Dat je verder mag groeien in wie je al bent

In deze laatste aflevering van ‘Surivlaamse bondgenoot’ lees je hoe België heeft bijgedragen aan de nieuwe identiteit van Zarissa. Maar ook vandaag nog omschrijft de Surinaamse vrouw zich als een ‘work in progress’.

Elke nieuwe omgeving, ongeacht waar je bent of hoelang je blijft, draagt bij aan een nieuwe identiteit. ‘Niet alleen mijn karakter, verleden of moedertaal maar zeker ook mijn huidige woonplaats bepaalt mijn identiteit. Ik blijf immers beïnvloed door mijn omgeving’, verklaart Zarissa in onze laatste briefuitwisseling. Haar identiteit is wezenlijk verandert sinds haar verhuis naar België.

‘Belgen geven twee – of is het drie? – kussen op de wang bij wijze van begroeting, maar zullen niet gemakkelijk een gesprek aangaan met een vreemde. Die tegenstrijdigheid snap ik nog steeds niet’, steekt Zarissa van wal. Zeven jaar geleden verhuisde ze van Suriname naar België, en nog steeds kan ze sommige Belgische gewoontes niet vatten. Met die onwennigheid heeft Zarissa echter vrede gesloten: ‘Dit is niet mijn land, ik ben hier niet geboren. Het is normaal dat bepaalde dingen altijd vreemd zullen blijven.’ Zarissa is door de cultuurverschillen niet alleen haar eigen Surinaamse cultuur meer gaan waarderen, maar is ook meer gaan nadenken over de Belgische.

last export surivlaams-2
‘Ik wil meer voor mezelf dan afwachten wat het leven me brengt’ – Foto’s: © Arno Briers

‘Op een Surinaams feest kan ik vragen naar een meeneembakje zonder dat ik vreemde blikken toegeworpen krijg. Maar ik vind het ook heerlijk dat het in België niet oké is wanneer iemand onaangekondigd voor je deur staat. In Suriname zouden we die persoon zelf een bordje eten aanbieden. Hier niet!’, zegt Zarissa, die stiekem wel blij is dat ze niet meer hoeft te koken voor die extra onbekende gast. Maar niet alleen in de keuken, ook in de communicatie is Zarissa bewust verandert. ‘Ik ga nu discussies liever uit de weg dan mijn zin door te drijven. Ik heb geleerd dat het vaak de energie niet waard is’, vertelt Zarissa.

Ondanks deze bewuste veranderingen, evolueert de identiteit van Zarissa voornamelijk onbewust. ‘Zo kan ik nu genieten van een wijntje na de maaltijd, terwijl ik het in de eerste jaren van mijn verhuis echt niet kon verdragen’, zegt Zarissa, die in het begin ook niets moest hebben van het platte Vlaamse dialect. ‘Maar nu betrap ik mezelf erop dat ik af en toe ook zo spreek. Heel onbewust dus’, vult ze aan. Maar bewust of onbewust, elke migratie vraagt om verandering. ‘Een nieuwe omgeving confronteert je met verschillende aspecten van je identiteit, je gaat meer nadenken over jouw plaats in de nieuwe maatschappij en wat de aanpassing voor jou als mens betekent.’

You can take the girl out of Suriname, but not Suriname out of the girl

Haar emigratie heeft Zarissa niet alleen zelfstandiger, maar ook assertiever gemaakt. De maar al bekende ‘we zien wel hoe het gaat’-attitude die in Suriname veel terug te vinden valt, is volledig uit Zarissa’s denkwijze verdwenen. ‘Ik wil meer voor mezelf dan afwachten wat het leven me brengt’, legt ze uit. Daarnaast is Zarissa ook haar familie en vriendschappen meer gaan waarderen, omdat het sociaal contact bij een emigratie meestal vermindert of zelfs helemaal wegvalt. Desondanks blijft Zarissa Surinaams, en zijn er bepaalde dingen die nooit zullen veranderen. Zo ook niet haar eetgewoontes, open karakter en Surinaamse gastvrijheid.

Na zeven jaar emigratie zijn de Belgische en Surinaamse culturen voor Zarissa één geworden. ‘Ik heb in België mijn gezin gestart met een Belgische man, Belgische opleidingen gevolgd en Belgische collega’s gehad. Ik heb de inburgeringscursus gevolgd en voel me ook daadwerkelijk ingeburgerd’, verklaart Zarissa haar nieuwe identiteit. Desondanks blijft ze dezelfde trotse Surinaamse vrouw met al de waarden die haar opvoeding en achtergrond haar hebben aangeleerd. ‘Ik wil geloven dat ik het beste van beide culturen naar buiten kan brengen’, verklaart Zarissa, die niet gelooft in een eindpunt wanneer het om eigen identiteit gaat. ‘Doordat we steeds nieuwe ervaringen opdoen en met andere mensen in contact komen, blijft onze identiteit veranderen. Als ik mijn zin had, dan emigreerde ik naar nog een ander land om wéér een nieuwe cultuurdoop te doen. Dat zou ongetwijfeld bijdragen tot mijn identiteitsvorming.’

En met deze zin sluit ik de reeks ‘Surivlaamse bondgenoot’ af. Ik wil Zarissa bedanken voor haar openhartigheid en leuke anekdotes. Meerdere malen heb ik tijdens het schrijven van deze reeks moeten lachen, want ondanks onze omgekeerde situatie herken ik me in veel van Zarissa’s verhalen. Haar verhalen hebben me nieuwe inzichten, hoop en kracht gegeven. Voor wie op de hoogte wil blijven van Zarissa’s avontuur in België, kan haar volgen op ProdoMisi.

Aan alle emigranten in de wereld: we staan er niet alleen voor.
Dank u, Zarissa.

Waar of niet waar?

Mika Kraft (20) was drie weken in Suriname en beantwoordde 10 door-mij-verzonnen-Surinaamse stellingen met ‘waar’ of ‘niet waar’. Sommige zijn om te provoceren, enkele heb ik zelf ondervonden en met nog andere ben ik het dan weer niet eens. Uit eigen ervaring weet ik dat elke reisstijl een ander verhaal naar huis brengt. Als Europeaan is Suriname goedkoop, als stagiaire is het een feest en als immigrant onvoorspelbaar. Maar welke indruk laat het land achter bij een jonge solo-vakantieganger?

Wie is Mika?
De twintigjarige avonturier is afkomstig uit Nijmegen, Nederland. Na enkele bewogen studiejaren, waaronder ook eentje van Fotografie aan het KASK in Gent, besloot hij een jaar voor zichzelf te nemen. Als fotograaf is Mika niet gebrand op de mooiste foto’s en meeste ‘likes’. Hij gebruikt zijn camera liever als een middel om in contact te komen met mensen die hij zonder zijn lens niet zou zien. Vandaar zijn doel om zoveel mogelijk Surinaamse humanitaire projecten voor de lens te brengen. Ik nodig hem uit voor een avondmaal bij me thuis, de camera laat hij achter in het hostel.

Ik stelde Mika op de test namens enkele stellingen; welke inzichten heeft een jonge toerist na drie weken Suriname, tegenover een immigrant na 1 jaar?

Surinamers zijn niet op hun mondje gevallen

Waar.
Mika: ‘Surinamers durven zeggen waar het op staat. Dat merk ik heel hard in de media, die geen censuur kent. Persvrijheid zegt wat over de cultuur, dat Surinamers wel uitspreken waar het op staat. Ook wanneer ik wildvreemden vraag hoe het gaat, krijg ik vaak een politiek gerelateerd antwoord. Desondanks blijft het overgrote deel van het contact informeel.’

Stad en het binnenland zijn twee verschillende leefwerelden

Waar.

30221549_1833227090060888_85101448370585600_o
© Mika Kraft

Mika: ‘Het zijn twee andere, maar geen twee afgesloten werelden. Aan de ene kant is er de relatie met de natuur, waarvoor in het binnenland meer respect is. Afval in de stad wordt gewoon uit het raam geflikkerd. In het binnenland is ook de rolverdeling tussen man en vrouw heel traditioneel ouderwets. De man gaat naar het werk en de vrouw zorgt voor de kinderen. Gereedschappen worden duurzamer gebruikt in het binnenland. Een kettingzaag kan je namelijk niet even bij de buurman lenen. Als er uiteindelijk eentje uit de stad arriveert, heeft het volgende dorp die misschien ook nodig. Stad en binnenland zijn verbonden, maar niet te vergelijken.’

Surinaamse mannen hebben weinig respect voor Surinaamse vrouwen

Onbeslist.
Mika: ‘Een namiddag was ik op stap met een Surinaamse ‘rasta’ man. Hij riep naar alle vrouwen die hij tegenkwam. Ik dacht toen bij mezelf: wat ben jij een lul. Wat wij in Europa ervaren als respectloos gedrag van man tot vrouw, wordt hier opgenomen als erkenning van het vrouw zijnde. Wanneer een Nederlandse man een vrouw nafluit, -roept, toekust of -sist, wordt dat allesbehalve beschouwd als een vorm van respect. In Nederland zou ik er dan ook iets van hebben gezegd, maar hier ken ik de context niet, daardoor is het ook lastig oordelen op deze stelling.’

De Surinaamse cultuur valt niet in één zin te omschrijven

Niet waar.
Mika: ‘De Surinaamse cultuur is samen anders. Suriname kent verschillende culturen en bevolkingsgroepen, maar deze zijn allemaal verwoven in het dagelijkse leven van het land. Samen vormen ze de Surinaamse cultuur. Dat zie je heel hard in Paramaribo, waar alle bevolkingsgroepen gezamenlijk werken, studeren, ontwikkelen, etc. Als het ware bekomen ze de nationale cultuur in het feit dat iedereen anders is.’

30127348_1833228180060779_1976672785753178112_o
© Mika Kraft

In Suriname praten ze alleen maar over eten

Niet waar.
Mika: (lacht) ‘Surinamers praten wel veel over eten, dat is waar. Maar er leeft hier zoveel meer dan eten alleen. Er wordt ook veel gesproken over vrouwen, werk, groei en ontwikkeling. Maar toch, laten we zeggen dat de helft van gesprekken over eten gaat.’ 

Suriname zit in een diepe economische crisis

Misschien waar.
Mika: ‘Het land zit in een economische dip, maar ik weet niet hoe erg. Wel merk ik dat mensen naar de stad komen alleen omdat ze iets nodig hebben, niet omdat ze iets extra te besteden hebben. De vrije uitgaven die besteed worden op cafeetjes, restaurants en kledingzaken zijn enkel op het toerisme gericht. De lokale bevolking heeft er het geld niet voor. Maar of ik het een diepe crisis mag noemen, daarvoor weet ik te weinig of de lokale bevolking er op die mate onder leidt, dat ook basisbehoeften zoals eten en drinken een nood zijn geworden.’

In Suriname is alles goedkoop

Waar.
Mika: ‘De inflatie voor een Europese toerist is momenteel heel gunstig. Dagdagelijkse voorzieningen zijn voor mij dan ook heel goedkoop. Een briefje van SRD 100 is voor mij slechts 10 euro – grof gerekend. Maar wanneer ik daarmee in de taxi wil betalen, hebben de meeste chauffeurs daarop geen wisselgeld. Terwijl als ik in Nederland met een tientje aankom, is dat het minste. Maar als je kijkt naar touroperators en hotels die in euro rekenen, is het helemaal niet meer zo goedkoop. Eigenlijk kan je stellen dat het land goedkoop is, tot je euro’s moet betalen.’

Europeanen hebben de klok, Surinamers de tijd

Waar.

30226835_1833227440060853_609886648817156096_o
© Mika Kraft


Mika: ‘Europeanen zitten zo strak in een schema dat ze er niet meer over nadenken. In Suriname is het tegenovergestelde waar, met als gevolg dat er meer tijd overblijft om te genieten van het leven. Maar dit kent ook zijn keerzijde. Heel vaak beginnen de problemen in Suriname door het tekort aan lange termijndoelstellingen. Alles rustig aankijken en zijn gangetje laten gaan werkt het ondernemerschap en de individuele ontwikkeling tegen. De stelling klopt helemaal, en heeft zowel positieve als negatieve gevolgen.’

