In deze laatste aflevering van ‘Surivlaamse bondgenoot’ lees je hoe België heeft bijgedragen aan de nieuwe identiteit van Zarissa. Maar ook vandaag nog omschrijft de Surinaamse vrouw zich als een ‘work in progress’.
Elke nieuwe omgeving, ongeacht waar je bent of hoelang je blijft, draagt bij aan een nieuwe identiteit. ‘Niet alleen mijn karakter, verleden of moedertaal maar zeker ook mijn huidige woonplaats bepaalt mijn identiteit. Ik blijf immers beïnvloed door mijn omgeving’, verklaart Zarissa in onze laatste briefuitwisseling. Haar identiteit is wezenlijk verandert sinds haar verhuis naar België.
‘Belgen geven twee – of is het drie? – kussen op de wang bij wijze van begroeting, maar zullen niet gemakkelijk een gesprek aangaan met een vreemde. Die tegenstrijdigheid snap ik nog steeds niet’, steekt Zarissa van wal. Zeven jaar geleden verhuisde ze van Suriname naar België, en nog steeds kan ze sommige Belgische gewoontes niet vatten. Met die onwennigheid heeft Zarissa echter vrede gesloten: ‘Dit is niet mijn land, ik ben hier niet geboren. Het is normaal dat bepaalde dingen altijd vreemd zullen blijven.’ Zarissa is door de cultuurverschillen niet alleen haar eigen Surinaamse cultuur meer gaan waarderen, maar is ook meer gaan nadenken over de Belgische.

‘Op een Surinaams feest kan ik vragen naar een meeneembakje zonder dat ik vreemde blikken toegeworpen krijg. Maar ik vind het ook heerlijk dat het in België niet oké is wanneer iemand onaangekondigd voor je deur staat. In Suriname zouden we die persoon zelf een bordje eten aanbieden. Hier niet!’, zegt Zarissa, die stiekem wel blij is dat ze niet meer hoeft te koken voor die extra onbekende gast. Maar niet alleen in de keuken, ook in de communicatie is Zarissa bewust verandert. ‘Ik ga nu discussies liever uit de weg dan mijn zin door te drijven. Ik heb geleerd dat het vaak de energie niet waard is’, vertelt Zarissa.
Ondanks deze bewuste veranderingen, evolueert de identiteit van Zarissa voornamelijk onbewust. ‘Zo kan ik nu genieten van een wijntje na de maaltijd, terwijl ik het in de eerste jaren van mijn verhuis echt niet kon verdragen’, zegt Zarissa, die in het begin ook niets moest hebben van het platte Vlaamse dialect. ‘Maar nu betrap ik mezelf erop dat ik af en toe ook zo spreek. Heel onbewust dus’, vult ze aan. Maar bewust of onbewust, elke migratie vraagt om verandering. ‘Een nieuwe omgeving confronteert je met verschillende aspecten van je identiteit, je gaat meer nadenken over jouw plaats in de nieuwe maatschappij en wat de aanpassing voor jou als mens betekent.’
You can take the girl out of Suriname, but not Suriname out of the girl
Haar emigratie heeft Zarissa niet alleen zelfstandiger, maar ook assertiever gemaakt. De maar al bekende ‘we zien wel hoe het gaat’-attitude die in Suriname veel terug te vinden valt, is volledig uit Zarissa’s denkwijze verdwenen. ‘Ik wil meer voor mezelf dan afwachten wat het leven me brengt’, legt ze uit. Daarnaast is Zarissa ook haar familie en vriendschappen meer gaan waarderen, omdat het sociaal contact bij een emigratie meestal vermindert of zelfs helemaal wegvalt. Desondanks blijft Zarissa Surinaams, en zijn er bepaalde dingen die nooit zullen veranderen. Zo ook niet haar eetgewoontes, open karakter en Surinaamse gastvrijheid.
