Met andere woorden: in het Surinaams

Het Surinaams Nederlands is geen Vlaams, dat is een feit. Als ik Skype met vrienden of familie, krijg ik vaak de opmerking dat ik ‘op een hollander begin te lijken’ of krijg ik de vraag waarom ik ‘zo hollands’ praat. Nu, ik ben geen kenner van de straattaal of taalgewoontes van Nederland, maar kan ondertussen wel al een heel eind op weg in het Surinaams Nederlands. Hieronder de 10 – in mijn ogen – meest opvallende taalgewoontes van Suriname:

    1. Goedemorgen‘, ‘goedemiddag‘ en ‘goedenavond‘ zijn drie verschillende momenten op een dag, en daar wordt hier strak rekening mee gehouden. De woorden zijn dan ook strikt verbonden aan de uren van de dag. Ik zeg dus niet ‘goedemiddag’ om 11u55 want dan is het nog steeds ‘goedemorgen’. Hetzelfde geldt voor de avond, ik zeg niet ‘goedenavond’ om 17u35, want dan is het nog steeds middag. Vanaf 00.01 is het ochtend, en spreken we hier niet over de nacht. Dus de eerste keer dat Quincy moest werken in de ochtend, keek ik vreemd op toen hij om 2 uur in de nacht zich begon klaar te maken voor het werk.

      _MG_0081
      De vlieger oplaten in Nieuw-Amsterdam
    2. Even, later en zo zijn wel drie heel populaire woorden in Suriname. Ze worden je langs alle kanten om de oren geslaan. Onlangs belde ik mijn schoonheidsspecialiste (ja, die heb ik hier) op voor een afspraak. Woensdagmiddag (17u30) kon ze niet, want dan was ze ‘even weg’. Of ze donderdag dan kon? ‘Nee, ik vertelde je toch, ik ben even weg’. Bleek dat ze pas een week later terug in het land was. Nu, als iemand je zegt: ‘even hoor’, moet je ook niet gaan weglopen. Want ‘even’ in combinatie met ‘hoor’ betekent dan wel weer ‘wacht enkele seconden’. Tot zover ‘even’. Daarbij ‘ik kom zo‘ wil niet meteen zeggen dat hij of zij binnen de tien minuten aan uw deur staat te kloppen. Als iemand ‘zo komt’ heb je gerust nog de tijd om je rustig te douchen, te koken en de was in te steken. Met een beetje geluk is die persoon er na enkele uurtjes. En dan nog als laatste ‘later‘. Later is niet straks, want straks is straks en daar kan je van op aan. Bij het gebruik van ‘straks’ heb je een duidelijke afspraak. ‘Later’ is onbepaald in tijd en plaats. Wanneer je afscheid van iemand neemt, roep je gewoon ‘later!’, als in: tot de volgende keer dat ik u zie. Als iemand je dus ‘later’ toeroept in Suriname, moet je niet zitten wachten op ‘later’, want dat kan ook binnen enkele jaren pas zijn, of morgen of straks, je weet het nooit.
    3. Baden‘, is makkelijk gezegd: douchen. Maar ook al ga je niet in bad; en sta je dus letterlijk onder de douchekop, er wordt gezegd: ‘Ik ga baden’. Met andere woorden: ‘Ik ga douchen’.
    4. Ai‘, vaker uitgesproken als ‘aaaaaiii’ is misschien wel het meest voorkomende woord op straat. Het is de ‘uhu’ van Suriname en gaat al snel in je mond liggen, al kijkt iedereen nog steeds vreemd op als er een oprechte ‘ai’ uit mijn mond verdwijnt.
    5. Chef‘ is de afkorting voor ‘chauffeur’ en wordt dus gebruikt op de bus. ‘chef, stoppen hoor’, ‘chef, halte hoor’ mag je ten alle tijden roepen, of je nu een halte nadert, net voorbij gereden bent of er geen halte in de verste kilometer te zien valt. De bus stopt wanneer je dat vraagt. Er is ook altijd een belletje in de bus, eentje die ik verkies te gebruiken, maar soms doen die het niet en dan is het wel nog een geluk dat je je stem kan gebruiken. Mijn vriend is dus eigenlijk een ‘chef’ 🙂

      Quin-in-bus
      Quincy de chef
    6. Iedereen is familie, oudere mannen op straat worden aangesproken met ‘papa‘. Dus als ‘papa’ op straat loopt te klagen over het feit dat de brandstof weer onaangekondigd en zomaar uit het niets is gestegen, dan is het niet verwonderlijk dat een voor ‘papa’ vreemde voetganger antwoordt met een oprechte ‘ai papa’. Twee straten verder van mij woont een hele oude vrouw, maar best
      ma
      Mijn schoonmoeder en ik

      nog kwiek want ze neemt elke dag nog de bus naar de stad. Altijd in het blauw gekleed, met de wandelstok. De bus kan al eens heel vol zitten, maar er is altijd nog plaats voor ‘oma‘. En als de bus dan toch voorbij ‘oma’ rijdt, klinkt er veel protest van mijn medereizigers, dan roepen ze allemaal door elkaar: ‘oma’, ‘oma’, ‘oma’ tot de bus stopt en er plaats kan worden gemaakt zodat ‘oma’ kan gaan zitten.

7. Onder de luide en vrolijke ‘hiep iep iep iep iep iep iep iep hoereeee‘-kreet rij ik ’s ochtends naar het werk. Niet mijn persoonlijke keuze, maar de zender op de radio heeft nu eenmaal beslist dat 7:30 het felicitatieprogramma speelt. En Meneer Grandi; de vaste chef van mijn lijn heeft beslist dat hij het een fijn programma vindt. Mensen kunnen bellen en iemand persoonlijk een gelukkige verjaardag toewensen. In plaats van het zingen van happy birthday of de maar al gekende ‘hiep hiep hiep? hoeraaaa!’ gaat het hier een beetje uitbundiger aan toe met ‘iep iep iep iep iep (de lengte kiest iedereen voor zichzelf) hoereeeeeeee’. En chef zingt maar al te graag mee

19893907_10213160270430756_1711067777_o
Verjaardagsdiner voor Quincy bij ons thuis 

8. ‘Whitney‘ is mijn bijnaam op straat. Het doet me vaak denken aan een vissoort hier bekend onder de naam ‘wittie wittie’. Omdat ik wit ben, omdat ze vinden dat ik mooi kan zingen, of omdat ze gokken naar mijn naam. ‘Susan’, ‘Julie’, ‘Sofie’ zijn namelijk ook allemaal namen die ik naar moe toegeroepen krijg in de hoop dat ik op eentje van ze zal reageren. Hierbij bedank ik mijn ouders voor het kiezen van geen alledaagse naam bij mijn geboorte. Top!

whitney
Whitney Houston

9. Ik ben niet zeker of het volgende werkwoord in Nederland ook wordt gebruikt, maar ik associeer het alleszins met het Surinaams Nederlands: ‘jokken‘. Ik jok, jij jokt, wij jokken. Moet je eigenlijk zeggen als je aan het liegen bent, maar aangezien ik dat hier nog nooit gedaan heb, echt waar, ik jok niet ik heb nog geen woord gelogen in dit land – wel tijdens het plagen maar dat tel ik niet mee. Ik gebruik het woord ‘jokken’ – tegen mijn zin om eerlijk te zijn – vaak zonder het te beseffen, voornamelijk als ik iemand aan het plagen ben. Dan zeg ik iets wat niet waar is, of iets waarvan ik weet dat ik geen gelijk heb, gevolgd door ‘Nee, ik jok’. Of soms uit verbazing roep ik het uit: ‘Je jokt!’

19402582_1828739427143039_2066141180_o
In Menimi, boven Suriname

10. ‘Hoor‘ kan je overal en altijd achter alles plakken, en is nog zo een woordje dat de oorzaak kan zijn van mijn ‘hollands accent’ dat ik heb ontwikkeld. ‘Hoor’ maakt wat je zegt 100% Surinaams, als je het mij vraagt. ‘Even baden hoor’, ‘ik jok hoor’, ‘chef, halte hoor’, ‘ja hoor’, ‘even hoor’,

En om af te sluiten nog eentje waarvan ik zeker weet dat ik nooit zelf zal gebruiken:

(11.) Praat in de gebiedende wijs. Ze maken het hier allemaal niet te moeilijk, en al zeker niet te lang. ‘Wil je eens hier komen kijken?’ wordt hier gewoon: ‘Kom hier’. ‘Mag ik het zout alsjeblieft?’ wordt hier: ‘Geef aan’. Of nog eentje waar ik het moeilijk mee had: ‘Kun je de deur achter je dicht doen?’ wordt hier: ‘Doe dicht’. Dus na een paar weken rondgecommandeerd te worden met ‘doe dit’, ‘doe dat’, ‘kom hier, ‘ga daar’, ‘loop zo’, ‘loop daar’, ‘doe dicht’, ‘laat staan’ was ik het beu. Het heeft voor heel wat frustraties gezorgd op het thuisfront, want geen enkele vrouw wil gecommandeerd worden door haar man, maar gelukkig kan ik zeggen dat we na zes maanden wel aangepast zijn op elkaar, tot zover. Ook op het werk heb ik deze miscommunicatie openlijk besproken, waarop ik in mijn dichte omgeving hier geen last meer van ondervind. Wel wordt ik in het algemeen sociale leven nog steeds rondgecommandeerd, iets waarvan ik niet weet of ik er ooit aan zal kunnen aanpassen.

Een open en eerlijke brief aan mijn stervende nonkel

Wat valt er nog te zeggen?Als het einde nabij is? Niet veel, maar ik ga niet wachten tot het te laat is;

Je bent niet mijn boezemvriend en ik zal je niet missen omdat we elke zaterdagavond op cafe een pint pakken. Ik zal je nooit meer zien, of je hand kunnen schudden op kerst, je een gelukkig nieuwjaar toewensen en aanhoren hoe je mij een gezond jaar toewenst. Ik zal niet meer binnenwandelen en in de zetel tussen je dochters ploffen, met het haardvuur dat voor ons brandt.

Hoe je uit de keuken komt lopen, met je blauwe short om je middel en witte hemd aan. Klaar voor een avond familie en gezelligheid. Je bent mijn symbool van kerst, op de hoek van de tafel zit je, met een fiere stem die het hoofdgerecht aankondigt. Alles was tot in de puntjes verzorgd. Het was chique, maar bleef huiselijk. Wat moet een mens meer op kerst?

En nu zit ik hier aan de andere kant van de wereld en misschien is mijn volgende kerst wel in de snikkende hitte. Zonder de chique huiselijke sfeer die alleen jij zo kan neerzetten. Maar vergeet niet, ik zal aan je denken. Je blijft mijn symbool van kerst.

Maar je bent veel meer dan kerst, je bent de stem die me aanmoedigde te reizen. Nog voor ik je vertelde van mijn plannen, raadde je me aan om de wereld te ontdekken. Ik was met mijn vader bij jou in de tuin, we aten een frisse salade in de zachte zon. Ik zou bijna afstuderen. Je sprak met glinsterende ogen over jouw ervaringen, en ik werd alleen maar warmer van de plannen. Nu heeft al het reizen me hier in Suriname gebracht, en ben ik zo ver weg van onze familie, die hier samen doorheen moet.

Maar je bent veel meer dan kerst en warme plannen. Enkele jaren geleden leegden we samen jouw zolder en kreeg ik zoveel waardevol fotomateriaal mee voor mijn eigen donkere kamer. Je bent een inspiratie in mijn fotografie, en het gerief dat ik van je kreeg zal altijd bij ons blijven. Er zal alleen maar meer beeld uitvloeien en beter foto’s gemaakt worden. Elk resultaat is er dankzij jou.

En je bent veel meer dan kerst, warme plannen en inspiratie, je bent een vader en een liefde, een broer en een vriend, mijn nonkel. En dat zal je altijd blijven. Ik wil er zijn voor jou maar ook voor je kinderen, die ik zo dierbaar in mijn hart heb gesloten. Ik wil er zijn voor jou en voor mijn vader, die ik wil ondersteunen en dragen in deze moeilijke tijden. Ik wil er zijn voor jou en onze familie. Want je bent een familieman, en dat zal je altijd blijven.

Hier in Suriname gaat jouw aanwezigheid in mijn hart niet verloren. Mijn schoonfamilie, Quincy en ik leven allemaal met je mee. In hoofd en hart, in onze tuin, je bent bij ons. Elke keer ik jouw bloem water geef, denk ik aan jou. Ik wens je heel veel sterkte tegen de pijn, en ik hoop met heel mijn hart dat je de schoonheid ziet in wat je nu rond jou verzamelt: familieliefde. Want liefde en familie, daar draait het tenslotte allemaal om.

Met alle reizigers die ik afgelopen jaar leerde kennen, nam ik geen afscheid. Afscheid is niet permanent. Afscheid is een is gemis, tot we elkaar weerzien. Dus ik neem nu ook stellig geen afscheid van jou, misschien omdat ik het niet wil, misschien omdat ik het niet kan, misschien omdat het niet is.

Ik hoop dat je me het niet kwalijk neemt dat ik dit op internet deel. Schrijven is mijn therapie, en ik deel zodat iedereen die het maar lezen wil, beseft hoe kostbaar familie is. Want liefde, is waar het allemaal om draait. En dankzij jou, heeft de wereld een stukje meer van dat.

Danku, voor alles. Veel sterkte, aan jou maar ook onze familie. Een kus voor de kinderen en een knuffel voor mijn vader. Maar vooral;

Heel veel liefde voor jou,

Tot ziens

De wereld draait door

Zij gaat trouwen en hij heeft kanker. Zij gaat studeren in een ander land en hij blijft nog een jaar bij zijn moeder wonen. Hij zoekt zijn weg in de theaterwereld die niet goed betaalt en zij vindt geen job met haar hoog diploma dat teveel vraagt. Haar behandeling is goed aangeslaan en zij opent haar eigen bedrijf bij haar thuis. Zij is in verwachting en hij wordt al bijna 1 jaar. Hij heeft nog steeds te weinig uren in een dag en zij voert strijd tegen haar ziekte. Zij is nog steeds op zoek naar rust en structuur en zij gaat samenwonen. Hij is op reis in Berlijn en zij plant een rondreis door China. Je kan jezelf hierin herkennen want ik spreek over jou. Verandering, ontwikkeling, verwerking, het is overal.

Op weg naar Natural Pool, een niet-te-onderschatten wandeling die we hadden onderschat.

In de tussentijd zit ik hier maar, met in mijn hoofd mijn eigen problemen van alle dag. Van klein (we hebben nog geen vlees ontdooit, wat gaan we eten vandaag?) naar groot (ik kan even niet op een groot – persoonlijk – probleem komen, oef!). Nieuws stroomt binnen, van de na-twee-maand-ontslagen-minister-van-justitie-en-politie tot een babyfoto van Cas op Facebook. En ik like misschien niet alles, en ik zie zeker niet alles (dankzij Facebook die denkt te weten wat ik allemaal wel en niet wil zien), maar wat ik zie komt wel binnen.

Ontwikkeling en verandering gebeurt elke dag. Soms voel ik me aan de zijlijn staan. Zo, hierzo, ja, ik ben hier nog, zie je me?, hoor je mij?, ja, hallo, hey, wat gebeurt daar allemaal? Wacht eens even hoor, ik ben niet mee. Hoezo je gaat trouwen? Sinds wanneer ben je zwanger? He, je bent op reis! Waar ben je? Nee toch, ziek? Waarom! Help, even, wacht, ik ben niet mee. Wat gebeurt daar allemaal?

De schaduw alleen was niet genoeg :-).

Zo, Zoe verhuist en het land valt uiteen? Zou ik kunnen denken, maar is niet waar. Het leven gaat gewoon door, voor iedereen op zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en rekening houdend met de veranderingen en ontwikkelingen van zijn eigen leven. Want dat is leven. Bezig zijn met jezelf, kiezen voor wat jij wilt, wat jij denkt dat het beste is, waar jij zin in hebt. Ik heb gemerkt, ik kom pas echt tot leven wanneer ik doe wat ik wil, zonder daarbij veel rekening te houden met anderen. Dan pas, leef ik.

Zo egoistisch maar zo waar. We zijn allemaal egoistische wezens diep vanbinnen, of iemand dat nu kan toegeven of niet. En dat hele mooie kaartenhuis valt met een zucht uiteen, als je niet langer meer alleen verantwoordelijk bent voor jezelf. Wanneer kinderen in je leven komen, is het gedaan met egoistisch zijn. Het kan, en het gebeurd, maar het is niet wat velen beschouwen onder ‘goed ouderschap’ als mama zin heeft in een namiddagje voor haarzelf aan het zwembad terwijl kindlief op de schoot van de oppas zit te huilen, lang na sluitingstijd van de creche.