Paramaribo is het Las Vegas van Zuid-Amerika

Niet waar.
Mika: ‘Als ik aan Las Vegas denk, denk ik aan iets anders. Toegegeven, de vele casino’s zijn heel aanwezig in Paramaribo en de stad ligt afgelegen in de jungle, net zoals Las Vegas in de woestijn, maar Paramaribo voelt niet westers aan. Ik herken het koloniaal Nederlandse verleden en enkele westerse invloeden – bijvoorbeeld in de straatborden – maar ik vind niet dat Paramaribo een westerse enclave is. Daarvoor heeft de stad veel te veel zijn eigen Surinaamse manier van leven.’ 

Suriname is een aan te raden reisbestemming voor solo-travellers

Waar.
Mika: ‘Een paar weken Suriname kan ik aanbevelen, middels een concreet doel en goede voorbereiding. Als je komt om even het land te bekijken zonder gericht doel, raad ik aan het te combineren met een rondreis door Zuid-Amerika.’

30127986_1833226783394252_9128446525104455680_o
© Mika Kraft

Een enkeltje naar België, alsjeblieft?

Vandaag heb ik zo een slechte dag. Zo een dag waarop ik denk: wanneer is de eerstvolgende vlucht naar Eruopa, en is er nog plaats voor mij? Een dag waarop ik de handdoek in de ring wil gooien, me opsluiten in mijn kamer en voor vijf dagen niet buiten wil komen. Zo een dag waarop ik denk: en nu laten jullie mijn hoofd gerust of ik schreeuw jullie allemaal. Zo een dag waarop ik mijn mama nodig hebt die me vastpakt en zegt: het komt wel allemaal goed.

Dus op zo een dag als vandaag, kan ik niet anders dan mijn toevlucht zoeken in het schrijven, want al de rest heeft geen gehoor, geeft weerwoord en/of begrijpt me niet.

Als buitenstaander, nieuwkomer, immigrant, als ‘andere’ is het altijd aan jou om je te verantwoorden. Het is aan jou om te veranderen, mee te doen, niet mee te doen, aan te passen, om te doen wat je wordt gezegd, het is aan jou om aan te voelen. Een van de grote gebreken die daarin bestaat is dat je als ‘beginnende’ buitenstaander geen waardig weerwoord hebt. Althans, geen waar naar geluisterd wordt. Want alles wat je als ‘andere’ zegt is niet waar, zal wel niet, weet de ander wel niet beter of kan ook weer anders.

Streng. Dat is mijn gevoel van de Surinaamse maatschappij op dit huidige moment. Meedogenloos, niet-empathisch, egoїstisch en al zeker niet rekening-houdend met ‘anderen’. Denk ik het beter te weten? Schattig, maar doe toch maar wat je gezegd wordt. Geef ik (ongevraagd) mijn mening? Het zal wel, wat weet jij daar nu van, doe maar normaal. Loopt er iets fout? Zal zij wel zijn, want ‘die’ weet niet hoe het werkt. En of ik mijn verantwoordelijkheden niet durf op te nemen? Daar lijkt het op ja, want ‘ze’ snapt het blijkbaar niet.

Als onwetende kan ik niet altijd volgen wat er rond me gebeurd.
En daar wordt misbruik van gemaakt.

Wat ik , nu ik na al die zinnen wat rustiger ben geworden, besef is dat dit niet de Surinaamse maatschappij is. Het is eender welke andere maatschappij waar je als nieuwkomer wordt beschouwd. Het is de wereld die zo werkt, al van begin af aan. Survival of the fittest. Je wordt uitgedaagd, als vrouw, als blanke, als donkere, als handicapte, als sociaal-zwakkere, als jongere, als arme, als minderheid of als minderwaardig-aanschouwde. Dat is niet alleen zo in Suriname. Maar in Suriname behoor ik wel tot de minderheid, dus ik ervaar het alleen hier. Verhuis ik volgend jaar naar Colombia, gebeurt daar hetzelfde.

Als immigrant, waar dan ook ter wereld, word je elke dag uitgedaagd door je omgeving, die genoeg energie van je eist – niet vraagt – om daar tegenin te gaan. Om de uitdagende blikken, uitspraken, smoejes en gebaren te weerstaan. Want iemand die je uitscheldt, houdt er geen rekening mee dat je deze ochtend nog financieel bent afgezet.

Als immigrant wordt er geen rekening gehouden met je onzekerheid

Als immigrant wordt er geen rekening gehouden met je onzekerheid, en wanneer je er wat van zegt wordt je lachend verwezen naar het feit dat ze voor anderen even streng zijn. Je weerwoord, als je al ruimte krijgt om dit te geven, wordt met opgetrokken wenkbrauwen gecatalogiseerd als ‘smoesje’. Maar wat ze erbij vergeten melden is dat ze niet weten hoeveel energie het vraagt om zoveel niet te weten. Het sloopt me op dagen als vandaag. Onwetendheid wordt afgestraft, elke keer opnieuw. En opgeven mag je dan ook weer niet, want dan stel je je aan. Dan maar schrijven, want de vlucht naar Europa vertrekt toch zonder mij.

Ik ben hier nog niet klaar.

Liefde maakt (kleuren)blind?

‘Waar gaat je vader?’, vroeg het zoontje van Quincy’s collega, doelende op het feit dat Quincy was weggelopen. Het was zondagavond en Quincy en ik gingen kijken naar een vrouwenvoetbalwedstrijd van mijn toen toekomstige, vandaag huidige, voetbalploeg Oema Soso. Daar aangekomen stuitten we op Quincy’s collega, die samen met zijn vrouw en kinderen ook was komen supporteren. Aangezien ik vier dagen voordien had kennisgemaakt met de kinderen tijdens een potje recreatief voetballen, kwamen ze me vergezellen op de houten tribune.

Ik spoel even vooruit. Quincy moet plassen en verlaat de tribune, waarop de nog driejarige zoon bij mij komt staan en vraagt: ‘Waar gaat je vader?’ Waarna ik hard moest lachen. ‘Zo oud ziet hij er nu toch ook weer niet uit?’ Was mijn eerste gedachte. Omdat kleine nieuwsgierigaard blijft aandringen, wekt dit ook de aandacht van zijn ouders die enkele houten bankjes onder ons zitten. Moeder kijkt om en hoort de vraag van haar zoon, waarop ook zij niet anders kan doen dan lachen. ‘Hij ziet het nog niet’, lacht ze.

En toen kwam het me te binnen schieten. Oh ja, mijn vriend is donker. En ik niet. Terwijl ik voordien dacht dat het het leeftijdsverschil was waarom de kleine Quincy beschouwde als mijn vader. Het feit dat Quincy’s huid donker is, is zo vanzelfsprekend in mijn ogen dat ik er niet bij stilsta. Omdat ik niet de hele dag in de spiegel loop te kijken of op zoek ga naar mijn eigen reflecties in de ruiten, merk ik mijn eigen kleur om den duur ook niet meer op. Ik vergeet maar al te vaak dat ik blank ben, tenzij mijn omgeving me daaraan helpt herinneren, maar dat is een hoofdstuk apart.

‘Liefde maakt blind’ is een veelgebruikt gezegde. Maar maakt het ook kleurenblind? In eerste instantie denk ik van wel. Omdat je iemand graag ziet, zie je bepaalde dingen niet. Zo kan je de flapoor van je geliefde ‘niet’ zien, of zijn/haar scheve tanden, het vele beenhaar of de extra kilootjes. Wat ik bedoel: je aanvaardt je geliefde voor wie die is, ook al is dat anders dan wie je zelf bent.

Maar toen ik onlangs tegen Quincy zei dat de man die de auto tankte (dat wordt hier voor jou gedaan) de bijna 100 SRD aan muntjes in de zak niet nageteld had, moest hij lachen. ‘Natuurlijk, je bent blank.’ Dat deed mijn wenkbrauwen hoog optrekken. Niet omdat hij dat zei, maar omdat het zijn eerste reactie was. ‘Niet alles is mijn kleur, misschien heeft hij niet nageteld omdat ik een vrouw ben, of misschien omdat ik een mooie glimlach heb?’ Waarop ik enkel een flauwe glimlach als antwoord kreeg. Betreurenswaardig, want je geslacht of glimlach, dat staat los van kleur, toch?

Maar misschien komt ‘de kleur’ van de minderheid altijd neer op kleur. Ongeacht welke dat is. Wanneer je niet ‘de norm’ bent wordt ‘het gebrek’ teruggebracht op datgene wat jou ‘anders’ maakt in jouw omgeving. Hoe strijdvaardig me dat ook maakt, het maakt me nog verdrietiger.

Wat is ‘thuis’?

Mensen die me al langer kennen en/of volgen, weten dat ik moeite heb met de invulling en het vinden van het begrip ‘thuis’. Sinds ik twee jaar geleden op reis vertrok en de wereld letterlijk aan mijn voeten lag, werd het al-altijd-vanzelfsprekende concept ‘thuis’ plots niet meer zo vanzelfsprekend. En dat doet nu, twee jaar later, nog steeds pijn.

Ik kan namelijk niet schrijven, denken of praten over ‘thuis’ zonder dat ik de tranen van achter mijn lenzen voel prikken. Ik noem het melancholie; een gemoedstoestand die zich kenmerkt door een onvervuld verlangen. Ben ik dan nog steeds niet thuis gekomen?

Het is zaterdagavond en ik ben alleen thuis want manlief is aan het werk (het feit dat ik al meteen het woord ‘thuis’ gebruik in deze eerste zin zonder daarbij na te denken, zegt natuurlijk ook al heel wat). Dat betekent dat het tijd is voor mijn kwaliteitsvolle tijdsindeling – wat een saaie vertaling is voor quality time; lezen en schrijven. Iets wat ik de laatste dagen erg veel doe; ontspannende romans lezen, de kranten doornemen en journalistieke (opinie-)artikelen schrijven. Sinds mijn derde aankomst in Suriname heb ik echter nog niet veel in mijn dagboek geschreven. Dat is goed nieuws, want daar schrijf ik namelijk alleen in als ik me slecht voel.
Ik heb medelijden met de persoon die ooit mijn dagboeken leest, die zal denken dat ik wel een verschrikkelijk hard leven gehad heb. Ooit las ik eens enkele stukjes luidop voor mijn nichtje . Haar reactie was dat het net leek alsof ik in een strafkamp heb gezeten, in plaats dat ik net van een wereldreis was ‘thuisgekomen’. Zo erg is het dus.
Maar ik wijk af, zoals ik dat wel vaker durf te doen.

Wat me daarnet te binnen schoot tijdens de afwas (want dat behoort blijkbaar ook tot de kwaliteitsvolle indeling van een volwassen vrouw) is mijn definitie van thuis. Deze is al enige tijd onderhevig aan veranderingen. Want wat is thuis nu eigenlijk? Is het iets levenslang, vanzelfsprekend, permanent, standvast, compact, is het een zekerheid? Is het ok om ‘thuis’ in vraag te stellen, of beginnen daar net de problemen?

Hoe meer ik aan het reizen was, hoe vervreemder ik me van mijn ‘thuis’ ging voelen. Want thuis dat was Gent, ik kende niets anders. Maar toen ik ‘anders’ leerde kennen, was ik plots niet meer zo zeker van thuis. Ik wou mijn roots niet verloochelen, ‘thuis’ niet bedriegen maar ‘anders’ ook een kans geven. Sinds die eerste stapjes op mijn wereldreis, ondertussen al twee jaar geleden, werd ‘thuis’ plots een onzeker, bijna onbekend begrip.
Was ik wel zeker dat Gent mijn thuis was, is er maar één thuis per persoon, kan een ‘thuis’ verplaatsen, en hoe dan?

