Deze week was ik op de boekenbeurs in Antwerpen. Geen paniek, ik ga niet schrijven over de auteurs die hun kookboeken lieten signeren, of welke boeken u zeker moet kopen als u gek genoeg bent de beurs een moment van uw kostbare tijd te gunnen. Ik bekommer me niet over de nieuw, snel reizende auteurs en flashy boekenrekken. Ik heb amper een blik geworpen op de veel te drukke boekenrekken, en de spreektijd die de auteurs kregen werd meer dan eens misbruikt met schaamteloze zelfpromotie.
In tegenstelling tot mijn herinneringen uit mijn jeugd, was de boekenbeurs simpelweg een levensechte tentoonstelling van covers. Gepakt en op elkaar gedrukt in een strak modern interieur dat weinig ruimte laat voor creativiteit. Het ene boek sprong niet uit het andere, want ze werden allemaal op een hoop gegooid. Ik kan alleen maar hopen dat mijn naam daar nooit tussenligt. Natuurlijk werd er ook aan jou, de bezoeker, gedacht. Je kreeg toch zeker enkele centimeters om je in de gangen van het boekendoolhof te wanen. Eerlijk?
Liever ga ik op een rustige dag naar De Slegte. En koop ik dat ene beloofde boek waarvan ik de naam niet weet (want ik volg geen trends). Maar als ik het toch doe, is dat tegen een goedkopere prijs. Versta me niet verkeerd: het is niet dat boeken geen geld waard zijn. Het is alleen dat de goede boeken op de achtergrond verdwijnen op een event zoals de boekenbeurs, en pas op de achtergrond, zoals tijdens een bezoek aan De Slegte, weer tot zijn oorspronkelijke recht komen. Want kookboeken lijken de dag vandaag nu eenmaal meer waard dan een sterke roman.
Het lijkt wel alsof iedereen kan schrijven. Maar dat is een leugen
Liever dan dat nog, ga ik op internet tweedehandsboeken kopen voor twee of drie euro (zie awesomebooks.com). Daar heb ik nu eenmaal meer aan, en mijn portefeuille ook.
Een goed boek is voor mij pas een goed boek als het verscheurde pagina’s heeft, waarvan een paginanummer nog moeilijk te lezen is door de besmeurde koffievlek. Afzien moet een goed boek doen. En de tands des tijds overleven. Het moet ruiken naar zwetende handen en versgemaaid graan, naar zeezout en rot vlees. Geen witte pagina’s, maar liefst van al zie ik ze geel gebleekt door het felle zonlicht, gescheurd door een dikke sneeuwvlok. De rug van een goed boek is te herkennen aan harde plooilijnen, alsof de vorige eigenaar ze met opzet voor jouw gemak heeft voorgeplooid.
Maar niets daarvan op de boekenbeurs, waar boeken niet tot leven mogen komen, maar gedoemd worden in de stilheid van hun bestaan. Op het rek tentoongesteld, alsof ze iets te bewijzen hebben. De boekenbeurs heeft zijn beste jaren gekend en stelt nu niet meer voor dan de realistische weergave van het overaanbod slechte boeken, met de uitzonderlijke krachtige klassieker ertussen. Als je het mij vraagt.
De boekenbeurs van Antwerpen heeft zijn beste jaren gehad
En zo bevind ik me enkele uren later in De Markten in Brussel. In één van die hippe plaatsen waar je alleen met bankcontact kunt betalen. Alleen dan weet je dat je goed zit. Met een Duvel naast mijn laptop, het bier dat tegen mijn verwachtingen in – en uit het niets – is gebombardeerd tot mijn lievelings bier (als ik Belgisch bier in Suriname, vaak ongevraagd, vertegenwoordig, komt de Duvel als uit een doosje naar boven, alsof er geen andere Belgische bieren bestaan). Maar genoeg uitgewijd: ik kom van de boekenbeurs in Antwerpen.
Ik was daar niet om een boek te kopen, want zonder een euro op zak was ik snel uitgekeken, maar voor een schrijfworkshop ‘De juiste taal voor jouw blog’ van Creatief Schrijven. Met gemengde gevoelens aan de workshop begonnen, maar achteraf geen foute beslissing om hieraan deel te nemen. Want dan zou ik nu niet aan het denken zijn wat ik denk. Ik heb best wat opgestoken. Met name hoe ik een groter bereik voor mijn blog kan bekomen, één van mijn persoonlijke hoofdzorgen die ik zonder schroom heb laten doorschijnen.
