‘We zien wel’. Drie woorden waarmee ik twee jaar geleden niet overweg kon, maar langzamerhand leerde appreciëren. Drie woorden waarmee de Surinaamse levensgenieters de dagen vullen. Dat maakte me nieuwsgierig: vanwaar komt die mentaliteit? Mijn bazin en ik hielden een onverwachte brainstormsessie over de oorzaak van Suriname’s meest bekende – Nederlandstalige – slogan.
Mijn bazin is waarschijnlijk één van de drukst bezette vrouwen in Suriname. Het is dan ook geen vrouw waarbij je vaak de kans krijgt om gezellig over een kop thee te filosoferen over het ‘menszijn’. Echter, afgelopen week bevond ik me in een soortgelijke situatie. Zonder kop thee welliswaar, maar de filosofie daarvoor niet minder interessant. Op de terugweg van een meeting hadden we het namelijk over toekomstgericht denken. Iets wat weinig Surinamers naar mijn inziens in zich dragen. In tegendeel, mijn ervaring met Surinamers is dat ze levensgenieters zijn, die leven van dag tot dag met een vaste slogan: ‘we zien wel’.
En daar had mijn bazin wat moois over te zeggen
Soms denk ik dat de oorzaak van ‘we zien wel’ ligt in de onderdrukte geschiedenis van Suriname. Als slaaf heb je namelijk weinig om naar uit te kijken. Dan plan je niet voor volgende week, laat staan volgende maand. Slaven zijn gefocust op overleving, niet op planning. Je leert je kinderen ook niet vooruit denken, je overleeft eerst vandaag. De rest ‘zien we wel’. Dit is een zelfverzonnen theorie die niet wetenschappelijk onderbouwt is, en indien het dat wel is heb ik er – nog – geen notie van.
Eén met de natuur
Mijn bazin had echter ook een mooie aanvullende theorie op deze mogelijke oorzaak van de maar al bekende slogan. Als boslandbewoner in de jungle van Suriname (en hoofdstad Paramaribo was vroeger een even grote jungle als de rest van het land) leef je op de tijd van de natuur. Je eet pas vis wanneer je vis hebt gevangen. Je plukt vruchten wanneer ze rijp zijn. Je overlevingskansen zijn overgeleverd aan de klok van de natuur. Je kan dus niet anders dan je op haar afstemmen. In de tijd dat je geen vis kan vangen, zie je wel. In de periode dat de vruchten rijpen, zie je wel. Onderdanig aan haar veranderingen, stel je je als mens af op de regels van de natuur. Bij volle maan moet je tenslotte op niet veel vis hopen. Dus je probeert, je ondergaat en onderneemt en je ziet wel wat het wordt. Lukt het vandaag niet, dan misschien morgen.
Een mooie gedachtengang die me eraan herinnert waarom ik hier ben
Omdat de wijzers op de klok je leven niet bepalen. Omdat er ook dagen komen die je niet hoeft te plannen. Omdat je als mens niet aan technologie, materie of snelheid onderhevig bent, maar aan de natuur, eigen overlevingsskills en kennisvergaring.
Aantrekkingskracht
Jammer genoeg(?) leeft in hoofdstad Paramaribo ook al meer van de technologie en snelheid dan van de natuur en overlevingsskills. Zelfs in de diepe jungle lopen jongeren voorovergebogen met hun neus op hun schermpje te zoeken naar het interessantste Facebookbericht. Maar nog steeds is er de ‘we zien wel’-mentaliteit, die me tegelijk aantrekt en frustreert.
Het is aantrekkelijk omdat ik, als geboren planner en ‘vooruitkijker’, de tijd leer te relativeren. Het brengt mijn energiepijl in balans, want sommige dingen kunnen nu eenmaal ook morgen.
Het is frustrerend omdat anderen net zo denken, ook als ik afhankelijk ben van hun prioriteitenlijst of acties. Dan stagneert een creatief proces, een spaarplan, een artikel of een onderneming.
‘We zien wel’. Het zijn drie woorden waar ik meer dan twee jaar geleden, bij mijn eerste aankomst in Suriname, helemaal niet mee overweg kon. Hoezo zien we wel, wanneer zien we wel en wat zullen we dan wel zien? Die onzekerheid maakte me paniekerig en roekeloos. De controlefreak in mij wou weten wat ik dan wel ging zien, wat ik moest meepakken als we dan wel gingen zien, hoe laat ik ging zien en wat ik moest aantrekken om te gaan zien. Oh ja, en moest ik al gegeten hebben voor we zouden zien of werd er eten voorzien wanneer we zouden zien?
Nu betrap ik mezelf soms op het uitspreken van volgende drie woorden: ‘we zien wel’.