Ik besloot, zoals ik dat vaker doe als ik het niet weet, het te ondervinden. Ik verhuisde naar Suriname, ondertussen al een jaar geleden. Maar nu sta ik die glazen in te zepen en komt het me plots te binnen schieten. Thuis is de plek waar je niet altijd wilt zijn, maar altijd wilt naar terugkomen, want;

Thuis is de plek waar je pas om 1 uur in de nacht de afwas doet, omdat niemand je ertoe dwong deze vroeger te doen;
thuis is de plaats waar je dingen verliest. Je humor, je waardigheid en je autosleutels;
thuis is de plaats waar je geliefden zijn, op foto’s, in je bed of op het computerscherm, maar altijd in je hart;
thuis is de plek waar frustraties geboren, ruzies opgelost, woorden vergeven en daden verricht worden, zoals de afwas;
thuis is de plaats waar je batterij wordt opgeladen en je energie wordt uitgezogen.
thuis is waar je alleen met je gedachten durft zijn;
thuis eet je tot vervelens toe eieren met brood omdat je te lui bent een echte maaltijd klaar te maken;
thuis maakt het niet uit hoeveel haren je benen tellen;
thuis is de plaats waar je dingen vindt, zoals rust, de was en de brief die je tien jaar geleden naar je toekomstige zelf schreef;
thuis is waar je je ziel aan je dagboek vrijgeeft;
thuis is dansen in je ondergoed op de meest nietszeggende muziek;
thuis is waar dromen planten en plannen vormen.

Een huis is vier muren, een douche, toilet, fornuis en een bed.
Een thuis is de plek die je maakt om wie je bent.

Dit weekend stapte ik in mijn pyjama uit mijn voordeur. Een puffende brommer schoot voorbij op onze zanderige weg, de zon gaf zijn blauwpaarse gloed als voorsmaakje voor hij boven het huis van de overburen kwam piepen, grietje bie (naam van een vogel) kwam me groeten met zijn gezang dat erg veel op zijn naam lijkt, een jongen in schooluniform slenterde voorbij terwijl ik mijn handdoek – wak van de afgelopen nacht – van het droogrek pakte en opzag tegen het moment dat ik me daarmee moest afdrogen. Terwijl het geluid van de brommer wegstierf op de achtergrond, werd ik overvallen door een gevoel van complete volmaaktheid. In die uitzonderlijke seconden die het leven je af en toe geeft, hoefde ik helemaal niets.
Ik was compleet, ongecompliceerd en ongetwijfeld thuis. En het zijn die zeldzame, maar ontzettend waardevolle seconden, die de goede keuze van mijn verhuis bevestigen.

Thuis is de plek die alleen jij kan creëren.

 

De uitdagingen van een Surinaamse vrouw in België

‘Een lieftallig vrouwtje die geen kwaad woord zegt over een ander, braaf meewerkt en niet te koop loopt met haar ambities.’ Zo omschrijft Zarissa de ‘perfecte Belgische vrouw’. Een sterk contrast met de luide, Surinaamse vrouw met uitgesproken mening. Daar kijken ze in België op neer, net zoals op Nederlanders, vindt Zarissa. ‘Dat laatste zou elke Belg ontkennen, maar het klopt wel.’

Als donkere vrouw in België wordt Zarissa gemakkelijk over het hoofd gezien. De meeste Belgen kennen Suriname niet, en vanuit die onwetendheid komen veel vooroordelen. ‘Ik word meteen weggezet in een hokje waar geen ambities leven of carriѐremogelijkheden zijn, en waar men al zeker geen Nederlands spreekt’, vertelt Zarissa, die vastberaden is om te laten zien dat het anders kan.

Voor altijd Surinaams
Wonend in België verloochelt Zarissa haar Surinaamse idenditeit niet. Maar soms moet ze zich gedwongen aanpassen om vooruit te kunnen in de Belgische samenleving. ‘Ik steek een filter op mijn mening, toon interesse in Belgische gewoontes en probeer mijn zelfvertrouwen, die te vaak aanzien wordt als hoogmoed, tot zekere mate te temmen’, aldus Zarissa, die vaak van haar Surinaamse landgenoten te horen krijgt dat ze ‘te Vlaams’ praat. Ook haar Belgische landgenoten staan meer dan eens versteld over ‘hoe goed haar Nederlands is’. Daar maakt Zarrisa gretig gebruik van, waarna ze haar mening over actuele vraagstukken en kennis over zowel de Surinaamse als Belgische geschiedenis deelt. ‘En ze vallen al helemaal achterover van verbazing als ik vrolijk Ik hou van u van Noordkaap meezing’, lacht Zarissa.

Daden spreken luider dan woorden
Maar zeven jaar België verandert niet alleen de tongval van een jonge vrouw. ‘België heeft me meer gedreven gemaakt. Mijn relaxte, afwachtende houding heeft plaats gemaakt voor ambitie. Ik wacht niet meer op wat het leven zal brengen, maar ga hard voor wat ik wil’, vertelt Zarissa, die toegeeft dat dit misschien niet alleen aan de prestatiegerichte samenleving ligt. Het kan namelijk ook te maken hebben met volwassenheid, het feit dat ze drie jaar geleden mama is geworden of dat ze gewoon meer uit haar leven wil halen. Maar ongeacht haar woonplaats, blijft Zarissa haar Surinaamse opvoeding, waarden, mentaliteit en levenslust in haar koffertje meedragen. En daar horen ook scheldwoorden bij.

zas_sb4-5‘Wanneer ik weer eens onterecht wordt uitgescholden dat ik terug moet keren naar Afrika, ga ik na de eerste momenten van verbazing en verontwaardiging eerst goed vloeken. In mijn gedachten rollen alle Surinaamse scheldwoorden eruit. Mijn moeder zou zich doodschamen als ik die ooit luidop sprak’, lacht Zarissa. Maar eenmaal afgekoeld, overweegt ze of het de moeite waard is om erop in te gaan, wat het meestal niet is. ‘Ik heb geleerd dat ik me niet over alles kwaad moet maken of in discussie gaan. Daden spreken nog altijd luider dan woorden’, aldus Zarissa, die het voorbeeld van de interimkantoren aanhaalt. ‘Als donkere vrouw krijg je enkel de vacatures voor huishoudhulp voorgeschoteld, alsof je geen andere kwaliteiten bezit’, getuigt ze. ‘Vrouwen worden wereldwijd als minderwaardig bestempeld, moet je nagaan hoeveel zwaarder een donkere vrouw het heeft.’

De nieuwe man
Het verschil in de rol van de vrouw in België en Suriname is volgens Zarissa heel afhankelijk van de economische situatie. ‘Belgische vrouwen zijn op jonge leeftijd al geëmancipeerd. Als vrouw lijken de mogelijkheden eindeloos. Alleen wonen, reizen of bouwen gaat hier gemakkelijk omdat het loon hoger ligt’, getuigt Zarissa. Terwijl aan de overkant van de oceaan je pas uit het ouderlijk huis vertrekt wanneer je een man hebt die financieel bijdraagt.

Niet alleen is Zarissa de rol van de vrouw, maar ook die van de man anders gaan bekijken door haar emigratie naar België. ‘De man is niet alleen een broodwinner, maar speelt ook een actieve rol in de huishouding’, aldus Zarissa. ‘De nieuwe man’, zoals we die in België kennen. ‘Die mag best ook eens overvliegen naar Suriname’, lacht Zarissa.

Realiteit vs. Utopie
Op de vraag hoe Zarissa de utopische man/vrouwverhouding dan zou omschrijven, kan ze geen antwoord geven. ‘Utopische gedachten weerhouden ons om de feiten en realiteit onder ogen te zien. Een utopische wereld zou saai zijn zonder de spanning die imperfectie met zich meebrengt’, zegt Zarrisa, die wel staat voor een betere verstandhouding tussen man en vrouw, gelijke kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt, het wegwerken van de loonkloof en meer vrouwelijke vertegenwoordiging op politiek vlak. Maar wat is de wereld zonder enkele uitdagingen?

Lees volgende maand in deze rubriek ‘Surivlaamse bondgenoot’ meer over Zarissa’s haar nieuwe identiteit, en hoe ze die belichaamt. Neem alvast een kijkje op ‘Prodo Misi’ voor meer ervaringen over Zarissa’s immigratie, en laat weten wat je ervan denkt!

 

Groen respect

Respect is niet gratis. Het is niet iets wat je krijgt, maar verdient. En al durft die weg al eens lang en zwaar te zijn, respect waarvoor je hebt gezweet is de enige waardige vorm van. Het is nu eenmaal nergens anders. Maar misschien nog meer dan elders, geldt deze regel op het vrouwelijke voetbalveld. Daar mag je arm, blank, dik, kaal of zwak zijn, als je genoeg werkt verdien je vroeg of laat respect. 

Respect op het veld is even kwetsbaar als hard te verdienen. Het ene moment ben je de held, bij de volgende slechte actie word je genadeloos afgestraft. De bal test je uithoudingsvermogen, maar het zijn de supporters die beoordelen. En dat gaat snel. Geef je een goede pas, wordt er voor u geklapt, maar geef je een slechte pas en ze roepen je na, terwijl het geklap nog uitsterft op de achtergrond. Dat is misschien nog het mooiste aan voetbal. Het draait niet om een actie, moment, wedstrijd of resultaat. Het is een constante strijd naar perfectie die geen geheugen of limiet kent. Zo snel je opklimt, zo snel kan je vallen. Het is nooit genoeg voor het publiek, maar het is niet voor hen dat je werkt.

Ik ben terug beginnen voetballen. We schrijven vandaag drie trainingen later en mijn hele lichaam doet pijn van alle spieren die ik na zo een lange pauze terug in actie geroepen heb. Maar wat een verademing om terug achter die bal aan te lopen. Soms als een kip zonder kop en andere keren stuur ik die dan weer helemaal de verkeerde kant op, maar waar zijn trainingen anders voor? Het gaat om dat heerlijke moment waarop de bal de netten raakt, je een figuurlijk schouderklopje krijgt of een actie maakt die andere ogen wijd open zet.

Maar dat moment van bevestiging is niets waard zonder de warme voldoening die een harde training geeft. Iedereen die sport weet waarover ik het heb. Het moment na uitputting, wanneer je uit die sportroes ontwaakt en uitgeteld achterblijft.
Zoals ik eerder zei: respect komt niet uit de lucht vallen.

Een Surinaamse voetbaltraining is net als een chaotisch kruispunt oversteken in hartje Paramaribo. Wie niet assertief is, komt nergens. In mijn beginjaren van het autorijden kon ik nog eens ongeduldig achter het stuur zitten. Wanneer mijn moeder dan naast me zat zei ze altijd: ‘Niemand blijft ooit eeuwig staan.’ Nu, moeder, moet je eens naar Suriname komen, want hier krijg je meer dan eens de indruk dat niemand er een probleem in ziet om jou tot morgen te laten staan, daar op de hoek van dat kruispunt.

Ik weet ondertussen al hoe ik de neus van mijn auto vooruit moet duwen, opdat de auto uit de andere richting verplicht wordt me voor te laten, want de enige andere optie is tegen me aanrijden. Ondertussen weet ik ook dat als we balletjes trappen op doel, ik niet rustig in de rij moet aanschuiven, want dat die rij niet gevormd wordt. Je moet je opdringen, want dat is hier niet onbeleefd. Het is iets waar ik nog steeds niet aan gewend ben.

Maar, en dit is bijna even belangrijk als mijn herwonnen liefde voor het voetbal, ik heb iets voor mezelf. Ik bouw aan een leven voor mezelf, steen voor steen. Voetballen met de vrouwen van Oema Soso (het is eens wat anders dan Cercle Melle Ladies) is iets van mij, voor mij, door mij. Met mijn Surivlaamse bondgenoot Zarissa werk ik aan een nieuw artikel dat gaat over de rol van de vrouw. Ze vroeg me wat mijn rol is in de Surinaamse maatschappij. Het antwoord lees je nu nog niet, maar ik kan je alvast verklappen dat ik er serieus een paar dagen over moest nadenken.

Ik doe dit niet alleen voor mezelf, verhuizen naar Suriname. Had ik Quincy niet leren kennen, zat ik nu misschien in Colombia, Argentinië, Brussel of Gentbrugge. Maar ik heb gekozen voor Paramaribo. En zoals ik eerder al eens schreef: je kiest niet voor wie je valt, maar wel voor wie je blijft plakken. Maar ik ben te egoïstisch en avontuurlijk om mijn tijd in Suriname te vullen met het zitten in de zetel, kijkend naar de man waarvoor ik heb gekozen. Dat is leuk, maar gaat na een tijdje ook vervelen.

