Uitgeput

Het is de laatste dag van het jaar, en terwijl de pagara in de straten van Paramaribo – en ver daarbuiten – uit elkaar spat zit ik uitgeput achter mijn computer. Normaliter hou ik van deze periode: reflecteren op het ene jaar, vooruitkijken op het volgende. Maar deze maand heb ik geen tijd gevonden om in mijn dagboek te schrijven. Om rustig neer te pennen en stil te staan bij dit – voor mij – uitzonderlijke jaar: een promotie, een boek, een baby, een verhuis.

Meerdere keren heb ik afgelopen weken in de keuken gestaan, de badkamer of de living toen een idee voor een nieuwe blogpost me te binnen schoot. Als ik de was ophang, denk ik aan een nieuwe zin. Tijdens de afwas vind ik een nieuw onderwerp, tijdens het rijden een andere insteek. Tijdens het douchen wil ik gaan schrijven en tijdens het voeden weet ik plots niet meer waarover. En dan, als ik eindelijk een moment vind waar het huis ‘netjes’ is, Baby slaapt, de mails beantwoord zijn en de was gehangen en gevouwen is, wint slaap het altijd van het schrijven.

Nu is het dan toch zover: het is twee uur in de middag, Baby slaapt en de wereld is aan het dansen. Mijn hoofd tolt van de ongeschreven letters. Waar te beginnen?

Ik heb al willen schrijven over mijn relatie die aan een zijden draadje hangt, over het werk dat me meer stress dan voldoening geeft, over het bezoek van de koning, de vader die zijn eigen kinderen doodde, de media, het werk en natuurlijk over Baby – die heeft ontdekt dat dingen geluid maken als ze op de grond vallen (nu ook alweer een paar weken geleden). Hij kruipt al bijna. En stopte vorige week – cold turkey style – met borstvoeding.

Ruzie en persberichten
Ik ga slapen met 86 ongelezen mails – waarvan gelukkig een groot deel persberichten, met ruzie, met een zere rug, met verlangens, zorgen over Baby zijn ontlasting en met stress over het werk dat de volgende dag op mij ligt te wachten – me luidop afvragend waar ik in hemelsnaam de tijd vandaan moet halen om alles rond te krijgen. Hoe doen al die andere moeders het?

De grootste uitdaging – momenteel – ligt in mijn relatie. We verheffen onze stem, maken ruzie over hoe het (niet) moet, klagen over wat de ander (niet) ziet, zoeken erkenning, vinden het niet, zoeken waardering, voelen het niet, zoeken begrip, horen het niet. Er zijn hier al dagen geweest waarop we elkaar niet groeten. Ik ben gespannen, hij is bezorgd. Ik ben emotioneel, hij is gevoelig. Ik ben koppig, hij is wantrouwig. Ik ben moe, hij is moe.

Ons leven is altijd al gevuld met cultuur-, meningsverschillen en koppigheid, misplaatste trots en luide ruzies, maar uiteindelijk vonden we elkaar weer, ook als we het nog steeds niet eens waren. We konden de verschillen de verschillen laten zijn. Nu kan dat niet meer.

Strijd
Wat volgt is een strijd, over alles: van oppas, lange broeken en doktersbezoeken tot vaccinaties en voeding – elke dag vinden we wel iets nieuws om het oneens over te zijn. Het is vermoeiend. Want het komt bovenop al de rest: het huishouden, het opvoeden, het werken.

Vroeger – voor Baby – kon ik na een moeilijke dag ventileren bij Quincy. Hij was mijn rots. Niet altijd eens, maar wel altijd daar. Nu moet ik mijn hoofd alleen hoog houden. Dat bevalt me niet.

Mijn enige plan voor 2026 is om vol te houden. Want de rust keert altijd weer, vaak na een paar uur, soms na een paar dagen. En dan vinden we elkaar terug. In een woordeloze knuffel, of in de donkere uren van de nacht. Ergens onder al die harde woorden en scherpe tong zit de rustige man bij wie ik kan thuiskomen. We zijn alleen even op reis, maar hebben een sterke fundering om naar terug te komen.

Mijn voornemens? Meer slapen, minder werken en bovenal: attenter zijn.

Ik wens jullie allen een vredevol, gelukkig nieuw jaar!

Zo zoet als het leven zelf

De eerste drie maanden zitten erop. Ik ben officieel geen pali meer (vrij vertaald: vrouw die net bevallen is). Baby is wat steviger, ik wat zekerder. Een goede match.

