6 maanden, 214 dagen, 5136 uren en 308160 minuten aan de andere kant van de oceaan. Tijd om eens stil te staan bij de veranderingen die mijn leven heeft ondergaan. Na zes maanden durf ik stellen dat ik eindelijk wat stabiliteit in mijn leven heb ontwikkeld, toch wat structuur. Al kan ik niet over heel veel structuur spreken als het openbaar vervoer geen tijden kent, en mijn vriend geen vaste uren op het werk.
Maar over het algemeen kan ik wel stellen dat ik mezelf snel aanpas aan een nieuwe situatie. Dat is, als je het hebt over nieuwe vrienden maken op de Gentse Feesten of een weekendje weg naar de Ardennen. Bij het verhuizen naar de overkant van de oceaan, is dat wel een heel ander verhaal. Het is nog steeds niet elke dag even prettig, maar waar op de wereldbol is dat het wel?
Prettig of niet zo prettig, er zijn al heel wat dingen gebeurd in de afgelopen 18 489 600 seconden. Ik spring niet elke dag uit mijn bed als het frisse hoentje omdat de zon schijnt, ik zit niet meer elke dag vol verbazing rond me te kijken op weg naar het werk en soms heb ik het helemaal gehad met die warme temperaturen waardoor ik de hele dag aanvoel als een aangebranden kip. En over kip gesproken, ik zou eigenlijk eens moeten nagaan hoeveel kilo kip Quin en ik hier per week eten, want het is een serieuze hoeveelheid. Gelukkig ben ik wel fan van kippenvlees en raar maar waar ik ben het nog steeds niet beu gegeten. Kan ook aan onze kookkunsten liggen natuurlijk.
Ik word graag wakker in het weekend, dan kijk ik door de open deur van de slaapkamer naar de keuken, hoe de zon zijn schaduwen werpt op onze ijskast, tafel en stoelen. Op ons huis. In de week is daar geen tijd voor, want voor ons huis de zon ziet, zit ik al ergens op de bus, ‘pet pet’ (= geplet) tussen een zwaardere, maar heel lieve, buurvrouw en haar kinderen. In het weekend daarentegen, bak ik rustig een eitje en geniet meer dan ooit van het feit dat ik hier ben. Blootsvoets op de koele stenen, genietend van de warme, maar niet hete, temperaturen en de groene bomen naast ons huis. In de ochtendstralen van de zon kom ik tot rust en besef ik elk weekend weer hoe blij ik ben om hier te zijn. Bij deze probeer ik het kort te houden: de 15 grootste veranderingen van mijn leven, in de afgelopen 6 maanden:
- Gestopt met roken

Ik ben al vier maanden gestopt met roken. Het heeft lang geduurd maar dan uiteindelijk viel bij mij het kwartje: als ik ze niet meer koop in de winkel, kan ik ze ook niet gebruiken. Dan moet ik ook niet meer zagen, want ik heb ze niet. Het helpt ook dat hier veel minder verleidingen zijn, ik ken (bijna) geen mensen die roken, het is vaak te warm om te roken, ik voel me fitter en ik stink niet meer. - Een thuis vol warmte, trots en vertrouwen

Ons huis is gezellig en persoonlijk gemaakt, het voelt nu echt aan als een Thuis. Het is de plaats waar ik creatief kan zijn, maar nog belangrijker: het is de enige plaats in Suriname waar ik helemaal en honderd procent mezelf kan zijn. Geen filters, geen valse uitspraken, gewoon puurheid en ook een stukje soberheid. Als ik aan ons huis denk, komen de volgende drie woorden spontaan in mijn hoofd poppen: warmte, trots en vertrouwen. - Vlinders en palmbomen

En liefde natuurlijk. Het zou erg zijn, maar het kon natuurlijk ook gebeuren: dat de liefde er niet meer was. Zomaar plots, van elkaar alleen kunnen bellen tot elke dag op elkaars lip zitten, zijn we gaan samenwonen. En dat terwijl we elkaar slechts enkele weken kenden voor onze LAT-relatie begon. Dat brengt ongetwijfeld een risico met zich mee, maar na zes maanden ben ik toch blij te melden dat de vlinders nog niet verdwenen zijn. Ruzies zijn er ook, maar met elke frustratie lijken we dichter bij elkaar te komen. - Lang haar

