie voor het geschreven woord helemaal kwijt in het werken voor de krant, waar ik onderzoekende artikels mag schrijven. Net dat wat ik wou doen, en nu ik deze kans heb gekregen, wil ik het dan ook goed doen. Maar om tot het ‘goed doen’ te komen, moet ik vele omwegen en zoektochten ondernemen. Zelfs mijn vragen leer ik anders opstellen in de interviews, want het is dan wel dezelfde taal, er worden andere woorden gebruikt. Dus ik loop tegen de muur en af en toe worden mijn kaken wel eens rood, of heb ik plots geen idee meer wat ik moet vragen of hoe ik mij een houding moet geven, maar ik leer en ga vooruit en evolueer. En dat is exact wat ik hier kwam doen.

Een plek onder de zon

Ik kom thuis in een land dat ik dacht te kennen, maar mijn verhuis naar Suriname heeft een andere wereld geopend. Een wereld die in sterk contrast staat met alles wat ik toen ontdekte. Dankzij mijn vrijwilligerswerk bij dagblad de Ware Tijd vorig jaar heb ik heel wat uithoeken van het land gezien en unieke plaatsen ontdekt, want het is nu eenmaal zo: journalistiek brengt je op plaatsen waar de ‘gewone mens’ niet komt. Ik volgde de politiek en economie en kreeg een goed beeld van het land, zowel in de stad als in het binnenland. 3 maanden stortte ik mij in een avontuur dat geen einde leek te hebben. Ik ging van het ene feestje naar het andere, hier eens uit-eten met Milou, daar eens gaan sporten met Manon. Als ik niet op de dansvloer of in de cafés te vinden was, was dat waarschijnlijk omdat ik in het binnenland vertoefde. Draai het of keer het: ik was op vakantie, en daar is helemaal niets mis mee.

12829248_10208657525344943_2404247036489397178_o

Terug in Suriname, het land dat ik in de eerste plaats bezocht op aanvraag van mijn moeder. Zij wou namelijk dat ik iets met mijn journalistieke opleiding deed, als ik dan toch zo zot was om een wereldreis te maken. Dus kwam Suriname op het lijstje van landen staan, een land dat ik uit mezelf nooit had overwogen te bezoeken, gewoon omdat het niet in mij opkwam.

Na bijna tien maanden uit een rugzak te hebben geleefd, was het moeilijk aanpassen in België. Ik vond mijn draai niet meer, voelde me ongemakkelijk in de manier waarop zaken behandeld werden, hoe mensen met elkaar omgingen en het pendelen naar Brussel leek al mijn energie uit mijn lichaam te zuigen. De verleiding om terug mijn rugzak op te pakken was moeilijk te weerstaan. Suriname trok mijn aandacht, om meer dan één reden; het is een warm land, het is een open land met weinig inwoners (slechts 500 000, waarvan de helft in de stad leeft), de kalmte waarmee zaken behandeld worden en de traagheid waarop het leven zijn gangetje gaat, Nederlands is de voertaal en mijn netwerk is groot. Ik was er al langer achtergekomen dat ik graag schrijf. Ik ben jong en heb de tijd en ruimte om te investeren in mezelf, wat voor mij betekent: het avontuur opgaan, je hart volgen en artikels schrijven, mezelf ontwikkelen in de journalistiek en in het leven. En dat allemaal wil ik doen met de persoon die mijn hart heeft gestolen. Al deze dingen kon ik vinden in Suriname, en niets hield me tegen uit het koude Belgenland te vertrekken.

