Me, myself & I

Mensen die me al langer kennen dan vandaag, weten dat ik een drukke agenda nodig heb om me goed te voelen. Zonder veel plannen in de week om uit te gaan, te gaan sporten of iets te gaan drinken voel ik me al snel onrustig en zielig. ‘Ik heb geen leven’, denk ik dan. Kun je je voorstellen dat ik me nu ook zo voel? Geen leven op wereldreis. Haha, nu ik het zo neerschrijf, zie ik er de humor wel van in.

Daar zitten jullie dan, in de kou, aan het studeren of andere verplichtingen van de dag aan het vervullen. Hier zit ik dan, in Peru met niets om handen en niemand om iets mee te delen. Zonet was ik buiten even een sigaretje aan het roken (sorry mams) en heb ik het licht gezien. Noem het een zoete inval als je wilt. Misschien draait deze reis niet om nieuwe vrienden maken, feesten tot in de vroege uurtjes en veel geld uitgeven aan alle soorten activiteiten. Maar misschien draait het vervolg van mijn reis in Peru wel om iets helemaal anders. Het gaat misschien om alleen zijn, alleen durven zijn en me goed voelen in het alleen zijn. En dat is een hele uitdaging, want daardoor voel ik me heel zielig en vaak verdrietig. Hoe kan het nu dat ik hier in Peru ben en elke avond vroeg in mijn bed kruip? Hoe kan het nu dat ik hier in Peru ben en mijn eerste weekend in het huis doorbreng?

Er zijn enkele antwoorden van toepassing. Ik heb (1) nog niemand leren kennen om mijn weekend mee te spenderen en (2) ik wil niets anders dan gewoon even tot rust komen en (3) het regent en stormt buiten. Maar het beste antwoord moet nog komen.

Dus ben ik op mezelf, alleen. Ik onderneem dit alleen. Ik weet nog steeds niet waarom ik aan dit avontuur ben begonnen – buiten dan het feit dat ik nog niet wou werken en niets meer bij wil studeren. Maar ik heb het wel gedaan, en er is geen weg terug. Niet dat ik terug naar België wil hoor, dat zit wel goed.

Ik ben alleen, en ik ben er niet goed in. Jana mailde me vandaag met een interessante zin: soms lijkt het wel of ons menselijk hoofd te klein is voor al onze gedachten en gevoelens. Daar heb je je antwoord. Daarom blijf ik het eerste weekend in Peru in huis. Neem me niet kwalijk, maar ik ben even op mezelf. Het voelt niet goed, maar er is niets wat ik op dit moment liever zou doen. Gewoon even in de pyjama blijven hangen de hele dag. Het doet pijn in mijn hart omdat ik het alleen moet doen, maar het is nu niet anders, en ik kan het maar beter gaan accepteren. Want of ik het nu wil of niet, ik ben alleen op reis.

In Suriname was dat besef er niet, oh nee. De momenten dat ik alleen was moest ik echt gaan opzoeken. Zoveel stagiaires, zoveel aandacht en zoveel contact. Ik was nooit alleen. Pas nu in Peru besef ik ten volle dat ik alleen ben. En het valt me zwaar, maar het is een uitdaging waar ik aan deelneem, of ik het nu wil of niet. Dus dan zeg je: komt goed. Niet omdat je er in gelooft dat het goed komt, maar omdat er gewoon niets anders te zeggen valt. Je moet iets zeggen om de hoop hoog te houden, toch?

Onbeschreven regels van Peru

Ik zal mijn best doen om dit land niet te vergelijken met Suriname, maar vergeef me als ik toch in de fout ga. Suriname ligt zo vers in het hoofd en het is moeilijk om los te laten. Toegegeven, ik mis zelf het gefluit, gesis, gekus, getoeter en geflater in de straten van Paramaribo. Maar in de zomervakantie van 2015 sloot ik een deal met mezelf, en een wereldreis kan je niet vervolledigen als je blijft hangen in het eerste land van bestemming. Bij de deal, genaamd ‘Zoë onderneemt een wereldreis’, komen er ook minder leuke dingen bij kijken. Je moet mensen achterlaten, je moet een omgeving, die even thuis is geworden als je geboortestad, achterlaten. Je moet helemaal alleen vier vliegtuigen nemen en uren wachten. Klinkt allemaal heel bijzonder en cool, tot je na drie korte vluchten met lange wachttijden daar staat in Lima, waar heel weinig mensen Engels spreken en je negen uur moet wachten op je overstap. Komt er nog eens bij dat je verteld wordt dat de luchthaven sluit in de nacht voor zeker een uur. Dus wat doe je? Blijf je met je hebben en je houwen, helemaal alleen als jong meisje op straat wachten, of leg je je vertrouwen in de taxichauffeur die je voor ‘een goede prijs’ naar een ‘goedkoop’ hostel wil brengen en dan ook komen halen acht uur later? Vraag jezelf dit af: wat zou jij gedaan hebben?

Het enige waar ik aan dacht: slapen. Na 20 uur reizen, opstappen, instappen, inchecken, uitchecken, wachten, lopen, opjagen, jezelf kwalijk nemen dat je je hebt opgejaagd, eten zoeken, drinken zoeken en nog eens wachten, wou ik alleen maar slapen. Dus ja, ik legde mijn vertrouwen in de taxichauffeur. Ben ik afgezet geweest? Ja. Want meneer sprak over 30. Ik in mijn hoofd: 50 Sol is een goede deal. Hij in zijn hoofd: 50 USD is goed verdiend. En dat was alleen nog maar de taxirit. Dus ja, blanke dame is afgezet. Voel ik me er heel slecht bij? Nee, ik heb zoooo genoten van een douche en een bed. En ik was veilig, dat is echt een belangrijk gevoel als je alleen op reis bent. Eind goed al goed. Ik vertrok op reis en ik zal nooit vergeten wat Lukas, een vriend van mijn ouders, vertelde. ‘Je hebt geld, dus je kan je in elke situatie redden.’ Wordt je zak gestolen? Je koopt nieuwe spullen. Wil je slapen? Je gaat op hostel. Komt je transfer je niet ophalen? Je regelt een taxi. Zo kwam ik uiteindelijk aan in Cusco, half zes in de ochtend, de zon kwam zachtjes door en de bergen begonnen zich af te tekenen tegen de blauwe lucht. Mijn transfer was nergens te bekennen, en iedereen maar roepen: taxi! Taxi! Taxi!! Nee, nee, nee. Mijn transfer komt. Ja toch? Telefoon gevraagd om te bellen, mijn contactpersonen nemen niet op. Lekker zeg. Drie maanden geleden had ik me kapot gestresst. Wat moet ik nu toch doen? Waar moet ik heen? Ik ben helemaal alleen, help o help. Nu, na mijn ervaring in Suriname heb ik heel wat geleerd, waaronder een slagzin van Suriname. ‘Alles komt altijd goed’. Normaal moet het zijn: ‘Alles komt altijd goed in Suriname’, maar dat laatste gedeelte liet ik maar even achterwege, kwestie van rustig blijven. Ik had geen spanning, geen stress. Oké, mijn transfer was er niet, dan wacht ik nog wel even, er is toch geen haast bij? Waarvoor moet ik me opjagen? Komt wel goed, en uiteindelijk, als hij er binnen een uur of twee nog niet zou zijn en niemand zou de telefoon opnemen, ja dan regel ik wel even een taxi. Ik heb geld, toch?