Maar ik besluit hierbij bewust om de tips voor een groter bereik naast me neer te leggen. Wil ik meer mensen bereiken met mijn teksten? Ja. Maar heb ik het er voor over om daarbij rubrieken in mijn blog op te stellen, mensen te interviewen en ontbelbare lijstjes op te stellen, allemaal en alleen maar zodat meer mensen mijn teksten zullen lezen? Nee. De prijs die ik moet betalen voor een hogere populariteit ligt me te hoog. Want het gaat ten koste van mijn eigenzinnigheid.
Ik heb mijn stijl. En ik ga daar koppig aan vasthouden, ondanks alle tips en trics voor een groter bereik. Ik ga me oprecht niet bezighouden met het creeëren van meerdere ‘poortjes’ naar mijn site. Ik ga mijn energie niet steken in het bedenken van tien survivaltips in Suriname, of hoe je het best een interculturele relatie in stand houdt.
Want weet ik veel,
ik doe ook maar wat.
Zo ook hier. Ik schrijf hier ook maar wat. Niet voor jou. Maar voor mezelf, hoe gek dat ook mag klinken. Het is een goed gevoel wetende dat mijn hart hier te lezen valt, voor jouw ogen en oren. Voor jouw hersenen om te onthouden, en te vergeten. Het stelt me gerust, het feit dat jij kan lezen dat ik besta. En kom je niet achter mijn bestaan omdat ik verstopt zit onder zoveel anderen? Wel, zo is het leven toch ook? Ik ga op in de massa van Brussel en Gent, Paramaribo en Bali, dus waarom niet in de massa van het internet?
Het is geruststellend om te beseffen dat mijn persoonlijke geheimen verscholen liggen onder een grotere interesse voor de geel flashy regenjassen, hip in dit seizoen (als ik me niet vergis). Want zo is het in werkelijkheid ook. Mijn aanwezigheid in De Markten van Brussel is morgen vergeten. En dat is een geruststelling. Zo verwacht ik het ook.
Wil ik met mijn blog een level hoger? Ja, ik wil dat meer mensen mijn teksten lezen. Maar niet als dat betekent dat ik anders moet gaan schrijven. Dit is oprecht, dit komt uit mijn hart. Een blog heeft geen regels, en dat is de reden waarom ik van bloggen hou. Ik zie dan ook geen reden waarom ik de regels plots zou gaan volgen? Het maakt me dan niet anders dan de rest. En ik hou van anders, ik hou van tegendraads.
Een vriendin zei me dit jaar nog dat niemand mijn teksten leest, omdat je als lezer merkt dat ik schrijf voor mezelf. Mensen die me dus niet kennen, zijn ook niet geïnteresseerd in die ene meid die daar aan de andere kant van de oceaan is gaan wonen. Waarom zouden ze. Dat was volgens haar, en ik volg haar wel in die redenering, de reden waarom niemand anders dan mijn mama en beste vriend mijn teksten lezen.
Meer dan ooit, sta ik achter eerlijkheid. Zal ik nog paniekaanvallen krijgen omdat niemand mijn blog leest? Ongetwijfeld. Zal ik de handdoek in de ring gooien en opgeven omdat niemand leest? Nooit. Want zoals gezegd: ik schrijf in de eerste plaats voor mezelf. En ik ben anders, ik ben tegendraads. Dus geen regels, geen templates, geen interviews. Dat doe ik al genoeg voor mijn werk als freelance journalist. Deze blog is geen werk voor mij, en dat mag het ook nooit worden. Dit is vrij zijn.
De workshop vandaag heeft me dus wel wat bijgeleerd, al is het dan misschien niet wat begeleidster Barbara De Munnynck verwachtte. Maar ik ben er vrij zeker van dat ze er niet teveel om maalt. Tenslotte houden we allemaal van het bloggen omdat we scheijven naar onze eigen regels.