17268910_10211955928922971_833593550_o

Het afscheid van België was deze keer harder dan verwacht. Mijn tijd was intens, zowel op positief als negatief vlak. Het is dankzij vrienden en familie dat ik wel genoten heb. Zij zorgen voor een thuis in België, en daar ben ik ze heel dankbaar voor. Dit moest ik weer verlaten, en ook al liep ik maanden te zeuren over hoe beter het allemaal wel niet was in andere delen van de wereld, toen het afscheid er eenmaal aan zat te komen moest ik toch even slikken. Ik besefte dat ik het best goed heb in België, en het gras dat altijd groener lijkt aan de overkant, was deze keer toch groener aan mijn kant. Ik zou er best gelukkig kunnen worden, als ik er nog wat langer voor had blijven werken.

imm018_16A

Maar eenmaal aangekomen in Paramaribo besefte ik dat je voor geluk niet zo hard hoort te  werken, als het op een andere plaats voor het grijpen ligt. De warmte die me omarmde en het weerzien van de tropische bomen vulde mijn hart met een geluk dat niet te beschrijven valt. Nog voor ik mijn vriend terugzag, voelde ik dat de beslissing die ik enkele maanden terug nam, de juiste was. Sindsdien zijn mijn dagen een opeenschakeling van liefde en gelukzaligheid, maar ook van verwondering en uitdaging. Hierover later meer, ik moet nu toch maar eens gaan strijken.

Ga en je zal terugkomen

Ik voel me verloren. Verloren en niet begrepen. Al bijna 3 maanden ben ik terug in België, en het wordt lastiger met de dag. Enkele weken na mijn aankomst was ik onder de indruk van mezelf, hoe gemakkelijk ik het had om hier terug te zijn. Hoe leuk ik het vond om met mijn familie te tafelen en mijn vrienden terug te zien. Het is wel even zoeken geweest in die eerste weken, maar ik was best fier op mezelf. Ik was verschoten van hoe graag ik eigenlijk terug thuis was. In een kamer die voor mezelf is, onderweg met een maatschappij die ik ken, fietsen in een stad waar ik niet de toerist ben, hoe ik niet moet zoeken naar een manier om ergens te geraken. Ik voelde me mooi, sterk en gewild. Ik kreeg uitnodigingen van vrienden om iets te doen, ik dronk Belgisch bier op een café waar ik niet moet vragen waar de WC is. Ik ken de taal, weet hoe ik me moet gedragen en herken mensen in de straat. Iedereen was zo blij me terug te zien. Enthousiast kreeg ik de vragen naar mijn hoofd geslingerd. Ik wist niet altijd hoe ik moest reageren, maar ik genoot van de aandacht. Een gesprek ontstond zonder eerst te moeten vragen naar elkaars naam, en van waar de andere komt. Het ging allemaal zo natuurlijk en alles was weer nieuw voor me. De eerste keer terug op café, de eerste keer met de bus, de eerste keer naar Maarten, de eerste keer in euro’s betalen, de eerste keer in het donker fietsen, de eerste keer alles. Ik vond het zalig om terug thuis te zijn, tegen mijn eigen verwachtingen in.

Nu heb ik nog steeds mijn eigen kamer waar ik van geniet en mijn fiets waar ik helemaal gek op ben. Maar de uitnodigingen van vrienden zijn gedaald. De meesten hebben me één keer gezien en vinden het wel goed zo. Iedereen gaat verder met zijn eigen leven, met nieuw gemaakte vrienden of nieuwe uitdagingen op het werk. Mijn vrienden leven met een drukke agenda en geplande evenementen. Ik heb een lege agenda, omdat ik gek word van een volle. Ik kan toch maar op de dag zelf beslissen of ik diezelfde avond zin heb om nog iets te doen? Hoezo al een afspraak maken weken op voorhand, niet wetende of je daar op die afgesproken datum wel zin in zal hebben? Ik hou van de onafhankelijkheid en impulsiviteit die een lege agenda mogelijk maakt. Maar ik ben hierin heel alleen. Want impulsiviteit gaat moeilijk met een omgeving waarin iedereen alles dagen, soms zelfs weken, op voorhand plant. En ik word er onrustig van, van iedereen die plannen maakt, omdat er anders geen tijd is om elkaar te zien.