Ik doe dit voor mezelf, dat voetballen. En het voelt goed. Het is iets wat ik kan, maar waar ik ook beter in wil worden. Het kan misschien iets kleins lijken, Zoë die terug gaat voetballen, maar in mijn hoofd is het best een prestatie. Het is deel van mijn inburgering, zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Van mijn Surinaamse rol binnen deze maatschappij. Wat mijn verdere rolindeling nog is, lees je binnenkort.

Thee met melk en een broodje pindakaas

Het moment dat Zarissa zeven jaar geleden de vlieger opstapte richting België liet ze vrienden, familie en gewoontes, maar ook opties, mogelijkheden en vanzelfsprekendheid achter zich. Ze settelde zich in België, waar ze een leven opbouwde met haar man. In het eerste artikel van onze reeks ‘Surivlaamse bondgenoot’ sprak Zarissa openlijk over de prijs die ze hiervoor – nog steeds – betaald. ‘Heimwee’ maakt daar ongetwijfeld onderdeel van uit. Want sommige dingen passen nu eenmaal niet in een reiskoffer, al zou ze wel willen.

Na zeven jaar België mist Zarissa nog steeds bepaalde dingen uit haar geboorteland Suriname. Vooral de uitjes met vriendinnen, het lachen met haar zusjes, het advies van de mama en het sterke vertrouwen in haar sociale kring. Maar ook dat gemis leerde ze dragen, want ‘uiteindelijk went alles’. Ze accepteerde de situatie, al ging dat niet zonder slag of stoot. Er zijn ook van die dagen dat alles tegenzit.
‘Dan denk ik, f*ck it, ik pak mijn boel en vertrek.’

‘Wanneer ik een slechte werkdag met veel file heb, ik daarbij ook hongerig ben en voor de zoveelste keer het slachtoffer van vooroordelen wordt, ja, dan durft die gedachte wel eens opkomen’, vult Zarissa haar uitspraak aan. Maar tegelijk beseft ze dat dit slechts een emotionele reactie is, het is namelijk allemaal niet zo eenduidig.

Waardering
‘Heimwee is een intens gemis naar alles dat ik gewoon was. Mijn familie om me heen, de vrienden waarmee ik ben opgegroeid en de Surinaamse hitte over mijn lichaam in de vroege ochtend’, verklaart Zarissa haar invulling van het mysterieuze gevoel. Je weet pas wat je mist, als je het niet meer hebt, is een veelgebruikt gezegde en daarom ook niet misplaatst. We onderschatten vaak hoe belangrijk bepaalde mensen of momenten zijn, wanneer die wegvallen komt de waarde hiervan pas echt tot uiting. ‘Ik probeer daarom de tijd te nemen om meer dingen in mijn leven te waarderen. Want ook nu weet ik niet wat de toekomst brengt’, aldus Zarissa.

Je weet pas wat je mist, als je het niet meer hebt

Ook zij maakte voor het eerst kennis met heimwee toen ze haar thuisland verliet, maar over de jaren heen – Zarissa woont nu al zeven jaar in België – heeft ze ook dat gevoel een plaats kunnen geven. Toch is het gevoel van heimwee haar nog steeds niet vreemd.

28461643_10156008782072988_794106524_o
© Arno Briers

‘Wanneer ik online zie hoe mijn vriendinnen samen op stap zijn of als ik de prestaties aanschouw van mijn ambitieuze zus, dan denk ik met een krop in de keel hoe graag ik terug zou willen naar Suriname. Maar door de drukte hier heb ik vaak geen tijd om lang stil te staan bij het verleden en oude herinneringen op te rakelen. Daarom blijft het gevoel van heimwee niet hangen’, zegt Zarissa, die dankzij de sociale media wel kan genieten van Skypegesprekken met haar familie. ‘Maar het is bijlange na niet hetzelfde!’

Onvergetelijke terugkeer
Familie en vrienden spelen een prominente rol in heimwee, want uiteindelijk zijn het deze mensen die ons maken tot wie we zijn vandaag. Maar Suriname is meer dan alleen maar mensen natuurlijk. ‘Ik mis hoe simpel het leven in Suriname was. Het is mogelijk dat ik de situatie verbloem doordat ik lang niet in Suriname heb gewoond, maar ik denk vaak terug aan uitstapjes buiten de stad met vrienden, zwemmen in kreken, een fatu breken (lees: uitstapje maken, nvdr) aan de Waterkant, indommelen in de hangmat of de straten verkennen van plantage Onverwacht, waar mijn oma opgroeide’, vertelt Zarissa dromerig over haar geboorteland.

‘Ik mis hoe simpel het leven in Suriname was’

Toen ze een jaar na haar aankomst in België een potje pindakaas terugvond in de winkelrekken, schrok Zarissa van haar eigen uitgelaten reactie. ‘Ik was dolgelukkig! Ik heb thuis meteen thee met melk gemaakt en een broodje pindakaas gegeten, zoals ik dat vroeger ook at’, vertelt Zarrisa, die met één hap teruggeworpen werd naar haar thuis in Suriname. ‘Terwijl ik als kind altijd klaagde om een broodje pindakaas. Ik hield er echt niet van’, lacht ze.

Lotgenoten
Na zeven jaar denkt Zarissa nu wel geaccepteerd te hebben dat ze af en toe wordt overvallen door heimwee. ‘Het hoort nu eenmaal bij de keuze die ik heb gemaakt, en het gaat ook vanzelf weer weg’, aldus Zarissa. In het begin was dit wel moeilijker te verwerken. ‘Gelukkig vond ik toevlucht bij mijn man, hij heeft ook een jaar in Suriname gewoond en weet dus wat heimwee is’, vertelt Zarissa, die nu ook haar toevlucht vindt bij andere Surinamers in België. ‘Zij zijn mijn lotgenoten. Samen praten we dan over Suriname, de cultuur en de mensen. En voordat ik het goed besef, is het gemis veel minder’, aldus Zarissa.

28418446_10156008783127988_911788517_o
© Arno Briers

Helpt het dan ook om te denken aan alle dingen die je niet mist om knagende heimwee verzachten? ‘De strop die je soms boven het hoofd hangt door de economische situatie van Suriname, mis ik helemaal niet’, vertelt Zarissa, die er soms toch van droomt terug te verhuizen. ‘Maar de huidige situatie houdt me tegen. Hier in België heb ik de ruimte om te sparen, te reizen en mijn familie in Suriname te steunen,’ zegt de Surinaamse Belg, die België als haar tweede thuis beschouwd. ‘Als ik zou verhuizen naar Suriname ben ik zeker dat ik ook heimwee zou hebben naar mijn leven hier in België.’ De vraag of Suriname nog vanzelfsprekend is voor Zarissa, is bij deze ook beantwoord.

Wit geld

Niet alleen zorgt het bezoek van mijn broer Bert en vriend Marcel voor meer leven in huis, ze leren mij ook heel wat bij over een land dat ik dacht te kennen.

Over het algemeen stel ik me in de straten van Suriname iets anders op dan ik in werkelijkheid zou willen. Thuis kan ik wel lekker mezelf zijn, maar op straat wil dat nog niet helemaal lukken. Dat is ongewild, maar gaat bijna als vanzelf. De hele dag ben ik me bewust van mijn huidskleur, die opvalt. Omdat die zo afsteekt stel ik me in het algemeen wat rustiger op, bedachtzamer, verlegen en op de achtergrond. Ik wil de aandacht niet nog meer naar me toetrekken dan mijn witte kleur al voor me doet.

27999511_10214971749836609_1781540155_o
Dancing in the rain

Vooroordelen
Bert en Marcel stellen zich allesbehalve zo op, en zijn daarbij helemaal niet bezig met hun kleur. Het is misschien ook een beetje door de zenuwen, maar over het algemeen komen ze heel joviaal en sociaal over. Soms een beetje te, naar mijn bescheiden normen.

Door hun open gedrag, het feit dat ze iedereen uitbundig groeten en hun blik niet op de grond gericht houden, leer ik dat het ook anders kan. Dat mijn witte huidskleur maar zo wit is als dat ik hem zelf maak. Bang dat ik overkom als ‘die Hollandse witte dame die het allemaal beter weet’ en waarvan haar voorouders de Surinamers onderdrukten, ben ik vaak achterdochtig, verlegen en vermijd ik veel contact op straat.

Mijn witte huidskleur is zo wit als dat ik hem zelf maak

Maar het verschil tussen de jovialiteit van de jongens en mijn eigen terughoudendheid, ligt ook aan het verschil tussen onze seksen. De twee jongens worden gegroet op straat, ik word versierd. Zij worden aangekeken, ik nagekeken. Zij ontvangen minder getoeter en geen gefluit, geen kusjes en geen openingszinnen. Ik zou voor minder verlegen worden.

27999360_10214971748156567_1866152095_o
Koloniale huizen bij Fort Zeelandia

Het kan anders
Maar, een les die ik trek uit hun aanwezigheid, is dat het ook anders kan. Dat ik me niet verlegen moet voelen omdat mijn huid al de aandacht trekt, want ik ben meer dan mijn huidskleur. Door daar nu zoveel rekening mee te houden, doe ik net datgene waarvoor ik anderen afkeur: onderscheid maken. Het maakt integreren alleen maar moeilijker voor mezelf, en al zeker in mijn functie als journalist.

Tot zover heb ik mijn witte huidskleur als nadelig beschouwd. Het was een bewijs van mijn ‘anders’ zijn. Ik was ervan overtuigd dat het me tegenhield in mijn integratie, omdat ik nooit van Suriname zou zijn.

Bestolen
Door het gedrag – en het gemak – van mijn bezoekers besef ik dat het zo niet hoeft. Wit zijn kan ook in het voordeel spelen, net zoals het in het nadeel kan zijn. Zo werd gisteren mijn fototoestel gestolen. Bert en Marcel zaten op de fiets en werden klemgereden, waarna de fietstas door een bromfietser werd weggeritst. Mijn fototoestel zat erin. Wat de jongens gisteren hebben geleerd, is iets wat ik al vroeger heb ‘mogen’ ondervinden.

Bert en Marcel zaten op de fiets en werden klemgereden

Je bent wit en ruikt dus naar geld. Mensen met slechte bedoelingen – en ze bestaan overal ter wereld – hebben je al lang zien aankomen voor jij nog maar in de buurt komt. Je wordt in de gaten gehouden, want wit zijn betekent euro’s, en die laatste staat nu eenmaal hoog aangeschreven. Criminaliteit is geen fabel in een derdewereldland als Suriname, de nodige voorzichtigheid is dus verreist. Als blanke toerist die de spelregels van de straat niet kent, des te meer. Wanneer je vergeet dat je wit bent, ben je ook kwetsbaar. Maar te focussen op de nadelen maakt het er niet gemakkelijker op.

Rotte appels
Het vinden van een goede balans tussen de nadelen en voordelen van je huidskleur is niet gemakkelijk. Bij een tegenslag is daarbij ook belangrijk om niet over te slaan op veralgemeningen, angst of het kweken van een wrok. Ik hoop van harte dat Marcel en Bert de diefstal een plaats kunnen geven. Want ondanks de slechte en de goede mensen, zijn we uiteindelijk toch allemaal gelijk. In elk land zitten rotte appels, net zoals de prachtige, lieve, vriendelijke en leuke mensen. Kijk maar naar Quincy en zijn familie, onder andere.

28034440_10214971748356572_1263537319_o
Parbo Biri Dat Na Biri!

Drie mannen onder een dak

Ons eerste bezoek in Suriname is er eentje van mijn broertje. En dat moet – meer dan eens – gevierd worden. Maar naast de nodige ontspanning wil ik ook wat meegeven aan hen: de wetenschap dat het ook anders kan. 

Nog maar nauwelijks zelf bekomen van de vlucht of we reden alweer richting luchthaven om Bert en Marcel op te halen (broer en een vriend van hem). Naast een drukke agenda en het op orde stellen van onze gastenkamer betekent hun komst ook ons eerste bezoek. En dat is best wel spannend.