Familie en vrienden zijn en blijven de voornaamste redenen waarom ik België al eens durf te missen. Maar het is ook de reden waarom ik Suriname zal missen. Naast het feit dat ik Suriname zal missen omdat ik ontspannen en blootsvoets de auto rij, overal met teenslippers ga, dat ik bepaalde dingen van dit land weet die ik niet eens in België weet – bv welke boter het lekkerste is op de boterham en welke de lekkerste in de pan.
Geen buurtbus waar ik ondertussen iedereen ken – en weet wonen. Geen gekke buschauffeur die je leven waagt op de al even chaotische wegen. Geen verkeer waar niet de verkeersborden, maar de wet van de sterkste dicteert. Geen vrolijke felgekleurde daken en geen enkel huis is hetzelfde. Geen dichtbebouwde wegen en verbondenheid op straat wegens tekort aan fiets- en wandelpaden. Geen fysiek verstikkend gevoel in het altijd open ademende Suriname. Geen (dode) slangen die me verassen op weg naar de bus. Geen felblauwe, open hemel meer en geen zon die het leven opfleurt op de dagen waarop ik het allemaal even niet voel. Suriname kent meer creativiteit omdat er minder voor handen is.
Maar naast dat wat Suriname mooi en verleidelijk maakt, is het land niets zonder de mensen erin. Ok, toegegeven, ik heb geen tien vrienden in Suriname, maar ik heb er wel een grote, mooie familie bij gekregen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik vroeger altijd klaagde bij mijn moeder. Waarom had ik twee broers gekregen? Ik wilde ook een zus, het liefst van al een tweelingszus. Niets aan te veranderen, zei de moeder, je hebt twee broers en daarmee moet je het doen. Nu ben ik heel dankbaar voor deze – ondertussen – mannen in mijn leven. En ik heb geen reden tot klagen meer. Want nu heb ik er zomaar even vier mooie schoonzussen, een schoonnichtje (zeg je dat zo?), een schoonbroer en twee lieve schoonouders bij. Zij zijn me dierbaar geworden.











Mijn familie is weer een hart rijker, met de geboorte van mijn kleine neefje. Ik wens hem en zijn ouders heel veel liefde, gezondheid en vreugde. Aan de ene kant veel geluk, aan de andere kant heb ik ook al veel familieverdriet moeten verwerken. Mijn nonkel is niet meer, maar is en blijft heel aanwezig in hart en hoofd. Het was een heel emotionele en zware periode om zo ver van mijn familie te zitten terwijl ik niets anders wou dan de handen van mijn nichtjes vasthouden. Het is en blijft een gek gegeven dat ik mijn nonkel nooit meer zal zien, maar ik hou zijn herinnering levend aan de hand van foto’s en herinneringen die hier in ons huis aanwezig zijn. Toujours en route…
Ik voel me meer verbonden met mijn ouders dan ooit tevoren. Vooral met mijn vader heb ik een band weten scheppen die ik voordien niet voor mogelijk hield, maar waar ik wel heel dankbaar voor ben. We zijn verbonden ook al zijn we niet bij elkaar, en dat voelt heel sterk aan en is vaak ook een hele oprikker voor mij (geweest). Ook merk ik dat ik soms wel heel erg op mijn moeder lijk, alles heeft zijn plaatsje in het huis en als jij het niet doet, dan doe ik het wel. Ook als ik een dagje weg ga, moet alles tot in de puntjes voorbereid zijn, met lekkere salades, fris drinken en zorgen dat niemand iets tekort komt. Die lieve moeder van me toch, ze heeft me goed geleerd.
Na een paar (slappe) Parbo biertjes kun je me tegenwoordig al terugvinden in de wolken. (Is het de zon? Of het feit dat ik weinig tot nooit meer drink?)
Ik heb meer zelfperspectief en geduld gekregen. Moet wel, wanneer je vriend soms zomaar durft te zeggen dat je dramatisch doet of dat je vervelend bent. Ah, de liefde kan toch soms zo mooi zijn! Maar ook het nieuw leven opbouwen en de groene omgeving waarin ik dat doe, doet me heel hard beseffen wie ik ben, wat ik kan en ik word beter in het respecteren van mijn grenzen. Soms is dat wel met het gevolg dat ik wat brutaler kan worden, oftewel in de lokale woordenschat: vrijpostig.