Mijn haar is serieus gegroeid. Het liefst steek ik het nu op in ‘een bol’ zoals ze dat hier zeggen. Al moet ik wel echt eens naar de kapper, want nu kom ik erachter dat lang haar ook wel wat nadelen met zich meebrengt, zoveel haar dat uitvalt! - Binnen sporten

Ik heb een fitnessabonnement waar ik me echt aan hou, en een fitness waarvan ik hou. Dat moet hier misschien ook wel, want als ik niet oplet komen de kilo’s er toch snel aan, vooral met de grote hoeveelheden olie waarmee ze hier koken. Niet zo gezond, maar wel heel lekker. Dus dan maar naar de fitness! - Verdriet en verlies, maar ook geluk
Mijn familie is weer een hart rijker, met de geboorte van mijn kleine neefje. Ik wens hem en zijn ouders heel veel liefde, gezondheid en vreugde. Aan de ene kant veel geluk, aan de andere kant heb ik ook al veel familieverdriet moeten verwerken. Mijn nonkel is niet meer, maar is en blijft heel aanwezig in hart en hoofd. Het was een heel emotionele en zware periode om zo ver van mijn familie te zitten terwijl ik niets anders wou dan de handen van mijn nichtjes vasthouden. Het is en blijft een gek gegeven dat ik mijn nonkel nooit meer zal zien, maar ik hou zijn herinnering levend aan de hand van foto’s en herinneringen die hier in ons huis aanwezig zijn. Toujours en route… - Mes parents
Ik voel me meer verbonden met mijn ouders dan ooit tevoren. Vooral met mijn vader heb ik een band weten scheppen die ik voordien niet voor mogelijk hield, maar waar ik wel heel dankbaar voor ben. We zijn verbonden ook al zijn we niet bij elkaar, en dat voelt heel sterk aan en is vaak ook een hele oprikker voor mij (geweest). Ook merk ik dat ik soms wel heel erg op mijn moeder lijk, alles heeft zijn plaatsje in het huis en als jij het niet doet, dan doe ik het wel. Ook als ik een dagje weg ga, moet alles tot in de puntjes voorbereid zijn, met lekkere salades, fris drinken en zorgen dat niemand iets tekort komt. Die lieve moeder van me toch, ze heeft me goed geleerd. - Parbo Biri dat n’a biri!
Na een paar (slappe) Parbo biertjes kun je me tegenwoordig al terugvinden in de wolken. (Is het de zon? Of het feit dat ik weinig tot nooit meer drink?) - Zelfperspectief en geduld
Ik heb meer zelfperspectief en geduld gekregen. Moet wel, wanneer je vriend soms zomaar durft te zeggen dat je dramatisch doet of dat je vervelend bent. Ah, de liefde kan toch soms zo mooi zijn! Maar ook het nieuw leven opbouwen en de groene omgeving waarin ik dat doe, doet me heel hard beseffen wie ik ben, wat ik kan en ik word beter in het respecteren van mijn grenzen. Soms is dat wel met het gevolg dat ik wat brutaler kan worden, oftewel in de lokale woordenschat: vrijpostig. - Mijn handtekening(en)

