De terugblik van Zamida

Zamida Kroes (36) heeft het hart op de tong en durft het leven in vraag stellen, maar helemaal Surinaams noemt ze zichzelf niet. Een gesprek over kerstpakketjes, een chaotische kleerkast en geldtekort.

In deze nieuwe rubriek, genaamd ‘Een terugblik’, ga ik langs bij drie mensen die in 2017 een belangrijke rol voor me hebben gespeeld. Ik leg elk van hen dezelfde vragen voor (die ik op mijn beurt overnam uit de kerstinterviews van Knack). Samen blikken we terug op 2017, en wat het jaar voor hun betekende. Als eerste stel ik u voor aan Zamida Kroes, mijn eerste Surinaamse vriendin.

Wat heb je in 2017 voor de allereerste keer gedaan?
‘Ik ben voor het eerst met mijn jonge broer op vakantie gegaan, voor een kort weekje naar de Dominicaanse Republiek.’

Welke persoonlijke overwinning heb je behaald in 2017?
‘Ik ben eindelijk verhuisd van het district Para, naar de hoofdstad Paramaribo, en woon hier nu in m’n zelf ontworpen mini huisje. Afgelopen oktober ben ik ook gestart met een opleiding voor het behalen van een Pedagogisch Getuigschrift, zodat ik in de toekomst les kan geven.’

Welke nederlaag heb je geleden?
‘In 2017 had ik haast nooit geld. Ik ervaarde dit als een grote nederlaag omdat ik niet veel verder kwam dan het betalen van mijn rekeningen. Verder kon ik haast geen leuke dingen doen.’

Waar heb je het meeste plezier aan beleefd?

‘Ik heb bewust alleen dingen gedaan waar ik voor de volle honderd procent achter stond.’

Welk nieuwsfeit was voor jou het meest betreurenswaardig?
‘De vele berichtgevingen van gepleegde berovingen en overvallen maken me een beetje bang.’

Heb je te veel of te weinig tijd besteed aan sociale media?
‘Weinig, maar niet te weinig.’

Over welke kwestie ben je anders gaan denken?
‘Dat ik toch niet helemaal Surinaams ben. Ik ben er in 2017 weer achter gekomen dat ik toch anders denk en doe dan de meeste Surinamers. Misschien hoor ik toch niet helemaal in Suriname…’

Wat heb je gemist in 2017?
‘Ik heb eigenlijk helemaal niets spannends gedaan. Alles wat ik heb gedaan was voorspelbaar. Ik heb geen spannend avontuur beleefd en nu mis ik dat wel.’

Wat had je beter willen doen in 2017?
‘Ik bleef vaak in m’n comfort zone hangen, ik denk dat ik daar af en toe gewoon uit moet stappen en een beetje meer geven.’

Waar was je het liefst in 2017?

‘Ik was heel vaak thuis en dat vond ik super fijn.’

Wat was je mooiste moment van 2017?
‘Op m’n verjaardag had ik een hele leuke dag met al m’n vriendinnen. Ook de dag dat ik hoorde dat ik een nieuwe baan had, was ik super gelukkig.’

Welke goede daad heb je verricht?
‘Ik heb een krantenverkoper een kerstpakket gegeven. Vooral de week voor kerst heb ik sociale daden verricht waar ik trots op ben. Zo heb ik ook samen met collega’s kinderen uit een kindertehuis een leuke dag bezorgd.’

Welk boek, welke plaat of welke film/tv-serie heb je dit jaar het meest van genoten?
‘Helaas heb ik heel weinig gelezen. Het laatste boek dat ik gelezen heb was De belofte van Pisa, geschreven door de Marokkaanse Mano Bouzamour.’

Wat wil je verwezenlijken in 2018?
‘Ik heb een top 3, allereerst wil ik nieuwe mensen ontmoeten. Daarnaast wil ik minder chaotisch zijn, beginnende met het opruimen van mijn kleerkast, en goede prestaties leveren op het werk.’

Dit is wat ze noemen, een cultuurshock

‘Het is geen strijd tussen hier en daar’, zei Rémie me gisterenavond toen hij de tranen in mijn ogen zag staan nadat mijn fiets werd gestolen op de scouts. ‘Dat kan toch niet!’ riep ik ongelovig uit. Ik had mijn fiets losgemaakt om naar huis te gaan, en zag Rémie wat verderop staan babbelen. Ik besloot hem nog te gaan groeten, want daar had ik de kans nog niet toe gekregen. Voor enkele seconden twijfelde ik, moest ik mijn fiets weer vastzetten? Ah, dacht ik, ik ga niet ver. We zijn toch op de scouts.

Vijf minuten stond ik met mijn rug gekeerd, en weg was hij. ‘Dat kan toch niet!’ riep ik ongelovig uit. Ik weet niet wat het was wat Rémie in mijn tranende ogen zag, maar hij begreep me op een manier dat weinig mensen dat kunnen. ‘Zoë, het is geen strijd tussen hier en daar’, zei hij. En daarmee heeft hij gelezen wat ik nog niet had uitgesproken. Op de lange weg naar huis heb ik daar, al wandelend en huilend, over nagedacht.
Want dat is het wel.

Het zijn de kleine, zogenaamd onschuldige aanrakingen met de Surinaamse cultuur die me beetje bij beetje, maar fundamenteel hebben verandert. Nieuwe groenten geven nieuwe smaken, die op hun beurt smaakpapillen veranderen. Het dansen met de kist wanneer iemand ten grave wordt gelegd, de zuivere wetenschap dat iedereen doodgaat en de woordeloze acceptatie daarvan, het warme weer die je kleerkast verandert van zwart, wit, grijs naar shirts in alle kleuren van de regenboog, meer nog: luchtige kleedjes.

Het gaat om de kennismaking met Quincy’s oma, die ‘traditioneel’ (dat woord gebruik ik niet graag) gekleed door haar huis loopt, dat ze deelt met een groot deel van de familie, die op zich al groot is. Ze plaagt me en ze praat Saramaccaans met me, en ik begrijp steeds meer wat ze zegt. Maar wat me echt is gaan veranderen, is de sluipende liefde van haar die groei voor mij. En wat me nog meer is gaan veranderen, is mijn groeiende liefde voor haar. Mijn bewondering en respect. Mijn acceptatie en verwondering.

Om het kort samen te vatten: ik lees er niet alleen over, maar ik leef in een andere cultuur.

En het zijn in die kleine en grote aanrakingen met cultuur, die zich overigens in alle vlakken in de samenleving toont (tot op de meest onverwachte momenten, zoals niemand die Nederlands spreekt in de supermarkt), dat je normen en waarden veranderen. De basis van wie je bent en wat je altijd al hebt geweten staat nu in vraag. Dingen die ik altijd als vanzelfsprekend nam, daar stel ik me nu vragen bij. Of dat wel zo normaal is, en hoe ik het altijd heb gedaan. Het antwoord bevalt me vaak niet, want het ligt in strijd met wat ik altijd voor waarheid heb genomen.

Wanneer je gegroeid bent to het punt waarin je het bestaan van het nieuwe antwoord hebt geaccepteerd (en dat kan lang duren), en je komt nadien terug naar de wereld waarin het oude als norm nog steeds van toepassing is, ben je in strijd. Of je dat nu wilt of niet. Ik moet moeite doen om me te gedragen hoe ik me al mijn hele leven heb gedragen. Dat botst bij en in mezelf. Wat als vanzelfsprekend was, is nu vermoeiend geworden, iets waarop ik moet letten. Dat op zich, is een strijd die nooit stopt zolang ik hier ben, maar ik denk wel zal verminderen hoe langer ik hier blijf. Maar het zal nooit verdwijnen.

En eenmaal daar, begint de strijd gewoon opnieuw. Daar moet ik me gedragen in de spelregels van een andere cultuur, eentje die nog nooit vanzelfsprekend is geweest, en eentje die ik nog nooit eerder als een mogelijkheid beschouwde. Dat vraagt zeker veel moeite en energie, en is genoeg grondstof voor een heel pak nieuwe vragen, waarvan ook niet alle antwoorden goed vallen.

Alles wat ik altijd dacht te weten, is plots niet meer zo duidelijk en zeker. Nieuwe dingen ervaren, andere culturen zien, leven in een samenleving die je onbewust verplicht je reflexen en gevoelens anders te benaderen, te gebruiken. Sommige dingen mag je plots niet meer voelen, andere dingen niet meer dragen. Niemand die je mondeling verplicht, maar het wordt onbewust van je gevraagd. Dat is cultuur voor mij. Dan moet je die dingen niet zeggen, en zulke spullen wel kopen.
En hier gebeurt net hetzelfde, opnieuw, maar dan ook weer helemaal anders.

Het is wat ze noemen, een cultuurshock.

 

Mijn 20 favoriete uitspraken in het Sranan Tongo

Ik moet toegeven dat ik niet vaak Sranan spreek, omdat ik me er niet comfortabel in voel. Ik weet wel hier en daar een woordje, maar deze dan ook gaan gebruiken op straat ligt (nog niet?) in mijn comfortzone. Het is wel altijd handig om te weten natuurlijk. Gewoon omdat ik bijleer, maar ook omdat ik me dichter verbonden voel met het land en zijn inwoners, ik kan al eens opscheppen in een taxirit en indruk maken op mijn collega’s. Hier en daar durf ik een woordje op te vangen in de supermarkt. Maar echt serieus gaan gebruiken doe ik alleen als ik geen andere optie heb, wanneer de winkelier geen Nederlands spreekt bijvoorbeeld – iets wat hier vaker voorkomt dan je zou denken. Alleszins, dankzij de ondervraging van mijn schoonfamilie gisteren vond ik het wel eens tijd worden voor een klein overzicht. Hier mijn mijn favoriete uitspraken in Sranan Tongo (als ik eerlijk moet zijn, zijn dit ook de enige woorden die tot nog toe op mijn woordenschatlijstje staan, op enkele na). Hier zijn ze dan, niet op volgorde van leukheid:

  1. Switie‘ betekent ‘lekker’, ‘heerlijk’, ‘leuk’. Quincy durft mijn kookkunsten al eens te omschrijven als ‘switie’, wanneer ik heel erg mijn best heb gedaan, maar dit woordje kent ook zijn gebruik buiten de grenzen van de keuken. ‘Switie Sranan’ betekent namelijk ‘prettig Suriname’.
  2. Bère spang‘ In het Surinaams-Nederlands vertaalt als ‘ik heb me bekomst’. In het Vlaams zeggen we simpelweg ‘ik zit vol’ (met eten weliswaar)
  3. Kon hesi baka‘ = ‘Kom snel terug’
  4. Mi lobi joe‘, ‘Ik hou van jou’. Gebruik ik regelmatig, wanneer ‘ik hou van jou’, ‘I love you’ en ‘love you’ al teveel de revue gepasseerd zijn op een dag. Beetje afwisseling kan al eens deugd doen, niet?
  5. Wassi, mo go wassi‘. ‘Ik ga een ‘wassi’ doen’. In het Surinaams-Nederlands: ik ga baden. In het Vlaams: ik ga douchen. Persoonlijk vind ik dit een heel schattige. Maar het kan ook gebruikt worden om aan te duiden dat je de kleren wast, de auto wast of de afwas doet. Dat is natuurlijk al minder schattig.
  6. A no de/a no kan‘. Krijg je veel te horen hier in Suriname, en dan vooral wanneer het over geld of financiën gaat. ‘A no de’ betekent ‘het is er niet’. ‘A no kan’ staat dan weer voor ‘het kan niet’. Sranan is nog zo moeilijk niet, toch?
  7. Peh ie deh‘, de eerste maanden in Suriname heb ik me nooit afgevraagd wat dit betekende, ik dacht het wel te weten. Quincy zei het veel over de telefoon, en altijd wanneer het woordje viel kon ik aan niets anders dan goed nieuws denken. Je spreekt ‘peh ie deh’ namelijk uit als ‘payday’. In mijn oren hoorde ik het geld dus al rollen, maar niet dus. Wanneer Quin aan de telefoon ‘peh ie deh’ zegt, vraagt hij alleen maar waar de ander is.
  8. Joe ab?‘, ‘Heb je?’ Eigenlijk is het ‘joe abi’, maar als de Surinamer de gelegenheid krijgt om woorden samen te voegen, zal hij of zij niet vaak aan die gelegenheid voorbijgaan. Vaak worden alle woorden die kunnen samengetrokken worden, dan ook met veel gemak en zonder twijfel aan elkaar geregen. ‘Joe abi’ wordt vaak een snelle ‘jaap’, en is een vraag die je veel hoort in de supermarkt, gevolgd door het gezochte item. ‘Jaap …?’, ‘Heb je …?’ Ik weet niet of dit als een merkwaardigheid overkomt, maar hier in de supermarkt kan je niet elke week hetzelfde aanbod verwachten. Dan is er wel sla en geen groenten, de week erop is het brood nog niet geleverd en twee dagen later is de boterhammenworst verdwenen. Daarbij laat de tomatenpurree (import) al maanden op zich wachten.
  9. Langa bère‘ Hier zijn we dan weer met de bère, geen ‘bère spang’ deze keer, maar ‘langa bère’, wat in dit geval ‘langdradig’ betekent. Wanneer je er bijvoorbeeld een lange vergadering op hebt zitten, of je gesprekspartner komt maar niet tot aan het punt van haar verhaal – iets waar ik me vaak schuldig aan maak.  Ik hoor deze uitspraak nog het vaakst in journalistieke kringen, wanneer er gesproken wordt over een ‘langa bère’ interview of een ‘langa bère’ artikel.
  10. Ofa!‘ Hoor je misschien nog wel het meest van alle Surinaamse woorden, en dan vooral over straat. En aangezien iedereen iedereen kent, en het leven zich voornamelijk op straat afspeelt – dit dankzij het lekkere weer, wordt je elke dag om het hoofd geslagen met ‘ofa’s’. Het was dan ook één van de woordjes die voor het eerst in mijn hoofd bleven hangen. ‘Ofa’ is een afkorting van ‘Fawakka’, wat ‘hoe gaat het?’ betekent.
  11. Aigo‘, krijg je vaak als antwoord op de ‘ofa’ of ‘fawakka’ om twee redenen: het lijkt met elke Surinamer altijd wel goed te gaan, en als het niet goed gaat zal dat ook niet snel in het openbaar worden toegeven. Dus het is een gepingpong op straat tussen de ‘ofa’s’ en de ‘aigo’s’.
  12. Sang!‘ Een uitroep die je gebruikt wanneer het leven niet loopt zoals je wil, en je dus een tegenslag ondervindt. Dit woord wordt ook vaak verlengd, waardoor het een klagerig toontje krijgt: ‘Sàààààààng’, en kan je bijvoorbeeld  gebruiken wanneer je net de bus hebt gemist, of er valt een mes vol boter op de grond en maakt plekken op de net gekuiste vloer, iets wat me deze ochtend voorviel (wij Vlamingen durven hier ook al eens ‘shit’ te zeggen)
  13. Mi sabi‘. ‘Ik weet het’. Wordt veel gebruikt als je gesprekspartner aan het klagen is over het een of het ander – vaker over geld dan wat anders. Dan knik je meelevend en moppert: ‘Mi sabi, mi sabi’. Net als dat Vlamingen ‘ik weet het, ik weet het’ zeggen wanneer we denken alles te weten over de ander zijn miserie, maar eigenlijk niet echt aan het luisteren zijn, want je bent met je eigen gedachten bij je eigen problemen.
  14. Omu‘. Spreek je uit als ‘omoe’, en zo wordt het ook soms geschreven. De uitbater van de supermarkten zijn hier 9 op 10 Chinezen, open van 7 uur in de ochtend tot 10-11 uur in de avond, alsook op zondag. Er valt hier dus niet te klagen over onze ‘omu’s’, de roepnaam voor elke mannelijke Chinees die in de supermarkt werkt. ‘Omu, omeng a san?’, vrij vertaalt: ‘Oom, hoeveel kost het?’
  15. Kranti‘. Krant. ‘Omu, jaap kranti?’ Wat was ik fier toen ik mijn eerste volledige zin in Sranan kon zeggen, ik stond (stiekem) te glunderen in de supermarkt. De omu in kwestie, trok grote ogen maar lachte aanmoedigend. Moeite wordt geaprecieerd. Alleen jammer dat het daar voor mij ook stopt met de social talk. Gelukkig bestond zijn antwoord uit een eenvoudig knikje met het hoofd.
  16. Hoe tel je geld? ‘Tjawa‘, kwartje. ‘Lotto‘, vijf. ‘Donie‘, tien. ‘Blauw‘, twintig (de Srananman hebben het zichzelf niet te moeilijk gemaakt, aangezien een briefje van twintig blauw is), ‘Bankoe‘, vijftig en ‘Barkie‘, honderd. Als je dus veel ‘barkie’s’ kan tellen, zit je goed.
  17. Bigi ede‘. Groot hoofd. Waarom deze tussen het lijstje staat is voor mij een weet, voor jou een vraag 🙂
  18. A Sitie‘. ‘Geregeld, in orde’. Wordt vaak gebruikt na het maken van een afspraak en is daarom vrij vertaald: ‘komt in orde’. ‘A boeng’ betekent dan weer ‘is goed’, vaak gebruikt om een afspraak te bevestigen, maar hoor je ook al eens als afscheid voor twee mensen elk hun eigen weg gaan of als vraag. ‘A boeng?’ ‘Aaaai, nanga joe?’ (Ja hoor, met jou?)
  19. Tamara‘. Vind ik persoonlijk een hele mooie. ‘Tamara’ betekent ‘morgen’.
  20. En last but not least: ‘osso‘ betekent ‘huis’. ‘Peh ie deh? – Osso.’