Nooit gedacht dat we elkaar nog eens gingen zien. Ziedaar.

Maar ik loop op zaken vooruit. Het gaat erom dat egoistisch zijn ook iets goed kan zijn, beter nog: het is heerlijk. Het kan niet altijd en zeker niet op elk uur van de dag, want er zijn dingen zoals de samenleving en de maatschappij die in de weg staan van volledig egoisme. Maar als we het doen, spreken velen van een ‘quilty pleasure’. Maar niemand hoeft zich schuldig te voelen omdat ze eens iets doen VOOR ZICHZELF. Waarom moet je je gaan verantwoorden, als je eens iets doet VOOR JEZELF. Lezen jullie ook hoe onlogisch dat klinkt? Jij leeft, dus jij beslist, toch?

Het ondrobon van Aruba

De wereld draait door, of we nu in de straten van Gent lopen of er niet meer zijn, of we nu verhuizen naar de noordpool of ons opsluiten in het Zuiden van Frankrijk. We zouden allemaal graag willen dat we zo belangrijk zijn, dat we zo een diepe indruk hebben achtergelaten op de wereld, dat deze niet meer dezelfde zal zijn zonder ons. Maar niets is minder waar: het kan de wereld niet schelen waar je bent en voor hoelang je er nog bent. Zo belangrijk zijn we niet als individu. Jammer, maar helaas. Het gaat dus niet om wat je bereikt, want hoe groot het ook mag lijken, het vervalt in het niets. We zijn nog geen stipje op de aardbol, en voor mensen die reizen wordt dat gevoel meer tastbaar. Maar niemand kan het echt vatten: dat mijn leven op zich, eigenlijk niets waard is.

Het is niet allemaal zon zee strand, ook cactussen en dorens en levenloze bomen.

Want of ik nu hier ben of daar, je trouwt, je wordt ziek, je verhuist, je wordt groter, je wordt zwaarder, je bevalt, je verjaart, je solliciteert, je werkt teveel, de zon komt op en de zon gaat onder. Ik zie dezelfde zon als jij, en dat is het enige wat ons verbindt. En liefde, onvoorwaardelijke liefde die niet kan gemeten worden in woorden, daden of beelden. Het is een gevoel, een verbintenis tussen jou en ik en op welke afstand dan ook, ik voel je hier in mijn hart, ik draag je hier mee in mijn hoofd, ik steun je keuze om te verhuizen, ik huil om jouw pijn, ik lach mee met jouw geluk en droom mee met jouw gedachten, ik wordt warm van jouw foto’s op Facebook zonder ze te liken. Want een gevoel als liefde is niet te meten met een like, maar met de glimlach die ik je geef, onderweg naar huis in de bus, samengeplet tussen een heleboel dikke en andere dunne mensen, terwijl een man me lastig valt, een oudere vrouw zit te zingen mee met de radio die veel te luid staat en de bus bijna uit elkaar valt als hij een drempel over gaat. Ik lach voor jou, ik huil samen met jou. Ik deel je verdriet, je dromen, je pijn, je geluk. Want ik ben met jou, ik leef mee, met jou. Dat is liefde.

In verwachting

Opgegroeid tussen de verwachtingen, op de verwachtingen en met verwachtingen, heb ik ook hier verwachtingen. Ik wil weten wat mijn buren, vriend, familie vrienden en collega’s van mij verwachten. Ik moet het weten, anders weet ik niet wat ik moet leveren.  Waar ik het heel, heel moeilijk mee heb, is dat in mijn leven plots geen verwachtingen meer kent. Er wordt zelfs niet verwacht dat ik op tijd kom, en dat is nog maar het begin.

Naar wat moet ik toewerken? Naar wie moet ik opkijken? Wat moet ik doen? Hoe hoog liggen uw verwachtingen van mij? Hoe snel moet ik leveren? Het is ons allemaal heel duidelijk. Het wordt ons duidelijk gemaakt door familie, tijdstabellen, vrienden, buren, straatnamen, wegwijzers, collega’s, je lief, reclameborden, ouders van vrienden, scoutsleiding en ga zo maar door. Onze omgeving maakt het ons duidelijk, elke dag opnieuw. En voor twijfels en vragen, weet u precies waar u terecht kan, want ze verwachten je. Een gestructureerde maatschappij maakt dingen duidelijk voor wie er is geboren.

_MG_0692

Ik ben opgegroeid met verwachtingen. Thuis, op school, in de klas, tussen de vrienden en vriendinnen, in de jeugdbeweging, op het werk, in het openbaar vervoer. Dat moet dan klaar staan, dit moet op dat uur ingeleverd worden, die taak moet op die dag verbeterd zijn en ga zo maar door. Ik weet wat ik moet doen, waar ik moet gaan, hoe snel ik moet werken, hoe lang ik kan slapen, waar ik hebt afgesproken en wanneer ik me moet verantwoorden. Het is me allemaal duidelijk gemaakt op mijn geboortedag bij wijze van. Ik kon op de verwachtingen vertrouwen, ik kon er op bouwen, ik kon me gaan aanpassen.

Nu. Ik ben verdwaald in een wereld zonder verwachtingen. Ze zijn er ongetwijfeld, maar ik zie ze niet. U toont mij niet: het moet zo en zo en zo. Omdat het ook anders kan. Dit is heel fijn. Het geeft tijd en ruimte voor mijn eigen ontwikkeling en gedachtengang. Ik zie iets nieuws en doe iets anders, of net niet. Maar dit is ook verschrikkelijk. Er is niemand die echt iets van mij verwacht. Just get it done. Wanneer, hoe, waar, en met wie is me niet duidelijk. Geen verwachtingen moeten inlossen klinkt ongetwijfeld heerlijk, zo klinkt het ook nog steeds voor mij. Maar opgegroeid met niets anders dan verwachtingen, is het in mijn hoofd een recept voor pure chaos. Wat moet ik dan doen? Wat is goed? Wat is niet goed? Ik weet het niet meer!

Ik kan eerlijk waar geen onderscheid maken tussen dingen die ik goed doe, en niet goed doe. Er wordt me meer dan eens verteld dat ik ‘het’ niet goed doe. Maar waarvoor ‘het’ dan wel mag staan, weet ik niet. Wordt me ook niet verteld, want ze weten het vaak zelf niet. Gewoon, ik doe het niet goed, maar hoe moet het dan wel? Daar krijg ik ook geen een antwoord op. _MG_0288Verschrikkelijk, toch?

Klinkt het heerlijk of verschrikkelijk, is het geen van beide. Al weegt mijn weegschaal laatste tijd wel zwaar door naar de kant van verschrikkelijk. Ik ben moe. Want ik leef in een wereld zonder verwachtingen, maar die verwacht ik wel te krijgen, elke dag op nieuw. Naïviteit, maar ook gewoon omdat ik het zo ken. Dus wat doet Zoë? Ze gaat haar eigen verwachtingen creëren. Ik vul uw verwachtingen wel voor u in. U, die geen verwachtingen heeft.

Dus ik maak verwachtingen voor u, geen zorgen, u hoeft ze zelfs niet te bedenken. Ik maak ze voor u, en dat doe ik niet alleen. Nee, ik ga ze ook nog eens gaan invullen, voor u. Zomaar, zonder dat u daarom vraagt of nood aan heeft. Ik heb het ongevraagd toch maar gedaan. Want ik kan toch niet geen verwachtingen gaan invullen? Wat moet ik dan met mijn tijd? Deze verwachtingen, die ik voor u maak en die ik voor u invul, liggen hoog. Oh ja, ik leg de lat hoog, want ik ben nu eenmaal een veeleisend persoon. Van mezelf, maar ook van u. Dus ik werk hard, en ik steek veel energie in het inlossen van uw verwachtingen, die ik zelf heb verzonnen. Klinkt allemaal zo vermoeiend, niet?

_MG_0144Nog niet vermoeiend genoeg blijkbaar, want ik ga nog eens verwachtingen gaan creëren, maar van u. Verwachtingen waarover ik niet moet nadenken maar die zo natuurlijk in mij opkomen als dat ik elke ochtend mijn veters strik. Ik communiceer deze verwachtingen niet, of moeilijk, want het zijn toch alleen maar voor de hand liggende dingen? …

Niet dus.

Ik communiceer ze zelden, maar ik zaag als u ze niet invult. Hoe kun je nu niet weten dat…? Is toch normaal dat…? En ik zaag en ik zaag en ik zaag want u komt tekort in mijn ogen. U voldoet niet aan mijn verwachtingen, ik blijf zitten met mijn verwachtingen, jij zegt ‘de pot op’ tegen mijn verwachtingen. En heeft u geen gelijk, want ik heb ze tenslotte zelf verzonnen.

Ik werk hard aan het invullen van uw verwachtingen, die u niet heeft. Ik neem het u kwalijk dat u mijn inzet niet apprecieert. Maar u merkt mijn inzet niet, want ik heb u niet op de hoogte gesteld van mijn verwachtingen. U denkt gewoon dat ik veel energie heb. U heeft geen idee dat ik schreeuw uit onmacht. Ik moet bekennen: Suriname, u past niet in mijn plaatje van verwachtingen. U bent niet van wat ik als tienermeisje heb gedroomd, maar de realiteit die u mij voorschotelt, is zoveel mooier. Is zoveel harder dan dat ik ooit had gevreesd, en zoveel zachter dan dat ik ooit had gedroomd.

Liefste Suriname,
Pas ik in uw wereld, die geen verwachtingen kent?

_MG_0584

 

La Dame Blanche

Terwijl ik dit schrijf heb ik net een ijsje op. Dame blanche, het doet me denken aan mezelf, ‘witte dame’. Of is dat niet de juiste vertaling? Alleszins, ik schuil momenteel achter mijn toetsenbord en geef er nog eens een flinke lap op. Want ik ben niet verlegen achter mijn computerscherm, in tegenstelling tot op straat. Vrienden en familie die me kennen zullen nu misschien eens fronsen. Zoë verlegen?

Jawel hoor. Als ‘dame blanche’ in Suriname voel ik me niet honderd procent overal op mijn gemak. Er zijn de goede dagen vol plezier en geluk. En er zijn de slechte dagen van gehuil en geruzie. Die goede dagen van veel plezier en geluk, deel ik met u. Niet allemaal, want ik wil u ook niet gek van jaloezie maken op die maar al gekende tijdlijn. Maar het is als een soort automatisme, een onderliggende drang in mij die met u wilt delen hoe mooi het hier is, hoe lekker het hier smaakt, hoe gezellig het hier hoort.

Het valt me op dat ik dit doe, omdat ik niet de enige ben. Ik weet van vrienden die zich niet goed voelen, en dan zie ik een schitterende foto op Facebook alsof ze de tijd van hun leven hebben. Onlangs reageerde een ex-collega op een foto van me. ‘De tijd van uw leven daar precies?’ En toen ben ik gaan nadenken. Ja, daar lijkt het wel op, hé? Met al mijn zonnige foto’s vol intense kleuren en – voor een Belg zoals ik – niet-alledaagse onderwerpen. Er bestaat ook wel zoiets als een filter (mama: dat is een effect dat je op een foto kan zetten zodat deze een bepaalde sfeer krijgt), maar ik heb besloten om die niet meer te gebruiken. Omdat ik de werkelijkheid niet meer wil verbloemen.

Ook mijn smartphone is nu al een dikke maand kapot. Na enkele dagen zonder merkte ik dat ik geen nieuwe nodig heb. Ik heb hier een oude Nokia met een Surinaams nummer en die doet het helemaal prima. Bellen en sms’en en dat is het. En oh ja, de originele versie van Snake staat er ook op voor het geval ik me verveel. Het is gedaan met de kiekjes op de telefoon, die tegenwoordig al een goede beeldkwaliteit hebben maar die ook de oorzaak zijn dat mijn tijdlijn vol staat met allemaal rotzooi. Daar staat u dan, met duizenden foto’s in uw broekzak. Klaar om op elk moment van de dag een nieuwe foto aan uw verzameling toe te voegen. Maar wat doet u met al die foto’s? Kijkt u nog naar een foto die u vorig jaar in oktober maakte zonder dat iemand er naar vraagt?

Hetzelfde met Facebook. Niemand kijkt naar de 40+ beelden die u met een post de cloud instuurt, want mensen hebben de tijd niet. Het moeten al hele goede vrienden zijn, of dichte familieleden. Met mijn fototoestel hang ik misschien de echte toerist uit, maar mijn beelden zijn wel goed. Of dat probeer ik toch. Ze hebben geen filter meer nodig, want dat is weer helemaal niet vergelijkbaar met de realiteit. Het is al ‘erg’ genoeg dat ik alleen maar positieve dingen plaats. Want niet elke dag is positief. Dus ik ben mezelf beginnen afvragen: waarom durf ik geen negatieve dingen op Facebook plaatsen?

Is het omdat de wereld al genoeg miserie heeft, en het alleen maar aantrekkelijk is om op Facebook het feel-good-news te melden? Of is het omdat ik niet alleen ben, en ik stiekem toch wil concurreren met al mijn vrienden hun aantrekkelijke levensstijl? Of wil ik uitzonderlijk zijn en gewoon zoveel mogelijk ‘likes’ binnenhalen, want dat staat stoer als ik mijn tijdlijn overloop. Maar niemand houdt zich bezig met mijn tijdlijn te overlopen en te tellen hoeveel likes ik heb. Ik belast mezelf met de druk om populair te zijn op sociale media. Ik post maximum één keer per dag, want als ik meer post komen mijn updates niet meer op alle tijdlijnen van mijn vrienden te staan (heb ik gehoord). Ik probeer te posten net voor de middag, want dat is bij jullie vijf uur later en om vier uur zouden er – naar het schijnt – de meeste mensen op Facebook zitten.

Zo, alles op een rijtje lijkt net of ik ontzettend verslaafd ben. Terwijl ik zeker weten niet zoveel op Facebook zit in vergelijking met anderen, die wel een smartphone hebben en internet overal. Waarom deel ik al het leuks?

Is het omdat mijn moeder me niet graag zou zien op een foto waar ik niet gelukkig lijk?
Of is het omdat het nu eenmaal meer likes geeft?
Of is het omdat ik aan u wil tonen dat ik hier de tijd van mijn leven heb?
Want daar lijkt het op. Maar het is niet dé tijd van mijn leven. Het is leven, het is geen zin hebben om te koken, het is lachen om een grap, het is ruzie maken om het nutteloze, genieten van de zon en klagen op de warmte. Het is mopperen in de regen en vloeken op de overstroomde zandwegen. Het is te laat komen door de file en te vroeg zijn zonder reden. Het is leven en de tijd wordt gevuld, met al het goeds en kwaads dat er bestaat in elk land van de wereld. Het is hetzelfde leven voor u als voor mij. Opstaan, werken, eten en slapen. En als het kan ook nog liefhebben.

Dus ik deel met u het goede, het mooie, omdat het onderdeel is van het leven. Ik ben er mij van bewust dat ik het slechte niet genoeg aan de grote klok hang. Omdat ik niet alleen ben in het slechte, in het lelijke. Er zijn onbeschreven regels zoals privacy en dat moet gerespecteerd worden in het leven van familie, vriendschap en liefde. Ik ga u niet beladen met foto’s van het lelijke. Omdat u – als u eerlijk bent – daar ook geen nood aan heeft. Denk ik.

Wat ik wel ga doen, is deze post delen net voor de middag. Zodat u het zeker leest. Indien u tijd heeft natuurlijk.

Allesandro

Je krijsen gaat de hele dag door. ‘Altijd, elke dag, je verpest elke dag!’ ‘Klets’, ‘klets’, ‘klets’. Je schreeuwt, je huilt. ‘Allesandro!’ Je krijst. ‘Klets’. Het is stil, eindelijk rust. Rust? Mijn maag vormt zich tot een steen. Allesandro, je bent misschien vier jaar. Je kleine beentjes hobbelen achter je aan wanneer je achter je bal aanloopt. Je bent geen mooie jongen, het is niet erg, je hebt zo van die kinderen die gewoon niet mooi zijn. Maar ze zeggen altijd dat zij later de mooiste jongens van de klas worden. Ik vraag me af of je ooit naar je klassen zal gaan. Je praat niet, zegt alleen ‘dada’, ‘dada’. Je zegt het zoveel dat het na een tijdje ook gaat vervelen. Allesandro lacht niet, je ogen lachen nooit. Je bent niet speels zoals het hoort. Wat verwacht je ook, met zo een moeder? Een moeder met blond vals haar en een dikke kont. En je vader? Ja, die is er wel. Je vader groet me nooit, als ik geluk hebt kijkt hij me even aan. Maar ik heb liever dat hij me niet aankijkt. Zijn blik zorgt voor kippenvel in de warme zon. Ijzig, zo ijzig zijn de ogen. Ik heb hem nog nooit zien lachen, en vraag me stiekem toch af of hij al zijn tanden nog heeft. En hoe die tanden er dan uitzien. Zwart of geel? Of mooi wit, zoals je bijna bij elke donkere man hier ziet. Misschien zit er wat goud tussen, want een gouden tand geeft nu eenmaal aanzien. Dat heb ik van horen zeggen, ik vind het helemaal niets. Goud hoort niet in je mond, is mijn bescheiden mening.