Ik voel me niet begrepen door mijn omgeving. Niet omdat ik slimmer ben, niet omdat ik meer heb gezien. Wel omdat ik anders heb gezien. Ik heb gevoeld en ervaren hoe het anders kan, en ben tot indrukken en conclusies gekomen die mijn denkwijze hebben veranderd. En hierin voel ik me alleen, niet omdat er niet naar me wordt geluisterd, maar omdat ik mezelf niet kan uitdrukken. Ik vind de woorden niet om te zeggen wat ik voel, omdat dingen in mij zijn veranderd waarvan ik ook niet weet hoe of waar het precies gebeurd is. En ik probeer, maar bots daarbij op heel veel verwondering. Verwondering die ik niet begrijp, want ik heb anders gezien. En dat maakt mijn omgeving niet dom en mij niet slim, of omgekeerd, maar het zorgt voor frustratie en verveling. Ik voel mijn vrienden zuchten, ik voel ze met hun ogen draaien als ik probeer iets te verwoorden wat te maken heeft met mijn veranderde opinie. Ik dwing mezelf voorzichtig te zijn in wat en hoe ik dingen zeg, en dat bij mijn eigen vrienden. Ik voel me eenzaam in mijn eigen stad.

Stil maar zeker komt bij mij die bevestiging. Ik voel me niet op mijn plaats in het land waar ik geboren ben. Ik ben niet akkoord met de manier waarop het hier in zijn werk gaat. Hoe tijd allesbepalend is, hoe individualistisch de maatschappij is, hoe weinig geduld er wordt uitgeoefend. Beloftes worden even snel gebroken als gemaakt, verwachtingen worden hoog gehouden terwijl er geen hoop was in de eerste plaats. En daarmee wil ik niet zeggen dat het verkeerd is, dat ik er zelf niet ingezogen word of dat een ander land perfect is. Het gaat hier niet om juist of fout. Ik bekritiseer niet de vrienden die hier een leven willen opbouwen, of die enthousiast zijn om een stap verder te gaan. Helemaal niet, ik ben gelukkig dat zij zich goed voelen, thuis voelen en leven willen opbouwen in de plaats waar ze geboren zijn. Meer nog, ik ben jaloers dat ik het zelf niet kan.

Maar ik voel me hier, in België, ongeduldig en gehaast, egoïstisch en verwend. Ik hou niet van de versie van mezelf die ik hier in de spiegel zie. Ik heb gevoeld hoe hoe het anders kan. Ik heb ervaren hoe anders ik kan zijn. Ik heb een deel van mezelf leren kennen als rustiger, gelukkiger, vrijer. Ik heb een leven leren kennen dat vol zit van uitdagingen, impulsiviteit en verrassingen. Ik heb geleerd om mijn gevoel te volgen, mijn eigen intuïtie te vertrouwen. Ik heb op reis zo goed in mijn vel gezeten dat ik me soms voelde barsten van geluk. Ik had meer voeling met mezelf op een plaats waar ik het niet ken, als hier in de stad waar ik geboren ben. Ik kom hier en ik weet het allemaal niet meer, ik weet niet naar welke gedachten te luisteren of welke gevoelens te volgen. Ik voel niet meer wanneer ik moe ben en wanneer ik energie over heb. Ik leef niet meer, ik word geleefd. Dit heeft betrekking tot mìj. Ik stel hiermee niet dat jullie allemaal gek zijn om in een land als België te willen leven. Want ik zie ook hoeveel moois België te bieden heeft, van sociale ziektekas tot het Gravenkasteel in Gent. Maar het voelt niet als de juiste plaats voor mìj.

Er is een onmiskenbaar verlangen in mij die de nieuwe versie van mezelf verder wil ontdekken. Een versie waarvan ik heb geproefd, maar nog niet ten volle heb leren kennen, omdat de tijd te kort was. Ik heb geproefd van een ander leven, een leven dat ik nog niet ken en een maatschappij die ik nog niet begrijp. Maar het is genoeg voor mij om ernaar terug te gaan. Simpelweg omdat het de eerste beslissing is sinds mijn terugkeer die 100 procent goed aanvoelt. Suriname: ik kom terug.