Voor degene die zich willen gaan verdiepen in het Sranan Tongo is er alvast 1 zorg minder: er bestaan geen vaste regels in het schrijven van Sranan, aangezien het echt een spreektaal is, en geen schrijftaal. Iedereen schrijft de woorden anders. Er geldt maar 1 schrijfregel: schrijf het woord zoals je het uitspreekt, of dat nu met 1 ‘s’ is of twee ‘ss’en’, daar maakt niemand er een punt van. Bij deze staat deze ‘langa bère’-blogpost vol schrijffouten, en het mag.

Voor altijd in tweestrijd

Binnen minder dan een maand sta ik terug op Belgische bodem. En dat is goed nieuws. Er zijn namelijk honderd en 1 dingen waar ik naar uit kijk. Ik wil – ingeduffeld in dikke jas en sjaal – op de fiets springen en het vanbinnen lekker warm krijgen, terwijl de wind me om de oren snijd. Ik wil door de drukke straten van Gent centrum lopen en opgaan in de massa zonder dat ik licht uitstraal, en daarmee onwillige aandacht van het mannelijke geslacht krijgen. Ik wil samen met mijn moeder een warme chocolademelk drinken op de kerstmarkt terwijl honderden kleine lichtjes om ons heen dansen.

_MG_1366 _MG_1145

 

 

 

 

Ik wil het nog eens koud hebben. Ik wil samen met een vriendin onder een dekentje kruipen en naar een romantische film kijken. Ik wil samen met mijn ouders nog een uur napraten aan tafel onder gezellig kaarslicht. Ik wil mijn vader en kleine broer horen plagen en mijn moeder horen lachen. Ik wil op bezoek gaan bij mijn grote broer en onder een gezellige brunch mijn ongevraagde mening over zijn liefdesleven geven. Ik wil op cafe zitten en eindelijk nog eens degelijk bier drinken (sorry Parbo, maar je bent het gewoon niet voor mij).

_MG_1375 _MG_1370

 

 

 

 

Ik wil discussiëren met een vriend tot in de donkerste uren van de nacht. Ik wil me geen ongeluk verschieten omdat er een stiekeme kakkerlak ons huis binnenvliegt (ja, kakkerlakken vliegen!). Ik wil lekkere winsterse stoemp eten, klaargemaakt door de mama. Ik wil onuitgenodigd aankloppen op de deur van mijn beste vriend, vragend om advies. Ik wil mijn voetjes onder tafel schuiven na een lange, koude dag thuiskomen in de geur van verse pompoensoep. Ja, ik mis heel wat dingen aan België.

22069067_1865882087074903_111919417_oFamilie en vrienden zijn en blijven de voornaamste redenen waarom ik België al eens durf te missen. Maar het is ook de reden waarom ik Suriname zal missen. Naast het feit dat ik Suriname zal missen omdat ik ontspannen en blootsvoets de auto rij, overal met teenslippers ga, dat ik bepaalde dingen van dit land weet die ik niet eens in België weet – bv welke boter het lekkerste is op de boterham en welke de lekkerste in de pan.

Naast het feit dat ik niet meer zal thuiskomen om als eerste al mijn kleren uit te trekken van warmte, ons eigen creatieve thuis niet meer zal helpen evolueren en de geiten van de buurt me niet meer komen verrassen in het licht van mijn fietslamp. Geen groene wildgroei meer overal waar je kijkt, geen leguanen die van onder het gras schieten bij je aankomst, geen tomatenplantjes die ik help groeien en al zeker geen hoge kokosbomen die me nog steeds het gevoel geven dat ik op een of ander paradijs woon, ongeacht de – soms ook – lelijke dingen die onder diezelfde bomen plaatsvinden.

_MG_1067Geen buurtbus waar ik ondertussen iedereen ken – en weet wonen. Geen gekke buschauffeur die je leven waagt op de al even chaotische wegen. Geen verkeer waar niet de verkeersborden, maar de wet van de sterkste dicteert. Geen vrolijke felgekleurde daken en geen enkel huis is hetzelfde. Geen dichtbebouwde wegen en verbondenheid op straat wegens tekort aan fiets- en wandelpaden. Geen fysiek verstikkend gevoel in het altijd open ademende Suriname. Geen (dode) slangen die me verassen op weg naar de bus. Geen felblauwe, open hemel meer en geen zon die het leven opfleurt op de dagen waarop ik het allemaal even niet voel. Suriname kent meer creativiteit omdat er minder voor handen is.

_MG_1057Maar naast dat wat Suriname mooi en verleidelijk maakt, is het land niets zonder de mensen erin. Ok, toegegeven, ik heb geen tien vrienden in Suriname, maar ik heb er wel een grote, mooie familie bij gekregen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik vroeger altijd klaagde bij mijn moeder. Waarom had ik twee broers gekregen? Ik wilde ook een zus, het liefst van al een tweelingszus. Niets aan te veranderen, zei de moeder, je hebt twee broers en daarmee moet je het doen. Nu ben ik heel dankbaar voor deze – ondertussen – mannen in mijn leven. En ik heb geen reden tot klagen meer. Want nu heb ik er zomaar even vier mooie schoonzussen, een schoonnichtje (zeg je dat zo?), een schoonbroer en twee lieve schoonouders bij. Zij zijn me dierbaar geworden.

_MG_1359 _MG_1309 kopie

 

 

 

 

Thuis bij familie Westenburg is het altijd levendig en gezellig. Er valt altijd wat te beleven en er is zelden een stil moment. Ik ben dankbaar voor deze warme thuis die ik er bij heb gekregen, voor de open armen waarmee ik ontvangen ben. Het is dankzij hen, dat ik me thuisvoel in Suriname. Dat ik een plek ken waar ik voel dat ik behoor. Ik neem een ieder van ze mee in mijn hart terug naar België.

_MG_1278

Bijna negen maanden geleden kwam ik naar Suriname om mijn ogen uit te kijken en mijn voeten te laten ontdekken. Of ik hier werkelijk zou blijven, was nog maar de vraag. Quincy en ik, we zouden het proberen. Suriname en ik, we zouden het een kans geven. Dat gedaan te hebben, heeft het land geen seconde getwijfeld mijn hart te stelen. Nu, bijna negen maanden later, kijk ik trots naar mezelf in de spiegel. Want het is me toch maar mooi gelukt om in de afgelopen maanden een nog onbekende plek tot mijn thuis te maken. Het heeft me genoeg bloed, zweet en tranen gekost, lege momenten van verveeldheid en eenzaamheid, dagen van verdriet en verlies, weken van gemis en frustratie. Maar vandaag de dag ben ik dat kleine stipje op de aardbol dat precies is waar het wil zijn. Dit is dan ook geen afscheid, maar slechts het begin.

_MG_1075

 

 

 

 

Verhuisd voor de liefde

Stoer vertelde ik over mijn verhuis naar Suriname, nu alweer meer dan een half jaar geleden. Over hoe ik NIET alleen voor mijn vriend naar Suriname verhuisde, maar vooral en in de eerste plaats voor mezelf. Want in Suriname was het leven leuker, makkelijker, zonniger en warmer. Liefdevoller.

In geuren en kleuren vertelde ik over het schrijven van artikels bij de krant, en hopelijk ook bij Parbode, het Surinaams magazine. Over hoe ik correspondent wil worden van Suriname voor Belgiё en alle hoekjes van het politiek-maatschappelijke leven in Suriname zou ontdekken. Meer nog, ik zou er kritisch, onderzocht en vol passie over schrijven. Dat was de werkelijke reden van mijn verhuis. Ik kon mijn liefde kwijt op papier en zou uren achter mijn bureau zitten zwoegen en zweten over de komma’s en de punten. Wat een mooi leven zou ik hebben. Misschien zou ik in de tussentijd, zo even tussendoor, ook wel een boek schrijven. Over wat? Die inspiratie zou me wel te binnen schieten in het altijd kleurrijke en vrolijke Suriname.

Aangekomen in een land zonder koopkracht, in crisis en in een onstabiel politiek-maatschappelijke landschap is het toch even slikken. Dit was niet mijn eerste kennismaking met Suriname, maar ongetwijfeld een nieuwe. Alsof ik hier nooit eerder was geweest. Toch besloop me al snel een gevoel van huiselijkheid en gezelligheid. Ik begon te schrijven. En ik ben nooit gestopt, zoals ik ook nooit echt begonnen ben. Zonder een boek met begin en eind, heb ik genoeg vellen verscheurd om een boek te schrijven.

Schrijven doe ik altijd met liefde, al is het om twee over twaalf in de nacht met halve ogen of even snel tussendoor op de bus onder alle schokken van de oneffen weg. Wanneer ik die pen in mijn hand heb bekruipt me altijd dat aangename, warme gevoel dat het wel allemaal goedkomt, zolang ik mijn handen heb om te schrijven. Want schrijven was de reden voor mijn verhuis naar Suriname, dat is wat ik tenslotte beschouw als mijn persoonlijke toekomst.

Nu zit ik deze maanden wel te schrijven, allemaal goed en wel. Maar ik moet na meer dan een half jaar toch toegeven: ik ben die meid die alles achterliet voor een man en de oceaan overstak. Die meid die ik vroeger wel eens durfde te beschouwen als een zeilige meid, eentje zonder eigenwaarde. Want geen enkele zelf-respecterende persoon zou toch naar de andere kant van de wereldbol verhuizen, enkel en alleen voor een man?

Palmentuin 2016
Palmentuin maart 2016

Nu kijk ik naar mijn reflectie in de spiegel en zie ik diezelfde meid. Maar tegen alle verwachtingen in zie ik eentje met zelfvertrouwen, met sprankelende ogen en een meid die zichzelf mooi beschouwd. Want ik weet wie ik ben – tot op de dag van vandaag – en ik weet wat ik wil – tot op de dag van vandaag. Ik heb het daarom nog niet allemaal, maar het leven zou niet spannend meer zijn als dat wel zo was. Maar goed, die meid die naar me teruglacht in de reflectie van de spiegel is diezelfde meid die meer dan zes maanden geleden de oceaan overstak. Voor een man.

_MG_0903
Palmentuin augustus 2017

Want hoe het ook draait of keert, hoe kleurrijk, zonnig, warm, leuker, makkelijker of moeilijker het leven in Suriname hier ook mag zijn: het was niet genoeg geweest zonder de aanwezigheid van Quincy. En ik vind het niet erg om dat toe te geven en ik schaam me er ook niet voor. Het is niet zielig of respectloos, ik zie het als moedig.

Want net zoals ik andere mensen veel vragen stel, stel ik mezelf ook veel in vraag. Waar draait dit allemaal om? De ene vindt zijn plaats in een niemandsdal in Wallonie en de andere in het Zuiden van Frankrijk, zij is dan weer helemaal gelukkig in haar studio in Wetteren en hij is nog steeds goed onder het vernieuwde dak van zijn ouders. Hij moet dan weer zonodig in Australie wonen en zij vindt haar hart terug in Suriname.

Dat is niet anders dan moedig te noemen. Ook al is het voor een man, het is een even goede reden als elke andere. We doen het toch maar. En ik kruip lekker elke avond in bed met de enige persoon die mijn hart compleet maakt. Nooit heb ik een dag spijt van mijn beslissing, want het is dankzij die ‘onnozele, zelf-respectloze en zielige’ beslissing dat ik nu kan lachen tot ik mijn buikspieren voel samentrekken, kan huilen in zijn sterke armen en elke dag thuis kan komen bij mijn beste vriend.

Dus tot zover het ‘ik ga echt wel voor mezelf hoor, niet alleen voor hem’. Ik geef trots toe: ik ben gekomen voor hem. Omdat hij mij tot mezelf maakt. Dus ik ben gekomen voor ons. Ik ben verhuisd voor de liefde. En daar is niets mis mee. In tegendeel: liefde is het enige wat ons nog kan redden uit die verdoemenis die we de aardbol durven noemen.

_MG_0008

 

 

6 maanden Suriname: hoe het mijn leven veranderde

6 maanden, 214 dagen, 5136 uren en 308160 minuten aan de andere kant van de oceaan. Tijd om eens stil te staan bij de veranderingen die mijn leven heeft ondergaan. Na zes maanden durf ik stellen dat ik eindelijk wat stabiliteit in mijn leven heb ontwikkeld, toch wat structuur. Al kan ik niet over heel veel structuur spreken als het openbaar vervoer geen tijden kent, en mijn vriend geen vaste uren op het werk.

Maar over het algemeen kan ik wel stellen dat ik mezelf snel aanpas aan een nieuwe situatie. Dat is, als je het hebt over nieuwe vrienden maken op de Gentse Feesten of een weekendje weg naar de Ardennen. Bij het verhuizen naar de overkant van de oceaan, is dat wel een heel ander verhaal. Het is nog steeds niet elke dag even prettig, maar waar op de wereldbol is dat het wel?

Prettig of niet zo prettig, er zijn al heel wat dingen gebeurd in de afgelopen 18 489 600 seconden. Ik spring niet elke dag uit mijn bed als het frisse hoentje omdat de zon schijnt, ik zit niet meer elke dag vol verbazing rond me te kijken op weg naar het werk en soms heb ik het helemaal gehad met die warme temperaturen waardoor ik de hele dag aanvoel als een aangebranden kip. En over kip gesproken, ik zou eigenlijk eens moeten nagaan hoeveel kilo kip Quin en ik hier per week eten, want het is een serieuze hoeveelheid. Gelukkig ben ik wel fan van kippenvlees en raar maar waar ik ben het nog steeds niet beu gegeten. Kan ook aan onze kookkunsten liggen natuurlijk.