28034648_10214971748476575_1626849582_oTen eerste zijn de twee heren nog nooit buiten Europa geweest, iedereen die dat wel al is geweest, weet hoe hard dit kan aankomen. Daarnaast verblijven de twee jongens in ons huis, wat niet bepaald een grote villa is. Ten derde begint deze week mijn eerste werkweek, dus mijn concentratie en focus is elders verreist. Ook lijk ik best wel op mijn moeder: ik wil een goede gastvrouw zijn, niet teleur stellen. Ten slotte bevind ik mezelf met drie mannen onder 1 dak.

Help?

Ik wil de jongens een intense Surinaamse ervaring schenken

Maar s0o far, so good. Het huis wordt langzamerhand wel een boeltje en ik kan gerust wat meer qualitytime met Quin gebruiken, maar gelukkig is er ook nog mijn werk voor afleiding. Want de indrukken die de jongens opdoen laten ons namelijk niet koud. We willen het mooiste van Suriname laten zien, maar ook niet onnodig verbloemen.

28033050_10214971748996588_306290978_o
Met Bert in de auto, op weg naar het zwembad

Dat we het goed willen doen, tast ook ons energiepijl aan. Een familielid hier hebben maakt me heel trots op Suriname, ik pronk met het land alsof het van mij is en krijg er maar geen genoeg van de jongens vol te stoppen met informatie. Ook Quincy geniet.

Maar de jongens zitten in een situatie die ze niet kennen, dus ook hun reacties zijn onvoorspelbaar. Dat maakt me ook op mijn hoede en (onnodig?) zorgzaam. Zo kon Bert zondag niet mee naar de markt omdat hij ziek was, wat achteraf gewoon een kater bleek te zijn, en wil ik dat ze zich op hun gemak voelen, al lijkt dat laatste wel aardig te lukken.

28033338_10214971749716606_1570570258_o  27990839_10214971750356622_1718450387_o  28079823_10214971747836559_1267937361_o

Ik pronk met het land alsof het van mij is

Wanneer ik vraag hoe ze het vinden, schieten woorden te kort om de indrukken te omschrijven. Maar wanneer ik naast mijn broer loop in een traditionele optocht midden in de jungle en onze blikken kruisen, zie ik een cocktail van emoties in zijn ogen. Verontwaardiging, opwinding, enthousiasme en onzekerheid, dat standaard gepaard gaat met de zogenaamde onverschilligheid, dat laatste typisch macho-mannengedrag – als je het mij vraagt.

28080403_10214971748716581_1092001325_o
Met Quincy op Tapu Yari in Klaaskreek, het dorp van zijn vader

Wanneer woorden ontbreken, kun je ogen lezen

Omvergeblazen van het ‘anders’ leven, weet ik diep in mijn hart dat de jongens deze ervaring nooit zullen vergeten, ongeacht wat we doen. Want die warmte – van de zon maar zeker ook van de mensen – doet wat met je lichaam, maar nog meer met je geest.

28126250_10214971751076640_1408249803_o
Optocht door het dorp tijdens Tapu Yari

Surinaamse onafhankelijkheid

Het logo van de slager op de hoek is vernieuwd, mijn buurjongen en -meisje zijn verhuisd, de verpakking van ons wc-papiermerk is veranderd van kleur en aan de overkant is een nieuw koppel ingetrokken – hoewel het me nog niet duidelijk is hoelang zij zullen blijven. Al bij al kan ik zeggen dat ik weinig gemist heb in Suriname, op het eerste zicht dan toch.

Links rijden voelt niet vreemd aan en ik weet nog precies de weg van huis naar Quin’s ouders. Bij de betaling van mijn fitnessabonnement werd me gevraagd waarom ik niet meer kwam trainen en wanneer reclameslogans vanop de grote borden naar me toeschreeuwen, komen de jingles spontaan in me op. Mijn naam staat al meteen onder een artikel in de maandelijkse Parbode, en ik groette Ghandi, de plaatselijke buschauffeur, terwijl ik mijn afwas stond te doen.

Ik herken wegen, hoor mijn bazin op de radio praten, kan de vogelgeluiden linken met een vogelnaam en weet precies welk brood het lekkerste is. Ik ging al langs bij Parbode om mijn loon op te halen en trof het huis in exact dezelfde staat aan als dat ik het had achtergelaten, alleen dan wat rommeliger. Tijdens een grote kuis kwam ik gisteren tot rust met elk ding dat ik een plaats gaf, en daarbij ook een stukje van mezelf. Ik voel me geen toerist, dit is mijn plaats.

In Paramaribo en omstreken zijn er weinig tot geen merkwaardige veranderingen gebeurd in de laatste drie maanden, tot zover mijn driedaagse observatie. De olieprijs van de benzine is weer naar omhoog, maar niets in me verwachtte dat deze dezelfde was gebleven, en er groeit weer gras op het onafhankelijkheidsplein (nadat deze maanden aan een stuk door de regering was afgesloten om verdere stakingen en betogingen te voorkomen).

Anders dan vorig jaar (vergelijken is nu eenmaal één van mijn kwaliteiten) voel ik me geen buitenstaander. De vrouw naast me op het vliegtuig was een Surinaamse, en kwam voor drie weken op vakantie. Ik ben de Belg, die thuiskomt in Suriname. Het kan allemaal.

Wat mijn uitdaging wordt, en dan begint het wel te kriebelen, is een leven voor mezelf opbouwen in dit groene landschap. De plaats dat ik nu inneem, is die van ‘Quincy’s vrouw’. Dat is fijn (en iets om trots op te zijn), maar ik ben meer dan ‘iemand’s vrouw’. Ik ben een vrouw met een pen, een zin voor initiatief en een drang naar onafhankelijkheid (dit begint een beetje op een sollicitatie-interview te lijken). Alleszins: mijn uitdaging in Suriname wordt de onafhankelijkheid. Het maken van eigen vrienden, het uitbreiden van een eigen netwerk, het verdienen van geld met mijn pen, graag naar het werk gaan, het participeren aan evenementen en het organiseren van uitjes. Iedereen die me een beetje kent, weet wel waarover ik het heb.

Hoewel ik me veel minder ‘anders’ voel dan vorig jaar, voel ik me terug ongemakkelijk wanneer ik iets alleen moet doen. Vorig jaar was ik er in den beginne best fier op dat ik alleen inkopen deed. Dat klinkt misschien heel belachelijk, maar het was een ware overwinning. Ik snap dat. Wanneer ik nu alleen maar denk aan het feit dat ik terug naar de winkel moet wandelen om een brood te halen, waar de mannen me allemaal zullen aanstaren en naroepen, zakt de moed me al in de schoenen. Ik eet liever nog een banaan en wacht tot Quincy thuis komt. Dit gaat veranderen.

Ik weet dat dit tijdelijk is, ik heb het namelijk al eerder meegemaakt, maar het is toch een gevoel dat niet te mijden valt, een daarom ook niet verzwegen moet worden.

Ik, onafhankelijk en op mijn gemak in Suriname zodat ik niet alleen goed werk kan leveren maar me ook vrij en onbezonnen kan voelen, daar zet ik op in.

Wat ik nog ga doen in België?

Je kan niet ergens vertrekken zonder iets achter te laten, dat heb ik uit ervaring al mogen ondervinden. Maar ik heb nog drie dagen om te genieten van al mijn vanzelfsprekendheden die mijn vaderland biedt. En dat zal ik doen ook.

De kogel is door de kerk, ik heb mijn visum. Bijna ging ik onderdoor aan het wachten en  de onwetendheid. Frustraties stapelden zich op, en ik had geen enkele controle over de situatie – vooral met dat laatste kon ik maar moeilijk overweg. Wanneer je je emotioneel toelegt op bureaucratie, moet je ook kunnen omgaan met teleurstellingen. Aan het eerste maak ik mij schuldig, aan het tweede heb ik nog heel veel werk.

Nu is het wachten voorbij. En plotsklaps lijkt het allemaal een piece of cake te zijn geweest. De ene dag lig ik al huilend in bed en kan ik alleen nog maar ‘ik hou dit niet meer vol’ mompelen en de volgende dag sta ik luchtig te lachen: ‘het viel toch allemaal wel mee’. Opkropping maakt in één zucht plaats voor opluchting. Mijn schouders voelen twintig kilo lichter aan en mijn hoofd is leeg van zorgen. Ik kan terug intens genieten, want ik weet nu wanneer de Belgische klok voor mij stopt met tikken.

Maar man, wat ga ik mijn vaderland ook missen. Vrienden en familie, dat ongetwijfeld. Maar ook enkele ‘details’ die me nauw aan het hart liggen. Daarom ga ik de volgende dagen, inclusief vandaag, me toeleggen op het uitvoeren van volgende ‘vanzelfsprekendheden’;

– Nog veel koffie drinken, omdat ik me in Suriname moet behelpen met oploskoffie;
– Veel préparé eten, omdat ze die in Suriname niet hebben;
– Smullen van de zelfgemaakte frietjes van de mama, omdat dat nu eenmaal de beste frietjes zijn;
– Zelfde is van toepassing op de zelfgemaakte soep van de mama met het lekkere brood;
– Overal naartoe fietsen, want daar is het in Suriname te warm voor;
– Goe Gents klappen, want dat verstaan ze in Suriname niet;
– Vanuit mijn kamer naar de straat kijken, want er hangt geen tralies tussen;
– Mijn benen ontharen, want het is weer tijd voor de korte shorts;
– Worstenbroodjes eten;
– Avondwandelingen maken, omdat ik in Suriname in de avonduren niet gezellig/veilig over straat kan lopen (afwezigheid van straatverlichting en voetpaden maakt het al snel onveilig, drinkende mannen op de hoek snel ongezellig);
– Nog veel naar mijn vader, moeder en broers kijken, want die zal ik toch maar weer moeten missen;
– Een goede, koude Duvel drinken, want dat is pas een ‘goe bierke’;
– Niet werken, want dat moet in Suriname wel weer;
– In het midden van mijn dubbel bed liggen, want in Suriname moet ik plaatsmaken voor Quincy (alhoewel ik dat niet zo heel erg vind);
– ‘Het Smelt’ van Lize Spit uitlezen, want die heb ik geleend van Jutta en moet hier blijven (aanrader trouwens);
– Mijn nichtjes een dikke knuffel geven;
– En genieten van de koude wind, want iets zegt me dat ik daar in Suriname nog naar ga verlangen.

Kortom: wanneer de details wegvallen, zo ook een stukje ‘thuis’

En dan heb ik het nog niet over u, vrienden, die onmogelijk weg te zetten zijn als ‘detail’.  Jullie zijn nog een heel hoofdstuk apart, eentje dat ook niet weg te schrijven valt. Wat zal ik jullie missen, onze gesprekken en onze verschillen, onze openhartigheid, onze eerlijkheid en discussies, onze vanzelfsprekendheid.

‘In België moet alles vooruit gaan, ook ten koste van de gezondheid’

Zarissa’s eerste kennismaking met de Belgische cultuur was niet bepaald lekker. Het eten waarvoor Arno en zijn huisgenoten zich hadden uitgesloofd, maakte weinig indruk. ‘Ik twijfelde of tonijn en perzik wel goed samen gingen’, blikt ze terug op de avond die haar leven veranderde.

Desondanks de koude schotel geen hoogvlieger was, maakte ze die avond veel plezier. Zelfs nu, jaren later, is het één van Zarissa’s mooiste herinneringen. Het was de start van een innige vriendschap met Arno, die drie maanden stage liep in Suriname. Voor ze het goed en wel beseften, groeide de vriendschap over in een liefdesrelatie. Eentje die Arno al kenbaar had gemaakt, zonder dat Zarissa het besefte.

‘Ik wist niet wat hij bedoelde met de woorden ik zie je graag’, blikt ze hierop terug. Vlak voor Arno terugkeerde naar België, vroeg hij het aan. Ze probeerden een langeafstandsrelatie. Een jaar later, in 2008, stapte ze voor het eerst de vlieger op. Eindbestemming België.