Eerste indruk

Peru is een land van verwondering, op alle vlakken. Zo mag je bijvoorbeeld nooit gebruikt(!) wc-papier doorspoelen, maar moet je dat in het vuilbakje naast de wc gooien. De leidingen zijn zo dun en anders raakt het verstopt. Lekker gezellig toch. Van het getuut in Suriname moet ik geen afscheid nemen, in tegenstelling, het verkeer is hier zoooo chaotisch, zoooo gevaarlijk dat iedereen er maar op los toetert. Geen idee tegen wie ze het nu eigenlijk hebben, maar goed. De Peruanen lijken onvermoeibaar in het toeteren, alles tezamen lijkt het op een unieke soundtrack. Om vijf uur gaat hier al de zon onder, en rond vijf komt die ook weer opzetten, in de ochtend en avond is het hier echt heel koud, zonder overdrijven: er liggen vijf lagen aan dekens op mijn bed. Momenteel is het half acht ’s avonds en 16 graden, en de temperatuur zal nu alleen maar zakken. Jullie Belgen kunnen me misschien uitlachen, maar als je drie maanden in meer dan 30 graden hebt moeten leven en slapen, is 16 graden koud. Nog een detail: geen enkel gebouw of huis heeft verwarming in Peru. Omdat de zon altijd schijnt en het huis in de middag altijd kan opwarmen. Alle dagen van het jaar is er eenzelfde seizoen, met af en toe een klein verschil, warm en minder warm. Iedereen loopt op schoenen thuis, en het is al helemaal not done om op je kousen of blote voeten aan tafel te komen zitten. Ondanks het warme weer in de middag, zie je hier iedereen met lange mouwen en jeansbroeken aan. T-shirts heb ik nog niet gezien, laat staan shorts. En dan ja, is er dat hoogteverschil. Voor de geïnteresseerden, de hoogste top van Oost-Vlaanderen is 150 meter. Momenteel lig ik in mijn bedje op een hoogte van 3399 meter en ja, dat doet wat met een mens. Bij aankomst had ik geen last, maar na een kort dutje werd ik wakker met enorme hoofdpijn. Die is ondertussen gelukkig gezakt, maar mijn lichaam is heel vermoeid van de kleine inspanningen die het moet leveren. Na een kort examen op mijn school Academia Latinoamericana Cusco – ik heb nog nooit zo weinig kunnen invullen op een examen – kregen we een oriëntatie en een citytour. Al heel even heb ik kunnen snoepen van de wonderen van Peru, en het heeft mijn honger naar meer alleen maar groter gemaakt. Ja, ik mis Suriname met heel mijn hart, maar ik kan niet ontkennen dat het ontzettend opwindend is om dit nieuwe avontuur in te stappen. Ik ben benieuwd. Ik hoop jij ook.

Je bent hier niet in Amsterdam hé!

‘Je bent hier niet in Amsterdam hé!’ riep een vrouw uit haar auto naar mij op de fiets. Grappig, want haar accent was veel ‘hollandser’ dan dat van mij. Ja, alsof ik degene was die gevaarlijk deed, dacht ik terwijl ik haar slalommend door het verdere verkeer zag ‘tsjezen’. In een poging me te verweren riep ik haar na dat ik helemaal niet uit Nederland kom, maar het mocht niet baten.

Voor mijn vertrek werd me steeds opnieuw gewaarschuwd: ‘Pas op, het is daar niet Westers’, ‘pas op, je bent daar niet in Europa’, ‘pas op, je bent daar niet thuis’. Maar zal ik je eens wat vertellen: ik ben thuis. Dit is mijn thuis, waar ik werk, waar ik zweet, waar ik lach, waar ik fiets, waar ik feest en waar ik winkel. Ik ben thuis. En nu wordt het gevaarlijk, want eenmaal je dat thuisgevoel hebt ontwikkeld, ga je dingen doen die je ‘thuis’ook doet. Dan fiets je al eens ’s nachts over straat, of dan ga je al eens praten tegen een vreemde man op het straat (niet dat ik dat in België wel veel deed). Maar het is zo een heerlijk gevoel om in de ochtend je fiets op te springen naar het werk, zwetend bij een interview aan te komen, te kunnen voetballen op een echt voetbalveld met scheidsrechter en tegenstanders, elke maandag 5 km te gaan lopen, dinsdag lekker 1 km zwemmen in een openlucht 50 meter bad (ja ja, ik ben hier nogal aan het sporten zeg!), lekker te gaan feesten en de volgende dag met een kater aan je slecht gemaakt en niet-smakend ontbijt te hangen, opziend tegen de dag die moet komen, maar die elke dag verrassend goed verloopt.

12633159_10208345736270411_975140800_o 12596681_10208345734110357_1455907391_o

Ja, ik mag dan misschien niet thuis zijn, maar zo voelt het wel. Want nee, het is hier niet Westers, en nee ik ben niet in Europa, laat staan in Gent, maar pas op, de Westerse trekjes beginnen te komen. Ten eerste, ik heb hier echt al veel mensen moeten overtuigen om niet naar Nederland te verhuizen. Nee, er is daar niet meer werk dan hier, nee het leven is daar niet gemakkelijker, en zelfs eens nee, het is daar niet gratis.

12597015_10208345732070306_451321401_oIk ben verbaasd, want wat vroeger de ‘American dream’ voorstelde, lijkt nu wel te zijn omgeslaan in de ‘European dream’. In Europa is het allemaal veel mooier, groter, beter. In Europa komen dromen uit. Als je dan de vluchtencrisis aanhaalt, het geweld en criminaliteit, de kostprijs van een studio of het verkeer, kan het ze allemaal niets schelen. Zij zullen het wel maken. Goed, denk ik dan, veel succes. Het gras is altijd groener aan de overkant, en de mens moet echt proberen blij te zijn met wat hij ziet. Maar dat is een opgave waarin weinigen onder ons slagen.

Ten tweede, geld speelt hier een rol in alles, net zoals in Europa. Geld en nog eens geld. En dan bedoel ik niet dat ze het uit mijn handen slaan, of dat ze stelen, maar door de hevige crisis waar het land momenteel doorgaat, de koers is wedermaals gestegen, begint de angst op te komen. Mensen zijn bang dat ze het niet meer zullen redden en gaan domme dingen doen. Het altijd lachende gezicht van de Surinamer is aan het vernorsen. Dat is niet iets wat je ziet van de ene dag op de andere, maar je voelt de spanning in het land toenemen. Ik zit in een moeilijke, maar tegelijk heel mooie periode. Ik voel een land, dat al zijn hele geschiedenis alleen maar achterstand kent, bijbenen. De wil om het beter te doen is overal, maar het lukt niet altijd. Ik ben dankbaar dat ik dit mag zien. Ik ben dankbaar dat ik, dankzij mijn werk bij de krant, hieraan kan bijdragen.

12637153_10208345721670046_912358558_o

Angst, jaloezie en afgunst zijn de gevoelens die overwaaien uit het Westen. Haasten doen ze hier nog niet, maar het is niet overal gepast om te laat te komen. Desondanks is deze ervaring niet anders dan mooi te beschrijven, en dit niet omdat ik, blank en Westers, hier kan lopen. Maar omdat ik, impulsief en intens, hier mag lopen. Dat ik deze periode van overgang kan voelen, ruiken en zien. Dan komt er een klein stemmetje in mijn hoofd: waarom willen ze hier per se verwesteren? Het antwoord is zo eenvoudig dat het me twee maanden gekost heeft om te vinden: omdat ze geloven in het onbekende. Want alles is beter dan een land waar je geld niets waard is, waar je twee tot drie verschillende jobs moet hebben om je gezin te kunnen onderhouden en waar je ’s avonds niet veilig over straat kunt. Maar wat ze hier niet zien, en niet weten, is dat de angst, de jaloezie en afgunst in Europa veel meer het leven van de gewone burger bepaald. En dat is net het mooie eraan, ze weten het niet en kunnen dromen. En dankzij die dromen, dankzij die onwetendheid, zorgt Suriname voor zijn eigen uniek bestaan. Een bestaan dat soms frustrerend is maar eigenlijk gewoon uitermate prachtig is.