Ik word graag wakker in het weekend, dan kijk ik door de open deur van de slaapkamer naar de keuken, hoe de zon zijn schaduwen werpt op onze ijskast, tafel en stoelen. Op ons huis. In de week is daar geen tijd voor, want voor ons huis de zon ziet, zit ik al ergens op de bus, ‘pet pet’ (= geplet) tussen een zwaardere, maar heel lieve, buurvrouw en haar kinderen. In het weekend daarentegen, bak ik rustig een eitje en geniet meer dan ooit van het feit dat ik hier ben. Blootsvoets op de koele stenen, genietend van de warme, maar niet hete, temperaturen en de groene bomen naast ons huis. In de ochtendstralen van de zon kom ik tot rust en besef ik elk weekend weer hoe blij ik ben om hier te zijn. Bij deze probeer ik het kort te houden: de 15 grootste veranderingen van mijn leven, in de afgelopen 6 maanden:

  1. Gestopt met roken

    38346266_l
    Ik ben al vier maanden gestopt met roken. Het heeft lang geduurd maar dan uiteindelijk viel bij mij het kwartje: als ik ze niet meer koop in de winkel, kan ik ze ook niet gebruiken. Dan moet ik ook niet meer zagen, want ik heb ze niet. Het helpt ook dat hier veel minder verleidingen zijn, ik ken (bijna) geen mensen die roken, het is vaak te warm om te roken, ik voel me fitter en ik stink niet meer.
  2. Een thuis vol warmte, trots en vertrouwen19893907_10213160270430756_1711067777_o
    Ons huis is gezellig en persoonlijk gemaakt, het voelt nu echt aan als een Thuis. Het is de plaats waar ik creatief kan zijn, maar nog belangrijker: het is de enige plaats in Suriname waar ik helemaal en honderd procent mezelf kan zijn. Geen filters, geen valse uitspraken, gewoon puurheid en ook een stukje soberheid. Als ik aan ons huis denk, komen de volgende drie woorden spontaan in mijn hoofd poppen: warmte, trots en vertrouwen.
  3. Vlinders en palmbomen19876166_10213141534962381_1323574638_o
    En liefde natuurlijk. Het zou erg zijn, maar het kon natuurlijk ook gebeuren: dat de liefde er niet meer was. Zomaar plots, van elkaar alleen kunnen bellen tot elke dag op elkaars lip zitten, zijn we gaan samenwonen. En dat terwijl we elkaar slechts enkele weken kenden voor onze LAT-relatie begon. Dat brengt ongetwijfeld een risico met zich mee, maar na zes maanden ben ik toch blij te melden dat de vlinders nog niet verdwenen zijn. Ruzies zijn er ook, maar met elke frustratie lijken we dichter bij elkaar te komen.
  4. Lang haar20615078_10213357509601612_353133178_o
    Mijn haar is serieus gegroeid. Het liefst steek ik het nu op in ‘een bol’ zoals ze dat hier zeggen. Al moet ik wel echt eens naar de kapper, want nu kom ik erachter dat lang haar ook wel wat nadelen met zich meebrengt, zoveel haar dat uitvalt!
  5. Binnen sportenIMG_0224
    Ik heb een fitnessabonnement waar ik me echt aan hou, en een fitness waarvan ik hou. Dat moet hier misschien ook wel, want als ik niet oplet komen de kilo’s er toch snel aan, vooral met de grote hoeveelheden olie waarmee ze hier koken. Niet zo gezond, maar wel heel lekker. Dus dan maar naar de fitness!
  6. Verdriet en verlies, maar ook geluk

    _MG_0787Mijn familie is weer een hart rijker, met de geboorte van mijn kleine neefje. Ik wens hem en zijn ouders heel veel liefde, gezondheid en vreugde. Aan de ene kant veel geluk, aan de andere kant heb ik ook al veel familieverdriet moeten verwerken. Mijn nonkel is niet meer, maar is en blijft heel aanwezig in hart en hoofd. Het was een heel emotionele en zware periode om zo ver van mijn familie te zitten terwijl ik niets anders wou dan de handen van mijn nichtjes vasthouden. Het is en blijft een gek gegeven dat ik mijn nonkel nooit meer zal zien, maar ik hou zijn herinnering levend aan de hand van foto’s en herinneringen die hier in ons huis aanwezig zijn. Toujours en route…
  7. Mes parents_MG_0898Ik voel me meer verbonden met mijn ouders dan ooit tevoren. Vooral met mijn vader heb ik een band weten scheppen die ik voordien niet voor mogelijk hield, maar waar ik wel heel dankbaar voor ben. We zijn verbonden ook al zijn we niet bij elkaar, en dat voelt heel sterk aan en is vaak ook een hele oprikker voor mij (geweest). Ook merk ik dat ik soms wel heel erg op mijn moeder lijk, alles heeft zijn plaatsje in het huis en als jij het niet doet, dan doe ik het wel. Ook als ik een dagje weg ga, moet alles tot in de puntjes voorbereid zijn, met lekkere salades, fris drinken en zorgen dat niemand iets tekort komt. Die lieve moeder van me toch, ze heeft me goed geleerd.
  8. Parbo Biri dat n’a biri! _MG_0792Na een paar (slappe) Parbo biertjes kun je me tegenwoordig al terugvinden in de wolken. (Is het de zon? Of het feit dat ik weinig tot nooit meer drink?)
  9. Zelfperspectief en geduld_MG_0158Ik heb meer zelfperspectief en geduld gekregen. Moet wel, wanneer je vriend soms zomaar durft te zeggen dat je dramatisch doet of dat je vervelend bent. Ah, de liefde kan toch soms zo mooi zijn! Maar ook het nieuw leven opbouwen en de groene omgeving waarin ik dat doe, doet me heel hard beseffen wie ik ben, wat ik kan en ik word beter in het respecteren van mijn grenzen. Soms is dat wel met het gevolg dat ik wat brutaler kan worden, oftewel in de lokale woordenschat: vrijpostig.
  10. Mijn handtekening(en)handtekeninghandtekening2Ik heb nu twee handtekeningen waarmee ik door het leven ga, en ik ben niet zeker welke ik het liefste zie. Ik vind de combinatie namelijk helemaal perfect!
  11. ParbodekinderobesitasMijn eerste artikel in het maandelijks magazine van Suriname (Parbode) is een feit. Ok toegegeven, het is een zacht onderwerp maar om even gewend te worden met het magazine start ik rustig aan… Ondertussen heb ik al veel meer artikelen geschreven, maar aangezien het magazine enkele maanden op voorhand werkt moet ikzelf ook nog even geduld hebben voor het gepubliceerd wordt. Ik ben er wel achter gekomen dat schrijven voor het magazine helemaal mijn ding is. Ik kan er niet precies de vinger op leggen waarom, maar ik voel me heel vrij en op mijn plaats in de schrijfstijl van het magazine. Ook krijg ik hier de mogelijkheid om opiniestukken te schrijven, en geven ze me de ruimte om te experimenteren en te proberen. Ik kan er helemaal mijn persoonlijke schrijfstijl in leggen, en het wordt daarbij nog eens goed ontvangen door de redactie.
  12. Digitaalsoberdisney-characters-today-tom-ward-studios-59671efb8be62__880 (1)Ik leefzonder tv en zonder smartphone. Ik merk op hoeveel ik voor me kijk, terwijl anderen naar beneden kijken. Tijdens het wachten op de bus kan het soms wel heel vervelend zijn, want het is altijd wachten tot de bus vol is (en dat kan al eens veertig minuten duren) maar toch laat ik mijn telefoon nog niet zo snel herstellen. De aloude Snake op mijn nog oudere Nokia gaat na al die maanden wel wat vervelen, maar toch. Ik voel me meer vrij en rustiger. En wanneer ik dan eindelijk achter Facebook op de computer kruip, heb ik ook werkelijk iets te zien.
  13. Serie kijken

    gotIk loop een aflevering achter op mijn favoriete serie Game of Thrones, wat voor mij aantoont dat ik helemaal geen scherm nodig heb! Al moet ik wel stiekem toegeven dat ik sta te popelen om deze schade in te halen, maar het is niet zo dat ik niet kan gaan slapen zonder te kijken, iets wat ik in het verleden wel heel veel last van had met tien verschillende series tegelijkertijd! Ik slaap wel veel beter nudat ik zo weinig voor het beeldscherm hang.
  14. Deel van de buurt

    _MG_0851De buurt zegt eindelijk goedemorgen tegen mij, ja, dat heeft zes maanden geduurd. Maar ondertussen komt de buurvrouw mijn advies vragen over aardappelen in de oven, heb ik een goede speelse band met mijn buurjongens en -meisje en doen de mannen niet al te lastig meer. Soms. Aangezien ik al enkele maanden elke dag op dezelfde ‘buurtbus’ zit, voel ik me niet alleen meer deel van de buurt, maar ook meer geaccepteerd. En dat is echt een groot onderdeel van het feit dat ik me zo thuis begin te voelen!
  15. Luxe_MG_0270Luxe krijgt een heel andere invulling als je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken! Het regenseizoen is nu bijna voorbij, maar wonend in een zandweg en in een land dat wereldwijd een van de dichtste bij de zeespiegel ligt, kan het al eens gebeuren dat je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken. Ook in de avond is er weinig tot geen verlichting, en is mijn zaklamp nodig om naar huis te wandelen/fietsen. Doet me altijd heel erg aan het scoutskamp denken! Wanneer ik dan droge kleren kan aantrekken, voel ik toch alle luxe die een mens nodig heeft!

Een land zonder zoekmachine

Google en al zijn gelijkaardige concurrenten zijn een journalist zijn beste vriend. Wanneer we de dag van vandaag nog iets zoeken maakt het internet het ons zo gemakkelijk, dat het bijna saai is geworden. We hoeven alleen maar iets in te typen, tegenwoordig kan dat ook mondeling, enkele fracties van een seconde geduld te hebben en ziedaar: zoveel pagina’s aan resultaten dat je vaak niet verder kijkt dan de eerste. Want je vindt wel altijd iets om op te klikken, en vanaf dan klik je alleen maar verder weg, maar je blijft op Google, de zoekmachine waar we niet meer zonder kunnen.

_MG_0883In een onderontwikkeld land als Suriname, heb je helemaal niets aan Google. Nu, Google doet eigenlijk nog steeds gewoon wat die moet doen: resultaten weergeven. Het zit hem in de inhoud van deze resultaten, die te wensen overlaat. Althans, hier ik spreek over mijn eigen persoonlijke verwachtingspatroon van ‘het internet’. Het internet dat al altijd mijn redder in nood is geweest. Tijdens mijn studie, tijdens mijn hobby en zelfs tijdens mijn sport. Want ook mijn sportresultaten die ik behaalde op de Beker van Vlaanderen kadetten/scholieren meisjes op zaterdag 3 mei 2008, kan ik nog steeds online terugvinden. Voor de nieuwsgierigen: ik werd elfde in het hoogspringen (slechts 1 iemand deed het nog slechter als ik), zesde in het speerwerpen en samen met mijn drie collega’s behaalden we de eerste plaats in de 4×100 meter estafette.

_MG_0898

Google.sr geeft net zoveel nuttige resultaten als de Belgische regering in 2010. Het heeft een naam en daar blijft het bij. Net zoals het toen 541 dagen duurde voordat de regering gevormd kon worden, heeft Google in Suriname ook weinig invulling. Als journalist in Suriname duurde het dan ook niet lang voor ik besefte dat ik mijn tijd niet hoef te verspillen aan ‘dingen opzoeken’. Grote kans dat je ze nooit gaat vinden. Veel groter is de kans op resultaten als je je zoektermen overlegt met collega’s, buren, passagiers op de bus, familie en vrienden. Dankzij de kleine gemeenschap kent iedereen wel altijd iemand die dit doet, dat kan of er zo kan zijn. De informatie wordt alleen niet neergeschreven, verzameld en op een gouden plateau voorgeschoteld, met name Google.

Dus je wilt iets weten in Suriname. Het helpt niet om over je computer gebogen op zoek te gaan naar een antwoord of stiekem op je smartphone even het juiste adres te ‘surfen’. Grote kans dat je er morgen nog zit of gek wordt van frustratie. De informatie van, in en over Suriname staat over het algemeen niet samengevat in woorden in de cloud. Als je echt wat interessant wilt lezen, moet je nog steeds naar de boekenhandel. Als je een telefoonnummer wilt opzoeken, moet je nog steeds die telefoongids openen. En als je voorbij alle clichés en voor de hand liggende onderwerpen wilt, moet je je mond opendoen en vragen. Pak die telefoon op, vraag het. Ga de straat op, vraag het._MG_0894

Je vrienden, collega’s, familie en onbekenden vormen jouw antwoord. Mensen zijn jouw antwoord, geen machines. Wie hier verwacht alle antwoorden te vinden in hun broekzak, kan wel eens diep teleurgesteld naar huis gaan. Wanneer een omgeving als Suriname je verplicht rond te kijken, verplicht je mond open te doen, verplicht je hersenen te kraken, besef je hoe fijn het kan zijn om niet alles te weten aan de hand van een muisklik. Het maakt de dag op zijn minst interessanter, intenser en meer menselijk.

In verwachting

Opgegroeid tussen de verwachtingen, op de verwachtingen en met verwachtingen, heb ik ook hier verwachtingen. Ik wil weten wat mijn buren, vriend, familie vrienden en collega’s van mij verwachten. Ik moet het weten, anders weet ik niet wat ik moet leveren.  Waar ik het heel, heel moeilijk mee heb, is dat in mijn leven plots geen verwachtingen meer kent. Er wordt zelfs niet verwacht dat ik op tijd kom, en dat is nog maar het begin.

Naar wat moet ik toewerken? Naar wie moet ik opkijken? Wat moet ik doen? Hoe hoog liggen uw verwachtingen van mij? Hoe snel moet ik leveren? Het is ons allemaal heel duidelijk. Het wordt ons duidelijk gemaakt door familie, tijdstabellen, vrienden, buren, straatnamen, wegwijzers, collega’s, je lief, reclameborden, ouders van vrienden, scoutsleiding en ga zo maar door. Onze omgeving maakt het ons duidelijk, elke dag opnieuw. En voor twijfels en vragen, weet u precies waar u terecht kan, want ze verwachten je. Een gestructureerde maatschappij maakt dingen duidelijk voor wie er is geboren.

_MG_0692

Ik ben opgegroeid met verwachtingen. Thuis, op school, in de klas, tussen de vrienden en vriendinnen, in de jeugdbeweging, op het werk, in het openbaar vervoer. Dat moet dan klaar staan, dit moet op dat uur ingeleverd worden, die taak moet op die dag verbeterd zijn en ga zo maar door. Ik weet wat ik moet doen, waar ik moet gaan, hoe snel ik moet werken, hoe lang ik kan slapen, waar ik hebt afgesproken en wanneer ik me moet verantwoorden. Het is me allemaal duidelijk gemaakt op mijn geboortedag bij wijze van. Ik kon op de verwachtingen vertrouwen, ik kon er op bouwen, ik kon me gaan aanpassen.

Nu. Ik ben verdwaald in een wereld zonder verwachtingen. Ze zijn er ongetwijfeld, maar ik zie ze niet. U toont mij niet: het moet zo en zo en zo. Omdat het ook anders kan. Dit is heel fijn. Het geeft tijd en ruimte voor mijn eigen ontwikkeling en gedachtengang. Ik zie iets nieuws en doe iets anders, of net niet. Maar dit is ook verschrikkelijk. Er is niemand die echt iets van mij verwacht. Just get it done. Wanneer, hoe, waar, en met wie is me niet duidelijk. Geen verwachtingen moeten inlossen klinkt ongetwijfeld heerlijk, zo klinkt het ook nog steeds voor mij. Maar opgegroeid met niets anders dan verwachtingen, is het in mijn hoofd een recept voor pure chaos. Wat moet ik dan doen? Wat is goed? Wat is niet goed? Ik weet het niet meer!

Ik kan eerlijk waar geen onderscheid maken tussen dingen die ik goed doe, en niet goed doe. Er wordt me meer dan eens verteld dat ik ‘het’ niet goed doe. Maar waarvoor ‘het’ dan wel mag staan, weet ik niet. Wordt me ook niet verteld, want ze weten het vaak zelf niet. Gewoon, ik doe het niet goed, maar hoe moet het dan wel? Daar krijg ik ook geen een antwoord op. _MG_0288Verschrikkelijk, toch?

Klinkt het heerlijk of verschrikkelijk, is het geen van beide. Al weegt mijn weegschaal laatste tijd wel zwaar door naar de kant van verschrikkelijk. Ik ben moe. Want ik leef in een wereld zonder verwachtingen, maar die verwacht ik wel te krijgen, elke dag op nieuw. Naïviteit, maar ook gewoon omdat ik het zo ken. Dus wat doet Zoë? Ze gaat haar eigen verwachtingen creëren. Ik vul uw verwachtingen wel voor u in. U, die geen verwachtingen heeft.

Dus ik maak verwachtingen voor u, geen zorgen, u hoeft ze zelfs niet te bedenken. Ik maak ze voor u, en dat doe ik niet alleen. Nee, ik ga ze ook nog eens gaan invullen, voor u. Zomaar, zonder dat u daarom vraagt of nood aan heeft. Ik heb het ongevraagd toch maar gedaan. Want ik kan toch niet geen verwachtingen gaan invullen? Wat moet ik dan met mijn tijd? Deze verwachtingen, die ik voor u maak en die ik voor u invul, liggen hoog. Oh ja, ik leg de lat hoog, want ik ben nu eenmaal een veeleisend persoon. Van mezelf, maar ook van u. Dus ik werk hard, en ik steek veel energie in het inlossen van uw verwachtingen, die ik zelf heb verzonnen. Klinkt allemaal zo vermoeiend, niet?

_MG_0144Nog niet vermoeiend genoeg blijkbaar, want ik ga nog eens verwachtingen gaan creëren, maar van u. Verwachtingen waarover ik niet moet nadenken maar die zo natuurlijk in mij opkomen als dat ik elke ochtend mijn veters strik. Ik communiceer deze verwachtingen niet, of moeilijk, want het zijn toch alleen maar voor de hand liggende dingen? …

Niet dus.