Ik zou willen zeggen: de tijd is voorbijgevlogen, maar dat is niet helemaal waar. Een kwartier voelt al snel als twee uur met een huilende baby in je armen, en al zeker in de avond wanneer je net dacht naar bed te gaan. Bovendien weet ik waar de tijd is gegaan: naar verschonen, voeden, baden, masseren, aankleden, voeden, rondkijken, kolven, poetsen, baden, koken, wassen, buikspieroefeningen, ontbijten, kleren hangen/vouwen, voeden, voorlezen, een wandeling in de tuin, zingen, voeden, boertjes maken, naar de hondjes kijken, knuffelen, sussen, voeden, rondlopen, afwassen en daartussen ook nog werken en mailtjes beantwoorden want er is een deadline. Er is altijd een deadline.

Soms vergeet ik te eten.

Nachtelijke uurtjes
De nachtelijke uurtjes zijn intiem. De wereld slaapt en het is alleen Baby en ik, met het gezoem van de ijskast op de achtergrond en soms het gesnurk van de man in huis. Baby en ik kijken elkaar aan in de schemer van het maanlicht, want het licht aanmaken doe ik niet. Soms lijk ik in de contouren van zijn gezicht al de jongen te zien die hij zal worden. Ambitieus en vrolijk, niet zo rustig als zijn vader maar ook niet zo wild als zijn moeder. Alert en bedreven, een creatieveling die ook graag een boek vastpakt. (Ik kan maar dromen.)

Na het voeden valt Baby (meestal) snel in slaap wanneer ik met hem in de woonkamer loop. Ik moet toch al een paar kilometers hebben afgelegd de afgelopen maanden. Ik maal er niet om. Ik heb tijd om te denken – de inspiratie voor deze blog kwam om half vier in de ochtend – en te dromen. Over morgen, volgend jaar, volgend decennium. En wat ik zie bevalt me wel. Een zwembadje in de tuin, een vlieger in de lucht, een wandeling in de stootwagen. Een alsmaar lachende jongen die mijn hart verwarmd. Elke dag een beetje meer, hoewel ik gisteren nog dacht dat dat niet mogelijk was.

Wortels
Het is een wonder om Baby de wereld te zien ontdekken. Een thermos op tafel, een wasrek tegen de muur, een blad aan een tak, een zak in de wind. Hij spert zijn ogen wijd, fronst zijn wenkbrauwen en staart indringend. Alsof hij alles voor de eerste keer ziet – wat natuurlijk ook zo is. Ik zie zijn hersenen aan het werk, en het is enorm fascinerend.
Wanneer ik naar Baby kijk voel ik trots, blijdschap, verwondering, ongeloof, dankbaarheid en geluk. Niet snel na elkaar, maar alles tegelijkertijd. Het is een cocktail zo zoet als het leven zelf. Ik sip alsof morgen niet bestaat.

‘Met een kind ben je niet meer vrij’, zei mijn moeder onlangs aan de telefoon. ‘Je blijft gebonden.’ En hoewel dat voor mijn jongere ik als een gruwel klinkt, ben ik nu bevrijd in mijn band. Afgelopen jaren zweefde ik rond in Suriname. Ik was hier, heb lief en een doel: schrijven. Maar ik bleef ‘de vrouw van’, ‘die witte’, ‘dat kleine meisje’. Ik was de tak die aan de boom hing, zonder wortels in dit land. Met Baby is dat anders. Voor hem ben ik de wortel. Suriname is zijn land. Dat maakt Suriname ook van mij. Het is een stukje thuiskomen, ook voor mij.

En ik weet: de wereld staat in brand. Als we de media moeten geloven is er meer oorlog dan vrede, meer gevaar dan veiligheid, meer chaos dan rust, meer pech dan geluk. Maar niet in mijn wereld, en niet vandaag. Ik wenste dat ik me daar schuldig over voelde, maar dat doe ik niet. Ik ben nog nooit in mijn leven zo voldaan geweest. Als alles alsnog in duigen valt, heb ik tenminste dit gehad.

Eindelijk, dertig!

Ik ben dertig jaar, eindelijk! Om de een of andere reden keek ik hier heel erg naar uit. Mijn twintiger jaren zijn voorbij. Wat ‘de schoonste tijd van mijn leven’ hoorde te zijn, was voor mij toch vooral een decennium van verwarring. Hoe meer ik mijn plaats opeiste in de ‘volwassen’ wereld, hoe moeilijker het werd. Terugblikkend op mijn twintigerjaren, vond ik het dan ook vooral vermoeiend.