Schuldgevoelens over geld

Geldproblemen zijn overal, kun je denken, maar na deze post zal je het misschien toch even in een ander perspectief plaatsen. Geloof me. Wat de mensen hier verdienen… Het kan gewoon niet! Dat er niet meer mensen in de sloot liggen, niet meer mensen lopen te bedelen of niet meer mensen lopen te zagen, kan ik niet bij met mijn verbrande hoofd.  Zat ik laatst in een taxi, onderweg van de redactie naar een interview. “Nee man, het is niet moeilijk hier werk te vinden”, zei Mnr. Taxichauffeur. “Ja man, zoveel problemen”, “Serieus man, ik verdien wel veel geld”, “Maar man, het geld is niets waard?!”. (Ik maak me geen zorgen om het feit dat ze me aanspreken met ‘man’, dat wordt hier voor het minste gebruikt. Wie niet aangesproken wordt met ‘man’, heeft eerder een probleem.)

Moet je je eens voorstellen. En maar werken en maar werken, en je krijgt er wel geld voor, je krijgt wel vergoed voor al je harde inzet, maar wat je krijgt is niets waard! Een ex-huisgenoot werkte een hele dag in de horeca als kok, en op het einde van de dag, na 8 uur werken, had hij SRD 56 verdiend (= 9.8 euro met de huidige koers). 9.8 euro voor 8 uur hard werken. In het Westen zijn we aan het zuchten als we ‘slechts’ 9.8 euro per uur verdienen. Nu, zou je denken, het leven is hier in Suriname dan ook veel goedkoper, dus zoveel geld is er niet nodig om te voorzien in je behoeften. Je hebt het mis. Het leven is hier goedkoper, maar niet zo goedkoop als je denkt. Voor een brood betaal ik SRD 7, ofwel 1.22 euro. Dat is iets meer dan een euro goedkoper dan bij ons, maar moet je wel in je achterhoofd houden dat de mensen hier gemakkelijk 70 euro per dag minder verdienen dan bij ons. En dat Suriname een importland is, dus dat veel producten, heel veel producten uit Nederland komen. En die dus, met importkosten bij gerekend, even duur hier in de rekken staan als in Nederland. Dus, wie is nu de gelukkige?

Voor ons Westerlingen is het gunstig, heerlijk toch. 1 euro is hier SRD 5.7 waard. Mijn geld is meer dan vijf keer zoveel meer waard. Fantastisch toch, zou je denken. Maar ik voel me niet fantastisch, nee, ik heb respect voor de mensen die het hier met zoveel minder moeten doen, en kunnen doen. En daarbij, ook nog blijven lachen. Altijd maar lachen. De president zwartmaken, en dan weer lachen. Het parlement uitschelden, en dan weer lachen. De regering verwijten, en dan weer lachen. Want het is nu eenmaal zo. “De president heeft de puinhoop gemaakt, en wij moeten betalen. Wat ga je er aan doen?” Vroeg een man me vandaag tijdens een interview. Hij was gepensioneerd en zijn uitkering bedroeg SRD 1000. Omgerekend 175 euro en wat rostjes. Per maand. En de huur is hier niet goedkoper als in Belgie, de grond is niet goedkoper dan in het Westen, in tegendeel. Alles wordt alleen maar duurder, ik ben hier nu bijna twee maand en ik zie de prijzen omhoog gaan. Dan betaal je de ene dag nog SRD 3 voor een brik melk, is dat de volgende dag SRD 5.4 geworden, bij wijze van spreken. Maar wie niet betaald, is helemaal verloren, liet de gepensioneerde man me weten. Gebukt gaan de mensen hier niet, maar het sleept wel aan. Je voelt het in de stad, je voelt het bij de banken. Iedereen zit met de handen in het haar en houdt zijn/haar hart vast voor de toekomst.

Mnr. Taxichauffeur was al drie jaar aan het sparen om een ticket naar Nederland te kunnen kopen, om zijn broer en verdere familie te bezoeken. Met hoe de economie nu gaat, hoopt hij binnen vijf jaar te kunnen gaan. Kun je je voorstellen? 7 jaar sparen om je broer te zien aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Zullen wij maar even een weekendje naar Berlijn, Madrid of Sint Petersburg vliegen, haast zonder het te voelen aan ons budget. En ja, ik moet niet spreken, ik vlieg wel even de wereld rond. Geen probleem.

Ik heb me nog nooit schuldig gevoeld over het feit dat ik geld heb. Tot vandaag, toen ik voor een krantenartikel mensen aansprak die de hele dag in de rij stonden bij de Centrale Bank. Maandelijks kunnen burgers voor hun vaste lasten in valuta, zoals huishuur en auto-aflossingen, bij de bank terecht voor aankoop tegen de bankkoersen.Want moet je weten dat alle mensen in de stad enkel in SRD verdienen, maar een heleboel mensen hun huishuur en auto in dollars moeten uitbetalen. De dollar is net wat minder waard dan de euro, maar na mijn berekeningen, als je ze hebt kunnen volgen, moet het wel duidelijk zijn. Het feit dat mensen met een loon in SRD dingen in dollar moeten betalen, maakt de situatie haast onleefbaar.

Miscommunicatie in het Nederlands

Om je een realistisch beeld te geven van een werelreis, lijkt het me alleen maar eerlijk dat ik ook schrijf over de momenten waarop de zon niet schijnt. Want nee, het is niet allemaal rozegeur en maneschijn. En ja, het regent hier ook wel eens. Meer dan naar mijn zin, de laatste dagen. Nog maar net een artikel gepubliceerd in de krant over de schrijnende droogte in Suriname, en het volgende moment valt de regen met bakken uit de lucht. En het stopt maar niet. En stopt maar niet. Probleem aan Suriname: het land functioneert alleen maar, en dan nog steeds maar half, als de zon schijnt. Dan kan je naar buiten, dingen doen. Als het regent, is er niet veel te beleven. Want alles is gefocust op de zon. Er zijn wel enkele bars of pubs waar je in kunt schuilen, maar deze liggen ver uit elkaar en er is niet elke avond wat te beleven. Je kunt wel gezellig uit eten, maar waag het niet om de fiets te pakken, want je zit er zo verzopen bij dat het gewoon niet meer lekker is.

Nee, ik vind het niet egoistisch om me slecht te voelen hier aan de andere kant van de wereld. Ik ben ook een mens, heb ook slechte dagen en het is niet omdat ik buiten enkele palmbomen zie waaien in de regen en wind, dat ik verplicht ben me goed te voelen omdat ik wel palmbomen kan zien uit mijn raam en jij niet. Als jij je elke dag van het jaar goed in je vel voelt, moet je mij eens bellen en zeggen wat je geheim is. Ik zou het ook graag willen, maar soms heb je van die dagen dat gewoon niets wil lukken. Alles wat je onderneemt krijg je vroeg of laat terug in je gezicht gegooid en mensen willen niet meewerken aan je artikel, vergeten hun afspraak of zijn zo niet-georganiseerd dat het gewoon irritant wordt. Dan bel je voor de twintigste keer naar de politie in verband met het opvragen van cijfers, en krijg je na een week nog steeds te horen ‘dat het niet voor vandaag zal zijn, dat ze er nog steeds aan werken’. Vertaald: we hebben nog geen zin gehad de cijfers te gaan zoeken. In het Westen is er algemeen geweten dat indien een journalist je belt, het met spoed is. Dat de informatie zo snel mogelijk opgezocht moet worden, want de redactie wil het de volgende dag in de krant, en de mensen verwachten het de volgende dag in de krant te lezen. De politie zelf verwacht het de volgende dag. Hier maakt het allemaal niet zoveel uit, krijg je de indruk. Maar dan is er wel nog steeds die druk, want op de redactie, of de chef of de eindredacteur, die verwacht het wel. Ja, wat moet je dan?

Ja, ik heb heimwee. Naar een functionerend land, waar mensen hun afspraken en uren nakomen. Waar je weet op welke manier je het moet verwoorden zodat het niet onbeschoft, maar ook niet te langdradig wordt. Want hier moeten ze er niets van hebben als je je hele parcours verteld, over hoe de ene het vergeten is, de andere niet wil antwoorden, hij me niet kan doorverwijzen en zij niet oppakte. Nee, daar hebben ze geen tijd voor om te luisteren naar jouw verhalen. Maar als je dan gewoon zegt dat het niet gelukt is, is het ook niet goed. Hoezo, is het niet gelukt? Miscommunicatie in een land waar ze Nederlands spreken, ik moet eerlijk toegeven dat ik mijn hart vast hou in komende landen, waar het in een andere taal te doen is.