Ten eerste zijn de twee heren nog nooit buiten Europa geweest, iedereen die dat wel al is geweest, weet hoe hard dit kan aankomen. Daarnaast verblijven de twee jongens in ons huis, wat niet bepaald een grote villa is. Ten derde begint deze week mijn eerste werkweek, dus mijn concentratie en focus is elders verreist. Ook lijk ik best wel op mijn moeder: ik wil een goede gastvrouw zijn, niet teleur stellen. Ten slotte bevind ik mezelf met drie mannen onder 1 dak.





Familie en vrienden zijn en blijven de voornaamste redenen waarom ik België al eens durf te missen. Maar het is ook de reden waarom ik Suriname zal missen. Naast het feit dat ik Suriname zal missen omdat ik ontspannen en blootsvoets de auto rij, overal met teenslippers ga, dat ik bepaalde dingen van dit land weet die ik niet eens in België weet – bv welke boter het lekkerste is op de boterham en welke de lekkerste in de pan.
Geen buurtbus waar ik ondertussen iedereen ken – en weet wonen. Geen gekke buschauffeur die je leven waagt op de al even chaotische wegen. Geen verkeer waar niet de verkeersborden, maar de wet van de sterkste dicteert. Geen vrolijke felgekleurde daken en geen enkel huis is hetzelfde. Geen dichtbebouwde wegen en verbondenheid op straat wegens tekort aan fiets- en wandelpaden. Geen fysiek verstikkend gevoel in het altijd open ademende Suriname. Geen (dode) slangen die me verassen op weg naar de bus. Geen felblauwe, open hemel meer en geen zon die het leven opfleurt op de dagen waarop ik het allemaal even niet voel. Suriname kent meer creativiteit omdat er minder voor handen is.
Maar naast dat wat Suriname mooi en verleidelijk maakt, is het land niets zonder de mensen erin. Ok, toegegeven, ik heb geen tien vrienden in Suriname, maar ik heb er wel een grote, mooie familie bij gekregen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik vroeger altijd klaagde bij mijn moeder. Waarom had ik twee broers gekregen? Ik wilde ook een zus, het liefst van al een tweelingszus. Niets aan te veranderen, zei de moeder, je hebt twee broers en daarmee moet je het doen. Nu ben ik heel dankbaar voor deze – ondertussen – mannen in mijn leven. En ik heb geen reden tot klagen meer. Want nu heb ik er zomaar even vier mooie schoonzussen, een schoonnichtje (zeg je dat zo?), een schoonbroer en twee lieve schoonouders bij. Zij zijn me dierbaar geworden.











Mijn familie is weer een hart rijker, met de geboorte van mijn kleine neefje. Ik wens hem en zijn ouders heel veel liefde, gezondheid en vreugde. Aan de ene kant veel geluk, aan de andere kant heb ik ook al veel familieverdriet moeten verwerken. Mijn nonkel is niet meer, maar is en blijft heel aanwezig in hart en hoofd. Het was een heel emotionele en zware periode om zo ver van mijn familie te zitten terwijl ik niets anders wou dan de handen van mijn nichtjes vasthouden. Het is en blijft een gek gegeven dat ik mijn nonkel nooit meer zal zien, maar ik hou zijn herinnering levend aan de hand van foto’s en herinneringen die hier in ons huis aanwezig zijn. Toujours en route…
Ik voel me meer verbonden met mijn ouders dan ooit tevoren. Vooral met mijn vader heb ik een band weten scheppen die ik voordien niet voor mogelijk hield, maar waar ik wel heel dankbaar voor ben. We zijn verbonden ook al zijn we niet bij elkaar, en dat voelt heel sterk aan en is vaak ook een hele oprikker voor mij (geweest). Ook merk ik dat ik soms wel heel erg op mijn moeder lijk, alles heeft zijn plaatsje in het huis en als jij het niet doet, dan doe ik het wel. Ook als ik een dagje weg ga, moet alles tot in de puntjes voorbereid zijn, met lekkere salades, fris drinken en zorgen dat niemand iets tekort komt. Die lieve moeder van me toch, ze heeft me goed geleerd.
Na een paar (slappe) Parbo biertjes kun je me tegenwoordig al terugvinden in de wolken. (Is het de zon? Of het feit dat ik weinig tot nooit meer drink?)
Ik heb meer zelfperspectief en geduld gekregen. Moet wel, wanneer je vriend soms zomaar durft te zeggen dat je dramatisch doet of dat je vervelend bent. Ah, de liefde kan toch soms zo mooi zijn! Maar ook het nieuw leven opbouwen en de groene omgeving waarin ik dat doe, doet me heel hard beseffen wie ik ben, wat ik kan en ik word beter in het respecteren van mijn grenzen. Soms is dat wel met het gevolg dat ik wat brutaler kan worden, oftewel in de lokale woordenschat: vrijpostig.