Ik heb nu twee handtekeningen waarmee ik door het leven ga, en ik ben niet zeker welke ik het liefste zie. Ik vind de combinatie namelijk helemaal perfect! - Parbode
Mijn eerste artikel in het maandelijks magazine van Suriname (Parbode) is een feit. Ok toegegeven, het is een zacht onderwerp maar om even gewend te worden met het magazine start ik rustig aan… Ondertussen heb ik al veel meer artikelen geschreven, maar aangezien het magazine enkele maanden op voorhand werkt moet ikzelf ook nog even geduld hebben voor het gepubliceerd wordt. Ik ben er wel achter gekomen dat schrijven voor het magazine helemaal mijn ding is. Ik kan er niet precies de vinger op leggen waarom, maar ik voel me heel vrij en op mijn plaats in de schrijfstijl van het magazine. Ook krijg ik hier de mogelijkheid om opiniestukken te schrijven, en geven ze me de ruimte om te experimenteren en te proberen. Ik kan er helemaal mijn persoonlijke schrijfstijl in leggen, en het wordt daarbij nog eens goed ontvangen door de redactie. - Digitaalsober
Ik leefzonder tv en zonder smartphone. Ik merk op hoeveel ik voor me kijk, terwijl anderen naar beneden kijken. Tijdens het wachten op de bus kan het soms wel heel vervelend zijn, want het is altijd wachten tot de bus vol is (en dat kan al eens veertig minuten duren) maar toch laat ik mijn telefoon nog niet zo snel herstellen. De aloude Snake op mijn nog oudere Nokia gaat na al die maanden wel wat vervelen, maar toch. Ik voel me meer vrij en rustiger. En wanneer ik dan eindelijk achter Facebook op de computer kruip, heb ik ook werkelijk iets te zien. - Serie kijken
Ik loop een aflevering achter op mijn favoriete serie Game of Thrones, wat voor mij aantoont dat ik helemaal geen scherm nodig heb! Al moet ik wel stiekem toegeven dat ik sta te popelen om deze schade in te halen, maar het is niet zo dat ik niet kan gaan slapen zonder te kijken, iets wat ik in het verleden wel heel veel last van had met tien verschillende series tegelijkertijd! Ik slaap wel veel beter nudat ik zo weinig voor het beeldscherm hang. - Deel van de buurt
De buurt zegt eindelijk goedemorgen tegen mij, ja, dat heeft zes maanden geduurd. Maar ondertussen komt de buurvrouw mijn advies vragen over aardappelen in de oven, heb ik een goede speelse band met mijn buurjongens en -meisje en doen de mannen niet al te lastig meer. Soms. Aangezien ik al enkele maanden elke dag op dezelfde ‘buurtbus’ zit, voel ik me niet alleen meer deel van de buurt, maar ook meer geaccepteerd. En dat is echt een groot onderdeel van het feit dat ik me zo thuis begin te voelen! - Luxe
Luxe krijgt een heel andere invulling als je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken! Het regenseizoen is nu bijna voorbij, maar wonend in een zandweg en in een land dat wereldwijd een van de dichtste bij de zeespiegel ligt, kan het al eens gebeuren dat je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken. Ook in de avond is er weinig tot geen verlichting, en is mijn zaklamp nodig om naar huis te wandelen/fietsen. Doet me altijd heel erg aan het scoutskamp denken! Wanneer ik dan droge kleren kan aantrekken, voel ik toch alle luxe die een mens nodig heeft!
In een onderontwikkeld land als Suriname, heb je helemaal niets aan Google. Nu, Google doet eigenlijk nog steeds gewoon wat die moet doen: resultaten weergeven. Het zit hem in de inhoud van deze resultaten, die te wensen overlaat. Althans, hier ik spreek over mijn eigen persoonlijke verwachtingspatroon van ‘het internet’. Het internet dat al altijd mijn redder in nood is geweest. Tijdens mijn studie, tijdens mijn hobby en zelfs tijdens mijn sport. Want ook mijn sportresultaten die ik behaalde op de Beker van Vlaanderen kadetten/scholieren meisjes op zaterdag 3 mei 2008, kan ik nog steeds online terugvinden. Voor de nieuwsgierigen: ik werd elfde in het hoogspringen (slechts 1 iemand deed het nog slechter als ik), zesde in het speerwerpen en samen met mijn drie collega’s behaalden we de eerste plaats in de 4×100 meter estafette.




Nog voor de pagina goed en wel vorm kreeg, heb ik hem verwijderd. Het begon al bij de beschrijving van mijn pagina: ik kreeg maar 155 woorden om te beschrijven wat ik met de pagina wou bereiken. Wel, net het tegenovergestelde dus. Geen limiet op het aantal woorden. Een tekst laten draaien om letters, en niet om cijfers. Maar Facebook is hiervoor niet de juiste plek, want daar gaat het allemaal om weinig woorden, veel beeld. Iets waar ik niet tegen ben, maar ook iets waar ik me niet thuis in voel.