Ik heb nu twee handtekeningen waarmee ik door het leven ga, en ik ben niet zeker welke ik het liefste zie. Ik vind de combinatie namelijk helemaal perfect!
Mijn eerste artikel in het maandelijks magazine van Suriname (Parbode) is een feit. Ok toegegeven, het is een zacht onderwerp maar om even gewend te worden met het magazine start ik rustig aan… Ondertussen heb ik al veel meer artikelen geschreven, maar aangezien het magazine enkele maanden op voorhand werkt moet ikzelf ook nog even geduld hebben voor het gepubliceerd wordt. Ik ben er wel achter gekomen dat schrijven voor het magazine helemaal mijn ding is. Ik kan er niet precies de vinger op leggen waarom, maar ik voel me heel vrij en op mijn plaats in de schrijfstijl van het magazine. Ook krijg ik hier de mogelijkheid om opiniestukken te schrijven, en geven ze me de ruimte om te experimenteren en te proberen. Ik kan er helemaal mijn persoonlijke schrijfstijl in leggen, en het wordt daarbij nog eens goed ontvangen door de redactie.
Ik leefzonder tv en zonder smartphone. Ik merk op hoeveel ik voor me kijk, terwijl anderen naar beneden kijken. Tijdens het wachten op de bus kan het soms wel heel vervelend zijn, want het is altijd wachten tot de bus vol is (en dat kan al eens veertig minuten duren) maar toch laat ik mijn telefoon nog niet zo snel herstellen. De aloude Snake op mijn nog oudere Nokia gaat na al die maanden wel wat vervelen, maar toch. Ik voel me meer vrij en rustiger. En wanneer ik dan eindelijk achter Facebook op de computer kruip, heb ik ook werkelijk iets te zien.
Ik loop een aflevering achter op mijn favoriete serie Game of Thrones, wat voor mij aantoont dat ik helemaal geen scherm nodig heb! Al moet ik wel stiekem toegeven dat ik sta te popelen om deze schade in te halen, maar het is niet zo dat ik niet kan gaan slapen zonder te kijken, iets wat ik in het verleden wel heel veel last van had met tien verschillende series tegelijkertijd! Ik slaap wel veel beter nudat ik zo weinig voor het beeldscherm hang.
De buurt zegt eindelijk goedemorgen tegen mij, ja, dat heeft zes maanden geduurd. Maar ondertussen komt de buurvrouw mijn advies vragen over aardappelen in de oven, heb ik een goede speelse band met mijn buurjongens en -meisje en doen de mannen niet al te lastig meer. Soms. Aangezien ik al enkele maanden elke dag op dezelfde ‘buurtbus’ zit, voel ik me niet alleen meer deel van de buurt, maar ook meer geaccepteerd. En dat is echt een groot onderdeel van het feit dat ik me zo thuis begin te voelen!
Luxe krijgt een heel andere invulling als je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken! Het regenseizoen is nu bijna voorbij, maar wonend in een zandweg en in een land dat wereldwijd een van de dichtste bij de zeespiegel ligt, kan het al eens gebeuren dat je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken. Ook in de avond is er weinig tot geen verlichting, en is mijn zaklamp nodig om naar huis te wandelen/fietsen. Doet me altijd heel erg aan het scoutskamp denken! Wanneer ik dan droge kleren kan aantrekken, voel ik toch alle luxe die een mens nodig heeft!
In een onderontwikkeld land als Suriname, heb je helemaal niets aan Google. Nu, Google doet eigenlijk nog steeds gewoon wat die moet doen: resultaten weergeven. Het zit hem in de inhoud van deze resultaten, die te wensen overlaat. Althans, hier ik spreek over mijn eigen persoonlijke verwachtingspatroon van ‘het internet’. Het internet dat al altijd mijn redder in nood is geweest. Tijdens mijn studie, tijdens mijn hobby en zelfs tijdens mijn sport. Want ook mijn sportresultaten die ik behaalde op de Beker van Vlaanderen kadetten/scholieren meisjes op zaterdag 3 mei 2008, kan ik nog steeds online terugvinden. Voor de nieuwsgierigen: ik werd elfde in het hoogspringen (slechts 1 iemand deed het nog slechter als ik), zesde in het speerwerpen en samen met mijn drie collega’s behaalden we de eerste plaats in de 4×100 meter estafette.