Maar dan neem je een diepe zucht, zeker niet de eerste en ongetwijfeld niet de laatste van de dag, en pak je die telefoon toch weer op. Want van opgeven, daar wil ik al helemaal niet over beginnen. Cultuurverschillen zijn er, was ik op voorbereid in de mate van het mogelijke. Maar welke voorbereidingen je ook treft, je staat met je mond vol tanden bij het aankomen in Suriname. Mensen zijn hier gewoon anders, werken hier anders en het is puffen en zuchten om mee te gaan in de structuur. Ik zeg niet dat het een beter is dan het ander, maar het maakt werken op een redactie er niet gemakkelijker op. Het is een uitdaging, en daarvoor ben ik hier.

 

Loka Loka: een samenleving met onbeschreven regels

12751847_10208495228367620_860427975_o

 

Vorig weekend, 12 januari, bevond ik me, welliswaar onbeschoren, in de bossen van Marowijne. Enkel de apen konden jaloers zijn op mijn behaarde benen. Ik denk niet dat iemand anders er aanstoot aan heeft genomen, waarom zouden ze? We zijn in de jungle. Dikke behaarde vrouwen zijn hier een walhalla voor de man. Omdat ik onmogelijk op een maand echt dik kan worden- geloof me, ik doe echt mijn best en eet mij meerdere malen op een dag ongemakkelijk aan kip. Grapje mams, niet ongemakkelijk, maar ik eet wel veel. Maar goed, optie ‘dik’ zat er dus niet in voor mij, dus koos ik maar voor de optie behaard. Lekker gemakkelijk. In het dorpje Loka Loka bevond ik me twee volle dagen onder de gemeenschap, en man, hebben wij een indruk achtergelaten. Maar daarover vertel ik later meer.

image4 (1)

Eerst en vooral, ik mag met Loka Loka niet verwijzen naar het woord dorpje, want dan denk je aan Bazel, Hakendover, Gaasbeek, Baarle-Hertog, Stuivekenskerke, Deurne, Kasterlee- who am I kidding, ik heb nog nooit van deze dorpjes gehoord. Loka Loka is een dorp dat zich op de Marowijnerivier bevindt, ik zeg letterlijk op, want het dorp bestaat uit allemaal eilanden, met op ieder eiland een familie, soms meerdere famillies. Heel veel gevaren hebben we dit weekend gedaan, en wat is het prachtig om te zien. Bos, bos, bos en bos, en dan daar, hopla, een hutje, twee hutjes, meerdere hutjes. Een naakt kind in het water, een bh-loze vrouw aan het vegen, een uitgezakte man aan het roken, een gespierde twintiger aan het hangen in zijn hangmat, een oudere man aan het vertellen en ga zo maar door. Er zijn enkele visies waarop je hier kunt kijken. (1) Je hebt medelijden, want de mensen hebben bijna niets. En met bijna niets, bedoel ik geen tv, geen warm water, geen kookfornuis, geen bed, weinig stoelen, geen douche, geen overdekte wc- laat staan een afvoersysteem, maar twee tot drie kookpotten, geen tafels, geen zetels, geen bloempotten, …
image9Je kunt het zo gek niet bedenken. Ocharme die mensen, toch? Hoe doen ze dat in godsnaam? Wel dat is visie (2): de mensen hebben alles wat ze nodig hebben, lucky bastards. Ze hebben een pot om op te koken, hout om vuur te maken, stokken om te roeren, een hagmat om te slapen, een smartphone om in contact te blijven met de verstedelijkte wereld, water genoeg in de rivier, een stoel om op te rusten, een balk om je behoefte op te doen, een boomstronk om op te eten, lekker gras om in te chillen, bomen met vruchten om te eten, en ga zo maar door.

image6 (1)

Een derde visie is om het allemaal wel mooi, en avontuurlijk en spannend te bekijken. Moet toch elke dag een avontuur zijn, zo helemaal voor jezelf kunnen voorzien in de jungle. Want ja, als er ooit iets ergs gebeurd in de stad, gaat iedereen dood. Suriname is een importland, en in de stad moeten ze het echt hebben van de omliggende landen om te overleven. Niet in het binnenland, niet in Marowijne. Daar kunnen ze perfect voor zichzelf voorzien, met eigen plantjes, eigen vruchten, eigen hout en eigen eiland. Betalen doen ze niet in geld, maar in goudstukken. Want goud is er in Suriname wel te zoeken, en heel veel mensen maken er het elke dag hun uitdaging van wat te vinden. 1 goudstuk staat momenteel gelijk aan 150 SRD, wat weer gelijk staat aan ongeveer 30 euro. Om je een voorbeeld te geven: een boottocht van nog geen twee uur kost je om en bij 10 goudstukken. Komt dus neer op 1500 SRD, 300 euro. Moet je bedenken dat ik meer dan 6 uur gevaren heb, rijke westerling. Voor alle duidelijkheid: voor mij was het niet zo duur, aangezien ik in euro’s heb betaald en niet in goudstukken. De waarde van goudstukken ligt ook niet gelijk aan SRD’s of euro’s zoals ik het daarnet omrekende. Mensen werken de hele dag in de goudmijnen, dus er is best wel veel goud in de omloop. Pas als je terug gaat naar de stad, Paramaribo, ga je omrekenen in SRD’s. In de jungle, telt alleen het goud.

Om nog een voorbeeld te geven: je hebt verschillende cabaretiers in de jungle. Ja, je hoort het goed. Vrouwen die voor enkele goudstukken een pleziertje bezorgen aan de mannen. Zo zijn we een cabaretier gepasseerd. Zomaar, ineens, tussen al het bos staan daar dan enkele huisjes links en rechts van de weg. Vooraan in het huis is een overdekt terras met stoelen en tv, waar de meeste mannen liggen te niksen. Te chillen, zoals alleen Surinamers dat kunnen doen. Want ja, het is gezellig eens een dagje niets te moeten doen, maar elke Westerling krijgt het hier vroeg of laat op zijn heupen na te veel stilzitten. Moet je je eens voorstellen, dat je twee dagen aan een stuk op een stoel zit en in een hangmat ligt. Lekker toch? Ja, voor even. Maar wij met ons Westers bloed worden al snel onrustig, hebben al snel het gevoel dat we iets moeten doen, er is toch wel iemand die wacht op ons? Er is toch wel iemand die me nodig heeft? Er is toch wel ergens waar ik moet zijn? Maar wat als alle antwoorden op deze vragen ‘nee’ zijn. Is dat dan lekker, of frustrerend?

image13

Het is niet dat je even kunt zeggen, ik ga snel over en weer naar de winkel om wat lekkers te halen om dan te chillen, nee. Je bent een dag onderweg naar de winkel. Of ik ga even een sigaretje roken en rustig uitblazen, nee. Want van welk werk moet je uitblazen? Je hebt niets gedaan. Als je niets doet, hoe kun je dan blij zijn en genieten van de rust? Als rust het enige is wat je kent. We zijn geboren met een beloningsprincipe. Eerst doe je dit, dan mag je dat. Eerst doe je je werk, dan mag je rusten. En hoe heerlijk is het om eindelijk, na een lange werkdag, thuis te komen en te kunnen uitblazen, je in de zetel leggen en even niets te doen? Dat is heerlijk, dat is rust. Maar wat als je de hele dag niets doet, dan heb je ook niets om naar uit te kijken. ’s Avonds naar de voetbal? Niets van. ’s Avonds naar een feestje? Niets van. In de middag een familiebezoek? Niets van. Een pintje drinken? Ja, dat kun je. Met dezelfde mensen waar je de afgelopen jaren ook mee hebt gedronken. Dus, vertel mij, is het nog steeds zo lekker om in de hangmat te hangen? Ik durf te wedden dat het merendeel van jullie lezers ja zeggen. Want ja, wat zouden jullie graag eens twee dagen onder de zon in de hangmat hangen. Begrijp ik volledig.