Verschrikkelijk, toch?
Nog niet vermoeiend genoeg blijkbaar, want ik ga nog eens verwachtingen gaan creëren, maar van u. Verwachtingen waarover ik niet moet nadenken maar die zo natuurlijk in mij opkomen als dat ik elke ochtend mijn veters strik. Ik communiceer deze verwachtingen niet, of moeilijk, want het zijn toch alleen maar voor de hand liggende dingen? …




t ik niet moet aftellen, rekening houden, uitkijken of tegen een volgend vertrek moet opzien. Eén maand in Suriname en ik moet nergens heen, want ik ben al thuis.
doet het me goed dat ik hier kan doen waarvan ik hou: schrijven. En niet alleen in mijn dagboek of op het internet, maar voor een kwaliteitsvolle krant! Ik wil het dan ook niet over koetjes en kalfjes hebben in mijn artikels, maar sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen aan het licht brengen. Er valt in Suriname nog zoveel te ontdekken, zowel voor mij als voor de Surinamer zelf.
De economische crisis komt ook bij ons thuis hard aan. Eén euro is momenteel bijna acht keer meer waard dan de Surinaamse Dollar. En aangezien ik hier niet ben om mijn gespaarde euro’s te gebruiken, voel ik zelf hoe hard Surinamers het hebben met het loon dat ze krijgen. Dat is klein als je kijkt naar de levensduurte en prijzen in de winkels. Quin werkt in de scheepvaart. Vorige week heeft hij vier dagen niet moeten werken, omdat er gewoon geen schepen waren die in of uit het land varen. Dit zegt iets over de status van het land, dat niet genoeg produceert om te verkopen en geen geld heeft om te importeren. Gelukkig heeft hij zijn tweede job als buschauffeur zodat we ons momenteel geen al te grote zorgen moeten maken.
Maar ze leven in de illusie dat in Europa iedereen voor elkaar zorgt. En als ze in het begin geen werk vinden, ze wel een uitkering zullen krijgen, en die uitkering is vaak veel meer dan wat ze in Suriname kennen. Maar ze vergeten dat in Europa een heel egoïstische mentaliteit leeft, en dat je niet zomaar even alles in je schoot geworpen krijgt, maar dat je er hard voor moet werken, zeker met de achterstand aan kennis die je automatisch hebt wanneer je een nieuw land binnenstapt, want je weet gewoon niet hoe het werkt, en dat valt je niet kwalijk te nemen, maar in Europa doen ze dat wel. Nu, mijn moeder denkt dat mensen hun leven alleen maar moeilijker maken als ze verhuizen of immigreren, en dat ze meer kans hebben op een gelukkig bestaan als ze blijven waar ze geboren zijn, zonder daarbij enige vorm van racisme te hebben, want mijn moeder wilt alleen maar het beste voor de mensen. Ik vind het een mooie theorie, die best wel eens zou kunnen werken. Maar ik denk net het tegenovergestelde.
Wel, het is moeilijk, daar heeft mijn moeder alvast gelijk in. Het is alles in één, nieuwe structuren van maatschappij moet je leren, er zijn andere gedragingen die je wel en niet kan doen, er is een andere taal die je moet spreken. Want er mag hier dan wel dezelfde taal worden gesproken, er worden andere woorden gebruikt en je moet weten wat wel en niet te zeggen om geen verkeerde indruk op te wekken. Alle comfort die je je hele leven lang kende, valt onder je voeten weg en je weet niet meer waar je op kan staan. Normen en waarden zijn anders, maar je kan er zo precies niet de vinger op leggen hoe anders die dan zijn. (Voor alle duidelijkheid: dit is niet Quin op de foto)
Dat ik erin geloof, wil daarmee nog niet zeggen dat het gemakkelijk is, of mogelijk. Ik ben het levende bewijs van een immigrant die ‘vlucht’ van het zogezegde ‘beloofde land’. Ik geloof niet in één beloofde land, ik geloof in je eigen kunnen om een land te accepteren hoe het is, en op je eigen manier te veranderen zodat je je comfortabel voelt in het land dat je niet kent, zonder daarbij politieke ambities te hebben of maatschappelijke problemen te verhelpen. Dat veranderen gaat niet zonder slag of stoot, want je moet jezelf veranderen, je moet je aanpassen naar die omgeving die je hebt ‘gekozen’. En daar komt dan het dierlijk instinct dat diep in jou wakker wordt en kom je erachter dat je misschien helemaal niet wilt veranderen, want je hebt hard gewerkt voor de persoon die je tot op vandaag bent geworden. (Nog eens voor de duidelijkheid: dit is wél Quin op de foto)