Nog voor de pagina goed en wel vorm kreeg, heb ik hem verwijderd. Het begon al bij de beschrijving van mijn pagina: ik kreeg maar 155 woorden om te beschrijven wat ik met de pagina wou bereiken. Wel, net het tegenovergestelde dus. Geen limiet op het aantal woorden. Een tekst laten draaien om letters, en niet om cijfers. Maar Facebook is hiervoor niet de juiste plek, want daar gaat het allemaal om weinig woorden, veel beeld. Iets waar ik niet tegen ben, maar ook iets waar ik me niet thuis in voel.












Verschrikkelijk, toch?
Nog niet vermoeiend genoeg blijkbaar, want ik ga nog eens verwachtingen gaan creëren, maar van u. Verwachtingen waarover ik niet moet nadenken maar die zo natuurlijk in mij opkomen als dat ik elke ochtend mijn veters strik. Ik communiceer deze verwachtingen niet, of moeilijk, want het zijn toch alleen maar voor de hand liggende dingen? …




t ik niet moet aftellen, rekening houden, uitkijken of tegen een volgend vertrek moet opzien. Eén maand in Suriname en ik moet nergens heen, want ik ben al thuis.
doet het me goed dat ik hier kan doen waarvan ik hou: schrijven. En niet alleen in mijn dagboek of op het internet, maar voor een kwaliteitsvolle krant! Ik wil het dan ook niet over koetjes en kalfjes hebben in mijn artikels, maar sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen aan het licht brengen. Er valt in Suriname nog zoveel te ontdekken, zowel voor mij als voor de Surinamer zelf.
De economische crisis komt ook bij ons thuis hard aan. Eén euro is momenteel bijna acht keer meer waard dan de Surinaamse Dollar. En aangezien ik hier niet ben om mijn gespaarde euro’s te gebruiken, voel ik zelf hoe hard Surinamers het hebben met het loon dat ze krijgen. Dat is klein als je kijkt naar de levensduurte en prijzen in de winkels. Quin werkt in de scheepvaart. Vorige week heeft hij vier dagen niet moeten werken, omdat er gewoon geen schepen waren die in of uit het land varen. Dit zegt iets over de status van het land, dat niet genoeg produceert om te verkopen en geen geld heeft om te importeren. Gelukkig heeft hij zijn tweede job als buschauffeur zodat we ons momenteel geen al te grote zorgen moeten maken.
Maar ze leven in de illusie dat in Europa iedereen voor elkaar zorgt. En als ze in het begin geen werk vinden, ze wel een uitkering zullen krijgen, en die uitkering is vaak veel meer dan wat ze in Suriname kennen. Maar ze vergeten dat in Europa een heel egoïstische mentaliteit leeft, en dat je niet zomaar even alles in je schoot geworpen krijgt, maar dat je er hard voor moet werken, zeker met de achterstand aan kennis die je automatisch hebt wanneer je een nieuw land binnenstapt, want je weet gewoon niet hoe het werkt, en dat valt je niet kwalijk te nemen, maar in Europa doen ze dat wel. Nu, mijn moeder denkt dat mensen hun leven alleen maar moeilijker maken als ze verhuizen of immigreren, en dat ze meer kans hebben op een gelukkig bestaan als ze blijven waar ze geboren zijn, zonder daarbij enige vorm van racisme te hebben, want mijn moeder wilt alleen maar het beste voor de mensen. Ik vind het een mooie theorie, die best wel eens zou kunnen werken. Maar ik denk net het tegenovergestelde.