‘Ik wist niet wat hij bedoelde met de woorden ‘ik zie je graag’

Gelijkenissen
‘Het was koud, de gebouwen waren hoger en de mensen teveel met zichzelf bezig’, vat ze haar vakantie kort en krachtig samen. Toch dwong de liefde haar twee jaar later terug het vliegtuig op, deze keer niet voor vakantie. In 2010 vestigde Zarissa zich officieel in Herent, een dorpje bij Leuven. ‘Ik was me enorm bewust van het verschil. Deze keer kwam ik om hier te wonen, en moest ik wel degelijk mijn best doen om de Belgische cultuur te begrijpen’, blikt Zarissa terug.

Dankzij de warme liefde van Arno en de open armen van diens familie, begon ze beetje bij beetje te aarden in het koude Vlaanderen. Haar schoonmoeder bracht haar naar alle sollicitatiegesprekken en de vrienden van Arno namen haar als vanzelfsprekend op in de groep. Al snel leerde Zarissa een heel belangrijk ding over de Belgen: ‘Ze lijken afstandelijk, zeker in vergelijking met de Nederlanders, maar als je door hun muren breekt, maak je vrienden voor het leven.’

cultuurverschillen-2
‘Ik moest wel degelijk mijn best doen om de Belgische cultuur te begrijpen’ – © Arno Briers

Er is geen dag en nacht verschil tussen België en Suriname, aldus Zarissa. Vooral op het gebied van verdeeldheid vindt ze veel gelijkenissen. ‘Ik heb het even moeilijk om de Belgische cultuur te omschrijven als die van de Surinaamse, daar zie ik de gelijkenis in. Net als Suriname, kun je niet van één cultuur spreken in België’, aldus Zarissa, die de verschillende taalgemeenschappen van België aanhaalt. ‘Of de onbegrijpelijk kloof tussen Vlamingen en Walen’, vult ze aan. Maar tegelijkertijd zijn Belgen – net als Surinamers – echte levensgenieters, aldus de Surinaamse Belg.

Rekening houdend met verschillende etnische groepen in Suriname, is het niet zo gemakkelijk om ‘s lands cultuur te omschrijven. ‘Ik praat vaak over de smeltkroes van culturen, de muziek, het Sranan tongo (de in Suriname gesproken taal, nvdr) en zeker over de bereidwilligheid om een vreemde te helpen’, vertelt Zarissa. Dat laatste houd ze hoog in ere, want de meeste Belgen hebben volgens haar een ‘trek je plan’-attitude: ‘Heb je een probleem? Zoek het zelf maar uit. Dat wil niet zeggen dat dit niet zo is in Suriname, maar de mensen daar lijken toch behulpzamer te zijn.’

Binnen of buiten
Wat dan weer helemaal niet te vergelijken valt, zijn de seizoenen in de verschillende landen. ‘Ik moet helemaal niets van de kou hebben, dan ben ik ook moeilijk te overhalen om af te spreken’, geeft Zarissa toe. In de zomermaanden is de kans op warme dagen groter, maar niet gegarandeerd, en dat beseft ze maar al te goed.

cultuurverschillen-4
‘Belgen zijn net als Surinamers echte levensgenieters’ – © Arno Briers

‘Maar in de zomer zijn de Belgen zijn in ieder geval gelukkiger en komen ze graag naar buiten’, observeerde Zarissa al in het verleden. Naast de zomer wordt ze ook blij van de herfst. Dit vanwege de herfstkleuren, wandelingen en traditionele pompoensoep. ‘Zo heeft elk seizoen wel iets. Dat kun je niet zeggen van de grote drogetijd en regentijd in Suriname, waar je slechts moet kiezen als je buiten gaat of binnen blijft’, zegt ze.

‘Suriname zoals ik het achterliet, bestaat niet meer’

Toekomstplannen
Zarissa blijft op de hoogte van haar geboorteland dankzij sociale media en Google Alerts, waarop ze het Surinaamse nieuws volgt. Ook door haar ouders krijgt ze een persoonlijke kijk op de ontwikkelingen in Suriname. ‘Suriname zoals ik het achterliet, bestaat niet meer. Alles is duurder, de wisselkoersen zijn onvoorstelbaar hoog, de corruptie is verergerd en de ontevredenheid onder de bevolking groeit. Het ergste van alles, is dat er nog geen einde in zicht is’, vertelt Zarissa.

‘Het plan om te remigreren mag pas terug op tafel komen als mijn zoon uit huis is’

‘In België moet alles vooruitgaan. Soms lijkt het wel ten koste te gaan van alles, zelfs gezondheid’, vertelt Zarissa. Een verhuis naar Suriname sluit ze daarom nog niet uit. ‘Maar momenteel denk ik er nog niet aan. De economische situatie in het land is niet aantrekkelijk en ik moet ook denken aan de toekomst van mijn zoon.

Het plan om te remigreren mag pas terug op tafel komen als mijn zoon uit huis is. Dan kan hij voor zichzelf zorgen en dwing ik hem niet om samen met mij in een nieuwe avontuur te springen’, vertelt Zarissa. Zelf heeft ze allesbehalve spijt van haar eigen avontuurlijke sprong, ondertussen al zeven jaar geleden.

Lees volgende maand in deze rubriek ‘Surivlaamse bondgenoot’ meer over Zarissa’s heimwee, en hoe ze daarmee om gaat. Neem alvast een kijkje op ‘Prodo Misi’ voor meer ervaringen over Zarissa’s immigratie, en laat weten wat je ervan denkt!

De terugblik van Franky

Franky Deceuninck (55) lichtte vorig jaar een tipje van zijn sluier op, waardoor ik mocht binnenkijken in dat warme, soms verwarrende, hart van hem. Kort en krachtig over verlies, vrijheid en stoppen met roken.

In ‘Een terugblik’ ga ik langs bij drie mensen die in 2017 een belangrijke rol voor me hebben gespeeld. Ik leg elk van hen dezelfde vragen voor (die ik op mijn beurt overnam uit de kerstinterviews van Knack). Samen blikken we terug op 2017, en wat het jaar voor hun betekende. Na mijn Surinaamse vriendin Zamida en mijn lief Quincy, doe ik dat in deze laatste Terugblik met mijn vader, waarmee ik in 2017 wel een heel bijzondere, dankbare band kreeg.

Wat heb je in 2017 voor de allereerste keer gedaan?
Een toespraak gehouden op de uitvaartplechtigheid van een geliefde.

Welke persoonlijke overwinning heb je behaald in 2017?
Ik ben gestopt met roken!

Welke nederlaag heb je geleden?
Geen, denk ik. Ik heb misschien wel wat kansen laten liggen.

Waar heb je het meeste plezier aan beleefd?
Ik ben getuige van de ontwikkeling van mijn drie kinderen. Hun zoektocht in deze unieke fase van hun leven.

Welk nieuwsfeit was voor jou het meest betreurenswaardig?
Alle berichten over de toenemende vluchtelingenproblematiek in de wereld.

Heb je te veel of te weinig tijd besteed aan sociale media?
Genoeg om het interessant te houden voor mij. Sociale media is niet mijn medium. Ik gebruik liever de traditionele media, die minder vluchtig is.

Over welke kwestie ben je anders gaan denken?
Over het begrip vrijheid, we zijn minder vrij dan we graag zouden willen zijn…

Wat heb je gemist in 2017?
Solidariteit en begrip voor elkaar, dat lijkt alleen maar te verminderen.

Wat had je beter willen doen in 2017?
Ik had graag wat meer aandacht willen geven aan mensen die dat verdienen. Ook de balans tussen werk en gezin had ik beter willen doen.

Waar was je het liefst in 2017?
Thuis, in mijn eigen vertrouwde omgeving.

Wat was je mooiste moment van 2017?
Mijn dochter haar terugkeer in Gent, na 9 maanden afwezigheid, was een heel mooi moment. Verder heb ik door de dood van mijn broer niet veel kunnen genieten.

Welke goede daad heb je verricht?
Moeilijke vraag. Ik denk dat het stoppen met roken ene goede daad voor mijzelf is.

Welk boek, welke plaat of welke film/tv-serie heb je dit jaar het meest van genoten?
De essays van filosoof Montaigne om te lezen en de Blue Planet documentaires voor de onwaarschijnlijke beelden.

Wat wil je verwezenlijken in 2018?
Innerlijke rust vinden, en de goede band met vrienden en dierbaren behouden.

De prijs van een wereldreis

Een wereldreis komt een wereldreiziger duur te staan. Dan heb ik het niet over geld, want er valt meer te verliezen dan wat munten. Ook de dagen gaan vooruit, daar waar ik niet ben maar het wel ken. 

Soms lig in ’s avonds in bed en kan ik niet slapen. Dan denk ik aan alle landen die ik bezocht heb, en alle mensen die daar nog zijn.

Iemand zei tegen Socrates dat een zeker iemand er door zijn reis absoluut niet op vooruit gegaan was: ‘Dat wil ik geloven’, antwoordde deze, ‘hij heeft zichzelf meegenomen.’ – Montaigne Essays: ‘Over eenzaamheid’

Mijn wereld bestaat al van lang voor 12 januari 2016, de dag dat ik op wereldreis trok, uit meerdere werelden. Sinds ik me kan herinneren ga ik vakantie. Naar Frankrijk, Spanje, Ierland, Engeland, Noorwegen, Duitsland, Tsjechië, Roemenië en Nederland.
Deze landen hadden allemaal iets met elkaar gemeen: ze belichaamden allemaal een westerse cultuur. Misschien is Roemenië nog het enigste land dat andere cultuur bezat dan het westen alleen, maar ik heb er niet de tijd voor genomen die te ontdekken.

IMAG3110
Peru – Ik zal nooit die weg naar boven vergeten. Het was vier uur in de ochtend.

Sinds 12 januari 2016 is de wereld letterlijk en figuurlijk voor mijn voeten groter geworden. De prijs van een wereldreiziger, een immigrant, is dat deuren opengaan. Dromen, televisiebeelden, tekeningen en verhalen krijgen kleuren, geuren en smaken. De ene al mooier en de andere al lekkerder. Niet elke deur opent even toepasselijke mogelijkheden en soms wil je de deur niet door, maar de koppigheid van een wereldreiziger kent ook de trotsheid van een narcist. Je geeft je niet zomaar gewonnen, want daarvoor ben je niet zover gekomen.

De koppigheid van een wereldreiziger kent de trotsheid van een narcist

Werelden gaan voor je open zonder dat je de deur weer helemaal kan sluiten. Het is een verslaving van een combinatie aan opwinding en onwetendheid: dodelijk wanneer je er teveel ineens van neemt.

IMG-20160424-WA0039
Peru – Tussen de resten van een oude Incastad

Twee werelden en een onsterfelijk dubbel verlangen is mijn prijs die ik betaalde voor mijn tien maanden zelfstandigheid, die ik hier en daar heb opgedwongen, dan al eens verdiend. Van mezelf. Mijn rugzak en ik, en al de rest kan gestolen worden.

Ik heb het van kleins af aan al willen kunnen: op twee plaatsen tegelijk zijn. Daar was het herfstfeest van de scouts en enkele kilometers verder mijn voetbalwedstrijd. Beiden begonnen op zaterdagnamiddag om twee uur. Ik moest dus kiezen, want ik had al eerder ondervonden dat het me niet lukte om op twee plaatsen tegelijk te zijn. Geen ruimte voor ingevingen op het laatste moment. Mijn hart brak, ik voelde me machteloos verscheurd, en het was niemands schuld.

Afstand heb ik al altijd geweten, maar de omvang ervan, nooit begrepen.

Wat ik toen dacht te kunnen omschrijven als ‘het einde van de wereld’, is vandaag niet minder waar. Alleen gaat het niet meer tussen Melle en Gentbrugge, maar België en Suriname. En dat komt, hoe raar dat ook mag klinken, op hetzelfde neer. Afstand is iets wat ik altijd al heb geweten, maar ik heb de omvang ervan nooit begrepen.

IMAG5592
‘Happy days’ in Indonesië

Sinds 15 september 2016, de dag dat ik landde op Belgische bodem, is de wereld onder mijn voeten – letterlijk en figuurlijk – een stukje kleiner geworden.
Het leven draait hier, en daar. Hier waar ik ben, en daar waar ik niet ben. Tegelijk en op hetzelfde tijdstip, dat alleen anders is in cijfers. Maar ook de dagen gaan daar vooruit, daar waar ik niet ben maar het wel ken.