Ik communiceer ze zelden, maar ik zaag als u ze niet invult. Hoe kun je nu niet weten dat…? Is toch normaal dat…? En ik zaag en ik zaag en ik zaag want u komt tekort in mijn ogen. U voldoet niet aan mijn verwachtingen, ik blijf zitten met mijn verwachtingen, jij zegt ‘de pot op’ tegen mijn verwachtingen. En heeft u geen gelijk, want ik heb ze tenslotte zelf verzonnen.

Ik werk hard aan het invullen van uw verwachtingen, die u niet heeft. Ik neem het u kwalijk dat u mijn inzet niet apprecieert. Maar u merkt mijn inzet niet, want ik heb u niet op de hoogte gesteld van mijn verwachtingen. U denkt gewoon dat ik veel energie heb. U heeft geen idee dat ik schreeuw uit onmacht. Ik moet bekennen: Suriname, u past niet in mijn plaatje van verwachtingen. U bent niet van wat ik als tienermeisje heb gedroomd, maar de realiteit die u mij voorschotelt, is zoveel mooier. Is zoveel harder dan dat ik ooit had gevreesd, en zoveel zachter dan dat ik ooit had gedroomd.

Liefste Suriname,
Pas ik in uw wereld, die geen verwachtingen kent?

_MG_0584

 

La Dame Blanche

Terwijl ik dit schrijf heb ik net een ijsje op. Dame blanche, het doet me denken aan mezelf, ‘witte dame’. Of is dat niet de juiste vertaling? Alleszins, ik schuil momenteel achter mijn toetsenbord en geef er nog eens een flinke lap op. Want ik ben niet verlegen achter mijn computerscherm, in tegenstelling tot op straat. Vrienden en familie die me kennen zullen nu misschien eens fronsen. Zoë verlegen?

Jawel hoor. Als ‘dame blanche’ in Suriname voel ik me niet honderd procent overal op mijn gemak. Er zijn de goede dagen vol plezier en geluk. En er zijn de slechte dagen van gehuil en geruzie. Die goede dagen van veel plezier en geluk, deel ik met u. Niet allemaal, want ik wil u ook niet gek van jaloezie maken op die maar al gekende tijdlijn. Maar het is als een soort automatisme, een onderliggende drang in mij die met u wilt delen hoe mooi het hier is, hoe lekker het hier smaakt, hoe gezellig het hier hoort.

Het valt me op dat ik dit doe, omdat ik niet de enige ben. Ik weet van vrienden die zich niet goed voelen, en dan zie ik een schitterende foto op Facebook alsof ze de tijd van hun leven hebben. Onlangs reageerde een ex-collega op een foto van me. ‘De tijd van uw leven daar precies?’ En toen ben ik gaan nadenken. Ja, daar lijkt het wel op, hé? Met al mijn zonnige foto’s vol intense kleuren en – voor een Belg zoals ik – niet-alledaagse onderwerpen. Er bestaat ook wel zoiets als een filter (mama: dat is een effect dat je op een foto kan zetten zodat deze een bepaalde sfeer krijgt), maar ik heb besloten om die niet meer te gebruiken. Omdat ik de werkelijkheid niet meer wil verbloemen.

Ook mijn smartphone is nu al een dikke maand kapot. Na enkele dagen zonder merkte ik dat ik geen nieuwe nodig heb. Ik heb hier een oude Nokia met een Surinaams nummer en die doet het helemaal prima. Bellen en sms’en en dat is het. En oh ja, de originele versie van Snake staat er ook op voor het geval ik me verveel. Het is gedaan met de kiekjes op de telefoon, die tegenwoordig al een goede beeldkwaliteit hebben maar die ook de oorzaak zijn dat mijn tijdlijn vol staat met allemaal rotzooi. Daar staat u dan, met duizenden foto’s in uw broekzak. Klaar om op elk moment van de dag een nieuwe foto aan uw verzameling toe te voegen. Maar wat doet u met al die foto’s? Kijkt u nog naar een foto die u vorig jaar in oktober maakte zonder dat iemand er naar vraagt?

Hetzelfde met Facebook. Niemand kijkt naar de 40+ beelden die u met een post de cloud instuurt, want mensen hebben de tijd niet. Het moeten al hele goede vrienden zijn, of dichte familieleden. Met mijn fototoestel hang ik misschien de echte toerist uit, maar mijn beelden zijn wel goed. Of dat probeer ik toch. Ze hebben geen filter meer nodig, want dat is weer helemaal niet vergelijkbaar met de realiteit. Het is al ‘erg’ genoeg dat ik alleen maar positieve dingen plaats. Want niet elke dag is positief. Dus ik ben mezelf beginnen afvragen: waarom durf ik geen negatieve dingen op Facebook plaatsen?

Is het omdat de wereld al genoeg miserie heeft, en het alleen maar aantrekkelijk is om op Facebook het feel-good-news te melden? Of is het omdat ik niet alleen ben, en ik stiekem toch wil concurreren met al mijn vrienden hun aantrekkelijke levensstijl? Of wil ik uitzonderlijk zijn en gewoon zoveel mogelijk ‘likes’ binnenhalen, want dat staat stoer als ik mijn tijdlijn overloop. Maar niemand houdt zich bezig met mijn tijdlijn te overlopen en te tellen hoeveel likes ik heb. Ik belast mezelf met de druk om populair te zijn op sociale media. Ik post maximum één keer per dag, want als ik meer post komen mijn updates niet meer op alle tijdlijnen van mijn vrienden te staan (heb ik gehoord). Ik probeer te posten net voor de middag, want dat is bij jullie vijf uur later en om vier uur zouden er – naar het schijnt – de meeste mensen op Facebook zitten.

Zo, alles op een rijtje lijkt net of ik ontzettend verslaafd ben. Terwijl ik zeker weten niet zoveel op Facebook zit in vergelijking met anderen, die wel een smartphone hebben en internet overal. Waarom deel ik al het leuks?

Is het omdat mijn moeder me niet graag zou zien op een foto waar ik niet gelukkig lijk?
Of is het omdat het nu eenmaal meer likes geeft?
Of is het omdat ik aan u wil tonen dat ik hier de tijd van mijn leven heb?
Want daar lijkt het op. Maar het is niet dé tijd van mijn leven. Het is leven, het is geen zin hebben om te koken, het is lachen om een grap, het is ruzie maken om het nutteloze, genieten van de zon en klagen op de warmte. Het is mopperen in de regen en vloeken op de overstroomde zandwegen. Het is te laat komen door de file en te vroeg zijn zonder reden. Het is leven en de tijd wordt gevuld, met al het goeds en kwaads dat er bestaat in elk land van de wereld. Het is hetzelfde leven voor u als voor mij. Opstaan, werken, eten en slapen. En als het kan ook nog liefhebben.

Dus ik deel met u het goede, het mooie, omdat het onderdeel is van het leven. Ik ben er mij van bewust dat ik het slechte niet genoeg aan de grote klok hang. Omdat ik niet alleen ben in het slechte, in het lelijke. Er zijn onbeschreven regels zoals privacy en dat moet gerespecteerd worden in het leven van familie, vriendschap en liefde. Ik ga u niet beladen met foto’s van het lelijke. Omdat u – als u eerlijk bent – daar ook geen nood aan heeft. Denk ik.

Wat ik wel ga doen, is deze post delen net voor de middag. Zodat u het zeker leest. Indien u tijd heeft natuurlijk.

Allesandro

Je krijsen gaat de hele dag door. ‘Altijd, elke dag, je verpest elke dag!’ ‘Klets’, ‘klets’, ‘klets’. Je schreeuwt, je huilt. ‘Allesandro!’ Je krijst. ‘Klets’. Het is stil, eindelijk rust. Rust? Mijn maag vormt zich tot een steen. Allesandro, je bent misschien vier jaar. Je kleine beentjes hobbelen achter je aan wanneer je achter je bal aanloopt. Je bent geen mooie jongen, het is niet erg, je hebt zo van die kinderen die gewoon niet mooi zijn. Maar ze zeggen altijd dat zij later de mooiste jongens van de klas worden. Ik vraag me af of je ooit naar je klassen zal gaan. Je praat niet, zegt alleen ‘dada’, ‘dada’. Je zegt het zoveel dat het na een tijdje ook gaat vervelen. Allesandro lacht niet, je ogen lachen nooit. Je bent niet speels zoals het hoort. Wat verwacht je ook, met zo een moeder? Een moeder met blond vals haar en een dikke kont. En je vader? Ja, die is er wel. Je vader groet me nooit, als ik geluk hebt kijkt hij me even aan. Maar ik heb liever dat hij me niet aankijkt. Zijn blik zorgt voor kippenvel in de warme zon. Ijzig, zo ijzig zijn de ogen. Ik heb hem nog nooit zien lachen, en vraag me stiekem toch af of hij al zijn tanden nog heeft. En hoe die tanden er dan uitzien. Zwart of geel? Of mooi wit, zoals je bijna bij elke donkere man hier ziet. Misschien zit er wat goud tussen, want een gouden tand geeft nu eenmaal aanzien. Dat heb ik van horen zeggen, ik vind het helemaal niets. Goud hoort niet in je mond, is mijn bescheiden mening.

Je vader kijkt voetbal. Het geluid van de Engelse commentator overstemt je ‘dada’. Ik hoor het tot in mijn zetel, maar toch af en toe vang ik een kreetje van je op. Kijk je mee Allesandro? Waar ben je? Ligt je vader languit in de zetel, met een frisse Parbo in zijn hand, of drinkt hij liever wat sterker? Begrijp je het spel, al die mannen die zomaar achter die bal aanlopen. Net zo een bal als jij hebt, maar dan iets groter. En harder, maar dat zul je nog niet begrijpen. Hoeft ook niet, dat komt nog wel. Ben je bij je vader Allesandro? Kijk je naar het scherm, waarop al die mannetjes lopen op het groene gras. Of kijk je naar je moeder, wat doet je moeder Allesandro? Ruimt ze op na een dag met jou in huis, of is het allemaal vuil op de grond. Zit je wel lekker, zo ver van je vader? Je vader, die reageert wel op je kreetjes. Hij is bijna even goed in het woordje ‘dada’ als jij, maar maak je geen zorgen hoor. Niemand kan het zo zeggen zoals jij, met je irritant hoog stemmetje. Je doet iets, Allesandro, wat doe je? Je moeder vindt het niet leuk. Ze wil dat je stopt. Ik hoor haar roepen, ze klinkt niet aardig. Waarom stop je niet Allesandro? Is het zo leuk wat je aan het doen bent, of wil je haar aandacht. Vind je het leuk dat ze op je roept, want dan kijkt ze tenminste naar wat je aan het doen bent. Of misschien vind je haar stem sussend, ook al roept ze. Ik voel me eenzaam Allesandro, ik heb geen vrienden hier, net als jij. Wie moet ik over jou vertellen, de politie? Of zal ik met je ouders praten. Begrijp je het, dat ik het niet kan? Want wat zal met mij gebeuren, als je ouders boos worden? Ik wil me niet moeien, ik mag me niet moeien. Iedereen moeit zich hier alleen met zijn eigen huishouden, het is al moeilijk genoeg. Ik begrijp het wel hoor, waarom zou ik me moeien, ik heb toch niets met jou. Wie ben jij van mij? Je maakt bromgeluidjes, je bent aan het spelen. Met een autootje zit je op de grond, de koude stenen voelen fris aan je beentjes, die geen broekje hebben vanavond. Gewoon een pamper, dat is genoeg in zo warm weer. Wordt je genoeg gewassen? Want het leven is al moeilijk genoeg als lelijk kind, je moet niet nog gaan stinken ook. Maar eerst mag je nog wat spelen, doe maar. Je kan spelen tot je je moeder helemaal gek maakt en zij weer begint te roepen. Waarom hou je geen rekening met je moeder, kind. Zij wil gewoon een rustige avond, net als ik. Maar jij wilt aandacht. Ik snap het wel hoor. Doet ze haar haar, maakt ze zich mooi voor jou, of misschien wel voor je vader. Is er liefde in je huis, voel je het hangen? Het is warm en dik, en hangt onzichtbaar in de lucht, het doet je zo licht voelen dat je de illusie krijgt dat je kan zweven. Je moet eens kijken naar de blikken tussen je moeder en je vader. Kijk goed, blikken van passie en geluk. Ogen die stralen als ze elkaar aankijken, je merkt het meteen wanneer het gebeurd.

Maar ik heb zo een gevoel dat jij het niet kan zien, omdat ze niet bestaan. Je moeder is druk bezig met jou, en je vader te druk met de televisie. Kun je hem vragen het geluid wat zachter te stellen? En terwijl je dat doet, haal je eigen stemniveau ook naar beneden. ‘Mama’, dat kan je ook al. Ik hoor het, je zegt ‘mama’. Je stem kraakt op de tweede klemtoon, alsof je al veertig jaar rookt en vijfendertig jaar drinkt. Herken je de geur van alcohol al, die zure scherpe lucht die uit je vaders mond komt terwijl hij naar de voetbal kijkt. Probeer maar even te ruiken, je kan wel bij hem kruipen hoor. Maar ik waarschuw je op voorhand, het is geen prettige geur. Betreden op eigen risico. Waarom roep je mama Allesandro? Je weet dat ze het niet fijn vindt, je zaagt. Je maakt haar hoofd moe, ze heeft net een hele dag met jou thuis gezeten. Nu moet je niet nog eens gaan zagen, zo laat op de avond. Wees maar stil, ja, goed zo. Stilte kan fijn zijn toch? Zo rustgevend als iedereen je met rust laat, als je genegeerd wordt tot je stopt met zagen. Dan is de stilte zo welkom. Maar lieve Allesandro, je mag van mij de hele avond huilen. Liever dat, dan dat je wordt stilgezwegen met een klap.

Eén maand Suriname

Eén maand in Suriname, dat moet gevierd wordenQuin en ik zijn nog nooit zo lang bij elkaar geweest, maar gaan ondertussen wel al een jaar met elkaar. Hoe gek dat ook mag klinken, we voelen ons super goed en dat is toch hetgeen wat telt!

Wat ook heel goed voelt, is het feit daZoë-kaa gent-paramaribot ik niet moet aftellen, rekening houden, uitkijken of tegen een volgend vertrek moet opzien. Eén maand in Suriname en ik moet nergens heen, want ik ben al thuis.

Ons plan – ja, we hebben wel degelijk durven plannen! – was om vandaag een dagje voor onszelf te nemen. Bootje nemen over de Suriname rivier en lekker slenteren door Nieuw-Amsterdam, een rustige groene streek aan de overkant van Paramaribo met veel oude plantages uit de slavernij om te bezoeken. Maar tropische regenbuien, waarin zelfs fietsen geen aanrader is, brachten ons op een ander idee. Het was wel eens tijd voor een grote schoonmaak. En zo stonden we de hele dag te schrobben, dweilen en kuisen. Het hoort er ook allemaal bij. Ik denk dat ik de badkamer schoner heb gemaakt dan dat we in eerste instantie aangetroffen!

Maar waarmee ik deze dag echt gevierd heb, is de inzending van mijn eerste artikel voor de Ware Tijd. Drie weken was ik druk in de weer met het onderzoek, waarvoor ik tientallen mensen interviewde. Naast het feit dat ik me hier heel prettig voel in Suriname,Werk-stagiairegemeenschap-keuken doet het me goed dat ik hier kan doen waarvan ik hou: schrijven. En niet alleen in mijn dagboek of op het internet, maar voor een kwaliteitsvolle krant! Ik wil het dan ook niet over koetjes en kalfjes hebben in mijn artikels, maar sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen aan het licht brengen. Er valt in Suriname nog zoveel te ontdekken, zowel voor mij als voor de Surinamer zelf.

Met trots kan ik mededelen dat ik als eerste de ontdekking van de stage-industrie heb onderzocht, met nadruk op de Belgische stagiairs. Er is hier in Suriname nog geen eerder onderzoek naar gedaan. Dit brengt een voordeel voor mij als journalist met zich mee qua originaliteit, maar ook een nadeel aangezien er nog heel weinig bekend over is. De laatste weken ben ik dus druk bezig geweest met dit onderwerp uit te spitten. And man, do I LOVE my job! Ik moest mezelf er soms aan herinneren om te eten, omdat ik zo geconcentreerd in mijn werk verdiept zat.