Wel, het is moeilijk, daar heeft mijn moeder alvast gelijk in. Het is alles in één, nieuwe structuren van maatschappij moet je leren, er zijn andere gedragingen die je wel en niet kan doen, er is een andere taal die je moet spreken. Want er mag hier dan wel dezelfde taal worden gesproken, er worden andere woorden gebruikt en je moet weten wat wel en niet te zeggen om geen verkeerde indruk op te wekken. Alle comfort die je je hele leven lang kende, valt onder je voeten weg en je weet niet meer waar je op kan staan. Normen en waarden zijn anders, maar je kan er zo precies niet de vinger op leggen hoe anders die dan zijn. (Voor alle duidelijkheid: dit is niet Quin op de foto)
Dat ik erin geloof, wil daarmee nog niet zeggen dat het gemakkelijk is, of mogelijk. Ik ben het levende bewijs van een immigrant die ‘vlucht’ van het zogezegde ‘beloofde land’. Ik geloof niet in één beloofde land, ik geloof in je eigen kunnen om een land te accepteren hoe het is, en op je eigen manier te veranderen zodat je je comfortabel voelt in het land dat je niet kent, zonder daarbij politieke ambities te hebben of maatschappelijke problemen te verhelpen. Dat veranderen gaat niet zonder slag of stoot, want je moet jezelf veranderen, je moet je aanpassen naar die omgeving die je hebt ‘gekozen’. En daar komt dan het dierlijk instinct dat diep in jou wakker wordt en kom je erachter dat je misschien helemaal niet wilt veranderen, want je hebt hard gewerkt voor de persoon die je tot op vandaag bent geworden. (Nog eens voor de duidelijkheid: dit is wél Quin op de foto)


Dat alles leidt tot goede gesprekken, en ik mag van geluk spreken dat hij goed luistert, begrip heeft en wel degelijk iets doet als ik het hem, ook al moet ik het veel vragen, blijf vragen. Ik heb geen omgeving waar ik even kan uitblazen en kan zagen tegen de Westerse mensen over de verschillen tussen onze culturen, die van de Surinaamse cultuur en die van het Westen. Ik heb geen vriendinnen die tegen mij zeggen dat we ‘nu’ weg gaan en dat ik mij maar even moet haasten. Nee, als de motor van de auto al draait en ik laat ben voor mijn afspraak, begint mijn vriend plots te dweilen. Mag ik dan zagen? Want hij dweilt toch maar. En hij kookt, en hij helpt en hij doet het wel allemaal, maar alles op zijn eigen tempo. Zodoende doe ik hier even mijn beklag over de Surinaamse cultuur, want tegen hem zagen geeft niet de voldoening waar ik op hoop.
Oker, klaroen, tajerblad, guave, papaya, manja, kousenband, awara’s, mopé, en ga zo maar even door. Of ik leer nieuwe benamingen voor dezelfde groente, zoals aubergine die hier boulanger heet (op zijn Frans uitgesproken). Zo leer ik ook koken met andere kruiden, zoals dijera en massala, om er zo maar even twee te noemen. En een maaltijd is niet af zonder een pepertje en enkele maggi-blokjes (kippenbouillon). Je mag ook niet ruiken aan de kookpotten, iets wat ik thuis vaak deed. Of kip moet je kluiven, iets wat ik thuis nooit deed. Mijn vriend is gek van kluiven: kraakbeen, pezen, botten, het gaat allemaal naar binnen. En daar zit ik dan, verlangend naar mijn kipfilet. Wat we elke dag zullen eten en hoe het moet klaargemaakt worden is dus een groot vraagstuk voor mij, en één van de grootste uitdagingen tot nog toe.

Maar hij vertrekt alleen als die vol zit, dus is het wachten op genoeg passagiers voor deze vertrekt. ‘Even’ naar de stad is dus niet zomaar ‘even’, maar neemt al snel twee uur in beslag, en dan ben je er nog maar en moet je nog terug. Het is dus nog even zoeken. Ik leer autorijden, maar aangezien er geen wegmarkeringen zijn, is het eerst de taak om de wegen te leren. Dus heb ik een wegenkaart gekocht die ik nu aandachtig aan het bestuderen ben, maar ondertussen zijn er wel interviews die gedaan moeten worden en inkopen die gekocht moeten worden.
onder de palmbomen in de warme avondlucht. Het is fantastisch om bij hem te zijn, en zelf het feit dat we kunnen discussiëren tegen elkaar vind ik een luxe, want we zijn tenminste bij elkaar. Het is een opeenschakeling van uitdagingen en avontuur, met veel liefde en passie in het spel. Dit is de plek waar ik wil zijn.