Je vader kijkt voetbal. Het geluid van de Engelse commentator overstemt je ‘dada’. Ik hoor het tot in mijn zetel, maar toch af en toe vang ik een kreetje van je op. Kijk je mee Allesandro? Waar ben je? Ligt je vader languit in de zetel, met een frisse Parbo in zijn hand, of drinkt hij liever wat sterker? Begrijp je het spel, al die mannen die zomaar achter die bal aanlopen. Net zo een bal als jij hebt, maar dan iets groter. En harder, maar dat zul je nog niet begrijpen. Hoeft ook niet, dat komt nog wel. Ben je bij je vader Allesandro? Kijk je naar het scherm, waarop al die mannetjes lopen op het groene gras. Of kijk je naar je moeder, wat doet je moeder Allesandro? Ruimt ze op na een dag met jou in huis, of is het allemaal vuil op de grond. Zit je wel lekker, zo ver van je vader? Je vader, die reageert wel op je kreetjes. Hij is bijna even goed in het woordje ‘dada’ als jij, maar maak je geen zorgen hoor. Niemand kan het zo zeggen zoals jij, met je irritant hoog stemmetje. Je doet iets, Allesandro, wat doe je? Je moeder vindt het niet leuk. Ze wil dat je stopt. Ik hoor haar roepen, ze klinkt niet aardig. Waarom stop je niet Allesandro? Is het zo leuk wat je aan het doen bent, of wil je haar aandacht. Vind je het leuk dat ze op je roept, want dan kijkt ze tenminste naar wat je aan het doen bent. Of misschien vind je haar stem sussend, ook al roept ze. Ik voel me eenzaam Allesandro, ik heb geen vrienden hier, net als jij. Wie moet ik over jou vertellen, de politie? Of zal ik met je ouders praten. Begrijp je het, dat ik het niet kan? Want wat zal met mij gebeuren, als je ouders boos worden? Ik wil me niet moeien, ik mag me niet moeien. Iedereen moeit zich hier alleen met zijn eigen huishouden, het is al moeilijk genoeg. Ik begrijp het wel hoor, waarom zou ik me moeien, ik heb toch niets met jou. Wie ben jij van mij? Je maakt bromgeluidjes, je bent aan het spelen. Met een autootje zit je op de grond, de koude stenen voelen fris aan je beentjes, die geen broekje hebben vanavond. Gewoon een pamper, dat is genoeg in zo warm weer. Wordt je genoeg gewassen? Want het leven is al moeilijk genoeg als lelijk kind, je moet niet nog gaan stinken ook. Maar eerst mag je nog wat spelen, doe maar. Je kan spelen tot je je moeder helemaal gek maakt en zij weer begint te roepen. Waarom hou je geen rekening met je moeder, kind. Zij wil gewoon een rustige avond, net als ik. Maar jij wilt aandacht. Ik snap het wel hoor. Doet ze haar haar, maakt ze zich mooi voor jou, of misschien wel voor je vader. Is er liefde in je huis, voel je het hangen? Het is warm en dik, en hangt onzichtbaar in de lucht, het doet je zo licht voelen dat je de illusie krijgt dat je kan zweven. Je moet eens kijken naar de blikken tussen je moeder en je vader. Kijk goed, blikken van passie en geluk. Ogen die stralen als ze elkaar aankijken, je merkt het meteen wanneer het gebeurd.

Maar ik heb zo een gevoel dat jij het niet kan zien, omdat ze niet bestaan. Je moeder is druk bezig met jou, en je vader te druk met de televisie. Kun je hem vragen het geluid wat zachter te stellen? En terwijl je dat doet, haal je eigen stemniveau ook naar beneden. ‘Mama’, dat kan je ook al. Ik hoor het, je zegt ‘mama’. Je stem kraakt op de tweede klemtoon, alsof je al veertig jaar rookt en vijfendertig jaar drinkt. Herken je de geur van alcohol al, die zure scherpe lucht die uit je vaders mond komt terwijl hij naar de voetbal kijkt. Probeer maar even te ruiken, je kan wel bij hem kruipen hoor. Maar ik waarschuw je op voorhand, het is geen prettige geur. Betreden op eigen risico. Waarom roep je mama Allesandro? Je weet dat ze het niet fijn vindt, je zaagt. Je maakt haar hoofd moe, ze heeft net een hele dag met jou thuis gezeten. Nu moet je niet nog eens gaan zagen, zo laat op de avond. Wees maar stil, ja, goed zo. Stilte kan fijn zijn toch? Zo rustgevend als iedereen je met rust laat, als je genegeerd wordt tot je stopt met zagen. Dan is de stilte zo welkom. Maar lieve Allesandro, je mag van mij de hele avond huilen. Liever dat, dan dat je wordt stilgezwegen met een klap.

Eén maand Suriname

Eén maand in Suriname, dat moet gevierd wordenQuin en ik zijn nog nooit zo lang bij elkaar geweest, maar gaan ondertussen wel al een jaar met elkaar. Hoe gek dat ook mag klinken, we voelen ons super goed en dat is toch hetgeen wat telt!

Wat ook heel goed voelt, is het feit daZoë-kaa gent-paramaribot ik niet moet aftellen, rekening houden, uitkijken of tegen een volgend vertrek moet opzien. Eén maand in Suriname en ik moet nergens heen, want ik ben al thuis.

Ons plan – ja, we hebben wel degelijk durven plannen! – was om vandaag een dagje voor onszelf te nemen. Bootje nemen over de Suriname rivier en lekker slenteren door Nieuw-Amsterdam, een rustige groene streek aan de overkant van Paramaribo met veel oude plantages uit de slavernij om te bezoeken. Maar tropische regenbuien, waarin zelfs fietsen geen aanrader is, brachten ons op een ander idee. Het was wel eens tijd voor een grote schoonmaak. En zo stonden we de hele dag te schrobben, dweilen en kuisen. Het hoort er ook allemaal bij. Ik denk dat ik de badkamer schoner heb gemaakt dan dat we in eerste instantie aangetroffen!

Maar waarmee ik deze dag echt gevierd heb, is de inzending van mijn eerste artikel voor de Ware Tijd. Drie weken was ik druk in de weer met het onderzoek, waarvoor ik tientallen mensen interviewde. Naast het feit dat ik me hier heel prettig voel in Suriname,Werk-stagiairegemeenschap-keuken doet het me goed dat ik hier kan doen waarvan ik hou: schrijven. En niet alleen in mijn dagboek of op het internet, maar voor een kwaliteitsvolle krant! Ik wil het dan ook niet over koetjes en kalfjes hebben in mijn artikels, maar sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen aan het licht brengen. Er valt in Suriname nog zoveel te ontdekken, zowel voor mij als voor de Surinamer zelf.

Met trots kan ik mededelen dat ik als eerste de ontdekking van de stage-industrie heb onderzocht, met nadruk op de Belgische stagiairs. Er is hier in Suriname nog geen eerder onderzoek naar gedaan. Dit brengt een voordeel voor mij als journalist met zich mee qua originaliteit, maar ook een nadeel aangezien er nog heel weinig bekend over is. De laatste weken ben ik dus druk bezig geweest met dit onderwerp uit te spitten. And man, do I LOVE my job! Ik moest mezelf er soms aan herinneren om te eten, omdat ik zo geconcentreerd in mijn werk verdiept zat.

Het artikel was, naast een interessante ontdekking en uitdagend onderzoek, een relatief gemakkelijke start van mijn carrière als journalist in Suriname. Aangezien ik vorig jaar als vrijwilliger in een stagiairehuis zat, en met veel stagiairs op stap ging wist ik al zo een beetje waar ik kon beginnen.

Quin-bus-voor-huis2De economische crisis komt ook bij ons thuis hard aan. Eén euro is momenteel bijna acht keer meer waard dan de Surinaamse Dollar. En aangezien ik hier niet ben om mijn gespaarde euro’s te gebruiken, voel ik zelf hoe hard Surinamers het hebben met het loon dat ze krijgen. Dat is klein als je kijkt naar de levensduurte en prijzen in de winkels. Quin werkt in de scheepvaart. Vorige week heeft hij vier dagen niet moeten werken, omdat er gewoon geen schepen waren die in of uit het land varen. Dit zegt iets over de status van het land, dat niet genoeg produceert om te verkopen en geen geld heeft om te importeren. Gelukkig heeft hij zijn tweede job als buschauffeur zodat we ons momenteel geen al te grote zorgen moeten maken.

2 culturen, 1 dak

Ik heb zo een theorie in mijn hoofd, die tegenstrijdig is met die van mijn moeder. Mijn moeder gelooft namelijk dat elke mens geboren is op een plaats, en dat dit voor een reden is. Als je leven niet zo moest zijn, dan was je wel ergens anders geboren. Waarom wordt anders de ene geboren in Australië, en de andere in China? Er is een doel – vraag me niet welk – dat je kan vervullen op die plaats waar je geboren bent. Dat doel moet ieder voor zichzelf bepalen. Het is goed voor de wereld als iedereen werkt aan zijn eigen stukje grond, de grond waarop die geboren is. Als we allemaal zouden werken aan ons eigen, bij ons eigen en in ons eigen buurt, zou de wereld er heel wat mooier uitzien.

Vluchtelingen komen naar het westen, dat zo opgehemeld wordt. Alsof de hemel op aarde bestaat. Ook in Suriname leeft de European dream. Vroeger wouden de mensen allemaal naar Amerika, het beloofde land waar je kon werken en gelukkig worden. Nu nog steeds denken veel mensen hun geluk te vinden in Amerika, hun droom waar te kunnen maken. Maar eens je buiten Europa stapt, omdat je bijvoorbeeld Europa niet goed meer vindt, of je bent niet akkoord met de mentaliteit of de beleidsvoering, merk je dat de mensen juist naar daar willen gaan. In Suriname leeft de gedachte dat het in Nederland of België allemaal veel gemakkelijk gaat. Het feit dat het geld acht keer zoveel meer waard is dan in Suriname doet hier waarschijnlijk ook wel wat aan.

Phaqua-Zoë-pleinMaar ze leven in de illusie dat in Europa iedereen voor elkaar zorgt. En als ze in het begin geen werk vinden, ze wel een uitkering zullen krijgen, en die uitkering is vaak veel meer dan wat ze in Suriname kennen. Maar ze vergeten dat in Europa een heel egoïstische mentaliteit leeft, en dat je niet zomaar even alles in je schoot geworpen krijgt, maar dat je er hard voor moet werken, zeker met de achterstand aan kennis die je automatisch hebt wanneer je een nieuw land binnenstapt, want je weet gewoon niet hoe het werkt, en dat valt je niet kwalijk te nemen, maar in Europa doen ze dat wel. Nu, mijn moeder denkt dat mensen hun leven alleen maar moeilijker maken als ze verhuizen of immigreren, en dat ze meer kans hebben op een gelukkig bestaan als ze blijven waar ze geboren zijn, zonder daarbij enige vorm van racisme te hebben, want mijn moeder wilt alleen maar het beste voor de mensen. Ik vind het een mooie theorie, die best wel eens zou kunnen werken. Maar ik denk net het tegenovergestelde.
Nu ik hier zo ben, sta ik aan de andere kant van het verhaal. Ik ben de immigrant, ik ben hier niet even op stage of op vakantie, maar woon hier en wil hier een leven opbouwen. Dit maakt van mij een immigrant, toch?
Phaqua-Zoë-Gary-pleinWel, het is moeilijk, daar heeft mijn moeder alvast gelijk in. Het is alles in één, nieuwe structuren van maatschappij moet je leren, er zijn andere gedragingen die je wel en niet kan doen, er is een andere taal die je moet spreken. Want er mag hier dan wel dezelfde taal worden gesproken, er worden andere woorden gebruikt en je moet weten wat wel en niet te zeggen om geen verkeerde indruk op te wekken. Alle comfort die je je hele leven lang kende, valt onder je voeten weg en je weet niet meer waar je op kan staan. Normen en waarden zijn anders, maar je kan er zo precies niet de vinger op leggen hoe anders die dan zijn. (Voor alle duidelijkheid: dit is niet Quin op de foto)

Maar ik geloof in een samensmelting van culturen. Luister even goed: als je overgrootopa van Canada is, je overgrootoma van Kenia, je opa van Japan, je oma van Zwitserland, je moeder van Turkije en je vader van Argentinië, maar jij bent geboren in Frankrijk en gaat daar naar school, welke nationaliteit draag je dan? Als je wordt opgevoed tussen al deze culturen, met al zijn normen en waarden, met alle onbeschreven regels en talen, wie ben je dan? Je bent uniek, en je bent bijzonder, en dat in de positieve zin van het woord. Als mensen uitwijken van het continent of land dat wordt gezien als het ‘beloofde land’, zullen de dromen van degene die willen komen snel aan diggelen worden geslaan. Als er een mengelmoes van culturen ontstaat, waar godsdienst en geloof je eigen beslissing is, en waar mensen geen één nationaliteit dragen of geen één waarden en normenpatroon volgen, kunnen we alleen maar openstaan voor de ander, want je bent niet anders gewend in je persoonlijke verleden. Zo, dat is mijn theorie, die je waarschijnlijk met vier, vijf argumenten aan diggelen kunt slaan. Maar ik geloof in deze samensmelting, die natuurlijk niet voor binnen vijf jaar is.

Phaqua-Zoë-Quin-thuis4Dat ik erin geloof, wil daarmee nog niet zeggen dat het gemakkelijk is, of mogelijk. Ik ben het levende bewijs van een immigrant die ‘vlucht’ van het zogezegde ‘beloofde land’. Ik geloof niet in één beloofde land, ik geloof in je eigen kunnen om een land te accepteren hoe het is, en op je eigen manier te veranderen zodat je je comfortabel voelt in het land dat je niet kent, zonder daarbij politieke ambities te hebben of maatschappelijke problemen te verhelpen. Dat veranderen gaat niet zonder slag of stoot, want je moet jezelf veranderen, je moet je aanpassen naar die omgeving die je hebt ‘gekozen’. En daar komt dan het dierlijk instinct dat diep in jou wakker wordt en kom je erachter dat je misschien helemaal niet wilt veranderen, want je hebt hard gewerkt voor de persoon die je tot op vandaag bent geworden. (Nog eens voor de duidelijkheid: dit is wél Quin op de foto)

Maar bij een verhuis naar een ander land of werelddeel, moet je je medemens, met andere geloofsovertuiging, met een ander beeld van goed en fout, met andere doelen en andere inzichten, met andere normen en andere waarden, met andere perspectieven en gedachten, tegemoet komen. En jij moet het meeste werk verrichten, want jij bent de nieuwe, jij bent de immigrant. ‘Als je naar hier bent gekomen, moet je je ook aanpassen, anders blijf je maar lekker in je eigen land’, zijn woorden die in België vaak gezegd worden. Je moet je aanpassen, in de zin dat je mensen tegemoet moet komen, maar degene die er al altijd heeft gewoond, moet zich ook aanpassen. Gewoon omdat het dan een veel gezelligere wereld zou zijn. Geef de immigranten wat ruimte, geef ze wat vertrouwen, geef ze een compliment in plaats van ze te staan corrigeren, ik kan het ook gebruiken. Het helpt niet om alleen maar te staan bekritiseren en/of corrigeren.

Phaqua-Zoë-Sophie-plein

Niet te vergelijken

De ervaringen die ik vorig jaar heb opgedaan, zijn dag en nacht verschil met wat ik nu allemaal ontdek. Nu ik hier werk en woon, zie ik anders, proef ik anders en ruik ik anders. Van een lange-afstandsrelatie de ene dag naar samenwonend de volgende. Van trips plannen naar het buitenland tot SRD’s tellen voor de huur. Het is elke dag een vraagstuk wat we nu weer zullen eten en ik moet mijn eigen was doen. Ik ben de enige blanke in mijn buurt en waan me met voorzichtige stapjes in het leven van de Surinamer.