Dat alles leidt tot goede gesprekken, en ik mag van geluk spreken dat hij goed luistert, begrip heeft en wel degelijk iets doet als ik het hem, ook al moet ik het veel vragen, blijf vragen. Ik heb geen omgeving waar ik even kan uitblazen en kan zagen tegen de Westerse mensen over de verschillen tussen onze culturen, die van de Surinaamse cultuur en die van het Westen. Ik heb geen vriendinnen die tegen mij zeggen dat we ‘nu’ weg gaan en dat ik mij maar even moet haasten. Nee, als de motor van de auto al draait en ik laat ben voor mijn afspraak, begint mijn vriend plots te dweilen. Mag ik dan zagen? Want hij dweilt toch maar. En hij kookt, en hij helpt en hij doet het wel allemaal, maar alles op zijn eigen tempo. Zodoende doe ik hier even mijn beklag over de Surinaamse cultuur, want tegen hem zagen geeft niet de voldoening waar ik op hoop.
Oker, klaroen, tajerblad, guave, papaya, manja, kousenband, awara’s, mopé, en ga zo maar even door. Of ik leer nieuwe benamingen voor dezelfde groente, zoals aubergine die hier boulanger heet (op zijn Frans uitgesproken). Zo leer ik ook koken met andere kruiden, zoals dijera en massala, om er zo maar even twee te noemen. En een maaltijd is niet af zonder een pepertje en enkele maggi-blokjes (kippenbouillon). Je mag ook niet ruiken aan de kookpotten, iets wat ik thuis vaak deed. Of kip moet je kluiven, iets wat ik thuis nooit deed. Mijn vriend is gek van kluiven: kraakbeen, pezen, botten, het gaat allemaal naar binnen. En daar zit ik dan, verlangend naar mijn kipfilet. Wat we elke dag zullen eten en hoe het moet klaargemaakt worden is dus een groot vraagstuk voor mij, en één van de grootste uitdagingen tot nog toe.

Maar hij vertrekt alleen als die vol zit, dus is het wachten op genoeg passagiers voor deze vertrekt. ‘Even’ naar de stad is dus niet zomaar ‘even’, maar neemt al snel twee uur in beslag, en dan ben je er nog maar en moet je nog terug. Het is dus nog even zoeken. Ik leer autorijden, maar aangezien er geen wegmarkeringen zijn, is het eerst de taak om de wegen te leren. Dus heb ik een wegenkaart gekocht die ik nu aandachtig aan het bestuderen ben, maar ondertussen zijn er wel interviews die gedaan moeten worden en inkopen die gekocht moeten worden.
onder de palmbomen in de warme avondlucht. Het is fantastisch om bij hem te zijn, en zelf het feit dat we kunnen discussiëren tegen elkaar vind ik een luxe, want we zijn tenminste bij elkaar. Het is een opeenschakeling van uitdagingen en avontuur, met veel liefde en passie in het spel. Dit is de plek waar ik wil zijn.