Het artikel was, naast een interessante ontdekking en uitdagend onderzoek, een relatief gemakkelijke start van mijn carrière als journalist in Suriname. Aangezien ik vorig jaar als vrijwilliger in een stagiairehuis zat, en met veel stagiairs op stap ging wist ik al zo een beetje waar ik kon beginnen.

Quin-bus-voor-huis2De economische crisis komt ook bij ons thuis hard aan. Eén euro is momenteel bijna acht keer meer waard dan de Surinaamse Dollar. En aangezien ik hier niet ben om mijn gespaarde euro’s te gebruiken, voel ik zelf hoe hard Surinamers het hebben met het loon dat ze krijgen. Dat is klein als je kijkt naar de levensduurte en prijzen in de winkels. Quin werkt in de scheepvaart. Vorige week heeft hij vier dagen niet moeten werken, omdat er gewoon geen schepen waren die in of uit het land varen. Dit zegt iets over de status van het land, dat niet genoeg produceert om te verkopen en geen geld heeft om te importeren. Gelukkig heeft hij zijn tweede job als buschauffeur zodat we ons momenteel geen al te grote zorgen moeten maken.

2 culturen, 1 dak

Ik heb zo een theorie in mijn hoofd, die tegenstrijdig is met die van mijn moeder. Mijn moeder gelooft namelijk dat elke mens geboren is op een plaats, en dat dit voor een reden is. Als je leven niet zo moest zijn, dan was je wel ergens anders geboren. Waarom wordt anders de ene geboren in Australië, en de andere in China? Er is een doel – vraag me niet welk – dat je kan vervullen op die plaats waar je geboren bent. Dat doel moet ieder voor zichzelf bepalen. Het is goed voor de wereld als iedereen werkt aan zijn eigen stukje grond, de grond waarop die geboren is. Als we allemaal zouden werken aan ons eigen, bij ons eigen en in ons eigen buurt, zou de wereld er heel wat mooier uitzien.

Vluchtelingen komen naar het westen, dat zo opgehemeld wordt. Alsof de hemel op aarde bestaat. Ook in Suriname leeft de European dream. Vroeger wouden de mensen allemaal naar Amerika, het beloofde land waar je kon werken en gelukkig worden. Nu nog steeds denken veel mensen hun geluk te vinden in Amerika, hun droom waar te kunnen maken. Maar eens je buiten Europa stapt, omdat je bijvoorbeeld Europa niet goed meer vindt, of je bent niet akkoord met de mentaliteit of de beleidsvoering, merk je dat de mensen juist naar daar willen gaan. In Suriname leeft de gedachte dat het in Nederland of België allemaal veel gemakkelijk gaat. Het feit dat het geld acht keer zoveel meer waard is dan in Suriname doet hier waarschijnlijk ook wel wat aan.

Phaqua-Zoë-pleinMaar ze leven in de illusie dat in Europa iedereen voor elkaar zorgt. En als ze in het begin geen werk vinden, ze wel een uitkering zullen krijgen, en die uitkering is vaak veel meer dan wat ze in Suriname kennen. Maar ze vergeten dat in Europa een heel egoïstische mentaliteit leeft, en dat je niet zomaar even alles in je schoot geworpen krijgt, maar dat je er hard voor moet werken, zeker met de achterstand aan kennis die je automatisch hebt wanneer je een nieuw land binnenstapt, want je weet gewoon niet hoe het werkt, en dat valt je niet kwalijk te nemen, maar in Europa doen ze dat wel. Nu, mijn moeder denkt dat mensen hun leven alleen maar moeilijker maken als ze verhuizen of immigreren, en dat ze meer kans hebben op een gelukkig bestaan als ze blijven waar ze geboren zijn, zonder daarbij enige vorm van racisme te hebben, want mijn moeder wilt alleen maar het beste voor de mensen. Ik vind het een mooie theorie, die best wel eens zou kunnen werken. Maar ik denk net het tegenovergestelde.
Nu ik hier zo ben, sta ik aan de andere kant van het verhaal. Ik ben de immigrant, ik ben hier niet even op stage of op vakantie, maar woon hier en wil hier een leven opbouwen. Dit maakt van mij een immigrant, toch?
Phaqua-Zoë-Gary-pleinWel, het is moeilijk, daar heeft mijn moeder alvast gelijk in. Het is alles in één, nieuwe structuren van maatschappij moet je leren, er zijn andere gedragingen die je wel en niet kan doen, er is een andere taal die je moet spreken. Want er mag hier dan wel dezelfde taal worden gesproken, er worden andere woorden gebruikt en je moet weten wat wel en niet te zeggen om geen verkeerde indruk op te wekken. Alle comfort die je je hele leven lang kende, valt onder je voeten weg en je weet niet meer waar je op kan staan. Normen en waarden zijn anders, maar je kan er zo precies niet de vinger op leggen hoe anders die dan zijn. (Voor alle duidelijkheid: dit is niet Quin op de foto)

Maar ik geloof in een samensmelting van culturen. Luister even goed: als je overgrootopa van Canada is, je overgrootoma van Kenia, je opa van Japan, je oma van Zwitserland, je moeder van Turkije en je vader van Argentinië, maar jij bent geboren in Frankrijk en gaat daar naar school, welke nationaliteit draag je dan? Als je wordt opgevoed tussen al deze culturen, met al zijn normen en waarden, met alle onbeschreven regels en talen, wie ben je dan? Je bent uniek, en je bent bijzonder, en dat in de positieve zin van het woord. Als mensen uitwijken van het continent of land dat wordt gezien als het ‘beloofde land’, zullen de dromen van degene die willen komen snel aan diggelen worden geslaan. Als er een mengelmoes van culturen ontstaat, waar godsdienst en geloof je eigen beslissing is, en waar mensen geen één nationaliteit dragen of geen één waarden en normenpatroon volgen, kunnen we alleen maar openstaan voor de ander, want je bent niet anders gewend in je persoonlijke verleden. Zo, dat is mijn theorie, die je waarschijnlijk met vier, vijf argumenten aan diggelen kunt slaan. Maar ik geloof in deze samensmelting, die natuurlijk niet voor binnen vijf jaar is.

Phaqua-Zoë-Quin-thuis4Dat ik erin geloof, wil daarmee nog niet zeggen dat het gemakkelijk is, of mogelijk. Ik ben het levende bewijs van een immigrant die ‘vlucht’ van het zogezegde ‘beloofde land’. Ik geloof niet in één beloofde land, ik geloof in je eigen kunnen om een land te accepteren hoe het is, en op je eigen manier te veranderen zodat je je comfortabel voelt in het land dat je niet kent, zonder daarbij politieke ambities te hebben of maatschappelijke problemen te verhelpen. Dat veranderen gaat niet zonder slag of stoot, want je moet jezelf veranderen, je moet je aanpassen naar die omgeving die je hebt ‘gekozen’. En daar komt dan het dierlijk instinct dat diep in jou wakker wordt en kom je erachter dat je misschien helemaal niet wilt veranderen, want je hebt hard gewerkt voor de persoon die je tot op vandaag bent geworden. (Nog eens voor de duidelijkheid: dit is wél Quin op de foto)

Maar bij een verhuis naar een ander land of werelddeel, moet je je medemens, met andere geloofsovertuiging, met een ander beeld van goed en fout, met andere doelen en andere inzichten, met andere normen en andere waarden, met andere perspectieven en gedachten, tegemoet komen. En jij moet het meeste werk verrichten, want jij bent de nieuwe, jij bent de immigrant. ‘Als je naar hier bent gekomen, moet je je ook aanpassen, anders blijf je maar lekker in je eigen land’, zijn woorden die in België vaak gezegd worden. Je moet je aanpassen, in de zin dat je mensen tegemoet moet komen, maar degene die er al altijd heeft gewoond, moet zich ook aanpassen. Gewoon omdat het dan een veel gezelligere wereld zou zijn. Geef de immigranten wat ruimte, geef ze wat vertrouwen, geef ze een compliment in plaats van ze te staan corrigeren, ik kan het ook gebruiken. Het helpt niet om alleen maar te staan bekritiseren en/of corrigeren.

Phaqua-Zoë-Sophie-plein

Niet te vergelijken

De ervaringen die ik vorig jaar heb opgedaan, zijn dag en nacht verschil met wat ik nu allemaal ontdek. Nu ik hier werk en woon, zie ik anders, proef ik anders en ruik ik anders. Van een lange-afstandsrelatie de ene dag naar samenwonend de volgende. Van trips plannen naar het buitenland tot SRD’s tellen voor de huur. Het is elke dag een vraagstuk wat we nu weer zullen eten en ik moet mijn eigen was doen. Ik ben de enige blanke in mijn buurt en waan me met voorzichtige stapjes in het leven van de Surinamer.

17269054_10211955744758367_1861587068_o

En dat leven bevalt me wel. De traagheid van de zaken ergeren me minder, omdat ik niet meer in een groep zit van Westerse mentaliteit. Het is op een bepaalde manier gemakkelijker om me aan te passen aan het leven van alledag, omdat ik samenwoon met Quin en niet kan ontsnappen aan de onvermijdelijke frustraties die deze cultuur met zich meebrengt. De impulsieve levensstijl, het ‘we zien wel’, de plannen die je niet moet maken, want ze lopen toch niet zoals verwacht. Om teleurstelling te voorkomen, maak ik niet veel afspraken en probeer ik mijn geest zo open te zetten dat ik niet meer verbaasd ben wanneer mijn vriend zich plots herinnert dat we toch even dit moeten doen, of dat een interview-afspraak wordt uitgesteld met twee uur.

17237102_10211954943258330_1876352781_o

Er wordt altijd gesproken over een clash van culturen, de zogenaamde cultuurshock. Wel, wie zich nog steeds vragen stelt over hoe dat verloopt, zo een cultuurshock, moet maar eens een weekendje bij ons komen logeren. Alles is een uitdaging, want mijn vriend die ziet het werk wel liggen, maar zal pas beginnen met de afwas als hij voelt dat hij er klaar voor is. Als het even kan. Ook al is de was al gedraaid en schijnt de zon buiten, hij stelt zich pas recht als het hem uitkomt. Tot dat moment blijft hij rustig Facebook-scrollend in de zetel hangen. En dat terwijl het bed nog niet opgemaakt is. Dan zit ik in de zetel en hang ik even lekker met hem mee, maar in mijn achterhoofd blijft het werk me uitdagen. Want de zon schijnt, en de afwasberg stoort me, en het bed ziet er niet uit. Dan is het luieren voor hem gedaan, en begint hij actie te ondernemen. Is het plots ik die  lig te luieren, en ‘we moeten toch de was ophangen, straks is de zon weg’.

17200441_10211955764518861_273298658_oDat alles leidt tot goede gesprekken, en ik mag van geluk spreken dat hij goed luistert, begrip heeft en wel degelijk iets doet als ik het hem, ook al moet ik het veel vragen, blijf vragen. Ik heb geen omgeving waar ik even kan uitblazen en kan zagen tegen de Westerse mensen over de verschillen tussen onze culturen, die van de Surinaamse cultuur en die van het Westen. Ik heb geen vriendinnen die tegen mij zeggen dat we ‘nu’ weg gaan en dat ik mij maar even moet haasten. Nee, als de motor van de auto al draait en ik laat ben voor mijn afspraak, begint mijn vriend plots te dweilen. Mag ik dan zagen? Want hij dweilt toch maar. En hij kookt, en hij helpt en hij doet het wel allemaal, maar alles op zijn eigen tempo. Zodoende doe ik hier even mijn beklag over de Surinaamse cultuur, want tegen hem zagen geeft niet de voldoening waar ik op hoop.

Maar de Surinaamse cultuur is meer dan traagheid, wat ook wel met de temperatuur te maken heeft, het feit dat de bussen geen tijden hebben en misschien ook wel omdat opjagen gewoon niet goed is voor je hart. Zo leer ik nieuwe smaken, groenten waarvan ik de naam nog nooit van heb gehoord en waarvan de smaak een totale verrassing is voor mijn mond. 17269286_10211955742958322_1440908157_oOker, klaroen, tajerblad, guave, papaya, manja, kousenband, awara’s, mopé, en ga zo maar even door. Of ik leer nieuwe benamingen voor dezelfde groente, zoals aubergine die hier boulanger heet (op zijn Frans uitgesproken). Zo leer ik ook koken met andere kruiden, zoals dijera en massala, om er zo maar even twee te noemen. En een maaltijd is niet af zonder een pepertje en enkele maggi-blokjes (kippenbouillon). Je mag ook niet ruiken aan de kookpotten, iets wat ik thuis vaak deed. Of kip moet je kluiven, iets wat ik thuis nooit deed. Mijn vriend is gek van kluiven: kraakbeen, pezen, botten, het gaat allemaal naar binnen. En daar zit ik dan, verlangend naar mijn kipfilet. Wat we elke dag zullen eten en hoe het moet klaargemaakt worden is dus een groot vraagstuk voor mij, en één van de grootste uitdagingen tot nog toe.

17237079_10211955693237079_694762902_o.jpg17230288_10211955693877095_1920660535_o.jpg

Nog een uitdaging is het transport. We wonen toch een eindje van de stad en veertig minuten fietsen is geen optie in de blakende zon, of in het pijpenstelen regenen. Auto rijden dan maar, of de bus pakken. Maar de bus pakken is niet zomaar even om de hoek lopen. Het is eerst een dikke twintig minuten wandelen naar de eerste weg waar een bus passeert. Dan is het wachten, en je weet nooit voor hoelang aangezien er geen uurroosters zijn, tot een bus passeert. Moet je geluk hebben dat deze niet vol zit, anders rijdt die gewoon door en moet je weer voor onbepaalde tijd wachten. Eenmaal op de bus kan het lang duren, aangezien passagiers op- en af stappen wanneer het hun uitkomt, en de bus soms wel erg veel kan stoppen op deze manier. Er zijn routes, maar niet om te zeggen zoveel dus eenmaal aangekomen in de stad, is het soms een kwartier wandelen naar de volgende bus, waar je dan gaat opzitten. 17200660_10211954942138302_2076803693_oMaar hij vertrekt alleen als die vol zit, dus is het wachten op genoeg passagiers voor deze vertrekt. ‘Even’ naar de stad is dus niet zomaar ‘even’, maar neemt al snel twee uur in beslag, en dan ben je er nog maar en moet je nog terug. Het is dus nog even zoeken. Ik leer autorijden, maar aangezien er geen wegmarkeringen zijn, is het eerst de taak om de wegen te leren. Dus heb ik een wegenkaart gekocht die ik nu aandachtig aan het bestuderen ben, maar ondertussen zijn er wel interviews die gedaan moeten worden en inkopen die gekocht moeten worden.

Omdat elke dag anders is en het zo een avontuur blijft, vind ik het helemaal fantastisch. Voor de eerste keer woon ik samen en heb ik iets op te bouwen, wat me een enorm gevoel van trots geeft. Alles wat we doen in ons huisje, is voor ons. We delen een verantwoordelijkheid en we werken aan ons  zelfstandig bestaan. Doordat we beiden onregelmatige werkuren hebben (ik als journalist en hij als loods op de boot) zien we elkaar niet veel. Maar we maken tijd en gaan dan eens een wijntje drinken aan het water 17200858_10211955693037074_217452328_oonder de palmbomen in de warme avondlucht. Het is fantastisch om bij hem te zijn, en zelf het feit dat we kunnen discussiëren tegen elkaar vind ik een luxe, want we zijn tenminste bij elkaar. Het is een opeenschakeling van uitdagingen en avontuur, met veel liefde en passie in het spel. Dit is de plek waar ik wil zijn.
Ik kan mijn passie voor het geschreven woord helemaal kwijt in het werken voor de krant, waar ik onderzoekende artikels mag schrijven. Net dat wat ik wou doen, en nu ik deze kans heb gekregen, wil ik het dan ook goed doen. Maar om tot het ‘goed doen’ te komen, moet ik vele omwegen en zoektochten ondernemen. Zelfs mijn vragen leer ik anders opstellen in de interviews, want het is dan wel dezelfde taal, er worden andere woorden gebruikt. Dus ik loop tegen de muur en af en toe worden mijn kaken wel eens rood, of heb ik plots geen idee meer wat ik moet vragen of hoe ik mij een houding moet geven, maar ik leer en ga vooruit en evolueer. En dat is exact wat ik hier kwam doen.