17269054_10211955744758367_1861587068_o

En dat leven bevalt me wel. De traagheid van de zaken ergeren me minder, omdat ik niet meer in een groep zit van Westerse mentaliteit. Het is op een bepaalde manier gemakkelijker om me aan te passen aan het leven van alledag, omdat ik samenwoon met Quin en niet kan ontsnappen aan de onvermijdelijke frustraties die deze cultuur met zich meebrengt. De impulsieve levensstijl, het ‘we zien wel’, de plannen die je niet moet maken, want ze lopen toch niet zoals verwacht. Om teleurstelling te voorkomen, maak ik niet veel afspraken en probeer ik mijn geest zo open te zetten dat ik niet meer verbaasd ben wanneer mijn vriend zich plots herinnert dat we toch even dit moeten doen, of dat een interview-afspraak wordt uitgesteld met twee uur.

17237102_10211954943258330_1876352781_o

Er wordt altijd gesproken over een clash van culturen, de zogenaamde cultuurshock. Wel, wie zich nog steeds vragen stelt over hoe dat verloopt, zo een cultuurshock, moet maar eens een weekendje bij ons komen logeren. Alles is een uitdaging, want mijn vriend die ziet het werk wel liggen, maar zal pas beginnen met de afwas als hij voelt dat hij er klaar voor is. Als het even kan. Ook al is de was al gedraaid en schijnt de zon buiten, hij stelt zich pas recht als het hem uitkomt. Tot dat moment blijft hij rustig Facebook-scrollend in de zetel hangen. En dat terwijl het bed nog niet opgemaakt is. Dan zit ik in de zetel en hang ik even lekker met hem mee, maar in mijn achterhoofd blijft het werk me uitdagen. Want de zon schijnt, en de afwasberg stoort me, en het bed ziet er niet uit. Dan is het luieren voor hem gedaan, en begint hij actie te ondernemen. Is het plots ik die  lig te luieren, en ‘we moeten toch de was ophangen, straks is de zon weg’.

17200441_10211955764518861_273298658_oDat alles leidt tot goede gesprekken, en ik mag van geluk spreken dat hij goed luistert, begrip heeft en wel degelijk iets doet als ik het hem, ook al moet ik het veel vragen, blijf vragen. Ik heb geen omgeving waar ik even kan uitblazen en kan zagen tegen de Westerse mensen over de verschillen tussen onze culturen, die van de Surinaamse cultuur en die van het Westen. Ik heb geen vriendinnen die tegen mij zeggen dat we ‘nu’ weg gaan en dat ik mij maar even moet haasten. Nee, als de motor van de auto al draait en ik laat ben voor mijn afspraak, begint mijn vriend plots te dweilen. Mag ik dan zagen? Want hij dweilt toch maar. En hij kookt, en hij helpt en hij doet het wel allemaal, maar alles op zijn eigen tempo. Zodoende doe ik hier even mijn beklag over de Surinaamse cultuur, want tegen hem zagen geeft niet de voldoening waar ik op hoop.

Maar de Surinaamse cultuur is meer dan traagheid, wat ook wel met de temperatuur te maken heeft, het feit dat de bussen geen tijden hebben en misschien ook wel omdat opjagen gewoon niet goed is voor je hart. Zo leer ik nieuwe smaken, groenten waarvan ik de naam nog nooit van heb gehoord en waarvan de smaak een totale verrassing is voor mijn mond. 17269286_10211955742958322_1440908157_oOker, klaroen, tajerblad, guave, papaya, manja, kousenband, awara’s, mopé, en ga zo maar even door. Of ik leer nieuwe benamingen voor dezelfde groente, zoals aubergine die hier boulanger heet (op zijn Frans uitgesproken). Zo leer ik ook koken met andere kruiden, zoals dijera en massala, om er zo maar even twee te noemen. En een maaltijd is niet af zonder een pepertje en enkele maggi-blokjes (kippenbouillon). Je mag ook niet ruiken aan de kookpotten, iets wat ik thuis vaak deed. Of kip moet je kluiven, iets wat ik thuis nooit deed. Mijn vriend is gek van kluiven: kraakbeen, pezen, botten, het gaat allemaal naar binnen. En daar zit ik dan, verlangend naar mijn kipfilet. Wat we elke dag zullen eten en hoe het moet klaargemaakt worden is dus een groot vraagstuk voor mij, en één van de grootste uitdagingen tot nog toe.

17237079_10211955693237079_694762902_o.jpg17230288_10211955693877095_1920660535_o.jpg

Nog een uitdaging is het transport. We wonen toch een eindje van de stad en veertig minuten fietsen is geen optie in de blakende zon, of in het pijpenstelen regenen. Auto rijden dan maar, of de bus pakken. Maar de bus pakken is niet zomaar even om de hoek lopen. Het is eerst een dikke twintig minuten wandelen naar de eerste weg waar een bus passeert. Dan is het wachten, en je weet nooit voor hoelang aangezien er geen uurroosters zijn, tot een bus passeert. Moet je geluk hebben dat deze niet vol zit, anders rijdt die gewoon door en moet je weer voor onbepaalde tijd wachten. Eenmaal op de bus kan het lang duren, aangezien passagiers op- en af stappen wanneer het hun uitkomt, en de bus soms wel erg veel kan stoppen op deze manier. Er zijn routes, maar niet om te zeggen zoveel dus eenmaal aangekomen in de stad, is het soms een kwartier wandelen naar de volgende bus, waar je dan gaat opzitten. 17200660_10211954942138302_2076803693_oMaar hij vertrekt alleen als die vol zit, dus is het wachten op genoeg passagiers voor deze vertrekt. ‘Even’ naar de stad is dus niet zomaar ‘even’, maar neemt al snel twee uur in beslag, en dan ben je er nog maar en moet je nog terug. Het is dus nog even zoeken. Ik leer autorijden, maar aangezien er geen wegmarkeringen zijn, is het eerst de taak om de wegen te leren. Dus heb ik een wegenkaart gekocht die ik nu aandachtig aan het bestuderen ben, maar ondertussen zijn er wel interviews die gedaan moeten worden en inkopen die gekocht moeten worden.

Omdat elke dag anders is en het zo een avontuur blijft, vind ik het helemaal fantastisch. Voor de eerste keer woon ik samen en heb ik iets op te bouwen, wat me een enorm gevoel van trots geeft. Alles wat we doen in ons huisje, is voor ons. We delen een verantwoordelijkheid en we werken aan ons  zelfstandig bestaan. Doordat we beiden onregelmatige werkuren hebben (ik als journalist en hij als loods op de boot) zien we elkaar niet veel. Maar we maken tijd en gaan dan eens een wijntje drinken aan het water 17200858_10211955693037074_217452328_oonder de palmbomen in de warme avondlucht. Het is fantastisch om bij hem te zijn, en zelf het feit dat we kunnen discussiëren tegen elkaar vind ik een luxe, want we zijn tenminste bij elkaar. Het is een opeenschakeling van uitdagingen en avontuur, met veel liefde en passie in het spel. Dit is de plek waar ik wil zijn.
Ik kan mijn passie voor het geschreven woord helemaal kwijt in het werken voor de krant, waar ik onderzoekende artikels mag schrijven. Net dat wat ik wou doen, en nu ik deze kans heb gekregen, wil ik het dan ook goed doen. Maar om tot het ‘goed doen’ te komen, moet ik vele omwegen en zoektochten ondernemen. Zelfs mijn vragen leer ik anders opstellen in de interviews, want het is dan wel dezelfde taal, er worden andere woorden gebruikt. Dus ik loop tegen de muur en af en toe worden mijn kaken wel eens rood, of heb ik plots geen idee meer wat ik moet vragen of hoe ik mij een houding moet geven, maar ik leer en ga vooruit en evolueer. En dat is exact wat ik hier kwam doen.

Een plek onder de zon

Ik kom thuis in een land dat ik dacht te kennen, maar mijn verhuis naar Suriname heeft een andere wereld geopend. Een wereld die in sterk contrast staat met alles wat ik toen ontdekte. Dankzij mijn vrijwilligerswerk bij dagblad de Ware Tijd vorig jaar heb ik heel wat uithoeken van het land gezien en unieke plaatsen ontdekt, want het is nu eenmaal zo: journalistiek brengt je op plaatsen waar de ‘gewone mens’ niet komt. Ik volgde de politiek en economie en kreeg een goed beeld van het land, zowel in de stad als in het binnenland. 3 maanden stortte ik mij in een avontuur dat geen einde leek te hebben. Ik ging van het ene feestje naar het andere, hier eens uit-eten met Milou, daar eens gaan sporten met Manon. Als ik niet op de dansvloer of in de cafés te vinden was, was dat waarschijnlijk omdat ik in het binnenland vertoefde. Draai het of keer het: ik was op vakantie, en daar is helemaal niets mis mee.

12829248_10208657525344943_2404247036489397178_o

Terug in Suriname, het land dat ik in de eerste plaats bezocht op aanvraag van mijn moeder. Zij wou namelijk dat ik iets met mijn journalistieke opleiding deed, als ik dan toch zo zot was om een wereldreis te maken. Dus kwam Suriname op het lijstje van landen staan, een land dat ik uit mezelf nooit had overwogen te bezoeken, gewoon omdat het niet in mij opkwam.

Na bijna tien maanden uit een rugzak te hebben geleefd, was het moeilijk aanpassen in België. Ik vond mijn draai niet meer, voelde me ongemakkelijk in de manier waarop zaken behandeld werden, hoe mensen met elkaar omgingen en het pendelen naar Brussel leek al mijn energie uit mijn lichaam te zuigen. De verleiding om terug mijn rugzak op te pakken was moeilijk te weerstaan. Suriname trok mijn aandacht, om meer dan één reden; het is een warm land, het is een open land met weinig inwoners (slechts 500 000, waarvan de helft in de stad leeft), de kalmte waarmee zaken behandeld worden en de traagheid waarop het leven zijn gangetje gaat, Nederlands is de voertaal en mijn netwerk is groot. Ik was er al langer achtergekomen dat ik graag schrijf. Ik ben jong en heb de tijd en ruimte om te investeren in mezelf, wat voor mij betekent: het avontuur opgaan, je hart volgen en artikels schrijven, mezelf ontwikkelen in de journalistiek en in het leven. En dat allemaal wil ik doen met de persoon die mijn hart heeft gestolen. Al deze dingen kon ik vinden in Suriname, en niets hield me tegen uit het koude Belgenland te vertrekken.

17268910_10211955928922971_833593550_o

Het afscheid van België was deze keer harder dan verwacht. Mijn tijd was intens, zowel op positief als negatief vlak. Het is dankzij vrienden en familie dat ik wel genoten heb. Zij zorgen voor een thuis in België, en daar ben ik ze heel dankbaar voor. Dit moest ik weer verlaten, en ook al liep ik maanden te zeuren over hoe beter het allemaal wel niet was in andere delen van de wereld, toen het afscheid er eenmaal aan zat te komen moest ik toch even slikken. Ik besefte dat ik het best goed heb in België, en het gras dat altijd groener lijkt aan de overkant, was deze keer toch groener aan mijn kant. Ik zou er best gelukkig kunnen worden, als ik er nog wat langer voor had blijven werken.

imm018_16A

Maar eenmaal aangekomen in Paramaribo besefte ik dat je voor geluk niet zo hard hoort te  werken, als het op een andere plaats voor het grijpen ligt. De warmte die me omarmde en het weerzien van de tropische bomen vulde mijn hart met een geluk dat niet te beschrijven valt. Nog voor ik mijn vriend terugzag, voelde ik dat de beslissing die ik enkele maanden terug nam, de juiste was. Sindsdien zijn mijn dagen een opeenschakeling van liefde en gelukzaligheid, maar ook van verwondering en uitdaging. Hierover later meer, ik moet nu toch maar eens gaan strijken.

Ga en je zal terugkomen

Ik voel me verloren. Verloren en niet begrepen. Al bijna 3 maanden ben ik terug in België, en het wordt lastiger met de dag. Enkele weken na mijn aankomst was ik onder de indruk van mezelf, hoe gemakkelijk ik het had om hier terug te zijn. Hoe leuk ik het vond om met mijn familie te tafelen en mijn vrienden terug te zien. Het is wel even zoeken geweest in die eerste weken, maar ik was best fier op mezelf. Ik was verschoten van hoe graag ik eigenlijk terug thuis was. In een kamer die voor mezelf is, onderweg met een maatschappij die ik ken, fietsen in een stad waar ik niet de toerist ben, hoe ik niet moet zoeken naar een manier om ergens te geraken. Ik voelde me mooi, sterk en gewild. Ik kreeg uitnodigingen van vrienden om iets te doen, ik dronk Belgisch bier op een café waar ik niet moet vragen waar de WC is. Ik ken de taal, weet hoe ik me moet gedragen en herken mensen in de straat. Iedereen was zo blij me terug te zien. Enthousiast kreeg ik de vragen naar mijn hoofd geslingerd. Ik wist niet altijd hoe ik moest reageren, maar ik genoot van de aandacht. Een gesprek ontstond zonder eerst te moeten vragen naar elkaars naam, en van waar de andere komt. Het ging allemaal zo natuurlijk en alles was weer nieuw voor me. De eerste keer terug op café, de eerste keer met de bus, de eerste keer naar Maarten, de eerste keer in euro’s betalen, de eerste keer in het donker fietsen, de eerste keer alles. Ik vond het zalig om terug thuis te zijn, tegen mijn eigen verwachtingen in.

Nu heb ik nog steeds mijn eigen kamer waar ik van geniet en mijn fiets waar ik helemaal gek op ben. Maar de uitnodigingen van vrienden zijn gedaald. De meesten hebben me één keer gezien en vinden het wel goed zo. Iedereen gaat verder met zijn eigen leven, met nieuw gemaakte vrienden of nieuwe uitdagingen op het werk. Mijn vrienden leven met een drukke agenda en geplande evenementen. Ik heb een lege agenda, omdat ik gek word van een volle. Ik kan toch maar op de dag zelf beslissen of ik diezelfde avond zin heb om nog iets te doen? Hoezo al een afspraak maken weken op voorhand, niet wetende of je daar op die afgesproken datum wel zin in zal hebben? Ik hou van de onafhankelijkheid en impulsiviteit die een lege agenda mogelijk maakt. Maar ik ben hierin heel alleen. Want impulsiviteit gaat moeilijk met een omgeving waarin iedereen alles dagen, soms zelfs weken, op voorhand plant. En ik word er onrustig van, van iedereen die plannen maakt, omdat er anders geen tijd is om elkaar te zien.

Ik voel me niet begrepen door mijn omgeving. Niet omdat ik slimmer ben, niet omdat ik meer heb gezien. Wel omdat ik anders heb gezien. Ik heb gevoeld en ervaren hoe het anders kan, en ben tot indrukken en conclusies gekomen die mijn denkwijze hebben veranderd. En hierin voel ik me alleen, niet omdat er niet naar me wordt geluisterd, maar omdat ik mezelf niet kan uitdrukken. Ik vind de woorden niet om te zeggen wat ik voel, omdat dingen in mij zijn veranderd waarvan ik ook niet weet hoe of waar het precies gebeurd is. En ik probeer, maar bots daarbij op heel veel verwondering. Verwondering die ik niet begrijp, want ik heb anders gezien. En dat maakt mijn omgeving niet dom en mij niet slim, of omgekeerd, maar het zorgt voor frustratie en verveling. Ik voel mijn vrienden zuchten, ik voel ze met hun ogen draaien als ik probeer iets te verwoorden wat te maken heeft met mijn veranderde opinie. Ik dwing mezelf voorzichtig te zijn in wat en hoe ik dingen zeg, en dat bij mijn eigen vrienden. Ik voel me eenzaam in mijn eigen stad.

Stil maar zeker komt bij mij die bevestiging. Ik voel me niet op mijn plaats in het land waar ik geboren ben. Ik ben niet akkoord met de manier waarop het hier in zijn werk gaat. Hoe tijd allesbepalend is, hoe individualistisch de maatschappij is, hoe weinig geduld er wordt uitgeoefend. Beloftes worden even snel gebroken als gemaakt, verwachtingen worden hoog gehouden terwijl er geen hoop was in de eerste plaats. En daarmee wil ik niet zeggen dat het verkeerd is, dat ik er zelf niet ingezogen word of dat een ander land perfect is. Het gaat hier niet om juist of fout. Ik bekritiseer niet de vrienden die hier een leven willen opbouwen, of die enthousiast zijn om een stap verder te gaan. Helemaal niet, ik ben gelukkig dat zij zich goed voelen, thuis voelen en leven willen opbouwen in de plaats waar ze geboren zijn. Meer nog, ik ben jaloers dat ik het zelf niet kan.