Het vierjarig kindje uit je klas om vijf uur in de ochtend sigaretten zien verkopen aan de ingang van de pubs, de borst die naar boven komt om de baby te stillen tijdens de mis in de kerk, het feit dat je twee keer moet kijken of in de zak die op een vrouw haar rug hangt nu een baby, een lama of wat gerief zit verstopt. Bussen die niet rijden op uren, maar waar je ook nooit op moet wachten want er is altijd wel eentje dat passeert. Het betalen van 1 sol (38 cent) om je te mogen wegen op een standaard weegschaal in het midden van de straat. Een vrouw die langs de kant van de weg zit te wachten tot iemand passeert die 1 van haar 80 wc-rollen wil kopen. Het vele fruitaanbod waarbij elke appel er veel slechter en rotter uitziet dan ik gewend ben, maar zoveel lekkerder is. Het is niet luisteren naar mensen die zeggen dat dit fruit eerst gewassen moet worden voor je het mag opeten. Het zijn de affiches van de nog twee overgebleven presidentkandidaten die allebei even corrupt zijn en daarbij nog een corrupte naam hebben ook. Dat je voor een volle bus in het Spaans moet roepen dat je moet afstappen, want bellen kennen ze niet. Het over straat lopen en na 3 blokken pas beseffen dat jij een veel hoger tempo hebt van stappen in vergelijking met je hele omgeving. Of het feit dat je boven iedereen uitkijkt omdat Peruanen nu eenmaal kleine mensen zijn.
Mijn hoofd sloeg volledig op hol bij het aanhoren van de Gentse ‘R’. Het was toen pas dat ik besefte hoe hard ik die gemist had. Ik had er een gesprek over met Shana. Hoe leg ik deze, mijn ervaring, aan jullie uit? Hoe maak ik mijn vrienden, vrienden van vrienden en familie duidelijk dat een bus nemen in het centrum van Cusco een hele onderneming is? Dat ik zelfvertrouwen nodig heb om de bus te pakken, want je moet assertief, snel en niet verlegen zijn om af te stappen. Als ik zeg dat Cusco, het cultureel centrum van Peru, vies is, kunnen jullie er dan een voorstelling bij maken? Als ik zeg dat je soms de overkant van de straat niet kan zien door alle uitlaatgassen die bussen, taxi’s en auto’s verspreiden, denken jullie dan meteen dat ik overdrijf? Schoenen worden hier nog met de hand gepoetst door kleine jongetjes en oude mannen op straat. Het geeft je een flashback naar honderd jaar terug, terwijl er 21 eeuwse auto’s op de achtergrond rijden. Die 21 eeuwse auto’s, die op 5cm voor en achter je rijden terwijl je de straat probeert over te steken. Dat een 90-jarige man met een gebogen rug van meer dan 110 graden nog steeds hele dagen op straat staat om enkele sneetjes watermeloen te verkopen.
Reizen is mensen leren kennen voor 1 dag, vijf minuten, 3 uur of 1 week tot zelfs enkele maanden. Het is elke maaltijd van de dag delen met iemand anders. Het is eten aan een tafel met iemand uit Oekraïne, uit Frankrijk, Australia en California, je kan je er iets bij voorstellen: de gesprekken zijn intigrerend en fantastisch. Het is een elektriciteitsloze kamer delen met twee uptight advocaten uit Wales en Ierland die nog nooit een zaklamp hebben moeten gebruiken bij het slapen gaan. Het is niet meer weten in welke taal je nu eigenlijk moet gaan denken en alle woorden door elkaar slaan. Het is informatie vragen, opnieuw en opnieuw. Het is je zak inpakken, spullen achterlaten en weggeven. Het is wachten, uitgebreid gaan eten en je zin doen. Het is uitpakken, zoeken en nieuwe muziek leren kennen. Het is alles waar iedereen altijd over sprak en het is fantastisch. Het is je normen en waarden tegenkomen en aanpassen. Het is eten bestellen terwijl je geen idee hebt wat op je bord zal verschijnen. Het is aanpassen en aanpassen, elke keer dezelfde vragen beantwoorden en verschillende straten bewandelen. Het is nooit vervelend en altijd spannend. Het is adrenaline die door je lichaam pompt en de uitputting nadien. Het is vermoeiend en opwindend tegelijk. Het is je energie steken in een schooltje en zien dat er helemaal niets veranderd. Het is een kampvuur met twee onbekenden op het strand aan de Grote Oceaan. Het is onwetendheid, hoop en avontuur. Het is allesbehalve gemakkelijk en ook met momenten frustrerend. 