Terug naar het goud en de cabaretiers, waar de mannen natuurlijk dol op zijn. Voor een ‘gewone’ vrouw betaal je drie goudstukken voor een half uurtje. Voor een ‘uitzonderlijke’ vrouw, en dan bedoel ik dus een mooie dikke vrouw, een kind of een exotisch type, betaal je al snel zeven goudstukken. Dat is minder dan twee uurtjes varen. Of de vrouwen daar gewillig zijn, laat ik in het midden. De laatste tijd gaat hier op de redactie wel de ronde dat de mensensmokkel meer en meer voorvalt, dat kinderen vermist worden en naar de cabaretiers worden gebracht, maar echt hard bewijs is er nog niet, dus ga ik daar ook geen uitspraken over doen.

image10

De kinderen die ik leerde kennen op het eiland spraken geen Nederlands, enkel Sranan, dat is de Surinaamse taal. We hebben spelletjes gespeeld waarvan ik geen idee had wat we aan het spelen waren, maar we waren aan het lachen, en dat is het belangrijkste. Een beeld kan ik me nog goed herinneren en zal ik nooit vergeten. De jongen met de rode shirt aan, heet Toto. We waren rustig aan het hangen aan de rand van het eiland, op het zachte gras en voor ons de Marowijne rivier met daarachter een ander eilandje. Ik was het meisje op mijn schoot aan het kietelen, en ze schaterde het uit van het lachen.
12752105_10208495227167590_1666110683_oToto en zijn broer stonden voor me, druk bezig met alle ‘trucjes’ die mijn oude Nokia heeft, met andere woorden: Snake spelletje. We hadden ons eigen gebaar voor het spelletje: duim omhoog en duim naar links. Dan wist ik dat hij wou spelen. Want de slang in het spelletje gaat omhoog en naar links, onder andere. Nu goed. Alles was rustig en vredig. Opeens hoorde Toto een plof, ik hoorde helemaal niets om eerlijk te zijn. ‘Plof’, en weg was die. Op zijn blote voeten rende hij heel snel naar de mangoboom die links van ons beetje verder rustig stond te wezen. Hij raapte de afgevallen mango op, vandaar de plof, en liep een rondje terwijl zijn broer achter hem aan holde. Ze schaterden het uit van het lachen en waren gelukkig. Op dat moment kon ik alleen maar denken: deze kinderen zijn vrij. Afgebakend door het water rond hun eiland kunnen ze nergens anders heen, maar o zo vrij dat ze zijn. In hun hoofd, in hun lichaam, in hun gedachten en gedragingen. Een mango valt van de boom, en het is feest.
12754920_10208495229767655_848584127_oDat brengt me bij visie (3), als je nog kunt volgen in deze blogpost, daarnet had ik het over enkele visies waarop je naar het leven in het binnenland kunt kijken, waaronder medelijden of geluk. Maar dan is er ook nog jaloezie. Ha ha, ben ik daar, met meer geld dan deze kinderen ooit van kunnen dromen op mijn spaarrekening. Dat bestaat hier zelf helemaal niet, een spaarrekening, nee je hebt goud onder je matras en een geweer naast je bed tegen inbrekers. Al lijkt het mij een hele opgave om in te breken op een eiland. Maar het gebeurt genoeg, liet ik me vertellen. Ik, Zoe, jaloers op de kinderen zonder geld, zonder veel variatie in het eten, zonder fancy speeltjes in de huiskamer, zonder gsm, zonder tv, zonder nog zoveel meer. Want zij, de kinderen, hebben helemaal niets. En juist omdat ze niets hebben, weten ze precies wat ze wel hebben. Een doel om op te staan: hout halen, hout verzagen, een boot bouwen, eten zoeken, eten koken, tikkertje spelen, steentjes gooien, vissen vangen, vissen koken, vissen eten. Zorgen voor eten en zelfbehoud, daarom staan ze op. Wat meer moet je willen?

12755103_10208495229207641_544171283_o 12755323_10208495228887633_1065017285_o 12765557_10208495228447622_1889387898_o

Nu kom ik aan het punt waar wij, als twee blanke meisjes, een indruk hebben achtergelaten in het dorp. Zaterdag gingen we wandelen met de gids naar de Minavallei, een hoge waterval die twee en een half uur wandelen in het bos verscholen ligt. Over paden geen woord, we moesten de bladeren voor onze ogen wegkappen met een mes voor we door konden wandelen. Een heuse jungle aan takken en bladeren was dat.
image15Veel neergeschreven wordt er in de jungle niet, alles gaat nog mond-op-mond, en het is dan ook de jagers van vroeger die ik moet bedanken. Dankzij hen kan er nu nog steeds genoten worden van de Minavallei. Bij terugkomst was onze bootsman er niet meer. Hij had ons in de ochtend afgezet aan de rand van het water en moest de hele dag wachten totdat we terugkeerden.
image13 (1)Nu, dat had hij niet gedaan. Hij was weg. Het was ondertussen al bijna half zeven en het werd donker. Lekker gezellig in de jungle. Nu, op zoek naar een andere boot. Na nog een half uur bleven Elia en ik achter en ging de gids zelf verder. Nog een half uur later kwam hij aan met een boot. Beetje uit evenwicht geraakten we bij het dichts bijzijnde dorpje. Net genoeg benzine hadden we. Meteen belde onze gids naar iedereen die hij maar kon bedenken om te zeggen dat hij een boot had gepakt. Want ja, we hadden het eigenlijk gestolen.

Ik vroeg nog onderweg: ‘bestaat hier niet zoiets als bospolitie?’. Ha, ha. De jungle heeft zijn regels, en het is overal in Suriname verboden een ander persoon te doden, dus is er ook politie. Niet zo heel aanwezig en indien wel aanwezig, te druk met het roken of chillen om iets te doen. In Paramaribo bracht een lokale vriend ons eens naar de discotheek, onderweg stopten we bij de Chinees in de Koningstraat, de enige Chinees die de hele nacht openblijft. Met ‘Chinees’ bedoel ik dus een dag- en/of nachtwinkel, deze worden hier namelijk allemaal uitgebaat door… Chinezen. Bon, politie was aanwezig bij de nachtchinees. Vroegen we wat ze hier dan aan het doen waren. ‘Inkopen’, och ja, wat anders?

 

Het is dus ook niet de politie die je moet bellen bij problemen in, op of tussen de eilanden, maar de Kapitein, ook wel hoofd van het dorp. Na veel rondvragen en praten kwam onze bootsman Frank ons halen met zijn twee schattige neefjes, hierboven besproken. Uiteindelijk kwamen we wel veilig thuis, en het was best wel spannend in het donker varen, maar voor onze gids was het nog niet allemaal koek en ei. Nee, een bootsman die mensen achter laat in de jungle, wil zeggen dat hij ons voor dood heeft achtergelaten. image8 (1)En dat doe je niet, onder geen enkele omstandigheden. Er staat een zware straf op en de bootsman kan zich maar beter goed verstoppen. De Kapitein was niet in het dorp, maar eenmaal op de hoogte van de problemen, kwam hij meteen aanzetten vanuit de stad naar het binnenland. De volgende ochtend kwam ‘stoute’ bootsman naar ons kamp, om zich te verontschuldigen. Hij had veel stress, want de kans was er dat hij in elkaar geklopt zou worden door de anderen in het dorp. Wat hij heeft gedaan, druist in tegen alle waarden en normen waar het dorp voor staat. Je laat niemand achter in de jungle. Ik denk, na veel discussiëren, dat het een beetje neerkomt op vluchtmisdrijf bij ons Westerlingen. Alleszins, het hele dorp stond op zijn kop en iedereen was er over bezig. ‘Stoute’ bootsman had drie mensen in de jungle achtergelaten, waaronder twee ‘bakra’s’, ook wel blanken genoemd. En het feit dat we blank zijn, en vrouwelijk, maakt de actie alleen maar erger. Als er iets met ons zou gebeuren, zou de gids in elkaar geklopt worden door het dorp. Want wij zijn gasten op hun eiland. En er gebeurt niets met gasten in het dorp. Punt. Geen uitzonderingen.