Maar ik voel me hier, in België, ongeduldig en gehaast, egoïstisch en verwend. Ik hou niet van de versie van mezelf die ik hier in de spiegel zie. Ik heb gevoeld hoe hoe het anders kan. Ik heb ervaren hoe anders ik kan zijn. Ik heb een deel van mezelf leren kennen als rustiger, gelukkiger, vrijer. Ik heb een leven leren kennen dat vol zit van uitdagingen, impulsiviteit en verrassingen. Ik heb geleerd om mijn gevoel te volgen, mijn eigen intuïtie te vertrouwen. Ik heb op reis zo goed in mijn vel gezeten dat ik me soms voelde barsten van geluk. Ik had meer voeling met mezelf op een plaats waar ik het niet ken, als hier in de stad waar ik geboren ben. Ik kom hier en ik weet het allemaal niet meer, ik weet niet naar welke gedachten te luisteren of welke gevoelens te volgen. Ik voel niet meer wanneer ik moe ben en wanneer ik energie over heb. Ik leef niet meer, ik word geleefd. Dit heeft betrekking tot mìj. Ik stel hiermee niet dat jullie allemaal gek zijn om in een land als België te willen leven. Want ik zie ook hoeveel moois België te bieden heeft, van sociale ziektekas tot het Gravenkasteel in Gent. Maar het voelt niet als de juiste plaats voor mìj.

Er is een onmiskenbaar verlangen in mij die de nieuwe versie van mezelf verder wil ontdekken. Een versie waarvan ik heb geproefd, maar nog niet ten volle heb leren kennen, omdat de tijd te kort was. Ik heb geproefd van een ander leven, een leven dat ik nog niet ken en een maatschappij die ik nog niet begrijp. Maar het is genoeg voor mij om ernaar terug te gaan. Simpelweg omdat het de eerste beslissing is sinds mijn terugkeer die 100 procent goed aanvoelt. Suriname: ik kom terug.

 

Wedergeboorte

Bijna 22 jaar geleden was kleine ongeboren Zoë nog in de buik van de mama. Ik bleef even langer zitten dan negen maanden want ik vond het blijkbaar best gezellig daarbinnen. Bijna 22 jaar terug schonk mijn mama me het mooiste cadeau dat iemand maar kan geven. Een gezond leven. Nu, naast goede puntjes op school en een eerder moeilijke tienerperiode waar ik even de donkere kant opging met een foute Tokio Hotel periode, heb ik mezelf het op één na mooiste cadeau geschonken. Ik heb mezelf doen herleven. En dit bedoel ik op vlakken die ik nooit zal kunnen beschrijven. Ik heb de ballen die ik niet heb bij elkaar geraapt en 12 januari stapte ik op het vliegtuig naar Amsterdam. Naar Paramaribo naar Curaçao naar Panama naar Lima naar Cusco naar Lima naar Santiago naar Auckland naar Sydney naar Bali naar Qatar naar Johannesburg naar Port Elizabeth naar Johannesburg naar Qatar naar Brussel. Ik bevind me nu voor de tweede keer in Doha, Qatar en heb nog één laatste vlucht te gaan (btw ik hou van Qatar Airways!) Nu ik al die vluchten zo op een rijtje zet voel ik me plots wel schuldig om mijn stijgende ecologische voetafdruk. Oeps….. Ik hoop dat het boompjes planten en het naar geen autorijden Saar iets aan kan bijdragen.

Ik heb een hand uitgestoken naar een klein deeltje van de wereld. Ik heb nooit de illusie gehad de wereld te verbeteren want dat is wat ik noem een onmogelijke eenmansoperatie. Ook samen met andere vrijwilligers kan het serieus tegenvallen als je intentie is om hét grote verschil te maken. We zorgden voor een glimlach op het gezicht van een kind, maar ook van een oudere, en doet mij raar maar waar, al heel goed voelen. Maar ik ben ook niet naïef. Hoe snel mijn handen ook bomen kunnen planten, machines aan de andere kant zullen altijd sneller zijn in het afbreken. Waar ik een muur bouw voor een kinderschool, loopt de plaatselijke organisatie met de meerderheid van mijn geld weg. We kunnen proberen, maar niet oplossen. Daarvoor is de wereld tegroot, te verschillend. En dat is maar goed ook.
Ik heb geen verschil gemaakt op globale schaal. Maar ik heb harten geraakt waarvan ik nooit had gedroomd ze te leren kennen. Ik heb kennis gekregen en gegeven en het belangrijkste van al, ondanks alle vreselijke lelijke dingen waarin de mens in staat is, en dan spreek ik over inclusief mezelf,  ik ben gaan houden van het leven, mijn leven.
Bijna 22 jaar geleden vroeg iedereen aan mijn mama hoe het met haar ging. En nu vraag ik me af, was ze ongerust? Gespannen? Misschien was ze zelf al geïrriteerd op mij nog voor ik geboren was. Maar mama kennende was ze voornamelijk bezorgd. Met iedereen bezig behalve haarzelf. Geschiedenis herhaalt zichzelf. 9 maanden zijn weer voorbij, ditmaal kom ik wel op tijd.
Om eerlijk te zijn, ik wil niet naar huis. Want ditmaal is het ik die de vragen moet beantwoorden. ‘Hoe voel je je?’, ‘Hoe was het?’. Laat me je nu al zeggen dat ik hierop geen antwoord heb, of beter gezegd ik heb teveel antwoorden. Hoe kan ik ooit verwoorden hoe het voelt om op de achterbank van een safarijeep te zitten grappen over de penis van een neushoorn die we voor ons in alle glorie kunnen bewonderen (deze is trouwens gigantisch!). Hoe kan ik beschrijven hoe het voelt om je zatte locale Indonesische vriend naar huis te moeten brengen met zijn scooter, want meneer is te dronken om jou, zoals afgesproken, naar huis te brengen. Dus daar zit je dan, handen aan het stuur en zatte vriend achterop. Het felle maanlicht en zijn sterren houden je gezelschap samen met de oceaan die links van je tegen de rotsen kletst. Twee eenzame (idioten?) zwemmen in het water met een zaklamp op het hoofd en een speer in de hand, op zoek naar vis voor de markt de volgende ochtend. Dat allemaal terwijl je eigen scooterskills zwak zijn, je ook zelf een glaasje Arak teveel op hebt en de weg niet bepaald geasfalteerd is zoals we het kennen. Hoe kan ik je doen beseffen dat je over de kleine straatjes van Cusco over de varkenshoofden, ananassen, appels, papaya’s, riet, hout, over de weegschalen, langs de tandenstokers, straatlessen, preken en de grootste brol die je maar kunt inbeelden moet rennen om op tijd een bosje bloemen af te geven als bedanking voor de school die ervoor gezorgd heeft dat je je goed gaat voelen in een andere taal en cultuur. Hoe kan ik verwoorden hoe het voelt om je in de steek gelaten te voelen door een vriendin die je nog geen twee uur kent? Hoe het voelt om steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw afscheid te moeten nemen tegen mensen die je voor eeuwig aan je zij wilt hebben, gewoon omdat de eerste zinnen die je deelde niet gingen over je afkomst of leeftijd. Hoe kan je begrijpen dat Nemo en Dora (is het Dora?) op 5 centimeter van je zwemmen maar dat je maar moeilijk aandacht aan hen kan schenken want een fluoricerende gele paling vult je hele zicht. Ik kijk terug op mijn foto’s maar ik ben teleurgesteld, de meeste doen niet eens recht aan hoe het in werkelijkheid was.
Ik kan mijn verdere leven volpraten met verhalen en bedenkingen over deze reis. Mooie en minder mooie momenten hebben mijn laatste negen maanden gevuld. Je mag me altijd vragen hoe het eten in Paramaribo was of het weer in Nieuw-Zeeland. Ik kan alles tot in het detail herinneren alsof het gisteren was, en tegelijk herken ik mezelf niet in mijn herinneringen. Als ik Zoë een bus zie nemen in Cusco, is het alsof ik naar een film kijk. Negen maanden later en ik kom terug naar België, als een ander persoon, maar meer mezelf dan ik ooit ben geweest. En ik heb er nog niet genoeg van. Reizen is mijn drug. En ik heb shot na shot na shot na shot kunnen innemen. Ik kan met volle zekerheid zeggen dat ik verslaafd ben. Het leven is veel te interessant daarbuiten om niet te ontdekken. Er ligt een hele wereld voor me open, en met nu een klein stukje te hebben leren kennen, is mijn honger alleen maar gegroeid. Het is sterker dan ooit tevoren. Ik ben verdrietig dat dit hoofdstuk is afgesloten, maar ik ben o zo dankbaar. Voor mijn mama, maar ook zeker voor mezelf. Als ik terugkijk, en men zegt toch altijd dat als het einde nadert, je begint na te denken over het begin. Ze konden niet meer gelijk hebben. Als ik terugkijk naar wat ik allemaal gedaan, gezien, geproefd, gelezen, geruikt, gevoeld en beleefd heb, kan ik alleen maar fier zijn op mezelf. Ik heb geleefd als nooit tevoren, al mijn zintuigen en gevoelens stonden dag en nacht op een hoog pitje. Een intense rollercoaster aan gevoelens is het geweest. En het heeft me geraakt tot in het diepst van mijn botten. Ik voel dat ik leef en meer nog, ik ben gaan houden van het leven op een manier die nieuw voor me is. Ik hou van ons leven, het leven van jij en ik, maar ook zeker mijn leven. Ik hou er zoveel van dat ik het soms haat en verafschuw en het me fysiek en mentaal kan breken. Ik heb werkpuntjes van mezelf tegengekomen waarvan ik niet eens besefte dat ik ze bezat. Maar ik stond ook meerdere malen versteld van mijn onafhankelijkheid en sterkte, waarvan ik ook niet besefte dat ik het zoveel in me had. 

Ik ben verdrietig. Maar dit is niet het einde. In tegendeel, ik probeer deze ervaring te zien als de introductie van mijn leven. Er volgt nog een volledig boek aan verhalen en ervaringen. Ik heb een gevoel leren kennen dat sterker is dan wat dan ook. Sterker dan de invloed van geld, liefde, relaties of familie. Lust. Ik heb levenslust opgewekt. Ik wil meer leven, intens leven. In de afgelopen maanden ben ik gewend geraakt aan adrenaline, spanning en onwetendheid. Ik ben verslaafd en heb meer honger dan ooit tevoren. Honger naar leven, mezelf uitdagen, nieuwe avonturen opzoeken. Want het cadeau dat mama me bijna 22 jaar geleden heeft gegeven ben ik niet van plan om te verspillen. Ik ben vastberaden om er het beste van te maken. En ik ben erachter wat het beste voor mij is. Ik wil terug naar die onafhankelijke intense vrijheid, want ik heb ondervonden hoe het voelt, en het is het meest fantastische, heerlijke gevoel dat ik ooit ervaren heb. Ik voel me onoverwinnelijk, zelfstandig, onafhankelijk, mooi en tevreden met wie ik ben, ook met alle werkpuntjes die ik heb. Ik ben hier, ik mag er zijn en ik zal terugkomen. Peace out

 

Zwartwit

Kwantu, letterlijk vanuit het Korsa vertaald als ‘plaats waar iedereen samenkomt’, is niet wat ik had verwacht van Zuid-Afrika. Het was een grote teleurstelling bij mijn aankomst enkele weken terug. Hier komt het op neer: een vijfsterren lodge in het midden van een 6000 hectare groot nationaal park. Een privaat nationaal park. Waar mensen duizenden rand neerleggen voor een nacht, en nog eens enkele voor een gamedrive. En maar lachen en foto’s maken van Zulu en Simba, de twee mannelijke leeuwen in het park. En de ‘oh’s en de ‘ah’s slaan je om de oren bij het zien van olifant nummer 10. Een batterij van de camera gaat sneller leeg dan 100 rand in de plaatselijke winkel. Ze noemen het vrijwilligerswerk, maar we zitten meer op onze poep terwijl we naart hartelust bediend worden door de plaatselijke werkers. De zwarte werknemers. Al wat ik zag bij aankomst was zwart-wit, de plaats van samekomst was voor mij eerder een harde klap in het gezicht van hoe hard twee verschillende huidskleuren niet samen kunnen komen, terwijl ze fysiek wel in elkaars omgeving leven. De blanke vrijwilligers krijgen de luxueuze kamers met de grote lounge en ontzettend veel versiering om het gevoel van Afrika op te wekken. De zwarte werknemers krijgen de ‘koten’ in het achterhoekje, waar niemand ze kan zien. Er wordt voor ons gekookt, gewassen en geplassen. Vorige week morste ik wat koffie op de tafel, ik ging naar de keuken en vroeg om en natte doek. Ze lieten me niet toe om het zelf op te kuisen. 2 minuten stond ik te discussiëren voor ik het uiteindelijk opgaf en de man mijn tafel liet afkuisen. Ik voelde me heel ongemakkelijk. Links en rechts zag je de zwarten -(ik hoop oprecht dat niemand een probleem heeft met deze woordkeuze, ik gebruik ‘zwarte’ omdat dat hier in Zuid-Afrika gebruikt wordt om een donkere man of vrouw te beschrijven)- de grond voor je voeten schoonmaken. Het zwembad wordt voor je ogen iedere dag schoongemaakt, terwijl er zelden iemand zwemt want daarvoor is de lentezon nog een beetje te zwak. Het gaat allemaal om het zicht. Ze zetten hier een mooi, hypermodern gebouw neer waar je als gast lekker kunt eten en naar de diertjes kijken. En de zwarten die werken maar om je heen. Het leek de andere vrijwilligers niet op te vallen. Het deed hen niet zoveel. Maar bij mij kwam het aan als een steek in mijn hart. Ik liep gefrustreerd, geirriteerd en ongelukkig. Na maanden van interactie en ontdekking in de verschillende culturen van over de hele wereld, zit ik hier vast in dit klein, maar tegelijk gigantisch, privaat nationaal park. Er is geen uitweg, tenzij je de ballen hebt het op te nemen tegen de wilde neushoorns, leeuwen, olifanten aan de andere kant van het hekken. Om eerlijk te zijn, zelf van een impala zou ik liever uit de buurt blijven.

Drie weken geleden was ik klaar om het op te geven. Zo graag wou ik weg, de onbekende wegen van Zuid-Afrika ontdekken. Het echte leven, de echte cultuur gaan opsnuiven. Het was me gelukt in alle andere landen tot zover, dus waarom zou het hier niet lukken? Ik voelde me gevangen en telde de dagen af naar mijn thuiskomst. Ik voelde me slecht en niet op mijn plaats tussen de andere vrijwilligers en de levensstijl van Kwantu. Maar een tekort aan geld en angst voor onveiligheid hield me binnen de hekkens van Kwantu Private Game Reserve. En exact het feit dat er geen uitweg is, heeft me gedwongen tot acceptatie. Het duurde even voor mijn hoofd niet meer zonder waarschuwing of enige controle op zoek ging naar vluchtwegen.

Pas als ik de situatie accepteer, heb ik kans om weer oprecht gelukkige herinneringen te maken. Zonder acceptatie zit ik vast. Alles sloeg zo een beetje over toen ik drie weken geleden op hike ging. Elke woensdag maken we een 10 km lange wandeling in het afgesloten deel van Kwantu, waar de gevaarlijke dieren niet zitten. Dit wordt gezien als een van de activiteiten die we doen. Het is mooi om te zien: de plekken waar ik me in eerste instantie verveel, worden na een fase van verveling terug interessant. Het is alsof ik door een soort van vervelingsfase moet gaan om echt te kunnen gaan apprecieren wat de plaats allemaal inhoudt. Waar ik vroeger met een lang gezicht in de auto zat, door het park rijdende op zoek naar dieren die we al gezien hadden en die ik misschien eerlijk gezegd ook al een beetje beu gezien had, zit ik nu met de grootste glimlach. Ik geniet van het uitzicht wat ik in eerste instantie maar teleurstellend vond, kale heuvels met af en toe een ‘bush’. Ik deel dezelfde humor met de andere vrijwilligers waarvan ik ze eerst maar een beetje oppervlakkig vond. En ik heb ontzettend interessante gesprekken met de mensen die mijn tafel schoonmaken, mijn ondergoed wassen, mijn gras verzorgen, mijn lunch voorzien en naast me op de stoel door het park rijden.

Nog steeds maakt de zwarte dame elke dag opnieuw mijn bed op. Nog steeds worden we elke donderdagavond verwend met uitzonderlijk lekker eten op locatie, terwijl ik nog steeds denk dat we dit niet verdienen. Nog steeds doen we aan fence patrol, waarbij we met twintig achter elkaar lopen op zoek naar een gat in het hekken, om dan een uur later langs hetzelfde hekken terug te lopen nog stees gaan we elke namiddag op ‘gamedrive’, waarbij ze ons vertellen dat we dieren gaan tellen om op de hoogte te blijven van de populatie. Wat voor mij gewoon een esxcuus is om het park in te gaan, want op 1 namiddag zijn alle dieren zowat geteld met zoveel vrijwilligers. Nog steeds voelt het werk iet wat nutteloos aan. Zeker wanneer je stenen staat te verzamelen in een storthoop die nog steeds niet opgekuist is, maar dat ze wel van plan zijn snel te doen.