En het ‘daar’ even graag willen zijn als hier, is de prijs die ik betaal. Wat ooit genoeg was, is dat nu niet meer. De rust moet daar nog in vinden.

De terugblik van Quincy

Quincy Westenburg (34) is geen slecht mens, met een zuiver hart die het leven niet al te moeilijk maakt. Een gesprek over Suriname, schreeuwen en grenzen verleggen.

In ‘Een terugblik’ ga ik langs bij drie mensen die in 2017 een belangrijke rol voor me hebben gespeeld. Ik leg elk van hen dezelfde vragen voor, die ik op mijn beurt overnam uit de kerstinterviews van Knack. Samen blikken we terug op 2017, en wat het jaar voor hun betekende. Vandaag is het de beurt aan Quincy Westenburg, die ik sinds maart 2016 trots mijn vaste vriend mag noemen.

Wat heb je in 2017 voor de allereerste keer gedaan?
In 2017 ging ik voor de eerste keer voorbij mijn opa’s dorp, nog meer naar het zuiden van Suriname. De diepe jungle was even nieuw voor mij als mijn vriendin. Daarnaast reed ik voor de eerste keer rechts op de rijbaan, toen we op vakantie waren in Aruba. Vroeger dacht ik dat het genoeg was om te werken, zodat ik kan eten en me kan kleden. Dankzij verschillende uitstapjes en een leuke vakantie heb ik beseft hoe belangrijk het is om op vakantie te gaan.

Welke persoonlijke overwinning heb je behaald in 2017?
Ik heb het ouderlijke nest verlaten en ben gaan samenwonen met mijn vriendin. Twee jaar geleden dacht ik er niet aan om uit mijn moeders huis te gaan, ik vond het fijn daar. Ik voelde me er veilig en gelukkig, vrij. In 2017 ben ik uit die comfortzone gestapt.

Welke nederlaag heb je geleden?
Ik heb onvoorziene uitgaven gedaan bij herstellingen aan mijn bus, die achteraf helemaal niet nodig bleken.

Waar heb je het meeste plezier aan beleefd?
Ongetwijfeld mijn vakantie op Aruba. Dat was een heel gelukkige week.

Welk nieuwsfeit was voor jou het meest betreurenswaardig?
Dat Real Madrid voor de tweede keer op een rij de Champions League won en daarmee geschiedenis schreef. Als Barcelonafan is het een groot dieptepunt. Het net als reizen naar de maan, niemand vergeet dat de Amerikanen er eerst waren. De tweede is al veel minder speciaal.

Heb je te veel of te weinig tijd besteed aan sociale media?
Ik denk te veel. Ik moet er mee ophouden want het neemt veel tijd van me. Voor ik het besef ben ik een uur aan het scrollen. Het is niet nuttig, ik kan beter een boek lezen. Zo kan ik mijn woordenschat verrijken.

Over welke kwestie ben je anders gaan denken?
Het gaat misschien een beetje asociaal klinken, maar in 2017 heb ik geleerd om mezelf op de eerste plaats te zetten, durven nee zeggen. Ook ben ik anders gaan denken over mijn eigen toekomst, ik heb de eerste stappen ondernomen om mijn dromen na te gaan.

Wat heb je gemist in 2017?
Goed leiderschap in Suriname. Iemand die het land vanuit het hart, en niet omwille van het eigenbelang, bestuurt. Een goede leider die de politiek niet gebruikt om de weg naar zijn eigen doelen te versnellen, en durft handelen voor de toekomst, en niet alleen vandaag. Zo een persoon mis ik, en veel mensen in Suriname.

Wat had je beter willen doen in 2017?
Er zijn dagen geweest waarop ik mijn vriendin heb gekwetst, misschien kon ik op momenten wel een betere vriend zijn voor haar.

Waar was je het liefst in 2017?
There is no place like home, dus zeker in Paramaribo, Suriname. Ik ben nergens zo graag als dat ik languit in de zetel lig, gewoon lekker niets doen.

Wat was je mooiste moment van 2017?
Op Aruba zaten mijn vriendin en ik in een romantische setting te dineren. De zon ging onder, en dankzij het restaurant op de berg hadden we een mooi uitzicht op de stranden. Ik vroeg of ik haar een vraag mocht stellen. Zij had natuurlijk een heel ander gedacht over de vraagstelling en trok haar conclusies. Terwijl ik alleen maar wou weten of ze gierig was. (lacht)

Welke goede daad heb je verricht?
Ik heb zoveel goede dingen gedaan, ik ben geen slecht mens. Ik heb geen erkenning nodig voor de dingen dat ik doe, omdat ik ze uit mijn hart doe. Het kan van kleine dingen gaan, zoals voor iemand een belkaart voorzien, tot de grote dingen, zoals een verassing organiseren voor mijn vriendin haar verjaardag.

Welk boek, welke plaat of welke film/tv-serie heb je dit jaar het meest van genoten?
‘Mi No Lob’ van Broederliefde, omdat het lied helemaal bij mijn persoonlijkheid past. Ik hou zelf ook niet van geschreeuw (‘je moet me niet schreeuwen’ is een vaak voorkomende zin in het lied, nvdr)

Wat wil je verwezenlijken in 2018?
Veel lachen.

Misschien vandaag

We zijn ondertussen al twee maanden in België. Elke dag sta ik op met dezelfde, eerste gedachte: misschien vandaag, misschien ook niet. Steeds wachtende op de juiste papieren om terug het vliegtuig te mogen instappen, richting Suriname. Het is frustrerend en vervelend, want het westerse leven heeft me snel weer in zijn greep.

Toen ik op een zonnige dag mijn plantjes water stond te geven, werd ik daarbij omringd door twee springende buurjongens en een ietwat-timider buurmeisje. Met grote ogen keken ze toe hoe ik mijn nieuwe, voor mijn verjaardag gekregen gieter vulde met koud water. Toen ik rustig mijn plantjes de verfrissing gaf waar ze kreunend onder de zon naar verlangden, voelden ik hun altijd-lachende ogen op mijn rug priemen. Tot de oudste dicht bij me kwam staan en nieuwsgierig naar me opkeek. ‘Waarom woon je niet in jouw land?’

Wat volgde was een aanééngeregen gebrabbel als antwoord, die de gezichten van mijn twee buurjongens (en meisje) verstomd deden staan. Met gefronste wenkbrauwen en twee vraagtekens in hun ogen keken ze toe hoe hun buurvrouw met de – nu lege – gieter in haar hand probeerde uit te leggen dat het leven niet altijd beter is omdat er meer geld is, dat je niet verplicht bent te sterven op de plaats waar je geboren bent en dat je je op een andere plaats soms meer jezelf kan voelen dan in je eigen geboorteland. Waarschijnlijk ging ik te psychologisch, gebruikte ik te moeilijke woorden, of misschien dachten ze gewoon dat ik gek was.

Alleszins, mijn uitleg werd al snel vergeten toen ‘Meneer Pad’ besliste zijn kans te grijpen, en hij met snelle sprongen uit zijn veilige haven (mij bloembak) in de goot verdween. Na opgewonden geschreeuw van de jongens, lieten ze teleurgesteld hun hoofden zakken (al dagenlang wachtten ze op de kans om ‘Meneer Pad’ in hun zelfgemaakt ‘zoo’ op te sluiten). Ik keek ze na hoe ze druk overleggend terug naar hun huis liepen, de lege gieter nog steeds in mijn handen. Toen het meisje zich nog even omdraaide om naar me te zwaaien, bedacht ik dat het misschien maar goed was dat ‘Meneer Pad’ de aandacht had opgeëist. Want hoe leg je aan kinderen uit dat ‘het fantastische Europa’ niet mijn beloofde land is?

Het is verraderlijk aantrekkelijk, die westerse wereld. Het zuigt je mee in de opwinding van de koopjes en de socialiteit van de massa. Het wekt de illusie dat we er niet alleen voor staan, en dat is misschien nog wel het verleidelijkste van allemaal.

Tijdens mijn wereldreis, ondertussen al twee jaar geleden, heb ik me talloze keren ongemakkelijk gevoeld. Op alle werelddelen van de aarde en tot op het diepst van mijn botten. Soms was het ‘maar’ miscommunicatie, soms omdat ik van een trapje viel op een druk stadsplein. Maar het is de verwondering, die het ongemak voor gaat en de miscommunicatie na komt, die me houdt in het land dat niet van mij is. In Suriname, waar ik geen geschiedenis mee deel en waar ik mijn weg niet ken.

Ella&Zoë Gent winter 2017

Terug in België, is het alsof ik nooit ben weg geweest. Ik fiets de straten waarop ik al mijn hele leven fiets. Ik loop de paden die ik al mijn hele leven beloop. Ik rij met de auto aan 120 km/uur over de verlichte snelwegen alsof ik nooit iets anders in mijn leven heb gedaan. Ik spring op en van treinen alsof ik het nog mijn hele leven zal doen.

En hoe meer ik die handelingen herhaal, hoe vreemder de gedachte wordt aan mijn eigen huis. Met mijn eigen was, mijn eigen plas. Met mijn verantwoordelijkheden als collega en werknemer, als journalist en lief, als schoonzus, als vriendin, als eenzaat. Daar, aan de overkant van de oceaan.

Alles wat ik daar heb opgebouwd, bestaat hier niet, alleen in mijn hoofd. Alles waarvoor ik daar gezweet en gezwoegd heb, lijkt hier een verre droom.
Alsof ik nooit zelfstandig ben geweest.

Alsof ik een boek lees en het na enkele hoofdstukken open op mijn nachtkastje laat liggen, met de rug naar boven. Wachtende op het moment dat ik het weer zal oppakken, verder zal bladeren. Ik kan hier niets opbouwen, want ik ga weg. En ik kan daar niets ondernemen, want ik ben hier. Een verhaal op pauze.

Maar eentje die veel liefde kent. Het is een hoofdstuk apart, en niemand weet wanneer het eindigt.

Misschien morgen.

Mama Papa Zoë winter 2017

De terugblik van Zamida

Zamida Kroes (36) heeft het hart op de tong en durft het leven in vraag stellen, maar helemaal Surinaams noemt ze zichzelf niet. Een gesprek over kerstpakketjes, een chaotische kleerkast en geldtekort.

In deze nieuwe rubriek, genaamd ‘Een terugblik’, ga ik langs bij drie mensen die in 2017 een belangrijke rol voor me hebben gespeeld. Ik leg elk van hen dezelfde vragen voor (die ik op mijn beurt overnam uit de kerstinterviews van Knack). Samen blikken we terug op 2017, en wat het jaar voor hun betekende. Als eerste stel ik u voor aan Zamida Kroes, mijn eerste Surinaamse vriendin.

Wat heb je in 2017 voor de allereerste keer gedaan?
‘Ik ben voor het eerst met mijn jonge broer op vakantie gegaan, voor een kort weekje naar de Dominicaanse Republiek.’

Welke persoonlijke overwinning heb je behaald in 2017?
‘Ik ben eindelijk verhuisd van het district Para, naar de hoofdstad Paramaribo, en woon hier nu in m’n zelf ontworpen mini huisje. Afgelopen oktober ben ik ook gestart met een opleiding voor het behalen van een Pedagogisch Getuigschrift, zodat ik in de toekomst les kan geven.’

Welke nederlaag heb je geleden?
‘In 2017 had ik haast nooit geld. Ik ervaarde dit als een grote nederlaag omdat ik niet veel verder kwam dan het betalen van mijn rekeningen. Verder kon ik haast geen leuke dingen doen.’

Waar heb je het meeste plezier aan beleefd?

‘Ik heb bewust alleen dingen gedaan waar ik voor de volle honderd procent achter stond.’

Welk nieuwsfeit was voor jou het meest betreurenswaardig?
‘De vele berichtgevingen van gepleegde berovingen en overvallen maken me een beetje bang.’

Heb je te veel of te weinig tijd besteed aan sociale media?
‘Weinig, maar niet te weinig.’