Een plek onder de zon

Ik kom thuis in een land dat ik dacht te kennen, maar mijn verhuis naar Suriname heeft een andere wereld geopend. Een wereld die in sterk contrast staat met alles wat ik toen ontdekte. Dankzij mijn vrijwilligerswerk bij dagblad de Ware Tijd vorig jaar heb ik heel wat uithoeken van het land gezien en unieke plaatsen ontdekt, want het is nu eenmaal zo: journalistiek brengt je op plaatsen waar de ‘gewone mens’ niet komt. Ik volgde de politiek en economie en kreeg een goed beeld van het land, zowel in de stad als in het binnenland. 3 maanden stortte ik mij in een avontuur dat geen einde leek te hebben. Ik ging van het ene feestje naar het andere, hier eens uit-eten met Milou, daar eens gaan sporten met Manon. Als ik niet op de dansvloer of in de cafés te vinden was, was dat waarschijnlijk omdat ik in het binnenland vertoefde. Draai het of keer het: ik was op vakantie, en daar is helemaal niets mis mee.

12829248_10208657525344943_2404247036489397178_o

Terug in Suriname, het land dat ik in de eerste plaats bezocht op aanvraag van mijn moeder. Zij wou namelijk dat ik iets met mijn journalistieke opleiding deed, als ik dan toch zo zot was om een wereldreis te maken. Dus kwam Suriname op het lijstje van landen staan, een land dat ik uit mezelf nooit had overwogen te bezoeken, gewoon omdat het niet in mij opkwam.

Na bijna tien maanden uit een rugzak te hebben geleefd, was het moeilijk aanpassen in België. Ik vond mijn draai niet meer, voelde me ongemakkelijk in de manier waarop zaken behandeld werden, hoe mensen met elkaar omgingen en het pendelen naar Brussel leek al mijn energie uit mijn lichaam te zuigen. De verleiding om terug mijn rugzak op te pakken was moeilijk te weerstaan. Suriname trok mijn aandacht, om meer dan één reden; het is een warm land, het is een open land met weinig inwoners (slechts 500 000, waarvan de helft in de stad leeft), de kalmte waarmee zaken behandeld worden en de traagheid waarop het leven zijn gangetje gaat, Nederlands is de voertaal en mijn netwerk is groot. Ik was er al langer achtergekomen dat ik graag schrijf. Ik ben jong en heb de tijd en ruimte om te investeren in mezelf, wat voor mij betekent: het avontuur opgaan, je hart volgen en artikels schrijven, mezelf ontwikkelen in de journalistiek en in het leven. En dat allemaal wil ik doen met de persoon die mijn hart heeft gestolen. Al deze dingen kon ik vinden in Suriname, en niets hield me tegen uit het koude Belgenland te vertrekken.

17268910_10211955928922971_833593550_o

Het afscheid van België was deze keer harder dan verwacht. Mijn tijd was intens, zowel op positief als negatief vlak. Het is dankzij vrienden en familie dat ik wel genoten heb. Zij zorgen voor een thuis in België, en daar ben ik ze heel dankbaar voor. Dit moest ik weer verlaten, en ook al liep ik maanden te zeuren over hoe beter het allemaal wel niet was in andere delen van de wereld, toen het afscheid er eenmaal aan zat te komen moest ik toch even slikken. Ik besefte dat ik het best goed heb in België, en het gras dat altijd groener lijkt aan de overkant, was deze keer toch groener aan mijn kant. Ik zou er best gelukkig kunnen worden, als ik er nog wat langer voor had blijven werken.

imm018_16A

Maar eenmaal aangekomen in Paramaribo besefte ik dat je voor geluk niet zo hard hoort te  werken, als het op een andere plaats voor het grijpen ligt. De warmte die me omarmde en het weerzien van de tropische bomen vulde mijn hart met een geluk dat niet te beschrijven valt. Nog voor ik mijn vriend terugzag, voelde ik dat de beslissing die ik enkele maanden terug nam, de juiste was. Sindsdien zijn mijn dagen een opeenschakeling van liefde en gelukzaligheid, maar ook van verwondering en uitdaging. Hierover later meer, ik moet nu toch maar eens gaan strijken.

Je bent hier niet in Amsterdam hé!

‘Je bent hier niet in Amsterdam hé!’ riep een vrouw uit haar auto naar mij op de fiets. Grappig, want haar accent was veel ‘hollandser’ dan dat van mij. Ja, alsof ik degene was die gevaarlijk deed, dacht ik terwijl ik haar slalommend door het verdere verkeer zag ‘tsjezen’. In een poging me te verweren riep ik haar na dat ik helemaal niet uit Nederland kom, maar het mocht niet baten.

Voor mijn vertrek werd me steeds opnieuw gewaarschuwd: ‘Pas op, het is daar niet Westers’, ‘pas op, je bent daar niet in Europa’, ‘pas op, je bent daar niet thuis’. Maar zal ik je eens wat vertellen: ik ben thuis. Dit is mijn thuis, waar ik werk, waar ik zweet, waar ik lach, waar ik fiets, waar ik feest en waar ik winkel. Ik ben thuis. En nu wordt het gevaarlijk, want eenmaal je dat thuisgevoel hebt ontwikkeld, ga je dingen doen die je ‘thuis’ook doet. Dan fiets je al eens ’s nachts over straat, of dan ga je al eens praten tegen een vreemde man op het straat (niet dat ik dat in België wel veel deed). Maar het is zo een heerlijk gevoel om in de ochtend je fiets op te springen naar het werk, zwetend bij een interview aan te komen, te kunnen voetballen op een echt voetbalveld met scheidsrechter en tegenstanders, elke maandag 5 km te gaan lopen, dinsdag lekker 1 km zwemmen in een openlucht 50 meter bad (ja ja, ik ben hier nogal aan het sporten zeg!), lekker te gaan feesten en de volgende dag met een kater aan je slecht gemaakt en niet-smakend ontbijt te hangen, opziend tegen de dag die moet komen, maar die elke dag verrassend goed verloopt.

12633159_10208345736270411_975140800_o 12596681_10208345734110357_1455907391_o

Ja, ik mag dan misschien niet thuis zijn, maar zo voelt het wel. Want nee, het is hier niet Westers, en nee ik ben niet in Europa, laat staan in Gent, maar pas op, de Westerse trekjes beginnen te komen. Ten eerste, ik heb hier echt al veel mensen moeten overtuigen om niet naar Nederland te verhuizen. Nee, er is daar niet meer werk dan hier, nee het leven is daar niet gemakkelijker, en zelfs eens nee, het is daar niet gratis.

12597015_10208345732070306_451321401_oIk ben verbaasd, want wat vroeger de ‘American dream’ voorstelde, lijkt nu wel te zijn omgeslaan in de ‘European dream’. In Europa is het allemaal veel mooier, groter, beter. In Europa komen dromen uit. Als je dan de vluchtencrisis aanhaalt, het geweld en criminaliteit, de kostprijs van een studio of het verkeer, kan het ze allemaal niets schelen. Zij zullen het wel maken. Goed, denk ik dan, veel succes. Het gras is altijd groener aan de overkant, en de mens moet echt proberen blij te zijn met wat hij ziet. Maar dat is een opgave waarin weinigen onder ons slagen.

Ten tweede, geld speelt hier een rol in alles, net zoals in Europa. Geld en nog eens geld. En dan bedoel ik niet dat ze het uit mijn handen slaan, of dat ze stelen, maar door de hevige crisis waar het land momenteel doorgaat, de koers is wedermaals gestegen, begint de angst op te komen. Mensen zijn bang dat ze het niet meer zullen redden en gaan domme dingen doen. Het altijd lachende gezicht van de Surinamer is aan het vernorsen. Dat is niet iets wat je ziet van de ene dag op de andere, maar je voelt de spanning in het land toenemen. Ik zit in een moeilijke, maar tegelijk heel mooie periode. Ik voel een land, dat al zijn hele geschiedenis alleen maar achterstand kent, bijbenen. De wil om het beter te doen is overal, maar het lukt niet altijd. Ik ben dankbaar dat ik dit mag zien. Ik ben dankbaar dat ik, dankzij mijn werk bij de krant, hieraan kan bijdragen.

12637153_10208345721670046_912358558_o

Angst, jaloezie en afgunst zijn de gevoelens die overwaaien uit het Westen. Haasten doen ze hier nog niet, maar het is niet overal gepast om te laat te komen. Desondanks is deze ervaring niet anders dan mooi te beschrijven, en dit niet omdat ik, blank en Westers, hier kan lopen. Maar omdat ik, impulsief en intens, hier mag lopen. Dat ik deze periode van overgang kan voelen, ruiken en zien. Dan komt er een klein stemmetje in mijn hoofd: waarom willen ze hier per se verwesteren? Het antwoord is zo eenvoudig dat het me twee maanden gekost heeft om te vinden: omdat ze geloven in het onbekende. Want alles is beter dan een land waar je geld niets waard is, waar je twee tot drie verschillende jobs moet hebben om je gezin te kunnen onderhouden en waar je ’s avonds niet veilig over straat kunt. Maar wat ze hier niet zien, en niet weten, is dat de angst, de jaloezie en afgunst in Europa veel meer het leven van de gewone burger bepaald. En dat is net het mooie eraan, ze weten het niet en kunnen dromen. En dankzij die dromen, dankzij die onwetendheid, zorgt Suriname voor zijn eigen uniek bestaan. Een bestaan dat soms frustrerend is maar eigenlijk gewoon uitermate prachtig is.

Schuldgevoelens over geld

Geldproblemen zijn overal, kun je denken, maar na deze post zal je het misschien toch even in een ander perspectief plaatsen. Geloof me. Wat de mensen hier verdienen… Het kan gewoon niet! Dat er niet meer mensen in de sloot liggen, niet meer mensen lopen te bedelen of niet meer mensen lopen te zagen, kan ik niet bij met mijn verbrande hoofd.  Zat ik laatst in een taxi, onderweg van de redactie naar een interview. “Nee man, het is niet moeilijk hier werk te vinden”, zei Mnr. Taxichauffeur. “Ja man, zoveel problemen”, “Serieus man, ik verdien wel veel geld”, “Maar man, het geld is niets waard?!”. (Ik maak me geen zorgen om het feit dat ze me aanspreken met ‘man’, dat wordt hier voor het minste gebruikt. Wie niet aangesproken wordt met ‘man’, heeft eerder een probleem.)

Moet je je eens voorstellen. En maar werken en maar werken, en je krijgt er wel geld voor, je krijgt wel vergoed voor al je harde inzet, maar wat je krijgt is niets waard! Een ex-huisgenoot werkte een hele dag in de horeca als kok, en op het einde van de dag, na 8 uur werken, had hij SRD 56 verdiend (= 9.8 euro met de huidige koers). 9.8 euro voor 8 uur hard werken. In het Westen zijn we aan het zuchten als we ‘slechts’ 9.8 euro per uur verdienen. Nu, zou je denken, het leven is hier in Suriname dan ook veel goedkoper, dus zoveel geld is er niet nodig om te voorzien in je behoeften. Je hebt het mis. Het leven is hier goedkoper, maar niet zo goedkoop als je denkt. Voor een brood betaal ik SRD 7, ofwel 1.22 euro. Dat is iets meer dan een euro goedkoper dan bij ons, maar moet je wel in je achterhoofd houden dat de mensen hier gemakkelijk 70 euro per dag minder verdienen dan bij ons. En dat Suriname een importland is, dus dat veel producten, heel veel producten uit Nederland komen. En die dus, met importkosten bij gerekend, even duur hier in de rekken staan als in Nederland. Dus, wie is nu de gelukkige?

Voor ons Westerlingen is het gunstig, heerlijk toch. 1 euro is hier SRD 5.7 waard. Mijn geld is meer dan vijf keer zoveel meer waard. Fantastisch toch, zou je denken. Maar ik voel me niet fantastisch, nee, ik heb respect voor de mensen die het hier met zoveel minder moeten doen, en kunnen doen. En daarbij, ook nog blijven lachen. Altijd maar lachen. De president zwartmaken, en dan weer lachen. Het parlement uitschelden, en dan weer lachen. De regering verwijten, en dan weer lachen. Want het is nu eenmaal zo. “De president heeft de puinhoop gemaakt, en wij moeten betalen. Wat ga je er aan doen?” Vroeg een man me vandaag tijdens een interview. Hij was gepensioneerd en zijn uitkering bedroeg SRD 1000. Omgerekend 175 euro en wat rostjes. Per maand. En de huur is hier niet goedkoper als in Belgie, de grond is niet goedkoper dan in het Westen, in tegendeel. Alles wordt alleen maar duurder, ik ben hier nu bijna twee maand en ik zie de prijzen omhoog gaan. Dan betaal je de ene dag nog SRD 3 voor een brik melk, is dat de volgende dag SRD 5.4 geworden, bij wijze van spreken. Maar wie niet betaald, is helemaal verloren, liet de gepensioneerde man me weten. Gebukt gaan de mensen hier niet, maar het sleept wel aan. Je voelt het in de stad, je voelt het bij de banken. Iedereen zit met de handen in het haar en houdt zijn/haar hart vast voor de toekomst.

Mnr. Taxichauffeur was al drie jaar aan het sparen om een ticket naar Nederland te kunnen kopen, om zijn broer en verdere familie te bezoeken. Met hoe de economie nu gaat, hoopt hij binnen vijf jaar te kunnen gaan. Kun je je voorstellen? 7 jaar sparen om je broer te zien aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Zullen wij maar even een weekendje naar Berlijn, Madrid of Sint Petersburg vliegen, haast zonder het te voelen aan ons budget. En ja, ik moet niet spreken, ik vlieg wel even de wereld rond. Geen probleem.

Ik heb me nog nooit schuldig gevoeld over het feit dat ik geld heb. Tot vandaag, toen ik voor een krantenartikel mensen aansprak die de hele dag in de rij stonden bij de Centrale Bank. Maandelijks kunnen burgers voor hun vaste lasten in valuta, zoals huishuur en auto-aflossingen, bij de bank terecht voor aankoop tegen de bankkoersen.Want moet je weten dat alle mensen in de stad enkel in SRD verdienen, maar een heleboel mensen hun huishuur en auto in dollars moeten uitbetalen. De dollar is net wat minder waard dan de euro, maar na mijn berekeningen, als je ze hebt kunnen volgen, moet het wel duidelijk zijn. Het feit dat mensen met een loon in SRD dingen in dollar moeten betalen, maakt de situatie haast onleefbaar.

Miscommunicatie in het Nederlands

Om je een realistisch beeld te geven van een werelreis, lijkt het me alleen maar eerlijk dat ik ook schrijf over de momenten waarop de zon niet schijnt. Want nee, het is niet allemaal rozegeur en maneschijn. En ja, het regent hier ook wel eens. Meer dan naar mijn zin, de laatste dagen. Nog maar net een artikel gepubliceerd in de krant over de schrijnende droogte in Suriname, en het volgende moment valt de regen met bakken uit de lucht. En het stopt maar niet. En stopt maar niet. Probleem aan Suriname: het land functioneert alleen maar, en dan nog steeds maar half, als de zon schijnt. Dan kan je naar buiten, dingen doen. Als het regent, is er niet veel te beleven. Want alles is gefocust op de zon. Er zijn wel enkele bars of pubs waar je in kunt schuilen, maar deze liggen ver uit elkaar en er is niet elke avond wat te beleven. Je kunt wel gezellig uit eten, maar waag het niet om de fiets te pakken, want je zit er zo verzopen bij dat het gewoon niet meer lekker is.

Nee, ik vind het niet egoistisch om me slecht te voelen hier aan de andere kant van de wereld. Ik ben ook een mens, heb ook slechte dagen en het is niet omdat ik buiten enkele palmbomen zie waaien in de regen en wind, dat ik verplicht ben me goed te voelen omdat ik wel palmbomen kan zien uit mijn raam en jij niet. Als jij je elke dag van het jaar goed in je vel voelt, moet je mij eens bellen en zeggen wat je geheim is. Ik zou het ook graag willen, maar soms heb je van die dagen dat gewoon niets wil lukken. Alles wat je onderneemt krijg je vroeg of laat terug in je gezicht gegooid en mensen willen niet meewerken aan je artikel, vergeten hun afspraak of zijn zo niet-georganiseerd dat het gewoon irritant wordt. Dan bel je voor de twintigste keer naar de politie in verband met het opvragen van cijfers, en krijg je na een week nog steeds te horen ‘dat het niet voor vandaag zal zijn, dat ze er nog steeds aan werken’. Vertaald: we hebben nog geen zin gehad de cijfers te gaan zoeken. In het Westen is er algemeen geweten dat indien een journalist je belt, het met spoed is. Dat de informatie zo snel mogelijk opgezocht moet worden, want de redactie wil het de volgende dag in de krant, en de mensen verwachten het de volgende dag in de krant te lezen. De politie zelf verwacht het de volgende dag. Hier maakt het allemaal niet zoveel uit, krijg je de indruk. Maar dan is er wel nog steeds die druk, want op de redactie, of de chef of de eindredacteur, die verwacht het wel. Ja, wat moet je dan?