Maar ik zie ook hoe ijverig de werknemers zijn om de poort voor ons te openen, al is het dan maar uit verveling. Hoe ze samen 1 grote familie vormen waarin banden intens en snel gemaakt worden. Hoe ze lopen om een papiertje dat we nog moeten tekenen, terwijl we nog de hele dag hebben, en ik zie de grote glimlach als ze naast me de zoveelste fence patrol van hun leven lopen. Overal waar ik kijk zie ik opgewekte blije gezichten. Elk uur van de dag is er die energie die de lucht vult. Energie van leven en blijschap. Deze mensen zijn blij om hier te zijn, hebben hun vrienden en de natuur om zich heen. Ze hebben werk en verdienen goed, ze kunnen op deze manier hun familie onderhouden. Ze krijgen drie keer per dag te eten en blijven op het rechte pad. Het feit dat hun slaapkamer niet zo luxueus als de mijne is maakt hun niet uit. Want het leven draait om buiten zijn, plezier en warmte. Ze zijn gelukkig hier te zijn. Dus, zou jij mijn koffie met een glimlach opkuisen?

Ik wel.

Een niet-zo nutteloze boodschap

‘Ik schrijf u, zonder uiteindelijk doel, maar met het gevoel dat ik deze, eerder nutteloze, boodschap met u wil delen. Lang leve de ontwikkelde Westerse Wereld waarin het maar een paar muisklikken kost om mijn boodschap tot bij u te krijgen. Ergens hoop ik dat het niet al te vreemd is om dit te ontvangen van een wildvreemde. 

Here goes: Ik ben al vergeten hoe ik op uw blog over uw wereldreis ben terecht gekomen (zo’n internet/blogspotter ben ik niet), een tijd geleden heb ik het aan mijn favorieten toegevoegd om eens te lezen als ik tijd had. Wel, deze middag, las ik alles wat je geschreven hebt en het heeft me geraakt, tot tranen toe. Een jaar geleden ben ik voor het eerst echt op reis gegaan, al was het maar voor een maand. Ik ben niet meer dezelfde als ervoor maar tegelijkertijd ben ik zoveel meer mijzelf. Ik herken zoveel in uw woorden en kan alleen maar raden naar wat zo’n reis, van zo’n duur, met een mens doet. Wie weet waar brengt het leven mij later; als ik ooit op wereldreis ga, zal het met een deel van uw verhaal in mijn achterhoofd zijn.’

Dit bericht kreeg ik vandaag toegestuurd van Tamara. Ik ken Tamara niet, heb haar nog nooit gezien of niet gesproken, we zijn geen vrienden op Facebook. Maar ik voel me meer met haar verbonden dan met elke andere vreemdeling. Mijn hart werd warm bij het lezen van haar ‘nutteloos’ bericht. Een bericht dat ik helemaal niet nutteloos vind. Haar woorden hebben meer impact op mij dan die van jou.
Het is lang geleden dat ik een blogpost heb geschreven, en dit heeft verschillende redenen.
(1) Ik voel me goed in Bali. Eindelijk, weer leven op straat. Eindelijk, karakter en charme overal waar ik kijk. Motorbikes in een verschrikkelijk chaotisch verkeer, mannen die de hele dag hangen op de hoek van de straat, kleine, onhippe eettentjes, arme miezerige winkeltjes waar je het ongedierte bijna ziet kruipen onder de tafel. Fruitwinkels waarin men zich niet bezig houdt met het mooi  presenteren maar alles gewoon op de grond ligt. Detail en versiering in elke muur op straat, oneven smalle voetpaden waar je moet uitkijken of je breekt je been. Kleurrijke bloemen op gedetailleerde beelden. Palmbomen onder een fel brandende zon. Een warme lucht die je dag en nacht om je lichaam nestelt. De zweetdruppels die van mijn voorhoofd druppelen bij het afdrogen na een koude douche. Gekraai van hanen elk uur van de dag, klaar voor hun volgende hanengevecht op straat. Salamanders groot en klein die je gezelschap houden op de muren en het plafond boven je zetel in een warme, kleurrijke tuin. Het feit dat kinderen van acht jaar blootsvoets, zonder helm en met hun vierjarig zusje tussen de benen een motorbike kunnen besturen zoals wij kunnen fietsen, maar als ik het probeer ik na vijf minuten al tegen de grond aansloeg. Vrouwen op bouwgronden die met vijf tot zes bakstenen op hun hoofd de trap aflopen zonder maar één keer naar beneden te kijken. Mannen die een groot varenblad van de boom breken en als paraplu gebruiken wanneer het begint te regenen. En wanneer de regen valt, kun je maar beter je slippers aanhebben, want de straten lopen onder. De inventiviteit van de inwoners gaat mijn verbazing te boven.
Er is rust. Het is druk en er lopen overal zoveel mensen dat het slalommen is zowel op de weg als naast de weg, maar er is vrede. Ik krijg hier de volledige indruk dat het leven, ondanks dat het hard werken is, ook gemakkelijk is. Je leeft. Zo gemakkelijk kan het zijn, niets meer en niets minder. Enkele dagen geleden kreeg ik een bericht van Yasmien. Blijkbaar hebben er zich aanslagen in Thailand voorgedaan. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het nieuws niet volg. Vorige week moest me een nieuwe vrijwilliger uitleggen wat Pokémon GO was, ik begrijp het nog steeds niet en eerlijk, het interesseert me ook niet. Het nieuws niet volgen maakt van mij een slechte journalist. Althans, volgens de regels aangeleerd op school. Wees altijd alert, weet wat er zich afspeelt in de wereld, je moét het nieuws volgen. En nu ben ik hier, aan de andere kant van de wereld en zie ik met eigen ogen wat er zich hier afspeelt.
Ceremonies, feesten, familie, eten, werken, geloof, plezier, en misschien ook naïviteit. Drie weken ben ik hier nu, en ik heb nog niemand ooit de krant zien lezen. Ik moet zelf eens goed nadenken waar je de krant hier kunt gaan kopen. Het interesseert de mensen hier niet in welke miserie de medemens in andere landen zichzelf aandoet. En dat maakt me misschien wel een slechte journalist, het maakt me een gelukkiger persoon. Er is hier geen voelbare angst, geen voelbare frustratie, geen voelbare haat. Je leeft en je maakt er het beste van hoe jij er van wilt genieten. Ik las het bericht over Thailand en plots kwam er een baksteen van realiteit bij me binnen vallen. Voor even was ik vergeten dat er ook nog zoiets bestaat als de rest van de wereld. Dat oorlog, ruzie, haat, frustratie, dood, vernietiging en aanslagen voor teveel mensen dagelijkse realiteit is. En dat ze steeds meer een grote rol gaan spelen in het Westen. Dus ik sluit mijn ogen en oren, maak van mezelf een slechte journalist. Ik leg mijn telefoon weg en wandel de straat op. Waar kinderen op de motorscooter voorbij me scheuren, waar vrouwen de dagelijkse bloemofferring voor de deur voorzien en de plaatselijke taximannen de hele dag op de hoek naar je staan te roepen. Een straat waar er geen geloofshaat bestaat, waar bommen en vernietiging begrippen zijn die niet begrepen worden. En nog voor de eerste scooter me passeert, nog voor de eerste druppel heilig water op een bloemstukje neervalt, ben ik Thailand vergeten. Want ergens in de rest van de wereld, inclusief mijn thuisland, mag dan door woelige tijden gaan, ik prijs mezelf erg gelukkig dat ik toch aan een stukje ontsnapt ben. Ik ben en blijf niet op de hoogte van de gebeutenissen in de rest van de wereld, ik leef in mijn eigen stukje aan de andere kant van de wereld. Een stukje dat ik met eigen ogen, oren, neus en mond kan leren kennen. Ik ben in de rest van de wereld, en de slechte journalist in mezelf maakt van mij een gelukkiger persoon. Ik kan leven.
De volgende, en meer invloedrijke reden waarom ik zo lang niet geschreven heb is omdat ik ergens de hoop had opgegeven dat mensen me zouden begrijpen. Proberen jullie zich echt een voorstelling te maken bij een chaotisch motorverkeer in smalle straatjes of denken jullie aan de file op de Brusselse ring en nemen genoegen met dat beeld. Ja, chaotisch toch. In hoeverre kunnen mijn woorden een voor jou nog nooit geziene strand beschrijven? Waar het zand niet wit is, en de golven op nog geen dertig meter van mijn stranddoek de surfers hoog houden. Ik kan het zelf nauwelijks bevatten, laat staan op een manier beschrijven waar jullie zich in kunnen vinden. Ongeacht of je je best doet of niet, het is eigen aan de mens om alles vanuit zijn/haar eigen ervaring en achtergrond te bekijken. Dus wat heeft het voor zin dat ik het hier allemaal zit te beschrijven?
En dan kreeg ik vandaag dit bericht, en ik besef dat ik mensen bereik. Dat ik een klein verschil kan maken in iemand zijn opinie, emotie of denkwijze. Misschien wel in iemand zijn toekomstplannen. En dat kleine verschil geeft me zoveel trots dat ik niet anders kan dan blijven schrijven. Ik dank Tamara voor deze eye-opener. Ik heb dan geen honderd volgers of reisfoto’s waar meer werk dan genot is in gestoken, maar wie heeft honderd volgers nodig als je weet dat je toch 1 persoon persoonlijk hebt bereikt. Dus je mag je verwachten aan een volgende blogpost, en een volgende. Ik heb heel wat te delen en ervaren, en heb altijd geweten dat ik moet blijven schrijven, alleen was mijn moed om het te delen even zoek. Het is dan ook alleen maar toepassend dat ik deze blog afsluit met een quote die Tamara mij heeft gestuurd, en waar ik helemaal achtersta: “The pleasure we derive from journeys is perhaps dependent more on the mindset with which we travel than on the destination we travel to” – Alain de Botton.

 

Small town fever

We leren om te accepteren wat we hebben. Blij te zijn met de kleine dingetjes in het leven. Maar wat met het accepteren van de dingen die we niét hebben? Hoe moeilijk is het om te accepteren dat we het geld niét hebben om leuke dingen te doen, in vergelijking met accepteren dat we een beetje geld hebben óm leuke dingen te doen?

Ik bevind me de laatste tijd in situaties waarbij velen hun ogen opentrekken van verwondering of op de vind-ik-leuk knop drukken. Dat vind ik stiekem dan weer leuk, ga ik niet om liegen. Maar, en er is altijd een maar de laatste tijd. Gaan schilderen in een tavern in the middle of nowhere is, en terecht, een reden om verwonderd te kijken. Wauw. Cool. Rattenvallen labelen en herstellen in Westport, een dorp waar alles max 10 minuten wandelen van elkaar verwijdert ligt,is – en terecht, een vind-ik-leuk knop waard. Want het is uitzonderlijk, dat backpackers langer dan een nacht in hetzelfde dorp blijven slapen. Laat staan dat ze zich dan ook nog eens als vrijwilliger bij de Council aamelden. Wauw. Cool.

Maar schilderen in the middle of nowhere betekent voor de backpacker ook: the middle of nowhere. Als in: er is niets te doen en niemand om iets mee te beleven. Je hebt de oude plaatselijke garde in de bar beneden, die alleen maar in hunzelf zitten mompelen en de laatste dag dat ze nuchter zijn geweest niet meer herinneren. En elke dag opstaan om rattenvallen te herstellen betekent ook elke avond gaan slapen in hetzelfde dorp waar van zodra de zon ondergaat (17:00) er niets meer te doen is.

Er wordt altijd gezegd dat we niet teveel aan huis moeten denken, dat zorgt alleen maar voor heimwee. Maar soms is het eens goed om aan huis te denken. Op reis is er geen nood aan heimwee, maar wel aan perspectief. Backpackers zijn verwende mensen. Na twee dagen in de bergen denken de meesten het al gezien te hebben. Ze willen verder, sneller en meer. Op naar het volgende. Het is dan ook geen gemakkelijke uitdaging om alle verleidingen te weerstaan en in hetzelfde ‘nietsbetekende’ dorp te blijven hangen. Dag na dag niets nieuws meer te ontdekken, niet weten wat te doen na de werkuren of de plaatselijke unieke lunchbar wel gezien te hebben. Backpackers zijn verslaafd aan nieuwe indrukken. Zonder dat de adrenaline gaat stijgen op een dag wordt het al snel gezien als een saaie dag. Ben ik mijn tijd aan het verdoen?

Maar ik ken mijn weg in het dorp, de mensen van de lunchbar beginnen mij te herkennen en ik loop zonder denken naar het werk. Is het spannender om elke plaats eve snel te doorzien en veel verschillende plaatsen te kunnen ontdekken? Ik denk van wel. Maar soms geeft het leven en zijn omstandigheden je de kans niet en dan moeten we dat accepteren. Accepteren dat we het geld niet hebben, zonder daaraan wrange gevoelens over te houden. Het is een uitdaging waarin ik nog niet ten volle geslaagd ben, maar we zijn op de goede weg.

Er is die druk, zoveel druk van zowel andere reizigers als je omgeving om weer die rugzak op te pakken en verder. Sneller. Meer. Anders doe ik niets, zie ik niet genoeg plaatsen. Ik moet meer plaatsen kunnen ‘pinnen’. Maar backpacken is niet een lijstje maken van plaatsen en ze zomaar gaan afvinken. In de auto, uit de auto, foto maken, in de auto. Hoe kun je op deze manier een beeld vormen van de maatschappij, van de verschillende levensomstandigheden als je er zomaar een foto van maakt en hup, weg. Sneller. Meer. Maar het is de manier waarop de meesten het doen en het is die manier die ik ook wil. Weg, sneller, meer.

Het is niet zo spannend, en de adrenaline pompt minder dan gewoonlijk. Maar het is het leven dat ik ontdek van een klein dorpje ergens aan de West Coast van Nieuw-Zeeland. Om iets te proberen begrijpen, proberen te zien, moet je eve blijven rondhangen. En dat vraagt ook saaie avonden en nutteloze verveelmomenten. Daar heb ik het moeilijk mee, maar zo hebben de bewoners van dit dorp.

Daarom is af en toe eens aan huis denken een goede zaak. Want laten we eerlijk zijn, een zaterdag op de fiets de West Coast afrijden en daarbij zeehondjes spotten, het is niet iets wat ik thuis kan doen. Geen spannende backpackersdag met smullende verhalen, maar een uitzonderlijke dag. En morgen, als ik gewoon uitslaap in het hostel en daar naast de hele dag in mijn pyjama hang is dat een uitzonderlijke dag. Gewoon omdat het is, niet omdat ik iets speciaals heb gedaan. Soms moeten we er gewoon zijn, en dat is genoeg. Dus ik probeer en probeer. De ene dag voel ik me goed en de volgende dag wil ik het liefst van al gewoon die vlieger pakken, op naar het volgende. Het leven van een backpacker… We willen het allemaal.

Geen zorgen

Ik bevind me momenteel al een maand in Nieuw-Zeeland en na het planten van duizenden bomen vind ik nu mijn weg naar het zuidelijke eiland. Mijn mams liet me via mail weten dat er in België nogal wat zorgen ontstaan omdat ik niets post. Aan allen die zich zorgen maken: ik adem nog steeds. Aan allen die zich geen zorgen maakten, wel…..Ik adem nog steeds. Ik schrijf nog steeds heel veel, alleen deel ik dit niet met jullie. Want ik bevind me in dat stadium waarbij ik (1) niet weet wat te schrijven voor een tijd, (2) ik twijfelde of het wel zin heeft om mijn bevindingen te delen met jullie. Ik kan pagina’s vol schrijven over mijn cultuurshock die ik bij mijn aankomst in Auckland ervaarde, of over het feit dat de westerse mentaliteit me niet meer zo zint. Over het feit dat de maatschappij voornamelijk gebaseerd is op geld, succes en tijd. Daar zie ik het punt niet meer van in. Ik kan uren schrijven over het feit dat ik niet meer weet wat ik moet denken over de wereld, over de tegenstrijdige gevoelens van oneerlijkheid, prioriteit, egoïsme en zelfbehoud. Ik kan blijven schrijven en dat doe ik ook op papier. En ergens heb ik misschien de hoop opgegeven dat jullie me kunnen begrijpen, want op dit moment begrijp ik mezelf niet eens. Ik ben verloren en op zoek. Maar ik weet waarom ik niet na Peru naar huis ben gekomen, zoals mijn mama me altijd aanraade. ‘Waarom moet je nog naar die andere kant?’