Na zeven jaar emigratie zijn de Belgische en Surinaamse culturen voor Zarissa één geworden. ‘Ik heb in België mijn gezin gestart met een Belgische man, Belgische opleidingen gevolgd en Belgische collega’s gehad. Ik heb de inburgeringscursus gevolgd en voel me ook daadwerkelijk ingeburgerd’, verklaart Zarissa haar nieuwe identiteit. Desondanks blijft ze dezelfde trotse Surinaamse vrouw met al de waarden die haar opvoeding en achtergrond haar hebben aangeleerd. ‘Ik wil geloven dat ik het beste van beide culturen naar buiten kan brengen’, verklaart Zarissa, die niet gelooft in een eindpunt wanneer het om eigen identiteit gaat. ‘Doordat we steeds nieuwe ervaringen opdoen en met andere mensen in contact komen, blijft onze identiteit veranderen. Als ik mijn zin had, dan emigreerde ik naar nog een ander land om wéér een nieuwe cultuurdoop te doen. Dat zou ongetwijfeld bijdragen tot mijn identiteitsvorming.’
En met deze zin sluit ik de reeks ‘Surivlaamse bondgenoot’ af. Ik wil Zarissa bedanken voor haar openhartigheid en leuke anekdotes. Meerdere malen heb ik tijdens het schrijven van deze reeks moeten lachen, want ondanks onze omgekeerde situatie herken ik me in veel van Zarissa’s verhalen. Haar verhalen hebben me nieuwe inzichten, hoop en kracht gegeven. Voor wie op de hoogte wil blijven van Zarissa’s avontuur in België, kan haar volgen op ProdoMisi.
Aan alle emigranten in de wereld: we staan er niet alleen voor.
Dank u, Zarissa.






Maar ze leven in de illusie dat in Europa iedereen voor elkaar zorgt. En als ze in het begin geen werk vinden, ze wel een uitkering zullen krijgen, en die uitkering is vaak veel meer dan wat ze in Suriname kennen. Maar ze vergeten dat in Europa een heel egoïstische mentaliteit leeft, en dat je niet zomaar even alles in je schoot geworpen krijgt, maar dat je er hard voor moet werken, zeker met de achterstand aan kennis die je automatisch hebt wanneer je een nieuw land binnenstapt, want je weet gewoon niet hoe het werkt, en dat valt je niet kwalijk te nemen, maar in Europa doen ze dat wel. Nu, mijn moeder denkt dat mensen hun leven alleen maar moeilijker maken als ze verhuizen of immigreren, en dat ze meer kans hebben op een gelukkig bestaan als ze blijven waar ze geboren zijn, zonder daarbij enige vorm van racisme te hebben, want mijn moeder wilt alleen maar het beste voor de mensen. Ik vind het een mooie theorie, die best wel eens zou kunnen werken. Maar ik denk net het tegenovergestelde.
Wel, het is moeilijk, daar heeft mijn moeder alvast gelijk in. Het is alles in één, nieuwe structuren van maatschappij moet je leren, er zijn andere gedragingen die je wel en niet kan doen, er is een andere taal die je moet spreken. Want er mag hier dan wel dezelfde taal worden gesproken, er worden andere woorden gebruikt en je moet weten wat wel en niet te zeggen om geen verkeerde indruk op te wekken. Alle comfort die je je hele leven lang kende, valt onder je voeten weg en je weet niet meer waar je op kan staan. Normen en waarden zijn anders, maar je kan er zo precies niet de vinger op leggen hoe anders die dan zijn. (Voor alle duidelijkheid: dit is niet Quin op de foto)
Dat ik erin geloof, wil daarmee nog niet zeggen dat het gemakkelijk is, of mogelijk. Ik ben het levende bewijs van een immigrant die ‘vlucht’ van het zogezegde ‘beloofde land’. Ik geloof niet in één beloofde land, ik geloof in je eigen kunnen om een land te accepteren hoe het is, en op je eigen manier te veranderen zodat je je comfortabel voelt in het land dat je niet kent, zonder daarbij politieke ambities te hebben of maatschappelijke problemen te verhelpen. Dat veranderen gaat niet zonder slag of stoot, want je moet jezelf veranderen, je moet je aanpassen naar die omgeving die je hebt ‘gekozen’. En daar komt dan het dierlijk instinct dat diep in jou wakker wordt en kom je erachter dat je misschien helemaal niet wilt veranderen, want je hebt hard gewerkt voor de persoon die je tot op vandaag bent geworden. (Nog eens voor de duidelijkheid: dit is wél Quin op de foto)