Goed, hij kwam zich dus verontschuldigen, maar onze gids moest er niets van hebben. Hij zei dat hij even verderop in de schaduw was gaan liggen, en in slaap was gevallen. Probleem is, het was overal zonnig aan onze kant van de rivier, en naar de overkant is hij niet geweest. Ook hebben we geroepen en was Elia duidelijk hoorbaar toen ze uitgleed in de modder en op haar knieën belandde. De gids was er van overtuigd dat de bootsman even wat goudzoeker snel tussendoor heen en weer wou brengen, wat goed mogelijk is, want dat is namelijk veel goudstukken voor hem. Het einde van het verhaal weet ik nog niet, want de Kapitein zou terugkomen, er zou diezelfde week nog een stamraad worden gehouden met alle verantwoordelijken van de familie en dan ging de straf worden vastgesteld.

We hebben een indruk achtergelaten, maar zonder twijfel heeft het dorp ook een indruk op mij achtergelaten.

12737076_10208495226247567_225289637_o

 

Kanker nog steeds taboe in Suriname

wereldkankerdag

Er is voor alles wel een dag, brooddag, moedersdag, open monumentendag, autoloze dag, open bedrijvendag, prinsjesdag, valentijnsdag en ga zo maar door. En dus zo ook Wereldkankerdag op 4 februari. Versta me niet verkeerd, ik ben volledige voorstander van zulke dagen. Het is goed dat we ze hebben, en we moeten er gebruik van maken. Jammer genoeg zijn er veel mensen die stilstaan bij de ziekte kanker, omdat ze het zelf hebben of omdat een familielid, kennis of vriend kanker heeft. Zo ook sta ik stil bij de ziekte. Niet alleen op 4 februari, maar op veel dagen van de maand. Ik zeg duidelijk maand, en niet week. Want nee, ik sta er niet elke dag bij stil. Spijt me dat? Nee, want ik geniet van het feit dat ik er niet elke dag bij moet stilstaan, omdat ik zelf de ziekte (nog) niet heb. Maar je zou er van verschieten hoeveel mensen niet weten wat kanker betekent. Kanker betekent niet dat je doodgaat, kanker betekent niet dat je niet meer buiten kan komen, kanker betekent niet dat je kapot gaat. Pas op, het kan, dat weten we allemaal. Maar het staat er niet gelijk aan. En dat is een misvatting die veel mensen hebben. De meesten in de Westerse wereld hebben het geluk dat we van een goede opleiding kunnen genieten, en dat we weten wat kanker is, of toch zo ongeveer. We weten dat het niet besmettelijk is en we weten dat er hoop is. En we duimen, we steunen en we (her)denken.

In Suriname viel ik bijna van mijn stoel toen ik voor mijn artikel over Wereldkankerdag een straatcampagne ging bezoeken. Mensen die een speldje opgepint kregen, weigerden in eerste instantie. Een roze lintje zou betekenen dat je kanker hebt. Een vrouw zei zelf dat de ziekte besmettelijk was, een andere vrouw durfde het woord niet uit te spreken. Nog een vrouw kwam langs en vertelde dat ze darmkanker heeft, maar ze kan nergens naar toe want ze kon haar behandeling niet betalen. Dus gaat ze maar dood. De ziekenhuizen hebben niet allemaal de juiste apparatuur en kennis om met elke soort kanker te werken. Dus gaan de mensen maar dood. Het leven is hard, dat weten we allemaal.

Maar laat me je een ding meegeven: het leven is zo hard als dat je het zelf maakt. Als je dit weekend niet naar een voetbalwedstrijd kan gaan kijken omdat je moet werken, kan het leven hard zijn. Als je niet op restaurant kan gaan omdat je geld op is, kan het leven hard zijn. Als je mobieltje uitvalt terwijl je net in een break-up gesprek zit met je vriendje, kan het leven hard zijn. Als je moet studeren voor een examen en je wilt alleen maar slapen, is het leven hard. Ik zeg het nog eens, en ik denk dat je mijn punt nu wel snapt: het leven is zo hard als dat je het zelf maakt. Het leven is hard als er geen ziekenhuis in het land is dat je kan helpen voor een behandeling tegen kanker, het leven is hard als je terminaal ziek bent en je kan de behandeling niet betalen, het leven is hard als je bij de dokter op controle gaat en er wordt je verteld dat je kanker hebt. Het leven is hard als je geliefde kanker heeft. Het leven is hard, maar het is zo hard als dat je het toelaat. Want nee, huilen omdat er geen plaats is in het ziekenhuis doen ze hier niet, en jammeren omdat ze geen geld genoeg heeft voor haar behandeling doet ze niet. Nee, ze recht haar schouders en geniet van wat ze wel nog heeft. Haar vrienden, haar familie, haar thuis. Want liefde, vriendschap en familie zijn onvoorwaardelijk. En met hen, is het leven al een stukje minder hard.

Nadine, mijn gedachten gaan naar je uit. Ik wens je heel veel sterkte en ik hoop dat je veel kracht haalt uit de getuigenis van Gracia Rier. Kanker is overal, en dat maakt jouw verhaal niet minder belangrijk, maar het maakt je ook niet alleen staan. Gracia was een heel opgewekte, levenslustige dame die het hoofd nooit heeft laten hangen en bleef vechten. Nu is het voor jou tijd om te vechten, en net zoals de hele familie vecht ik met je mee. Je bent niet alleen.

Het leven in de jungle

fredberg11Op aanvraag van de mama leid ik jullie even in in het leven in de jungle. Allereerst wil ik zeggen dat wat je hier zult lezen, moeilijk te begrijpen is voor iemand die er nog niet is geweest. Daarom wil ik je vragen niet zomaar over de zinnen heen te lezen, maar er proberen bij stil te staan wat ik je probeer te vertellen.

Wie het verhaal van Mowgli kent, kan zich een voorstelling maken van de jungle. Buiten het feit dat de beren niet dansen, de dieren niet zo behulpzaam zijn en Mowgli het in het echte leven op die manier ook nooit zou overleven, komt de voorstelling goed overeen met de werkelijkheid. Alles is bos, alles is wildernis en nergens is structuur. Nergens is er zoveel leven op 1 plaats.

Stil en rustig is de jungle niet. Als je een huis koopt aan een drukke weg of treinstation, zal je de eerste dagen slecht slapen door het lawaai omdat je er niet aan gewend bent. Maar na een tijd zal je je aanpassen, soms zelf zonder dat je het beseft. Wel, net hetzelfde met brulapen. Je hoort ze al van ver, en ik kan het geluid moeilijk omschrijven, maar er zit niet heel veel intonatie in. Dus na een tijd, zonder dat je het beseft, valt het je gewoon niet meer op. Hetzelfde met de politievogel. Ja, ik vergis me niet. De politievogel bestaat echt en heeft een heel scherpe zang. Hij fluit altijd als een andere vogel iets fout doet en houdt dus wel degelijk het bos in de gaten. Er bestaat geen plaats op aarde waar er geen regels zijn, en zodus ook in de jungle moeten de vogels zich aan regels houden. Elk zijn plek, elk zijn territorium, elk zijn voedselplaats.