Omdat ik dit alleen door moet. Anders zou ik al deze tegenstrijdige gevoelens hebben in een omgeving waar ik ben opgegroeid, met mensen die me denken te kennen. Ik ken mezelf niet eens. En om uit te vinden wat ik ben, wie ik ben en waar ik naartoe wil, moet ik in een onbekende omgeving zijn, met vrienden die me niet kennen maar die me kunnen laten inzien wie ik aan het worden ben. Het woord reizen spreekt voor zich, ik sta niet stil in het groeien van mijn zijn. Elke avond ga ik als een ander gaan slapen als wie ik was toen ik opstond. En toch ben ik nog steeds dezelfde. Ik denk dat jullie na het lezen van dit toch kunnen inzien waarom ik even niet gedeeld heb. Ik weet het allemaal niet meer. En dat is het fantastische, spannende en verslavende gevoel dat me de kracht geeft om verder te gaan.

Ik ben verslaafd aan het niet weten, ik hou van mijn koffieuurtjes met pen en papier. Ik denk meer over het leven dan soms goed voor me is en ik weet nog steeds niet waar ik binnen een week zal vertoeven. Ik noem het geen crisis want daarvoor heb ik het veel te veel naar mijn zin. Maar ik voel me ook een beetje raar en weet niet altijd meer wat ik nu moet denken over de aarde. Ik zie mooie landschappen en prachtige nattur, adembenemende momenten. Maar het lijkt wel hoe meer mooie dingen ik mag bewonderen, hoe meer ik een lelijk beeld van de aarde schep. Want achter elke mooie foto zit in lelijk verhaal. Gigantische jungle? Bomen worden gekapt om de hoek van je camera. Krijg je help van een breed glimlachende Peruaan? Wees bereid je portefeuille open te trekken nádat je de hulp hebt ontvangen. Mooie blauwe wateren in Nieuw-Zeeland? Tot het je taak is om het strand op te kuisen. Ik moet je niet gaan vertellen dat de wereld zijn problemen kent, maar wat moet iemand vertellen die nog maar pas het concept ‘wereldproblemen’ ondervindt?

Onderweg is mijn zijn

Het gaat mij niet om het zien van Machu Picchu, de one-night stand op de achterbank van de auto (sorry mams), de zeeleeuwen spotten bij de Ballestas Islas, op het strand hopeloos een kleurtje willen opdoen in Paracas, de uit zandsteen gemaakte kerken in Cusco bewonderen, het bekijken van de Temple of the Sun, het beklimmen van de Rainbow Mountain of het bezoeken van vele verschillende incaruines. Dat hoort erbij. Ik hou van een uitdaging en zal blijven proberen jullie duidelijk maken wat de impact is van een wereldreis op iemand zijn persoonlijkheid. Maar hoe beschrijf ik iets wat onbeschrijflijk is? Het gaat hem om de kleine dingetjes die je doen beseffen dat je niet thuis bent, en tegelijk wil je nergens anders zijn.

Reizen voor mij is…

13224108_10209240940329953_1035640655_oHet vierjarig kindje uit je klas om vijf uur in de ochtend sigaretten zien verkopen aan de ingang van de pubs, de borst die naar boven komt om de baby te stillen tijdens de mis in de kerk, het feit dat je twee keer moet kijken of in de zak die op een vrouw haar rug hangt nu een baby, een lama of wat gerief zit verstopt. Bussen die niet rijden op uren, maar waar je ook nooit op moet wachten want er is altijd wel eentje dat passeert. Het betalen van 1 sol (38 cent) om je te mogen wegen op een standaard weegschaal in het midden van de straat. Een vrouw die langs de kant van de weg zit te wachten tot iemand passeert die 1 van haar 80 wc-rollen wil kopen. Het vele fruitaanbod waarbij elke appel er veel slechter en rotter uitziet dan ik gewend ben, maar zoveel lekkerder is. Het is niet luisteren naar mensen die zeggen dat dit fruit eerst gewassen moet worden voor je het mag opeten. Het zijn de affiches van de nog twee overgebleven presidentkandidaten die allebei even corrupt zijn en daarbij nog een corrupte naam hebben ook. Dat je voor een volle bus in het Spaans moet roepen dat je moet afstappen, want bellen kennen ze niet. Het over straat lopen en na 3 blokken pas beseffen dat jij een veel hoger tempo hebt van stappen in vergelijking met je hele omgeving. Of het feit dat je boven iedereen uitkijkt omdat Peruanen nu eenmaal kleine mensen zijn.

Deze week zag ik Shana en Roxanne van Melle Ladies. 13224108_10209240932289752_1337366312_oMijn hoofd sloeg volledig op hol bij het aanhoren van de Gentse ‘R’. Het was toen pas dat ik besefte hoe hard ik die gemist had. Ik had er een gesprek over met Shana. Hoe leg ik deze, mijn ervaring, aan jullie uit? Hoe maak ik mijn vrienden, vrienden van vrienden en familie duidelijk dat een bus nemen in het centrum van Cusco een hele onderneming is? Dat ik zelfvertrouwen nodig heb om de bus te pakken, want je moet assertief, snel en niet verlegen zijn om af te stappen. Als ik zeg dat Cusco, het cultureel centrum van Peru, vies is, kunnen jullie er dan een voorstelling bij maken? Als ik zeg dat je soms de overkant van de straat niet kan zien door alle uitlaatgassen die bussen, taxi’s en auto’s verspreiden, denken jullie dan meteen dat ik overdrijf? Schoenen worden hier nog met de hand gepoetst door kleine jongetjes en oude mannen op straat. Het geeft je een flashback naar honderd jaar terug, terwijl er 21 eeuwse auto’s op de achtergrond rijden. Die 21 eeuwse auto’s, die op 5cm voor en achter je rijden terwijl je de straat probeert over te steken. Dat een 90-jarige man met een gebogen rug van meer dan 110 graden nog steeds hele dagen op straat staat om enkele sneetjes watermeloen te verkopen.

Het is telkens weer, tot vervelens toe, diezelfde t-shirt moeten aantrekken. Avonden op een rij hetzelfde eten zodat ik mijn geld kan sparen om leuke trips te maken. Je tanden staan poetsen in de wc van het restaurant omdat je er net een nachtbustrip op hebt zitten. Het is je arm zien groeien aan armbandjes van herinneringen, de steken in je hart bij het verlaten van een bestemming. Voor mij, reizen is na een lange dag de wifi gaan opzoeken om toch nog even met mijn vriend wat berichtjes uit te delen. Jaaa, voor degene die geen instagram hebben, ik heb een vriend zitten in Suriname. Captura Reizen is mensen leren kennen voor 1 dag, vijf minuten, 3 uur of 1 week tot zelfs enkele maanden. Het is elke maaltijd van de dag delen met iemand anders. Het is eten aan een tafel met iemand uit Oekraïne, uit Frankrijk, Australia en California, je kan je er iets bij voorstellen: de gesprekken zijn intigrerend en fantastisch. Het is een elektriciteitsloze kamer delen met twee uptight advocaten uit Wales en Ierland die nog nooit een zaklamp hebben moeten gebruiken bij het slapen gaan. Het is niet meer weten in welke taal je nu eigenlijk moet gaan denken en alle woorden door elkaar slaan. Het is informatie vragen, opnieuw en opnieuw. Het is je zak inpakken, spullen achterlaten en weggeven. Het is wachten, uitgebreid gaan eten en je zin doen. Het is uitpakken, zoeken en nieuwe muziek leren kennen. Het is alles waar iedereen altijd over sprak en het is fantastisch. Het is je normen en waarden tegenkomen en aanpassen. Het is eten bestellen terwijl je geen idee hebt wat op je bord zal verschijnen. Het is aanpassen en aanpassen, elke keer dezelfde vragen beantwoorden en verschillende straten bewandelen. Het is nooit vervelend en altijd spannend. Het is adrenaline die door je lichaam pompt en de uitputting nadien. Het is vermoeiend en opwindend tegelijk. Het is je energie steken in een schooltje en zien dat er helemaal niets veranderd. Het is een kampvuur met twee onbekenden op het strand aan de Grote Oceaan. Het is onwetendheid, hoop en avontuur. Het is allesbehalve gemakkelijk en ook met momenten frustrerend. 13225152_10209240998131398_759209205_o

 

Het is alles wat iemand die niet reist misschien niet kan begrijpen, het is de beste leerschool in het leven. Het is niet te beschrijven en daarom besloot ik met Shana dat het genoeg is om het zelf te weten. Dit is mijn avontuur en ik kan mijn best doen, en zal mijn best doen, om het te beschrijven, maar als ik niet aankom is het niet erg. Ik weet wat ik doe, ik weet waar ik ben en ik besef wat ik leer. Als er iets belangrijk is, is het toch wel dat ik het besef. Het is van mij, en een open mens als ik zal altijd willen delen, maar stiekem vind ik het ergens wel leuk dat jullie het nooit helemaal zullen beseffen. Zo wordt mijn egoïstisch plekje in mijn zijn toch nog gevuld met verhalen, gedachten, gevoelens en belevingen die jullie nooit zullen begrijpen, tenzij je ook aan het reizen bent, bent geweest of gaat. Het ene is niet minder dan het andere, maar net zoals Peru en Suriname, zijn ze gewoon zo onbeschrijfelijk anders. Peace out!

13250438_10209241013411780_2033758491_n

 

Verloren in onze thuis

Shannon is 24 jaar en komt uit het noorden van Australië. Hij verkocht zijn appartement, nam ontslag op zijn job en reist nu zonder einddatum de wereld rond. Joven geniet nog even van het leven in Zuid-Amerika voor hij begint aan zijn verplichte legerdienst in Zwitserland. Lotte uit België stopte haar studies en kocht een ticket naar Peru, momenteel zit ze in Bolvië. Scott is 38 jaar en kan niet naar zijn vriendin in Signapore wegens immigratieproblemen. Terwijl zijn vriendin in haar thuisland geld spaart om hem te bezoeken, trekt hij rond in het zuiden van Amerika. Dim uit Californië is 21 en ligt in mijn kamer ziek op bed. Ze is net begonnen aan een driemaandelijks avontuur na haar studies en heeft er nu al spijt van. Michaël is 30 jaar en komt uit Frankrijk. Twee maanden geleden leerde hij zijn Peruaanse vriendin kennen in Lima. Terug in Frankrijk verkocht hij zijn huis en nam ontslag. Momenteel reist hij door Peru om het land en de cultuur van zijn vriendin te leren kennen. Hij zoekt uit of hij hier een leven kan opbouwen. Stojna uit Zwitserland en Sherina uit Malesië nemen enkele weken vakantie aan de andere kant van de wereld. Sarah uit Californië doet een vrijwillige stage tijdens haar schoolvakantie in het ziekenhuis van Arequipa, in het zuiden van Peru. Zo heeft ze een streepje voor op haar CV. Dominique uit New York is half Peruaans en wil kijken in welke cultuur haar mama vroeger opgroeide. Leah uit Ohio heeft de luidste lach ooit, maar kent geen gemakkelijk verleden. Om dit allemaal te vergeten reist ze rond. Barbara uit Brazilië is journaliste, maar gaf haar job op bij een magazine en schrijft geen blog tijdens haar avonturen. Chris uit New Jersey verzekert me dat een feestje in Arequipa meer sfeer heeft op 1 avond dan een avond in het huis van de wereldbekende serie Jersey Shore. Een oudere man uit Hawaii (waarvan ik de naam nooit gevraagd heb) is over 70 jaar en op zoek naar een nieuw paradijs, want Hawaii heeft volgens hem zijn beste jaren gekend. Rediat (28) is met haar zus op reis nu ze nog niet gesetteld zijn met man en kinderen. Jamaal uit Hollywood werkt in de mode-industrie en was voor de eerste keer buiten de USA, hij stond helemaal versteld van de Peruaanse cultuur. Jonathan is 25 en komt uit Paracas, Peru. Hij is gebeten door politiek en verzekerde me op een zatte avond dat hij ooit voor president zal opkomen en het land zal genezen van corruptie.
13275369_10209302364465518_1839328158_oWe zijn allemaal verloren en op zoek naar datgene wat een invulling kan geven aan onze definitie van geluk. We hebben allemaal die kriebel, die drang naar meer. We willen meer plaatsen zien, meer uitdagingen aangaan, meer eten proeven, meer ervaringen overleven, meer mensen ontmoeten, meer adrenaline opzoeken. We blijven niet in onze geboorteplaats hangen uit angst dat er iets beters voor ons daarbuiten is. We nemen niet genoeg met content zijn in het leven dat we leiden. Wat als het midden van de Boliviaanse jungle mijn plek op aarde is waar ik thuis hoor? Je weet het niet, tot je het probeert. We zijn nooit verzadigd en altijd nieuwsgierig. We zijn reizigers en we zijn vrij.
Onze mogelijkheden zijn eindeloos en hoe langer we onderweg zijn, hoe meer het besef groeit dat de wereld letterlijk aan onze voeten ligt. We moeten niet terug naar huis, we kunnen er elke dag voor kiezen om een bus naar het noorden, oosten, zuiden of westen te nemen. We moeten alleen onze backpack oppakken en gaan. Meer hebben we niet en meer hebben we ook niet nodig. We zijn op zoek naar ons geluk. Onze plaats op deze veel te grote wereld met teveel keuzes en mogelijkheden. Maar we gaan de uitdaging aan om toch op zijn minst enkele van die mogelijkheden te ontdekken en ondervinden. Zodat we weten wat onze plaats niet is.13262414_10209302364705524_788907074_o
Conclusie? Ik heb mensen ontmoet die 1 week, 1 uur, anderhalve maand, 6 maand, 15 weken en drie jaar on the road zijn. Onze wereld is ons huis. Van elk hostel, elk bed, maken we ons eigen plekje om tot rust te komen. Met al onze nationaliteiten, leeftijden en achtergronden verschillend, maar we zijn samen thuis in een plek waar niemand thuis is. Het is een uitzonderlijk en fantastisch gevoel dat verslavend werkt. We blijven zoeken, en zullen misschien nooit beseffen dat we het gevonden hebben.
13262391_10209293869453148_1737592560_oWe reizen verder en maken vrienden die geen vrienden zijn. Je ergert je dood bij het overhoren van een gesprek tussen drie Cubaanse meisjes die niets willen doen zonder dat Lonely Planet het aanraadt. Je slaakt een diepe zucht bij het arriveren van een oversociaal iemand in de kamer of gebruikt je oordopjes aan het ontbijt omdat die ene uit Wales veel te luid aan het schateren is om 8 uur in de ochtend. Je staat watertandend boven de kookpot omdat een of andere kerel uit Oekraïne overheerlijk aan het koken is en maakt kleine wandelingen door de stad met de eerste beste persoon die het hostel binnenstapt en net als jij wel zin heeft om even de benen te strekken.

We kiezen niet met wie we slapen maar we kiezen naar wie we luisteren. We maken een familie waar we geen bloed mee delen, en we verblijven in een huis dat tot geen van ons allen behoord. We delen materiaal en kennis, verhalen en ervaringen. We maken plannen die we nooit uitvoeren en doen dingen die we niet gepland hebben. We maken fouten, worden afgezet, uitgebuit en gebruikt. Maar voor geen geld van de wereld willen we het reizen opgeven voor een veilige thuishaven.
We overleven op adrenaline, angsten en onwetendheid. We teren op onze kennis en ervaringen maar zijn nooit slim genoeg om niet weer in de fout te gaan. We zijn verslaafd aan het maken van hartbrekende beslissingen en weten niet waar eerst naartoe te gaan omdat er gewoon teveel te zien valt. We steunen de ander ongeacht zijn karakter, achtergrond of nationaliteit. We houden van elkaar zonder elkaar te kennen, want we zijn lotgenoten op dezelfde weg met verschillende bestemmingen.

Bye Cusco, Hello Peru

“Het leven is een reis, geen bestemming“, is een wereldberoemde quote van Ralph Waldo Emerson, die trouwens veel beter klinkt in het Engels (“Life is a journey, not a destination”) dan in het Nederlands. Daar zit ik dan, alleen in de bus op weg naar de wereldberoemde Nasca Lines. Ik heb ervoor gekozen om geen 100 Amerikaanse Dollars te betalen voor een cool en spannende vlucht in een van die kleine vliegtuigjes, maar zelf mijn weg te vinden naar “de toren”, waar ik voor 2 soles (met 1 sol korting dankzij mijn gratis studentenkaart uit Suriname) drie van de lijnen kon bewonderen. Op de publieke bus wordt ik vergezeld door een oudere Peruaanse dame. Ik wou dat mijn mama mij zag zitten, daar zit Zoe´tje dan, in haar short en topje, geplet tegen de ruit door een echte -wat zwaardere- Peruaanse dame. Je kent ze wel, zwart lang dik prachtig haar in twee vlechten gewoven en op de rug en aan de uiteindes bij elkaar gebonden. Op het gerimpelde, zongebruinde maar altijd vrolijke hoofd van de vrouw stond een witte hoed met zwarte band. Haar ogen stonden donker en warm in haar oudere gezicht. Ze was ouder dan 80, maar had er geen probleem mee om kilo´s aan materiaal met zich mee te sleuren op haar weg van Nasca naar Ica. De lachrimpels rond de ogen en mond maakten haar stukken jonger. Een lichtblauwe t-shirt en een roze blouse bedekte haar schouders. Geen broek, altijd een gekleurde gelijnde rok die tot onder de knieën komt. Het duurde enkele minuten voor ze haar busticketje vond ter controle tussen al haar papiertjes, boodschappenlijstjes, busticketjes, rekeningetjes en allerhande soorten gerief op haar schoot en aan haar voeten. Ik was rustig van het landschap aan het genieten, dat me het gevoel gaf dat ik door Mars aan het rijden was met alle donkerbruine bergen beladen met kleine en grote stenen. Ik moest mijn muziek stopzetten toen er zacht op mijn schouder werd getikt door mijn metgezel.