Ja, ik heb heimwee. Naar een functionerend land, waar mensen hun afspraken en uren nakomen. Waar je weet op welke manier je het moet verwoorden zodat het niet onbeschoft, maar ook niet te langdradig wordt. Want hier moeten ze er niets van hebben als je je hele parcours verteld, over hoe de ene het vergeten is, de andere niet wil antwoorden, hij me niet kan doorverwijzen en zij niet oppakte. Nee, daar hebben ze geen tijd voor om te luisteren naar jouw verhalen. Maar als je dan gewoon zegt dat het niet gelukt is, is het ook niet goed. Hoezo, is het niet gelukt? Miscommunicatie in een land waar ze Nederlands spreken, ik moet eerlijk toegeven dat ik mijn hart vast hou in komende landen, waar het in een andere taal te doen is.

Maar dan neem je een diepe zucht, zeker niet de eerste en ongetwijfeld niet de laatste van de dag, en pak je die telefoon toch weer op. Want van opgeven, daar wil ik al helemaal niet over beginnen. Cultuurverschillen zijn er, was ik op voorbereid in de mate van het mogelijke. Maar welke voorbereidingen je ook treft, je staat met je mond vol tanden bij het aankomen in Suriname. Mensen zijn hier gewoon anders, werken hier anders en het is puffen en zuchten om mee te gaan in de structuur. Ik zeg niet dat het een beter is dan het ander, maar het maakt werken op een redactie er niet gemakkelijker op. Het is een uitdaging, en daarvoor ben ik hier.

 

Loka Loka: een samenleving met onbeschreven regels

12751847_10208495228367620_860427975_o

 

Vorig weekend, 12 januari, bevond ik me, welliswaar onbeschoren, in de bossen van Marowijne. Enkel de apen konden jaloers zijn op mijn behaarde benen. Ik denk niet dat iemand anders er aanstoot aan heeft genomen, waarom zouden ze? We zijn in de jungle. Dikke behaarde vrouwen zijn hier een walhalla voor de man. Omdat ik onmogelijk op een maand echt dik kan worden- geloof me, ik doe echt mijn best en eet mij meerdere malen op een dag ongemakkelijk aan kip. Grapje mams, niet ongemakkelijk, maar ik eet wel veel. Maar goed, optie ‘dik’ zat er dus niet in voor mij, dus koos ik maar voor de optie behaard. Lekker gemakkelijk. In het dorpje Loka Loka bevond ik me twee volle dagen onder de gemeenschap, en man, hebben wij een indruk achtergelaten. Maar daarover vertel ik later meer.

image4 (1)

Eerst en vooral, ik mag met Loka Loka niet verwijzen naar het woord dorpje, want dan denk je aan Bazel, Hakendover, Gaasbeek, Baarle-Hertog, Stuivekenskerke, Deurne, Kasterlee- who am I kidding, ik heb nog nooit van deze dorpjes gehoord. Loka Loka is een dorp dat zich op de Marowijnerivier bevindt, ik zeg letterlijk op, want het dorp bestaat uit allemaal eilanden, met op ieder eiland een familie, soms meerdere famillies. Heel veel gevaren hebben we dit weekend gedaan, en wat is het prachtig om te zien. Bos, bos, bos en bos, en dan daar, hopla, een hutje, twee hutjes, meerdere hutjes. Een naakt kind in het water, een bh-loze vrouw aan het vegen, een uitgezakte man aan het roken, een gespierde twintiger aan het hangen in zijn hangmat, een oudere man aan het vertellen en ga zo maar door. Er zijn enkele visies waarop je hier kunt kijken. (1) Je hebt medelijden, want de mensen hebben bijna niets. En met bijna niets, bedoel ik geen tv, geen warm water, geen kookfornuis, geen bed, weinig stoelen, geen douche, geen overdekte wc- laat staan een afvoersysteem, maar twee tot drie kookpotten, geen tafels, geen zetels, geen bloempotten, …
image9Je kunt het zo gek niet bedenken. Ocharme die mensen, toch? Hoe doen ze dat in godsnaam? Wel dat is visie (2): de mensen hebben alles wat ze nodig hebben, lucky bastards. Ze hebben een pot om op te koken, hout om vuur te maken, stokken om te roeren, een hagmat om te slapen, een smartphone om in contact te blijven met de verstedelijkte wereld, water genoeg in de rivier, een stoel om op te rusten, een balk om je behoefte op te doen, een boomstronk om op te eten, lekker gras om in te chillen, bomen met vruchten om te eten, en ga zo maar door.

image6 (1)

Een derde visie is om het allemaal wel mooi, en avontuurlijk en spannend te bekijken. Moet toch elke dag een avontuur zijn, zo helemaal voor jezelf kunnen voorzien in de jungle. Want ja, als er ooit iets ergs gebeurd in de stad, gaat iedereen dood. Suriname is een importland, en in de stad moeten ze het echt hebben van de omliggende landen om te overleven. Niet in het binnenland, niet in Marowijne. Daar kunnen ze perfect voor zichzelf voorzien, met eigen plantjes, eigen vruchten, eigen hout en eigen eiland. Betalen doen ze niet in geld, maar in goudstukken. Want goud is er in Suriname wel te zoeken, en heel veel mensen maken er het elke dag hun uitdaging van wat te vinden. 1 goudstuk staat momenteel gelijk aan 150 SRD, wat weer gelijk staat aan ongeveer 30 euro. Om je een voorbeeld te geven: een boottocht van nog geen twee uur kost je om en bij 10 goudstukken. Komt dus neer op 1500 SRD, 300 euro. Moet je bedenken dat ik meer dan 6 uur gevaren heb, rijke westerling. Voor alle duidelijkheid: voor mij was het niet zo duur, aangezien ik in euro’s heb betaald en niet in goudstukken. De waarde van goudstukken ligt ook niet gelijk aan SRD’s of euro’s zoals ik het daarnet omrekende. Mensen werken de hele dag in de goudmijnen, dus er is best wel veel goud in de omloop. Pas als je terug gaat naar de stad, Paramaribo, ga je omrekenen in SRD’s. In de jungle, telt alleen het goud.

Om nog een voorbeeld te geven: je hebt verschillende cabaretiers in de jungle. Ja, je hoort het goed. Vrouwen die voor enkele goudstukken een pleziertje bezorgen aan de mannen. Zo zijn we een cabaretier gepasseerd. Zomaar, ineens, tussen al het bos staan daar dan enkele huisjes links en rechts van de weg. Vooraan in het huis is een overdekt terras met stoelen en tv, waar de meeste mannen liggen te niksen. Te chillen, zoals alleen Surinamers dat kunnen doen. Want ja, het is gezellig eens een dagje niets te moeten doen, maar elke Westerling krijgt het hier vroeg of laat op zijn heupen na te veel stilzitten. Moet je je eens voorstellen, dat je twee dagen aan een stuk op een stoel zit en in een hangmat ligt. Lekker toch? Ja, voor even. Maar wij met ons Westers bloed worden al snel onrustig, hebben al snel het gevoel dat we iets moeten doen, er is toch wel iemand die wacht op ons? Er is toch wel iemand die me nodig heeft? Er is toch wel ergens waar ik moet zijn? Maar wat als alle antwoorden op deze vragen ‘nee’ zijn. Is dat dan lekker, of frustrerend?

image13

Het is niet dat je even kunt zeggen, ik ga snel over en weer naar de winkel om wat lekkers te halen om dan te chillen, nee. Je bent een dag onderweg naar de winkel. Of ik ga even een sigaretje roken en rustig uitblazen, nee. Want van welk werk moet je uitblazen? Je hebt niets gedaan. Als je niets doet, hoe kun je dan blij zijn en genieten van de rust? Als rust het enige is wat je kent. We zijn geboren met een beloningsprincipe. Eerst doe je dit, dan mag je dat. Eerst doe je je werk, dan mag je rusten. En hoe heerlijk is het om eindelijk, na een lange werkdag, thuis te komen en te kunnen uitblazen, je in de zetel leggen en even niets te doen? Dat is heerlijk, dat is rust. Maar wat als je de hele dag niets doet, dan heb je ook niets om naar uit te kijken. ’s Avonds naar de voetbal? Niets van. ’s Avonds naar een feestje? Niets van. In de middag een familiebezoek? Niets van. Een pintje drinken? Ja, dat kun je. Met dezelfde mensen waar je de afgelopen jaren ook mee hebt gedronken. Dus, vertel mij, is het nog steeds zo lekker om in de hangmat te hangen? Ik durf te wedden dat het merendeel van jullie lezers ja zeggen. Want ja, wat zouden jullie graag eens twee dagen onder de zon in de hangmat hangen. Begrijp ik volledig.

Terug naar het goud en de cabaretiers, waar de mannen natuurlijk dol op zijn. Voor een ‘gewone’ vrouw betaal je drie goudstukken voor een half uurtje. Voor een ‘uitzonderlijke’ vrouw, en dan bedoel ik dus een mooie dikke vrouw, een kind of een exotisch type, betaal je al snel zeven goudstukken. Dat is minder dan twee uurtjes varen. Of de vrouwen daar gewillig zijn, laat ik in het midden. De laatste tijd gaat hier op de redactie wel de ronde dat de mensensmokkel meer en meer voorvalt, dat kinderen vermist worden en naar de cabaretiers worden gebracht, maar echt hard bewijs is er nog niet, dus ga ik daar ook geen uitspraken over doen.

image10

De kinderen die ik leerde kennen op het eiland spraken geen Nederlands, enkel Sranan, dat is de Surinaamse taal. We hebben spelletjes gespeeld waarvan ik geen idee had wat we aan het spelen waren, maar we waren aan het lachen, en dat is het belangrijkste. Een beeld kan ik me nog goed herinneren en zal ik nooit vergeten. De jongen met de rode shirt aan, heet Toto. We waren rustig aan het hangen aan de rand van het eiland, op het zachte gras en voor ons de Marowijne rivier met daarachter een ander eilandje. Ik was het meisje op mijn schoot aan het kietelen, en ze schaterde het uit van het lachen.
12752105_10208495227167590_1666110683_oToto en zijn broer stonden voor me, druk bezig met alle ‘trucjes’ die mijn oude Nokia heeft, met andere woorden: Snake spelletje. We hadden ons eigen gebaar voor het spelletje: duim omhoog en duim naar links. Dan wist ik dat hij wou spelen. Want de slang in het spelletje gaat omhoog en naar links, onder andere. Nu goed. Alles was rustig en vredig. Opeens hoorde Toto een plof, ik hoorde helemaal niets om eerlijk te zijn. ‘Plof’, en weg was die. Op zijn blote voeten rende hij heel snel naar de mangoboom die links van ons beetje verder rustig stond te wezen. Hij raapte de afgevallen mango op, vandaar de plof, en liep een rondje terwijl zijn broer achter hem aan holde. Ze schaterden het uit van het lachen en waren gelukkig. Op dat moment kon ik alleen maar denken: deze kinderen zijn vrij. Afgebakend door het water rond hun eiland kunnen ze nergens anders heen, maar o zo vrij dat ze zijn. In hun hoofd, in hun lichaam, in hun gedachten en gedragingen. Een mango valt van de boom, en het is feest.
12754920_10208495229767655_848584127_oDat brengt me bij visie (3), als je nog kunt volgen in deze blogpost, daarnet had ik het over enkele visies waarop je naar het leven in het binnenland kunt kijken, waaronder medelijden of geluk. Maar dan is er ook nog jaloezie. Ha ha, ben ik daar, met meer geld dan deze kinderen ooit van kunnen dromen op mijn spaarrekening. Dat bestaat hier zelf helemaal niet, een spaarrekening, nee je hebt goud onder je matras en een geweer naast je bed tegen inbrekers. Al lijkt het mij een hele opgave om in te breken op een eiland. Maar het gebeurt genoeg, liet ik me vertellen. Ik, Zoe, jaloers op de kinderen zonder geld, zonder veel variatie in het eten, zonder fancy speeltjes in de huiskamer, zonder gsm, zonder tv, zonder nog zoveel meer. Want zij, de kinderen, hebben helemaal niets. En juist omdat ze niets hebben, weten ze precies wat ze wel hebben. Een doel om op te staan: hout halen, hout verzagen, een boot bouwen, eten zoeken, eten koken, tikkertje spelen, steentjes gooien, vissen vangen, vissen koken, vissen eten. Zorgen voor eten en zelfbehoud, daarom staan ze op. Wat meer moet je willen?

12755103_10208495229207641_544171283_o 12755323_10208495228887633_1065017285_o 12765557_10208495228447622_1889387898_o

Nu kom ik aan het punt waar wij, als twee blanke meisjes, een indruk hebben achtergelaten in het dorp. Zaterdag gingen we wandelen met de gids naar de Minavallei, een hoge waterval die twee en een half uur wandelen in het bos verscholen ligt. Over paden geen woord, we moesten de bladeren voor onze ogen wegkappen met een mes voor we door konden wandelen. Een heuse jungle aan takken en bladeren was dat.
image15Veel neergeschreven wordt er in de jungle niet, alles gaat nog mond-op-mond, en het is dan ook de jagers van vroeger die ik moet bedanken. Dankzij hen kan er nu nog steeds genoten worden van de Minavallei. Bij terugkomst was onze bootsman er niet meer. Hij had ons in de ochtend afgezet aan de rand van het water en moest de hele dag wachten totdat we terugkeerden.
image13 (1)Nu, dat had hij niet gedaan. Hij was weg. Het was ondertussen al bijna half zeven en het werd donker. Lekker gezellig in de jungle. Nu, op zoek naar een andere boot. Na nog een half uur bleven Elia en ik achter en ging de gids zelf verder. Nog een half uur later kwam hij aan met een boot. Beetje uit evenwicht geraakten we bij het dichts bijzijnde dorpje. Net genoeg benzine hadden we. Meteen belde onze gids naar iedereen die hij maar kon bedenken om te zeggen dat hij een boot had gepakt. Want ja, we hadden het eigenlijk gestolen.

Ik vroeg nog onderweg: ‘bestaat hier niet zoiets als bospolitie?’. Ha, ha. De jungle heeft zijn regels, en het is overal in Suriname verboden een ander persoon te doden, dus is er ook politie. Niet zo heel aanwezig en indien wel aanwezig, te druk met het roken of chillen om iets te doen. In Paramaribo bracht een lokale vriend ons eens naar de discotheek, onderweg stopten we bij de Chinees in de Koningstraat, de enige Chinees die de hele nacht openblijft. Met ‘Chinees’ bedoel ik dus een dag- en/of nachtwinkel, deze worden hier namelijk allemaal uitgebaat door… Chinezen. Bon, politie was aanwezig bij de nachtchinees. Vroegen we wat ze hier dan aan het doen waren. ‘Inkopen’, och ja, wat anders?

 

Het is dus ook niet de politie die je moet bellen bij problemen in, op of tussen de eilanden, maar de Kapitein, ook wel hoofd van het dorp. Na veel rondvragen en praten kwam onze bootsman Frank ons halen met zijn twee schattige neefjes, hierboven besproken. Uiteindelijk kwamen we wel veilig thuis, en het was best wel spannend in het donker varen, maar voor onze gids was het nog niet allemaal koek en ei. Nee, een bootsman die mensen achter laat in de jungle, wil zeggen dat hij ons voor dood heeft achtergelaten. image8 (1)En dat doe je niet, onder geen enkele omstandigheden. Er staat een zware straf op en de bootsman kan zich maar beter goed verstoppen. De Kapitein was niet in het dorp, maar eenmaal op de hoogte van de problemen, kwam hij meteen aanzetten vanuit de stad naar het binnenland. De volgende ochtend kwam ‘stoute’ bootsman naar ons kamp, om zich te verontschuldigen. Hij had veel stress, want de kans was er dat hij in elkaar geklopt zou worden door de anderen in het dorp. Wat hij heeft gedaan, druist in tegen alle waarden en normen waar het dorp voor staat. Je laat niemand achter in de jungle. Ik denk, na veel discussiëren, dat het een beetje neerkomt op vluchtmisdrijf bij ons Westerlingen. Alleszins, het hele dorp stond op zijn kop en iedereen was er over bezig. ‘Stoute’ bootsman had drie mensen in de jungle achtergelaten, waaronder twee ‘bakra’s’, ook wel blanken genoemd. En het feit dat we blank zijn, en vrouwelijk, maakt de actie alleen maar erger. Als er iets met ons zou gebeuren, zou de gids in elkaar geklopt worden door het dorp. Want wij zijn gasten op hun eiland. En er gebeurt niets met gasten in het dorp. Punt. Geen uitzonderingen.