DSCN4797fredberg6DSCN5100

Boskip, boomkip, waterkip, vliegkip, kip, kip, kip. Voor elk dier is er wel een ‘kipnaam’, zoals ik het zeg. Surinamers en kip, dat is gewoon een combinatie die je niet uit de weg kan, niet alleen op je bord, maar ook niet in de jungle zo blijkt.  Zodoende heb ik in de jungle gegeten: nasi kip, bami kip en kippensoep. Al een geluk dat ik nu wel vlees eet, of ik had het loodje gelegd vrees ik. Of had ik uren naar het water moeten staren om een vis te vangen. Dat was een van onze nachtactiviteiten, vissen vangen. Ik ben er niet in geslaagd en heb de zoektocht eerlijk gezegd al snel opgegeven. Wel heb ik genoten van de vangst van mijn medejunglebewoners. Verse vis op een spiesje in het vuur en hopla, klaar is kees.

fredberg5DSCN4849DSCN5061DSCN4774

Zelf gevangen, zelf gekookt, zelf gedragen, zelf gemaakt, zelf gedaan, zelfvoorzienend. Dat is wat je moet zijn in de jungle, anders ga je dood. Zelfstandig en zelfvoorzienend. Wie het niet is, maakt geen schijn van kans. Ik kan niet zeggen dat ik zelfstandig en/of zelfvoorzienend ben, ondanks mijn jaren ervaring in de scouts. Aan al mijn scoutsvrienden: mijn gids lachtte me uit omdat we sjorren met touw. Nee, wij Westerse mensen kunnen in geen honderd jaar verklaren dat we zelfvoorzienend zijn. Mijn gids en zijn broer daarintegen, zijn echte Mowgli’s. En dan bedoel ik echt: Mowgli’s. Tijdens een ochtendwandeling met Fred, de gids, zag ik een beest wegspringen. Nog voor ik iets kon zeggen of doen, was Fred de wildernis al in, achter het beest aan. Op zijn blote voeten. Gewoon zomaar de planten, stekkers, bomen, bladeren, takken, boomstronken, ongedierte, beesten, slangen, spinnen, wildernis in. In minder dan drie tellen was hij nergens meer te bespeuren. Met enkel zijn hakmes en short aan was hij letterlijk ‘den bos in’. Nou, fijne gids is dat, ons zomaar achterlaten :). Het beest heeft hij nooit gevangen, maar man, snel lopen kan hij wel.

Fred is een Mowgli. Eens zat hij op het vliegtuig en uit het raampje zag hij een berg. Nu, dacht hij, dat is wel een mooie berg, ik ga hem zoeken. Zonder GPS en puur op gevoel heeft hij er enkele jaren gedaan om zijn eigen pad naar zijn berg te maken. Hij heeft hem gevonden, en de berg, die officieel een andere naam heeft, heet nu in de volksmond: Fredberg. Kun je het je voorstellen dat je je eigen berg hebt? Het is eens wat anders dan je eigen auto. Daar leidde ook mijn pad naartoe, ondertussen al twee weken geleden. Over een pad kun je niet echt spreken. Ik dacht altijd dat ik een goed oriëntatiegevoel had, en misschien heb ik dat ook -vergeleken met andere mensen- op de Vlaamse wegen, waar er zoveel bordjes en aanwijzers staan. Of in de Ardennen, waar je paden hebt die voor je zijn gemaakt. Maar in de jungle, in de wildernis, nee. Ik kan niet eens spreken over een gevoel. Had me daar slechts twee minuten alleen laten staan, en ik zou al niet meer weten waar ik vandaan kwam. Alles is zo dicht begroeid, het is een grote chaos aan bladeren, takken, bomen, planten, vruchten, boomstronken en wat nog allemaal. Zoveel leven, zoveel energie, zoveel indrukken. Ik word er nog steeds wazig van in mijn hoofd al ik eraan terugdenk. Het woord prachtig begint het niet eens te omschrijven. Het is pure magie.

fredberg12

Er is geen maatschappij, er is enkel een samenleving. De dieren leven samen, en het is de wet van de sterkste die telt. Wij als groepje blanke toeristen leefden samen, en het is de opvoeding die we allemaal hebben genoten die maakt dat we niet met elkaar gingen vechten voor het grootste stukje kip. Trouwens, Surinamers eten als ze honger hebben, vertelde Stanley me, de broer van Fred. Ze wachten niet op anderen tot iedereen aan tafel zit om dan lekker gezellig samen te eten. Als je honger hebt, pak je een bord en schep je op. Je schept ook maar 1 keer op, ze eten niet in verschillende porties zoals wij. Dus, heb je honger, ongeacht welk tijdstip of waar, dan eet je. Zit je dan toch toevallig met nog anderen aan tafel, dan moet je ook niet opscheppen voor de andere, laat staan dat je eerst de andere bedient voor je voor jezelf hebt opgeschept. Jij hebt toch honger, en je kan toch niet weten hoeveel honger de andere heeft? Dus waarom moet je dan opscheppen voor de andere? Misschien schep je te weinig, of teveel en daar kan die andere dan aanstoot aan nemen, want je eet maar 1 bord.

fredberg9DSCN4937fredberg7

Doe wat je wil wanneer je wil. Niets moet alles mag. Dat is het leven in de jungle. Je enige zorg? Hoe gaan we onze maag gevuld krijgen vandaag. Er zijn geen discussies, er zijn geen ruzies, er zijn geen problemen. Er zijn geen problemen. Ik zeg het nog eens, want dat is echt de grote impact die de jungle me heeft achtergelaten: er zijn geen problemen. En omdat er geen problemen zijn, zijn er geen zorgen. Waar moet je je zorgen over maken? Dat de zon achter de wolken zit? Dat er een mier over je tafel loopt? Dat het water in de rivier te koud is? Wat kun je er aan doen? Niets. Dat is het leven, en je kan het niet veranderen. Dus vertel mij, waarom maak je je zorgen? Dat doe je niet. En die omschakeling is zo gemakkelijk, ik ben er zelf verbaasd over. Zo gemakkelijk is het om je plots geen zorgen meer te maken. Want je hebt geen telefoon bij, of ja, die werkt toch niet. Je hebt geen verkeer om je heen, toch niet van auto’s, wat de vogels doen in hun vrije tijd is hun zaak, er zijn geen politieke kwesties die moeten uitgedebateerd worden, er zijn geen maatschappelijke problemen of sociale onrust. Want wie het niet aankan, gaat dood. En zo gemakkelijk kan het leven zijn.

Puuuuuuur genieten, is alles wat je kan doen. Rust in het hoofd, rust in het lichaam. Ik heb me nog nooit zo rustig gevoeld, ondanks dat we fysiek erg actief waren. Thuis in Vlaanderen ga ik op de zetel liggen en rust ik uit. Maar ik rust niet uit, nee ik denk aan dit moet ik nog doen, en dat moet nog gehaald worden, en daar moet ik nog passeren, en dat moet ik nog zeggen, en dit moet ik nog kopen, en haar moet ik nog sms’en, en hem moet ik nog waarschuwen. Wel, ik ging op een steen liggen, met een uitzicht over de hele jungle en ik ging rusten. De steen lag niet zo comfortabel als de zetel, maar ik was rustiger dan ooit. Gewoon luisteren en niet nadenken. Het is mogelijk om niet na te denken in het leven. Niets kwam in mij op, niets wat ik nog moest doen, wat ik nog moest zeggen, wat ik nog moest kopen,… Wat zou ik kopen in de jungle?

fredberg14fredberg2fredberg17DSCN4828             fredberg18         fredberg3fredberg1fredberg4fredberg10

De waarde van het leven is niet geld, maar kennis. Als je weet hoe je aan je eten komt in de avond, heb je geen geld nodig om het te kopen, want je weet hoe je de vis moet vangen. Je werkt voor je eigen maag, niet voor je eigen geld. Nu, dit klinkt allemaal als een sprookje en ja zeker, wij staken ook het kampvuur aan met een aansteker, en Fred kan ook niet zomaar alles voorzien zonder dat wij betalen voor de trip, en ik had heus ook wel kleren mee en op het WC (gewoon een balk boven een put) had ik ook WC-papier in de hand, dus nee, ik liep niet als een Mowgli in het oerwoud, en ik heb ook moeten werken om te betalen voor deze trip, maar het zet je wel aan tot denken.