Voor ik het goed en wel besefte kreeg ik een Spaanstalige bijbel in mijn handen gedrukt en moedigde de vrouw me aan om luidop te gaan lezen. Om haar niet te willen beledigen, deed ik wat de lieve oude vrouw van me vroeg en kreeg er nog plezier in ook. Mijn Spaans is veel beter dan ik ooit had durven denken. Mijn enthousiasme over de taal maakte het stemvolume van de vrouw alleen maar luider. Op een gegeven moment giechelde ze zelf van geluk zoals alleen een klein kind dat kan. Ze klapte nog net niet in haar handen van blijdschap. Al snel raakten we in een gesprek over God en de belangrijkheid van het Spaans. Maar voornamelijk over God die triest is dat het zo slecht met de natuur gesteld is, wat de handen van de mensen toch allemaal van wreedheid veroorzaken op deze wonderlijke aarde. Ik ben het niet eens met 1 God, 1 geloof en wat nog allemaal, maar ik kon het punt van de oude vrouw ook niet ontwijken. We maken de wereld kapot, we weten het, we veranderen het niet en doen er niets aan. Niet veel later was het tijd om de Bijbel terug te geven aan de vrouw en de bus te verlaten. Dat vond ze heel jammer en het streelde mijn ego wel een beetje, maar ik was stiekem ook blij dat ik niet nog 2 verplichte uren naar Ica met de vrouw had om over God en de Bijbel te discussiëren in het Spaans. Zo, ik was op mijn bestemming van de dag: Nasca Lines.

Eerlijk? De ontmoeting met de vrouw, en dus de reis ernaartoe, was indrukwekkender. De lijnen waren een teleurstelling. Ja, er stonden grote figuren in de grond getekend en nee, nog steeds niemand heeft een idee hoe de Inca´s het vroeger hebben klaargespeeld en met welke materialen ze het gemaakt hebben. Net zoals in Ollantaytambo, daar sta je dan, met zijn allen rond een steen gebogen, kijkend naar de zachte vormen en perfecte gebogen hoeken in de gigantische stenen die tot 200 ton wegen. Hoe in hemelsnaam hebben ze dat vroeger ooit kunnen bewerken? Met welk materiaal? Hoe hebben ze geweten dat de ene steen zo gebogen moet zijn om perfect op de volgende steen te passen zodat ook zonder gebruik te maken van een soort cement en na verschillende aardbevingen, de stenen nog exact op dezelfde plaats zitten. En dat terwijl grote gebouwen en kerken van in later gebouwde jaren het wel begeven. Nee, de constructies van de Inca´s bleven bewaard. En dat is ook met die Nasca lijnen, het zijn wat lijnen op de grond. Of in de Ballestas Islands in Paracas, waar een grote kandelaar op de zij van een zandberg is getekend. Het zijn wat lijnen. Maar hoe hadden ze vroeger het inzicht om zo grote tekeningen in de aarde te maken? En de lijnen zijn nog bewaard, waarom is het niet overgoten met zand of aarde door de wind, stormen of aardbevingen die Peru heeft moeten doorstaan? Het is maar een steen, en het zijn maar wat lijnen, maar wat mij diep vanbinnen een groot plezier geeft, is dat we met onze 21ste technologie er nog steeds niet in geslaagd zijn om te achterhalen hoe mensen vroeger met helemaal geen technologie ons slimmer af waren. We denken alles te weten, maar volgens mij weten we nog maar een kleine hoeveelheid van de wonderen die de aarde ons te bieden heeft. Het feit dat ik onderdeel mag zijn en de kans krijg om die wonderen te ontdekken, maakt me warm in mijn hart.

13224219_10209240982451006_1574875514_o

En het doet mijn hart krimpen hoe wij mensen met onze handen erin slagen om alles wat we van wonderen ofwel (1) veel te hard gaan beschermen. Zo was er in Ica een palmboom met acht ‘hoofden’. Een natuurwonder kun je het noemen. De verschillende stammen die aan eenzelfde wortel vast zaten liepen in krullen over elkaar, onder de grond en als een slang weer boven elkaar. Het geheel was zo nog niet zo groot als mijn tuin, maar toch was het afgezet door prikkeldraad en een pad rondgemaakt en mochten we niet in de buurt komen van de boom. Want we zouden het kunnen beschadigen. Dus daar is die palmboom dan, een cadeau van de natuur waar eigenlijk niemand van kan genieten.
13234646_10209240910409205_1051033373_oOf (2) we gaan de wonderen gaan uitmelken. Zo heb je Huacachina, een oase in de woestijn, paradijs op aarde. Waar alles rond de oase ofwel een hotel is, ofwel een restaurant ofwel een souvenirwinkel. Het water, dat natuurlijk gezien jaren geleden zou moeten zijn weggezakt in de grond, is er nog steeds. Omdat het door de mensen handmatig wordt bijgepompt. Want zonder het water zouden de toeristen ook niet meer komen natuurlijk. Dan ben je in de woestijn en verwacht je natuurlijk alleen te zijn, in the middle of nowhere. Sta je daar met een stuk of tachtig andere toeristen te sandboarden en moet je wachten om naar beneden te gaan zodat je niet op een ander zou botsen. In de woestijn, met meer plaats en zand in de wereld dan een menselijk brein zich kan voorstellen. Zou je verwachten dat je wel op een andere berg zal sandboarden dan alle anderen, niet dus. Machu Picchu is nog zo een voorbeeld. Roddels doen de ronde dat binnen 2 jaar de berg misschien zal moeten sluiten voor het publiek, omdat er elke dag meer dan 1000den mensen de paden bewandelen, en zo een capaciteit kunnen de oude incapaden niet verdragen. Dat is toch jammer.

Maar wie ben ik om te klagen terwijl ik 13224060_10209240908329153_1710802291_ostiekem heel blij ben dat ik het toch nog heb kunnen zien. Dat ik er toch nog heb kunnen lopen. En ik heb ook 100 Amerikaanse Dollar neergelegd voor twee dagen Machu Picchu. En ik stond ook met mijn mond vol tanden en mijn ogen wijd van verwondering. Ik ben er geraakt, ik heb het gezien, ik ben een van die duizenden die de paden kapot maakt, want ook mijn voetstappen laten zijn sporen achter. Naast beschermen en uitmelken, kunnen we onze omgeving ook (3) for granted aannemen, ofwel accepteren. Het ziet er nu zo uit, het is nu eenmaal zo. Accepteren is een moeilijk proces in een menselijk leven. Wie een lichaamsdeel verliest, moet dat accepteren. Als je vriend je niet meer wil zien, moet je dat accepteren. Als je haar grijs wordt omdat je ouder wordt, moet je dat accepteren. Als je wilt uitgaan in de avond, maar je hebt geen geld meer over, moet je dat accepteren. Het ene is al moeilijker dan het andere, maar er zijn duizenden dingen die we moeten accepteren in het leven, en dat gaat niet altijd even gemakkelijk. Maar we accepteren heel gemakkelijk, té gemakkelijk, dat we de wereld om zeep helpen. En we accepteren dat we het accepteren, wat de situatie en deze zin al helemaal ingewikkeld maakt. Ik ga hier niet gaan oproepen om allemaal te gaan recycleren, allemaal geen papiertjes meer op straat te gooien of vanaf nu alleen maar bio-vlees in de winkel te gaan halen, want eerlijk: zo bestaan er genoeg blogs met allemaal hetzelfde resultaat, ze geraken niet ver met hun oproepen. Maar toegegeven: het is een punt om over na te denken, niet? Hoe wij omgaan met de dingen die we hebben gekregen, is op zijn minst ondankbaar te noemen. En we weten het. Ook ik maak mijn schuldig, elke dag opnieuw. Wat doe ik eraan?

Het is hier zo lelijk dat het prachtig is

Voor degene die het nog niet doorhadden, mijn doel op reis is om me in elk land thuis te gaan voelen. Voor ik vertrok had ik er nog een discussie over…..wat is thuis voelen? Is het een mama hebben, vrienden hebben, de weg kennen, je omgeving begrijpen, verplichtingen hebben, uitgaan tot in de vroege uurtjes of weten wat je wel en niet lekker vindt om te eten? Pia, een vriendin die momenteel in Australië aan het rondtrekken is, liet me weten dat eens je je eerste oprechte gelukkige herinnering hebt gemaakt, je de eerste stap naar het thuiskomen hebt gemaakt. Dat vond ik toch wel het vermelden waard hier, want ze had gelijk.

Geen van bovenstaande is het juiste antwoord, althans, niet voor mij. Wie mijn vorige blogpost heeft gelezen weet dat ik een moeilijke tijd heb gehad bij mijn aankomst in Peru. Ik miste Suriname, het land dat ik naast België ook mijn thuis mag en kan noemen. Ik miste de zweetdruppels die over mijn rug drupten, alleen maar omdat ik op een stoel zat. Ik miste het onophoudelijke getoeter van de auto’s omdat ze wel eens ‘een toertje met me wilden maken’. Ik miste mijn huisgenootjes waarbij ik in slechte en goede tijden terecht kon voor een openlijk gesprek. Ik miste Havana, de uitgaansplek op donderdagavond, waar ik na drie maanden de helft van de aanwezigen kon begroeten. Ik miste de muggen die ervoor zorgen dat je je benen tot bloedens toe openkrapt. Ja, ik miste de rust een eenvoud van de jungle en de chaos en gebrek aan structuur in de stad. Ik miste mijn thuis, met alle goede en slechte dingen die in elk huis aanwezig zijn. Ik kan niet zeggen dat het gemis, een maand later en weer vele ervaringen rijker, over is. Maar Suriname heeft een onwisbare plaats in mijn hart gekregen en het gemis is er nog steeds, maar ik voel het niet meer. De vele facebookfoto’s van mijn nieuwe Surinaamse vrienden geven geen steek in mijn hart, maar een brede glimlach op mijn gezicht. Ik heb het geaccepteerd: een nieuw hoofdstuk is begonnen. Dat gegeven heb ik niet vandaag plots beseft, maar is een ontwikkeling die de laatste weken in mij heeft plaatsgevonden. Of ik het nu wou of niet, en geloof mij, ik wou het niet, ik moest Suriname verlaten. En ben ik blij dat ik er de ballen voor had om niet te blijven hangen bij mijn vrienden, kennissen en lief, maar alles letterlijk (zeker niet figuurlijk!) de rug heb toegekeerd. Want ik kan dit hoofdstuk, genaamd ‘Peru’, in mijn hart sluiten.

Gedaan met vergelijken. In Suriname had ik dit, hier is het zo. In Peru mis ik dit, daar was ik zo. Suriname, ik hou van je, maar neem het me niet kwalijk, ik begin Peru ook heel erg leuk te vinden. Ik heb mijn vrienden, ik heb mijn broer, ik heb mijn kamer, ik ken mijn weg, ik feest (soms te vaak) tot in de vroege uurtjes, ik begrijp de geschiedenis en kan me verplaatsen in de gedachtengang van de locals, mijn geld vliegt de deur uit (haast zonder het te beseffen), ik heb mijn verplichtingen, zoals huiswerk op school, en weet wanneer ik op het werk word verwacht. Ik weet wat ik lekker eten vind en wat ik zeker niet nog eens moet kopen (cavia!). Maar dat allemaal zorgt niet voor dat ultieme thuisgevoel.

Ik heb mijn plek gevonden, omdat ik weet wat er van me verwacht wordt, maar nog belangrijker: omdat ik weet waar ik wat mag en kan verwachten. Ik weet dat ik geen glimlach van iemand moet verwachten zolang ik niet geïnteresseerd naar zijn verkoopswaren kijk, en dit stoort me niet meer. Ik kan voorbij die lelijke dingen kijken. Ik ben niet op vakantie, ik ben op reis. En het verschil hiertussen is niet te onderschatten.

Cusco loopt zwart van de toeristen, en jij bent nummer 12736290653826+16, dus zo word je hier op straat dan ook behandeld. Een toerist die een kleine week in Cusco verblijft heeft de tijd van zijn/haar leven. En terecht. De mensen zijn zo vriendelijk, iedereen lacht, zoveel inheemse mensen op straat die handgemaakte dingetjes verkopen, lekker uitgaan in de nacht, met een katerhoofd de volgende dag wat gaan rondslenteren in de stad, misschien eens een museum bezoeken, lekker lokaal gaan eten (voor de durvers een cavia), een pint gaan drinken in de hoogst gelegen irish pub van de wereld en als ze een beetje uitgerust zijn de trek naar Machu Pichu wagen, een adembenemende blik werpen op een van de zeven wereldwonderen en als ze dan uiteindelijk Cusco verlaten, hebben ze er heel wat originele en fantastische selfies bij om met een leuke filter op Facebook te plaatsen. Kijk, zo fantastisch is Cusco. En ze hebben gelijk, waarom ook niet? Ik benijd ze soms, die toeristen.

Maar ik ben een reiziger, en nadat ik voorbij die eerste verwonderingen ben gekomen, wat bij mij zo een twee, drie weken in beslag heeft genomen, zie ik die andere kant. Enkel de mensen die je iets proberen verkopen, of die iets van je willen hebben, doen vriendelijk. De inheemse mensen op straat worden om de hoek van Plaza de Armas tot orde geroepen door een blanke welgestelde dame. De zelfgemaakte dingetjes blijken in massaproductie gemaakt te zijn, de concurrentie onder de verkopers is niet moordend, maar dodend. Het uitgaan tot in de vroege uurtjes gebeurt op dezelfde muziek als elke club in België [serieus, het heeft me twee minuten gekost voor ik besefte dat ik in een Spaanstalig land stond te dansen op het Nederlandse(!) nummer ‘Ik voel me sexy als ik dans’], en de stad is zo klein dat je het na een kleine week ook wel gehad hebt met het rondslenteren. Wie denkt dat hij lokaal aan het eten is, doet dat in een toeristisch restaurant waarbij je meer dan het dubbele betaald dan nodig. En de irish pub, is een van de zeldzame pubs waar je gewoon iets kan drinken zonder dat je handen worden volgestopt met cocaïne of weed. En machu pichu, ik ben er nog niet geweest dus wil ook geen oordeel vellen, maar het feit dat het een van de zeven wereldwonderen is, zegt genoeg over de drukte rond de eeuwenoude incastad. Ja, het leven van een reiziger ziet er plots helemaal anders uit, niet?

Maar dat is reizen, en het geeft je een voordeel dat geen enkele toerist kan bereiken: een reiziger heeft de tijd om zich aan te passen en is in staat om zich thuis te voelen. Een reiziger kan zich veroorloven om zich ‘beter’ te voelen en ‘anders’ dan elke andere toerist in dezelfde straat. En dat gevoel ontstaat niet omdat je kan rondlopen zonder kaart in je handen, komt niet omdat je je verstaanbaar kan maken in het Spaans, maar omdat je door al die lelijkheid, door al die frustraties heen, de zon kan zien schijnen. Alles is lelijk, en dat maakt dit land zo prachtig en uniek.

Voor wie me even niet kan volgen: ik denk dat je het kan vergelijken met een zwerver die 200 euro van je steelt, en zonder ook maar een seconde boos te worden, ben je instant gelukkig omdat hij dankzij jouw gestolen geld zijn maag kan vullen en als hij slim is, zich kan opfrissen in een hostel. Je bent zo gelukkig dat hij 200 euro van je gestolen heeft. Mijn zwerver heet Cusco. Cusco steelt mijn geld door toeristen er dubbel en dik op te leggen, en ik besef het en ik weet het en ik kan er niets aan veranderen. Dus heb ik het leren omarmen. En dit tegenstrijdig gevoel lieve mensen, maakt dat ik me goed voel in Cusco.

[Ik verontschuldig mij voor het gebrek aan foto’s, maar via mijn smartphone lukt het niet om afbeeldingen in dit bericht te plaatsen, volgende keer schrijft ik vanuit een internetcafé]