Over welke kwestie ben je anders gaan denken?
‘Dat ik toch niet helemaal Surinaams ben. Ik ben er in 2017 weer achter gekomen dat ik toch anders denk en doe dan de meeste Surinamers. Misschien hoor ik toch niet helemaal in Suriname…’

Wat heb je gemist in 2017?
‘Ik heb eigenlijk helemaal niets spannends gedaan. Alles wat ik heb gedaan was voorspelbaar. Ik heb geen spannend avontuur beleefd en nu mis ik dat wel.’

Wat had je beter willen doen in 2017?
‘Ik bleef vaak in m’n comfort zone hangen, ik denk dat ik daar af en toe gewoon uit moet stappen en een beetje meer geven.’

Waar was je het liefst in 2017?

‘Ik was heel vaak thuis en dat vond ik super fijn.’

Wat was je mooiste moment van 2017?
‘Op m’n verjaardag had ik een hele leuke dag met al m’n vriendinnen. Ook de dag dat ik hoorde dat ik een nieuwe baan had, was ik super gelukkig.’

Welke goede daad heb je verricht?
‘Ik heb een krantenverkoper een kerstpakket gegeven. Vooral de week voor kerst heb ik sociale daden verricht waar ik trots op ben. Zo heb ik ook samen met collega’s kinderen uit een kindertehuis een leuke dag bezorgd.’

Welk boek, welke plaat of welke film/tv-serie heb je dit jaar het meest van genoten?
‘Helaas heb ik heel weinig gelezen. Het laatste boek dat ik gelezen heb was De belofte van Pisa, geschreven door de Marokkaanse Mano Bouzamour.’

Wat wil je verwezenlijken in 2018?
‘Ik heb een top 3, allereerst wil ik nieuwe mensen ontmoeten. Daarnaast wil ik minder chaotisch zijn, beginnende met het opruimen van mijn kleerkast, en goede prestaties leveren op het werk.’

Minder mopperen, meer lezen en beter schrijven

Ik ben niet zo van de voornemens, maar ik vind de jaarwisseling een goed excuus om even een samenvatting van de afgelopen 12 maanden te maken. Dat ontspoort al snel tot een samenvatting van mijn hele leven, aangezien ik moeite heb om te stoppen met denken. 

Ik kijk in de spiegel en ben best tevreden met mezelf. Ok, mijn lippen zijn dik en mijn neus asymmetrisch, mijn tandvlees is ontstoken en mijn linkeroog is groter dan het rechter. De ingegroeide haren op mijn benen zorgen voor paarslelijke plekjes en mijn borsten mogen wat groter. Allemaal opgesomd kan het best beter. Maar, mijn moeder heeft haar best gedaan en ik heb een man gevonden die van me houdt, dus ik klaag niet.

_MG_0694
Profielfoto van het jaar, genomen in Guyana 2017

Belangrijker is wat er in mijn hoofd afspeelt. Tenslotte moet u op mijn gezicht kijken, ik niet. Ik ben tevreden met wat er binnen in me afspeelt. Ik koester mijn herinneringen aan mijn reizen en mijn lief en ben niet vergeten hoe ongelijk en oneerlijk deze wereld in elkaar zit. Toch blijft deze meedogenloos draaien alsof er geen vuiltje aan de lucht is en wordt elke natuurramp genegeerd bij het grootste deel van de mensheid, uit de overtuiging dat onze hulp verloren gaat in de schreeuwen van de bosbranden.

Ik geloof niet meer in de grenzen van een land en ben ervan overtuigt dat continenten geen beperkingen vormen in de ontwikkeling van een persoonlijkheid. Hoe meer iemand reist, hoe kleiner de wereld wordt, hoe sneller illusies doorprikt zijn, hoe eerlijker iemand spreekt. Hoe meer een reiziger vliegt, hoe sneller ze met beide voeten op de grond staat. Het is niet mijn levensdoel om armoede uit de wereld te helpen, een kuur te vinden voor eenzaamheid of de wereldvrede te bekomen.

mam pap96
Papa, mama en twee jarige Zoë in 1996

Al bij al heb ik meer haalbare dromen. Ik wil mijn leven niet geven aan het uitdelen van voedselpakketten, het verzorgen van oorlogswonden, het opvangen van vluchtelingen,  of het bemoederen van eenzame kinderen, nochtans allemaal haalbare, nobele doelen. Ik kan veel willen, maar om te slagen in hetgeen wat ik werkelijk kan, moet ik kiezen. Selecteren en focussen.

voorlezen papIk heb het geluk bij de selectie mensen te zitten die weten wat ze willen doen nog voor ze een keuze kregen.  Ik wil mijn geld verdienen met mijn pen. Niet omdat ik er rijk van ga worden, wel omdat ik in alle dagen die mogen komen, niets anders wil doen dan het geschreven woord liefhebben.

Twee jaar geleden vertrok ik op wereldreis. Vorig jaar verhuisde ik naar Suriname. Dit jaar wil ik minder mopperen, meer lezen en beter schrijven. Geen onmogelijke opgaves, vergeleken met mijn activiteiten in de vorige jaren. Verder ben ik nog niet klaar met het ontdekken van deze wereldbol (vooral Zuid-Amerika heeft mijn interesse), wil ik dieper duiken in de intense bubbel die ik deel met mijn lief, Quincy, wil ik mijn ouders eer aandoen en mag geld mijn jaar niet bepalen.

Daarnaast verwacht ik me dit jaar ook vaak eenzaam, zwaarmoedig, hopeloos en radeloos te voelen, want zonder die gevoelens ben ik nu eenmaal niet compleet.

IMAG5785
Zuid-Afrika

 

Hoe duur is het prijskaartje van de emigrant?

Na zeven jaar in België blijft Zarissa ‘de buitenstaander’, ‘die Congolese’. Maar achter haar donkere ogen schuilt een verhaal. Een verhaal dat ondanks onze huidskleur, naam en taal, ondanks onze culturen en bestemmingen, vergelijkbaar is met dat van mij. Want ook ik ben ‘die andere’ in de straten van Paramaribo, ‘de Nederlandse’. Elk terug in ons eigen geboorteland, zijn we degene die vertrokken is. ‘Tijdens een bezoek in Suriname werd me duidelijk dat ik er niet meer bij hoorde. Ik werd Belg genoemd’, vertelt Zarissa.  

Zarissa’s emigratie begon als nietsvermoedende 19-jarige journaliste bij avondblad De West in Paramaribo, Suriname. Bij het rondleiden van een nieuwe lichting Belgische stagiaires, leerde ze Arno kennen. Drie jaar later, in 2010, ging ze hem achterna en verhuisde ze officieel naar België, waar ze nog steeds met Arno en hun driejarig zoontje Rynn woont. ‘Ik ben een Surinaamse Belg, want ik heb nu twee identiteiten.’

izjnw-2
Zarissa: ‘Ik ben een Surinaamse Belg, want ik heb nu twee identiteiten’ © de Vormkrijger

Aangekomen in België, kon Zarissa de eerste maanden alleen van een thuisgevoel spreken binnen de vier muren van hun appartementje. ‘Het was een ruimte die wij samen hadden gecreëerd. Alles daarbuiten was vreemd voor mij’, verklaart Zarissa. Ze had het in die periode heel moeilijk met haarzelf, enorm veel heimwee, geen werk en geen vrienden. ‘Bij elke kans die ik kreeg, vluchtte ik naar familie in Amsterdam, waar de Surinaamse cultuur levendig is’, vertelt ze over deze moeilijke periode. Geleidelijk aan is ze toch gaan wennen aan haar nieuwe omgeving in België. ‘Toen ik vast werk had en het Vlaams beter kon verstaan, ging het stukken beter. Zeker toen we verhuisden van Herent naar Antwerpen, was het alsof ik in een totaal andere wereld stapte’, getuigt Zarissa.

‘Het bleef niet bij de gebruikelijke opmerking wat ben je dik geworden‘

Nergens thuis
‘In België heb ik me altijd de buitenstaander gevoeld. Degene met een ander accent, achtergrond, opvoeding en mentaliteit. Maar daar had ik vrede mee’, vertelt Zarissa. Tot ze na een jaar terugkeerde naar haar geboorteland Suriname. Daar kwam ze tot de onverwachte ontdekking dat ze zich ook niet meer thuis voelde. ‘Ik was degene die vertrokken was. Hoewel ik het niet zo ervaarde, was ik in de ogen van mijn familie en Surinaamse vrienden verandert’, blikt ze terug op haar eerste bezoek. Het bleef niet bij de gebruikelijke opmerking ‘wat ben je dik geworden’, die Surinamers steeds weer gebruiken als iemand terugkeert na een maandje vakantie. ‘Het werd me duidelijk gemaakt dat ik er niet meer bij hoorde. Ik werd Belg genoemd, terwijl ik mij totaal geen Belg voelde. Niet in Suriname, en zeker niet in België’, vertelt Zarissa. Intussen heeft ze dit geaccepteerd.

Zarissa en Rynn
Zarissa met haar driejarig zoontje Rynn © de Vormkrijger

‘Het klinkt wat triestig, maar ik voel me nergens echt thuis,’ vertelt ze, ‘Het is de prijs die ik moet betalen voor mijn emigratie. Ik zal altijd vastzitten tussen twee landen, twee culturen en twee identiteiten.’ Onder familie is ze bar’ bigi lafu Zarissa (letterlijke vertaling: ‘uitbundig lachende Zarissa’) die in België woont, onder haar Belgische collega’s en vrienden is ze ‘die goedlachse Surinaamse’. ‘Ik heb daar vrede mee’, aldus Zarissa.

Meestal toch
‘Er zijn natuurlijk dagen waarop ik het moeilijk heb’, vertelt Zarissa, die zich elke ochtend als eerste uit bed sleept, maar als laatste klaar is om de dag te beginnen. ‘Ik sla mijn ontbijt over, geef manlief en zoontje een kus en schuif ongelukkig aan op de snelweg naar het werk’, vertelt ze over haar dagdagelijks leven. Ze werkt momenteel als douanedeclarant voor een logistiek bedrijf, waar er altijd een hoge werkdruk heerst. ‘Na mijn werkuren race ik tegen de klok om mijn zoontje van de naschoolse opvang te halen. Het leven hier is zo gejaagd en prestatiegericht, dat ik op sommige momenten verlang naar een relaxt leventje in Paramaribo’, vertelt ze over de tweestrijd.

Zarissa Rynn en Arno
Op uitstap met het gezin © de Vormkrijger

Eenmaal Rynn thuis gewassen is en gegeten heeft, kruipt het gezin gezellig in de zetel om naar een filmpje te kijken. ‘Wanneer Rynn in bed ligt, hou ik me creatief bezig met fotografie en schrijven’, vertelt Zarissa. Gelukkig zijn de weekends minder gejaagd en plant ze uitstapjes met vrienden of brengt ze eens een bezoek aan een museum.

‘Thuis is waar de liefde huist’

Het is intussen twee jaar geleden sinds Zarissa voor het laatst in Suriname was. ‘In het begin ging ik er elk jaar naartoe, maar met een kind erbij gaat dat niet meer zo gemakkelijk’, vertelt Zarissa, die samen met Arno zuinig is op verlofdagen en meer let op de centen. Een vliegticket naar Suriname kost al gemakkelijk 800 euro, en dan mag je eigenlijk nog van een goedkoop ticket spreken. ‘Thuis is waar liefde huist. Dat kan zijn bij mijn klein gezinnetje of bij mijn familie in Suriname, Nederland en België’, vertelt Zarissa. Zoveel liefde op zoveel verschillende plaatsen klinkt voor de dromerige Belg misschien prachtig, de portemonnee heeft vaak het laatste woord. Maar gelukkig wordt geduld beloond: de tickets voor volgend jaar zijn geboekt.

 

Volgende maand gaan we verder met deze reeks ‘Surivlaamse bondgenoot’, en delen Zarissa en ik onze kijk op ‘cultuurverschillen’. Neem alvast een kijkje op ‘Prodo Misi’ voor meer ervaringen over Zarissa’s immigratie, en laat ons weten wat je van ons initiatief denkt!