Ik heb nu twee handtekeningen waarmee ik door het leven ga, en ik ben niet zeker welke ik het liefste zie. Ik vind de combinatie namelijk helemaal perfect!
Mijn eerste artikel in het maandelijks magazine van Suriname (Parbode) is een feit. Ok toegegeven, het is een zacht onderwerp maar om even gewend te worden met het magazine start ik rustig aan… Ondertussen heb ik al veel meer artikelen geschreven, maar aangezien het magazine enkele maanden op voorhand werkt moet ikzelf ook nog even geduld hebben voor het gepubliceerd wordt. Ik ben er wel achter gekomen dat schrijven voor het magazine helemaal mijn ding is. Ik kan er niet precies de vinger op leggen waarom, maar ik voel me heel vrij en op mijn plaats in de schrijfstijl van het magazine. Ook krijg ik hier de mogelijkheid om opiniestukken te schrijven, en geven ze me de ruimte om te experimenteren en te proberen. Ik kan er helemaal mijn persoonlijke schrijfstijl in leggen, en het wordt daarbij nog eens goed ontvangen door de redactie.
Ik leefzonder tv en zonder smartphone. Ik merk op hoeveel ik voor me kijk, terwijl anderen naar beneden kijken. Tijdens het wachten op de bus kan het soms wel heel vervelend zijn, want het is altijd wachten tot de bus vol is (en dat kan al eens veertig minuten duren) maar toch laat ik mijn telefoon nog niet zo snel herstellen. De aloude Snake op mijn nog oudere Nokia gaat na al die maanden wel wat vervelen, maar toch. Ik voel me meer vrij en rustiger. En wanneer ik dan eindelijk achter Facebook op de computer kruip, heb ik ook werkelijk iets te zien.
Ik loop een aflevering achter op mijn favoriete serie Game of Thrones, wat voor mij aantoont dat ik helemaal geen scherm nodig heb! Al moet ik wel stiekem toegeven dat ik sta te popelen om deze schade in te halen, maar het is niet zo dat ik niet kan gaan slapen zonder te kijken, iets wat ik in het verleden wel heel veel last van had met tien verschillende series tegelijkertijd! Ik slaap wel veel beter nudat ik zo weinig voor het beeldscherm hang.
De buurt zegt eindelijk goedemorgen tegen mij, ja, dat heeft zes maanden geduurd. Maar ondertussen komt de buurvrouw mijn advies vragen over aardappelen in de oven, heb ik een goede speelse band met mijn buurjongens en -meisje en doen de mannen niet al te lastig meer. Soms. Aangezien ik al enkele maanden elke dag op dezelfde ‘buurtbus’ zit, voel ik me niet alleen meer deel van de buurt, maar ook meer geaccepteerd. En dat is echt een groot onderdeel van het feit dat ik me zo thuis begin te voelen!
Luxe krijgt een heel andere invulling als je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken! Het regenseizoen is nu bijna voorbij, maar wonend in een zandweg en in een land dat wereldwijd een van de dichtste bij de zeespiegel ligt, kan het al eens gebeuren dat je je schoenen moet uitdoen om thuis te geraken. Ook in de avond is er weinig tot geen verlichting, en is mijn zaklamp nodig om naar huis te wandelen/fietsen. Doet me altijd heel erg aan het scoutskamp denken! Wanneer ik dan droge kleren kan aantrekken, voel ik toch alle luxe die een mens nodig heeft!
In een onderontwikkeld land als Suriname, heb je helemaal niets aan Google. Nu, Google doet eigenlijk nog steeds gewoon wat die moet doen: resultaten weergeven. Het zit hem in de inhoud van deze resultaten, die te wensen overlaat. Althans, hier ik spreek over mijn eigen persoonlijke verwachtingspatroon van ‘het internet’. Het internet dat al altijd mijn redder in nood is geweest. Tijdens mijn studie, tijdens mijn hobby en zelfs tijdens mijn sport. Want ook mijn sportresultaten die ik behaalde op de Beker van Vlaanderen kadetten/scholieren meisjes op zaterdag 3 mei 2008, kan ik nog steeds online terugvinden. Voor de nieuwsgierigen: ik werd elfde in het hoogspringen (slechts 1 iemand deed het nog slechter als ik), zesde in het speerwerpen en samen met mijn drie collega’s behaalden we de eerste plaats in de 4×100 meter estafette.


Verschrikkelijk, toch?
Nog niet vermoeiend genoeg blijkbaar, want ik ga nog eens verwachtingen gaan creëren, maar van u. Verwachtingen waarover ik niet moet nadenken maar die zo natuurlijk in mij opkomen als dat ik elke ochtend mijn veters strik. Ik communiceer deze verwachtingen niet, of moeilijk, want het zijn toch alleen maar voor de hand liggende dingen? …