Laat ik je dit nog meegeven: op een bepaald moment konden we onze rugzakken even laten staan want we gingen een klein omtoertje maken om in een grot vleermuizen te gaan spotten. Onze rugzakken gingen we later komen halen. Ik liet mijn fototoestel ook achter. Milou (vriendinnetje van in het huis) keek verbaasd en vroeg: ‘Ga jij je toestel hier zomaar achterlaten?’ Ja, zei ik. Wie gaat het in godsnaam stelen? Er is niemand.

We zijn vrij.DSCN4774

Surinaams parlement veroordeelt aanpak Zika-virus

parlement

Maandag 25 januari was ik voor het eerst in het parlement van Suriname. Opdracht was een online verslag maken van De Nationale Assemblee voor de Ware Tijd, de krant waar ik vrijwillig voor schrijf. Spannend!

Ik kreeg niet de eer om handjes te schudden met President Desi Bouterse, aangezien die niet kwam opdagen. Vice-President Ashwin Adhin was wel van de partij, maar ik ben geen handjes gaan schudden aangezien ik geen idee had wat ik tegen die man moest zeggen. Als jullie nu een beetje verbaasd opkijken en in jullie zelf denken, ‘het zal wel, zo dicht kom je daar toch niet bij?’, dan heb je het mis. Politiekers in Suriname zijn heel toegankelijk, na de vergadering stond iedereen gewoon buiten. Pers, bezoekers en politiekers allemaal door elkaar, het was soms zelf moeilijk zeggen wie wie was. Ja, er liep beveiliging rond, maar die gingen niet als bodyguards om de politiekers staan zoals we dat gewend zijn in Brussel. In tegendeel, die zaten wat verderop op een stoel in het zonnetje, lekker genietend van een sigaret terwijl hun baas even een woordje ging doen met de pers. Fantastisch toch? Zelf heb ik niemand persoonlijk aangesproken, maar heb braaf mijn collega van de Ware Tijd gevolgd en overal vriendelijk gelachen. Wat zou ik moeten gaan vragen?

Het leuke aan journalistiek werk in het buitenland is dat je op plaatsen komt waar je anders nooit zou geraken. Het minder leuke, in het begin dan toch, is dat je in een nieuw systeem wordt gegooid en dat je maar verwacht wordt het allemaal te weten. Te weten wie de belangrijke politiekers zijn, waar de strubbelingen liggen en welke partijen er zoal zijn. Vooral op politiek vlak is het even slikken als je, voor je het goed en wel beseft, met je perskaart het parlement binnenloopt. Onvoorbereid en zonder enig idee wat er te gebeuren staat moet je dan maar even een artikel schrijven. Gelukkig had ik veel aan mijn collega van de krant, met wie ik mee op trip was. Hij hielp me bij het plaatsen van politiekers en het benoemen van de verschillende personen.

Nu, waar alle heisa om ging, kwam ik al snel achter. Het Zika-virus is aangekomen in Suriname. Ik weet niet of het ook in de Belgische kranten te lezen valt, maar hier is het dus elke dag voorpaginanieuws. Zika is een virus dat gedragen en overgedragen wordt door de denguemuskiet. Het virus is schadelijk voor zwangere vrouwen en hun ongeboren kinderen. Indien een zwangere vrouw besmet is met het virus, wordt haar kind geboren met een onvolgroeide schedel, waardoor er dus niet genoeg plaats is voor de hersenen om zich te ontwikkelen. Ik moet er niet bijvertellen hoeveel pijn dit doet voor de pasgeboren baby’s en welke gevolgen dit heeft voor de groei van het kind. Het virus is overgekomen uit Brazilië en al sinds november weet de regering van Suriname dat het virus ook in Suriname actief is. Voor de rest is er niet veel meer bekend over het virus, dus ook de dokters weten niet hoe ze het virus kunnen aanvechten. Al wat Surinaamse vrouwen nu kunnen doen om het virus te voorkomen is niet zwanger worden. De regering vraagt dit ook aan zijn bevolking, om de voortplanting even te pauzeren zal ik maar zeggen, totdat er meer informatie over het Zika-virus bekend is. Wie vandaag al zwanger is, kan alleen maar haar best doen om niet gestoken worden door muggen. Wat in dit land praktisch een onmogelijke opgave is. Alle hens aan dek dus hier in Suriname, want er moeten snel maatregelen getroffen worden. Maar hoe? Dat was de vraag in het parlement op De Nationale Assemblee van maandag 25 januari.

Lees hier mijn artikel, dat naast de site van de Ware Tijd ook op de site van MO* staat.

Je hoort het, ik leer heel snel heel veel bij over Suriname, en dan spreek ik niet alleen op politiek vlak. Blijf vooral mijn blog volgen als je ook zoveel wil leren over het land!

Hoe witter een vrouw, hoe beter

Stagiaires vormen een aparte bevolkingsgroep in Suriname. Ze, voornamelijk meisjes, zijn onmiskenbaar aanwezig in het straatbeeld van Paramaribo. Met hun blonde haren en enorme muggenbulten op de benen zie je hen al van ver aankomen.

IMG_5639

Ze lopen vaak in groepjes over het straat, wat niet zo gek is gezien de veiligheid ’s avonds op het straat. De stagiaires zijn een groep die erg in trek is bij de Surinaamse mannen. Hoe witter, hoe beter lijkt hier de onbeschreven regel te zijn. Niet alleen zien de stagiaires er interessant en exotisch uit voor de Surinamer, ze worden geassocieerd met een goed gevulde portemonnee en een rood paspoort. Dat maakt van hen de ideale vriendin.

Het zijn niet de toeristen, maar de stagiaires die het hele jaar door de touroperators van centjes voorzien. Want wie wil er naast het werken ook niet het binnenland verkennen? De winkels en restaurants hebben er een nieuwe doelgroep bij en ook de taxibedrijfjes zijn blij met het grote aantal, in het begin nog kwetsbare, stagiaires.

Wie zijn studies wil afronden in het buitenland heeft het in Suriname goed gevonden. Niet alleen is Suriname toegankelijk dankzij dezelfde taal en lieve mensen, er moet ook gezegd worden dat de Surinamer eerlijk is. Er wordt geen misbruik gemaakt van onzekere meisjes. Wie per ongeluk te veel betaalt, wordt hier meteen op gewezen.

En wie geniet nu niet van wat mannelijke aandacht? Zolang je zorgt dat je ’s avonds niet alleen over straat gaat, is het gesis en geroep toch ook een beetje vleiend. Er is alle tijd van de wereld om uit te gaan en het kost je geen enkele moeite om een gespierde man te regelen. En tijdens het uitrusten van een hevige nacht is er natuurlijk alle mogelijkheid om onderling belevenissen te bespreken. Integreren? Dat doen ze wel tijdens de stage. Wat een lieve meisjes toch.

Help, mama

Mama. Ik heb slecht geslapen. En de buurman begon zijn hout te zagen. In de voortuin. Op een zondagochtend. Om 08:24. Dat is toch geen moment om je hout te zagen?

Nee, mama. Ik heb niet teveel gedronken gisteren. Had ik misschien beter wel gedaan, dan had ik waarschijnlijk beter geslapen. Ja, mama. Ik heb de schaapjes geteld. Het werkte niet.

Waar ben je? Niet thuis. Er komt een moment waarop je niet meer thuis hoeft te zijn omdat je dochter slecht geslapen heeft. Dat is oké. Er komt een moment waarop je elkaar moet lossen. Dat is ook oké. Zo hoort het te gaan. Maar mama, wat moet ik zonder jou, daar helemaal alleen aan de andere kant van de wereld. Zonder jou?

Wat moet ik zonder iedereen? Kan ik wel alleen zijn? Ik ben eigenlijk niet zo goed in alleen zijn. Zàl ik alleen zijn? Stress. Spanning. Logisch, ik kan niet slapen. Nog twee weken, en ik ben op wereldreis. Stress. Spanning. Logisch, ik kan niet wachten. Nog twee weken, en ik ben op wereldreis.

Mama, help.