Goed, hij kwam zich dus verontschuldigen, maar onze gids moest er niets van hebben. Hij zei dat hij even verderop in de schaduw was gaan liggen, en in slaap was gevallen. Probleem is, het was overal zonnig aan onze kant van de rivier, en naar de overkant is hij niet geweest. Ook hebben we geroepen en was Elia duidelijk hoorbaar toen ze uitgleed in de modder en op haar knieën belandde. De gids was er van overtuigd dat de bootsman even wat goudzoeker snel tussendoor heen en weer wou brengen, wat goed mogelijk is, want dat is namelijk veel goudstukken voor hem. Het einde van het verhaal weet ik nog niet, want de Kapitein zou terugkomen, er zou diezelfde week nog een stamraad worden gehouden met alle verantwoordelijken van de familie en dan ging de straf worden vastgesteld.

We hebben een indruk achtergelaten, maar zonder twijfel heeft het dorp ook een indruk op mij achtergelaten.

12737076_10208495226247567_225289637_o

 

Kanker nog steeds taboe in Suriname

wereldkankerdag

Er is voor alles wel een dag, brooddag, moedersdag, open monumentendag, autoloze dag, open bedrijvendag, prinsjesdag, valentijnsdag en ga zo maar door. En dus zo ook Wereldkankerdag op 4 februari. Versta me niet verkeerd, ik ben volledige voorstander van zulke dagen. Het is goed dat we ze hebben, en we moeten er gebruik van maken. Jammer genoeg zijn er veel mensen die stilstaan bij de ziekte kanker, omdat ze het zelf hebben of omdat een familielid, kennis of vriend kanker heeft. Zo ook sta ik stil bij de ziekte. Niet alleen op 4 februari, maar op veel dagen van de maand. Ik zeg duidelijk maand, en niet week. Want nee, ik sta er niet elke dag bij stil. Spijt me dat? Nee, want ik geniet van het feit dat ik er niet elke dag bij moet stilstaan, omdat ik zelf de ziekte (nog) niet heb. Maar je zou er van verschieten hoeveel mensen niet weten wat kanker betekent. Kanker betekent niet dat je doodgaat, kanker betekent niet dat je niet meer buiten kan komen, kanker betekent niet dat je kapot gaat. Pas op, het kan, dat weten we allemaal. Maar het staat er niet gelijk aan. En dat is een misvatting die veel mensen hebben. De meesten in de Westerse wereld hebben het geluk dat we van een goede opleiding kunnen genieten, en dat we weten wat kanker is, of toch zo ongeveer. We weten dat het niet besmettelijk is en we weten dat er hoop is. En we duimen, we steunen en we (her)denken.

In Suriname viel ik bijna van mijn stoel toen ik voor mijn artikel over Wereldkankerdag een straatcampagne ging bezoeken. Mensen die een speldje opgepint kregen, weigerden in eerste instantie. Een roze lintje zou betekenen dat je kanker hebt. Een vrouw zei zelf dat de ziekte besmettelijk was, een andere vrouw durfde het woord niet uit te spreken. Nog een vrouw kwam langs en vertelde dat ze darmkanker heeft, maar ze kan nergens naar toe want ze kon haar behandeling niet betalen. Dus gaat ze maar dood. De ziekenhuizen hebben niet allemaal de juiste apparatuur en kennis om met elke soort kanker te werken. Dus gaan de mensen maar dood. Het leven is hard, dat weten we allemaal.

Maar laat me je een ding meegeven: het leven is zo hard als dat je het zelf maakt. Als je dit weekend niet naar een voetbalwedstrijd kan gaan kijken omdat je moet werken, kan het leven hard zijn. Als je niet op restaurant kan gaan omdat je geld op is, kan het leven hard zijn. Als je mobieltje uitvalt terwijl je net in een break-up gesprek zit met je vriendje, kan het leven hard zijn. Als je moet studeren voor een examen en je wilt alleen maar slapen, is het leven hard. Ik zeg het nog eens, en ik denk dat je mijn punt nu wel snapt: het leven is zo hard als dat je het zelf maakt. Het leven is hard als er geen ziekenhuis in het land is dat je kan helpen voor een behandeling tegen kanker, het leven is hard als je terminaal ziek bent en je kan de behandeling niet betalen, het leven is hard als je bij de dokter op controle gaat en er wordt je verteld dat je kanker hebt. Het leven is hard als je geliefde kanker heeft. Het leven is hard, maar het is zo hard als dat je het toelaat. Want nee, huilen omdat er geen plaats is in het ziekenhuis doen ze hier niet, en jammeren omdat ze geen geld genoeg heeft voor haar behandeling doet ze niet. Nee, ze recht haar schouders en geniet van wat ze wel nog heeft. Haar vrienden, haar familie, haar thuis. Want liefde, vriendschap en familie zijn onvoorwaardelijk. En met hen, is het leven al een stukje minder hard.

Nadine, mijn gedachten gaan naar je uit. Ik wens je heel veel sterkte en ik hoop dat je veel kracht haalt uit de getuigenis van Gracia Rier. Kanker is overal, en dat maakt jouw verhaal niet minder belangrijk, maar het maakt je ook niet alleen staan. Gracia was een heel opgewekte, levenslustige dame die het hoofd nooit heeft laten hangen en bleef vechten. Nu is het voor jou tijd om te vechten, en net zoals de hele familie vecht ik met je mee. Je bent niet alleen.

Het leven in de jungle

fredberg11Op aanvraag van de mama leid ik jullie even in in het leven in de jungle. Allereerst wil ik zeggen dat wat je hier zult lezen, moeilijk te begrijpen is voor iemand die er nog niet is geweest. Daarom wil ik je vragen niet zomaar over de zinnen heen te lezen, maar er proberen bij stil te staan wat ik je probeer te vertellen.

Wie het verhaal van Mowgli kent, kan zich een voorstelling maken van de jungle. Buiten het feit dat de beren niet dansen, de dieren niet zo behulpzaam zijn en Mowgli het in het echte leven op die manier ook nooit zou overleven, komt de voorstelling goed overeen met de werkelijkheid. Alles is bos, alles is wildernis en nergens is structuur. Nergens is er zoveel leven op 1 plaats.

Stil en rustig is de jungle niet. Als je een huis koopt aan een drukke weg of treinstation, zal je de eerste dagen slecht slapen door het lawaai omdat je er niet aan gewend bent. Maar na een tijd zal je je aanpassen, soms zelf zonder dat je het beseft. Wel, net hetzelfde met brulapen. Je hoort ze al van ver, en ik kan het geluid moeilijk omschrijven, maar er zit niet heel veel intonatie in. Dus na een tijd, zonder dat je het beseft, valt het je gewoon niet meer op. Hetzelfde met de politievogel. Ja, ik vergis me niet. De politievogel bestaat echt en heeft een heel scherpe zang. Hij fluit altijd als een andere vogel iets fout doet en houdt dus wel degelijk het bos in de gaten. Er bestaat geen plaats op aarde waar er geen regels zijn, en zodus ook in de jungle moeten de vogels zich aan regels houden. Elk zijn plek, elk zijn territorium, elk zijn voedselplaats.

DSCN4797fredberg6DSCN5100

Boskip, boomkip, waterkip, vliegkip, kip, kip, kip. Voor elk dier is er wel een ‘kipnaam’, zoals ik het zeg. Surinamers en kip, dat is gewoon een combinatie die je niet uit de weg kan, niet alleen op je bord, maar ook niet in de jungle zo blijkt.  Zodoende heb ik in de jungle gegeten: nasi kip, bami kip en kippensoep. Al een geluk dat ik nu wel vlees eet, of ik had het loodje gelegd vrees ik. Of had ik uren naar het water moeten staren om een vis te vangen. Dat was een van onze nachtactiviteiten, vissen vangen. Ik ben er niet in geslaagd en heb de zoektocht eerlijk gezegd al snel opgegeven. Wel heb ik genoten van de vangst van mijn medejunglebewoners. Verse vis op een spiesje in het vuur en hopla, klaar is kees.

fredberg5DSCN4849DSCN5061DSCN4774

Zelf gevangen, zelf gekookt, zelf gedragen, zelf gemaakt, zelf gedaan, zelfvoorzienend. Dat is wat je moet zijn in de jungle, anders ga je dood. Zelfstandig en zelfvoorzienend. Wie het niet is, maakt geen schijn van kans. Ik kan niet zeggen dat ik zelfstandig en/of zelfvoorzienend ben, ondanks mijn jaren ervaring in de scouts. Aan al mijn scoutsvrienden: mijn gids lachtte me uit omdat we sjorren met touw. Nee, wij Westerse mensen kunnen in geen honderd jaar verklaren dat we zelfvoorzienend zijn. Mijn gids en zijn broer daarintegen, zijn echte Mowgli’s. En dan bedoel ik echt: Mowgli’s. Tijdens een ochtendwandeling met Fred, de gids, zag ik een beest wegspringen. Nog voor ik iets kon zeggen of doen, was Fred de wildernis al in, achter het beest aan. Op zijn blote voeten. Gewoon zomaar de planten, stekkers, bomen, bladeren, takken, boomstronken, ongedierte, beesten, slangen, spinnen, wildernis in. In minder dan drie tellen was hij nergens meer te bespeuren. Met enkel zijn hakmes en short aan was hij letterlijk ‘den bos in’. Nou, fijne gids is dat, ons zomaar achterlaten :). Het beest heeft hij nooit gevangen, maar man, snel lopen kan hij wel.

Fred is een Mowgli. Eens zat hij op het vliegtuig en uit het raampje zag hij een berg. Nu, dacht hij, dat is wel een mooie berg, ik ga hem zoeken. Zonder GPS en puur op gevoel heeft hij er enkele jaren gedaan om zijn eigen pad naar zijn berg te maken. Hij heeft hem gevonden, en de berg, die officieel een andere naam heeft, heet nu in de volksmond: Fredberg. Kun je het je voorstellen dat je je eigen berg hebt? Het is eens wat anders dan je eigen auto. Daar leidde ook mijn pad naartoe, ondertussen al twee weken geleden. Over een pad kun je niet echt spreken. Ik dacht altijd dat ik een goed oriëntatiegevoel had, en misschien heb ik dat ook -vergeleken met andere mensen- op de Vlaamse wegen, waar er zoveel bordjes en aanwijzers staan. Of in de Ardennen, waar je paden hebt die voor je zijn gemaakt. Maar in de jungle, in de wildernis, nee. Ik kan niet eens spreken over een gevoel. Had me daar slechts twee minuten alleen laten staan, en ik zou al niet meer weten waar ik vandaan kwam. Alles is zo dicht begroeid, het is een grote chaos aan bladeren, takken, bomen, planten, vruchten, boomstronken en wat nog allemaal. Zoveel leven, zoveel energie, zoveel indrukken. Ik word er nog steeds wazig van in mijn hoofd al ik eraan terugdenk. Het woord prachtig begint het niet eens te omschrijven. Het is pure magie.

fredberg12

Er is geen maatschappij, er is enkel een samenleving. De dieren leven samen, en het is de wet van de sterkste die telt. Wij als groepje blanke toeristen leefden samen, en het is de opvoeding die we allemaal hebben genoten die maakt dat we niet met elkaar gingen vechten voor het grootste stukje kip. Trouwens, Surinamers eten als ze honger hebben, vertelde Stanley me, de broer van Fred. Ze wachten niet op anderen tot iedereen aan tafel zit om dan lekker gezellig samen te eten. Als je honger hebt, pak je een bord en schep je op. Je schept ook maar 1 keer op, ze eten niet in verschillende porties zoals wij. Dus, heb je honger, ongeacht welk tijdstip of waar, dan eet je. Zit je dan toch toevallig met nog anderen aan tafel, dan moet je ook niet opscheppen voor de andere, laat staan dat je eerst de andere bedient voor je voor jezelf hebt opgeschept. Jij hebt toch honger, en je kan toch niet weten hoeveel honger de andere heeft? Dus waarom moet je dan opscheppen voor de andere? Misschien schep je te weinig, of teveel en daar kan die andere dan aanstoot aan nemen, want je eet maar 1 bord.

fredberg9DSCN4937fredberg7

Doe wat je wil wanneer je wil. Niets moet alles mag. Dat is het leven in de jungle. Je enige zorg? Hoe gaan we onze maag gevuld krijgen vandaag. Er zijn geen discussies, er zijn geen ruzies, er zijn geen problemen. Er zijn geen problemen. Ik zeg het nog eens, want dat is echt de grote impact die de jungle me heeft achtergelaten: er zijn geen problemen. En omdat er geen problemen zijn, zijn er geen zorgen. Waar moet je je zorgen over maken? Dat de zon achter de wolken zit? Dat er een mier over je tafel loopt? Dat het water in de rivier te koud is? Wat kun je er aan doen? Niets. Dat is het leven, en je kan het niet veranderen. Dus vertel mij, waarom maak je je zorgen? Dat doe je niet. En die omschakeling is zo gemakkelijk, ik ben er zelf verbaasd over. Zo gemakkelijk is het om je plots geen zorgen meer te maken. Want je hebt geen telefoon bij, of ja, die werkt toch niet. Je hebt geen verkeer om je heen, toch niet van auto’s, wat de vogels doen in hun vrije tijd is hun zaak, er zijn geen politieke kwesties die moeten uitgedebateerd worden, er zijn geen maatschappelijke problemen of sociale onrust. Want wie het niet aankan, gaat dood. En zo gemakkelijk kan het leven zijn.

Puuuuuuur genieten, is alles wat je kan doen. Rust in het hoofd, rust in het lichaam. Ik heb me nog nooit zo rustig gevoeld, ondanks dat we fysiek erg actief waren. Thuis in Vlaanderen ga ik op de zetel liggen en rust ik uit. Maar ik rust niet uit, nee ik denk aan dit moet ik nog doen, en dat moet nog gehaald worden, en daar moet ik nog passeren, en dat moet ik nog zeggen, en dit moet ik nog kopen, en haar moet ik nog sms’en, en hem moet ik nog waarschuwen. Wel, ik ging op een steen liggen, met een uitzicht over de hele jungle en ik ging rusten. De steen lag niet zo comfortabel als de zetel, maar ik was rustiger dan ooit. Gewoon luisteren en niet nadenken. Het is mogelijk om niet na te denken in het leven. Niets kwam in mij op, niets wat ik nog moest doen, wat ik nog moest zeggen, wat ik nog moest kopen,… Wat zou ik kopen in de jungle?

fredberg14fredberg2fredberg17DSCN4828             fredberg18         fredberg3fredberg1fredberg4fredberg10

De waarde van het leven is niet geld, maar kennis. Als je weet hoe je aan je eten komt in de avond, heb je geen geld nodig om het te kopen, want je weet hoe je de vis moet vangen. Je werkt voor je eigen maag, niet voor je eigen geld. Nu, dit klinkt allemaal als een sprookje en ja zeker, wij staken ook het kampvuur aan met een aansteker, en Fred kan ook niet zomaar alles voorzien zonder dat wij betalen voor de trip, en ik had heus ook wel kleren mee en op het WC (gewoon een balk boven een put) had ik ook WC-papier in de hand, dus nee, ik liep niet als een Mowgli in het oerwoud, en ik heb ook moeten werken om te betalen voor deze trip, maar het zet je wel aan tot denken.

Laat ik je dit nog meegeven: op een bepaald moment konden we onze rugzakken even laten staan want we gingen een klein omtoertje maken om in een grot vleermuizen te gaan spotten. Onze rugzakken gingen we later komen halen. Ik liet mijn fototoestel ook achter. Milou (vriendinnetje van in het huis) keek verbaasd en vroeg: ‘Ga jij je toestel hier zomaar achterlaten?’ Ja, zei ik. Wie gaat het in godsnaam stelen? Er is niemand.

We zijn vrij.DSCN4774